arbeid

Kans op vast contract historisch vaag

Monday, January 2nd, 2012

door: Suzette Hermsen en Laura Mecredy 

Enkele jaren geleden waren studenten met een hbo- of universitair diploma nog redelijk verzekerd van een vaste baan. Tegenwoordig is het anders. De arbeidsmarkt wordt steeds krapper en het tekenen van een vast contract is minder vanzelfsprekend dan voorheen. ‘Kans op vast contract historisch laag‘, kopt Metro zelfs. En nu.nl voorspelt dat er over twintig jaar ‘helemaal geen ruimte meer zal zijn voor vaste contracten of CAO’s’. Nieuwscheckers onderzocht of het inderdaad zo dramatisch is gesteld met het krijgen van een vast contract en kwam tot de conclusie dat de situatie minder rampzalig is dan wordt voorgesteld. 

Metro schrijft dat steeds minder afgestudeerde studenten binnen anderhalf jaar een vaste baan hebben. Van de hbo’ers tekent maar 41 procent binnen anderhalf jaar een vast contract en van de academici is dat zelfs maar 34 procent. Bron van deze cijfers is een onderzoek van Elsevier naar de banen van afgestudeerde studenten.  Dat Metro Elsevier volledig vertrouwt, blijkt niet alleen uit het overnemen van de cijfers, maar ook uit het quoten van de woorden dat de kans op een vast contract ‘historisch laag’ is. 

Elsevier 

Het onderzoek van Elsevier werd gehouden onder 20.000 afgestudeerde studenten die meededen aan een schriftelijke enquête. Uit dit onderzoek blijkt inderdaad dat het krijgen van een vast contract moeilijk is. Maar dat is het al jaren. Sinds 2008 is er al sprake van een dalende lijn in het percentage vaste contracten onder afgestudeerden, die zich in 2011 verder doorzet. In 2010 had 33 procent van de academisch geschoolden en 43 procent van de afgestudeerde hbo’ers binnen anderhalf jaar een vast contract. In 2011 is dit respectievelijk 31 en 39 procent. Dit verschil is bijna verwaarloosbaar te noemen. De term ‘historisch laag’ – die de Elsevier zelf gebruikt – klopt dus wel, maar is te vaag en doet een ergere situatie vermoeden dan dat daadwerkelijk relevant is. 

Interessant is ook dat de verschillen tussen de beroepen groot zijn. Voor de afgestudeerde hbo’ers is de kans op een vast contract in de sector cultuur, sport en recreatie en in de horeca het laagst, respectievelijk 12 en 26 procent. Overigens heeft wel 56 procent van de hbo’ers in de horeca uitzicht op een vast contract. De zekerste sector voor hbo-afgestudeerden is de gezondheids- en welzijnszorg met 50 procent vaste contracten en 35 procent uitzicht op een vaste aanstelling. Voor de academici zijn gezondheids- en welzijnszorg en onderwijs juist onzekere sectoren met respectievelijk 19 en 17 procent kans op een vast contract, en 24 en 20 procent uitzicht op een vaste aanstelling. Wil een afgestudeerde WO’er zijn kans op een vast contract vergroten, dan moet hij in de landbouw en visserij of bij de nutsbedrijven gaan werken, waar 66 procent van de afgestudeerden al de belangrijke krabbel heeft bemachtigd. 

Kans op vast contract binnen 18 maanden na afstuderen (Afbeelding: Studie en Werk 2011 Elsevier)

Verwarring 

Een ander punt van kritiek is dat Elsevier gebruik maakt van verschillende cijfers. Oplettende lezers kunnen in verwarring worden gebracht en denken dat er sprake is van een verkeerde berekening. ‘Het betreft hier echter geen ‘fout’ in de berekening, maar een verwarring van twee begrippen’, aldus Ernest Berkenhout, die het artikel schreef. In het overzicht vanaf 2000 wordt er gebruik gemaakt van gecorrigeerde cijfers om de kans op een vast contract weer te geven. Op die manier kunnen de cijfers van voorgaande jaren correct met elkaar vergeleken worden. Er worden echter ook cijfers gegeven die niet gecorrigeerd zijn. De 41 en 34 procent waarover in het artikel van de Metro gesproken wordt, refereren specifiek naar de percentages van 2011 en zijn niet gecorrigeerd. 

Metro 

Metro heeft de cijfers op een correcte manier overgenomen. De 41 en 34 procent zijn namelijk niet gekoppeld aan de gegevens van voorgaande jaren. Daarentegen is Metro wel te gemakzuchtig geweest door de term ‘historisch laag’ over te nemen. Hoewel de term in feite correct is, is het geen duidelijke omschrijving en stuurt het de lezers de verkeerde richting op. Elsevier geeft de cijfers van alle jaren, waardoor de lezer zelf kan vaststellen wat ‘historisch laag’ precies inhoudt.  Metro neemt die woorden over, maar niet de complete cijfers. De lezer kan hierdoor een verkeerde indruk krijgen van de huidige situatie. 

Hoofdredacteur Robert van Brandwijk van Metro verklaart dat het bericht rechtstreeks afkomstig is van www.studenten.net, een site die vaker berichten levert voor de Metro-site. Wie dit bericht zonder controle heeft overgenomen en geplaatst, is bij Metro niet duidelijk. ‘Helaas is er geen auteur of bron vermeld onder het stukje. Dat had wel gemoeten. Voor een inhoudelijke reactie op het stuk verwijs ik je naar studenten.net. Ik kan vanaf hier niet beoordelen hoe het stuk tot stand is gekomen’, aldus Van Brandwijk. Na contact met studenten.net bleek het artikel geschreven te zijn door Arnoud Timmerman. Timmerman is inmiddels niet meer werkzaam bij studenten.net en reageerde niet op telefoontjes en mails van Nieuwscheckers. 

Charmant? Ja! Psychopaat? Misschien…

Monday, December 5th, 2011

door: Anchrit Edelaar en Anne Gotink

Eén op de 25 topfiguren is een psychopaat, aldus een artikel van 3 september 2011 op de websites van Trouw, AD en HLN.be. Nieuwscheckers zet daar vraagtekens bij: het is gebaseerd op onderzoek naar niet meer dan 203 Amerikaanse topmanagers. En bovendien: wanneer is iemand een psychopaat? Een hoogleraar psychologie: “Het past in de algemene trend van medicaliseren, elkaar bang maken voor anderen, en verdachtmaking van managers.’’

Dat één op de 25 topfiguren een psychopaat zou zijn, is gebaseerd op het onderzoek ‘Corporate Psychopathy: Talking the Walk‘, van de bekende psychologen Paul Babiak en Robert Hare. Het verscheen in april 2010 in het tijdschrift Behavioral Sciences & the Law. Beide psychologen zijn bekend van het boek Snakes in Suits, over de manier waarop psychopaten in hun werkomgeving functioneren.

Psychopathy Check List

Het onderzoek is uitgevoerd in Amerika, er werkten 203 deelnemers aan mee, die werkzaam waren in zeven verschillende bedrijven. Als één op de 25 topfiguren psychopaat zou zijn, houdt dat in dat er van die 203 deelnemers in Amerika maar acht psychopaat zijn. Is dit representatief voor de hele wereld? Trudy Dehue, hoogleraar psychologie in Groningen, maakt een aantal kanttekeningen bij de onderzoeksmethode van Babiak en Hare. Zij gebruiken de door Hare ontwikkelde Psychopathy Check List (PCL), een vragenlijst over de mate waarin iemand zonder veel schuldgevoel neigt tot manipulatie, leugenachtigheid en impulsiviteit. In de VS wordt deze lijst anders gebruikt dan in Europa, aldus Dehue: “In de VS ben je met een uitkomst van 13 op de PCL een psychopaat, in Europa pas met 18.’’ Aangezien de onderzoeken in de Verenigde Staten zijn uitgevoerd, kunnen de uitkomsten ervan weinig tot niets zeggen over het percentage psychopaten onder topfiguren in Nederland.

Bang maken

De artikelen op de nieuwssites schrijven psychopathen charmes toe die zij in het bedrijfsleven in de strijd zouden gooien om hun superieuren te misleiden: “Kenmerkend voor psychopaten is dat ze eigenlijk slechte managers zijn maar dat ze die zwakte goed verborgen kunnen houden voor hun eigen oversten dankzij hun charmes.’’ Maar wanneer ben je een psychopaat? Is dat vast te stellen door middel van een vragenlijst? Volgens Dehue kan je een vragenlijst als de PCL niet zomaar gebruiken om vast te stellen of iemand een psychopaat is of niet: “Een beetje aspirant-psychopaat manipuleert natuurlijk, helemaal als het gaat om gewenste uitkomsten op een test.’’ Met andere woorden: er  kan niet bewezen worden of de gegeven antwoorden oprecht zijn, vandaar dat er ook geen (objectieve) conclusie aan die antwoorden verbonden kan worden. Dehue doet het verband topfiguur-psychopaat af als onzin: “Het past in de algemene trend van medicaliseren, elkaar bang maken voor anderen, en verdachtmaking van managers. Natuurlijk zijn er managers die niet goed functioneren en die niet het beste voor hebben met hun personeel. Maar wat schieten we ermee op om een woord voor hen te gebruiken dat we normaal in verband brengen met serie-verkrachters en moordenaars?’’

De rol van de Persgroep

Metro publiceerde op 26 september 2011 over hetzelfde onderzoek onder de kop ‘Die vreselijke baas is écht een psychopaat’. Dit artikel, overgenomen van het Engelse zusterbedrijf van Metro, is iets voorzichtiger dan het stuk op de sites van Trouw, AD en HLN.be, en laat ook een van de onderzoekers, Paul Babiak, aan het woord. Metro hoort als enige van de vier genoemde mediakanalen niet bij de Persgroep Nederland, een samenwerkingsverband tussen Belgë en Nederland.

In 2009 heeft de Persgroep NV, een Vlaams mediabedrijf, de Nederlandse persgroep PCM Uitgevers overgenomen, eigenaar van onder meer AD en Trouw. Eén redactie levert berichten voor de verschillende nieuwssites.  Hierdoor is op de sites van AD, Trouw en HLN.be drie maal hetzelfde, ongecheckte bericht gepubliceerd. De algemene redactie van Persgroep Nederland verwees ons voor commentaar door naar  België, alwaar de telefoon niet opgenomen werd en we geen reactie kregen op door ons verstuurde e-mails.

98 procent verplegenden seksueel lastiggevallen. Of een derde. Of zo.

Friday, June 24th, 2011

Door: Lena Bounimovitch en Maud Etman

‘Veel seksuele intimidatie bij verplegenden’, meldde Trouw in maart op basis van een ANP-bericht: meer dan een derde van medewerkers in de zorg zou ermee te maken hebben. Of was het nog erger? In het bericht beweerde Mathilde Bos, auteur van een boek over seksuele intimidatie en docent aan de Hogeschool Utrecht, dat in werke-lijkheid zo’n 98 procent van alle zorgverleners wel eens seksueel geïntimideerd is. Dat laatste percentage is een persoonlijke schatting, het eerste de uitkomst van een rammelend onderzoek. 

De cijfers over seksuele intimidatie in de zorg zijn afkomstig uit een onderzoek door Bijzijn, een vakblad voor werkers in de gezondheidszorg. Bijzijn heeft een enquête gehouden ter gelegenheid van het Congres Seksualiteit, Intimiteit en Intimidatie in Utrecht en presenteerde de uitkomst zelf onder de kop ‘Ruim een op de drie collega’s slachtoffer seksuele intimidatie’.  Uit de enquête blijkt dat van ruim 900 respondenten 35,6 procent wel eens met seksuele intimidatie te maken heeft gehad. 82,3 procent van hen werden lastiggevallen door een patiënt: 6,73 procent non-verbaal, 54,7 procent met seksueel getinte opmerkingen en 31,09 procent met handtastelijkheden.

Maar dat is slechts het topje van de ijsberg, zegt Mathilde Bos, docente Verpleegkunde aan de Hogeschool Utrecht en verpleegkundige in de psychiatrie: “Ik denk dat in werkelijkheid 98% ooit in aanraking is geweest met seksuele intimidatie, maar dat niet als zodanig herkent. Seksueel getinte complimentjes horen er namelijk ook bij.” Opvallend is haar uitleg bij het idee dat mannen seksuele intimidatie minder vaak herkennen: “Mannen hebben niet geleerd dat seksuele aandacht ook intimiderend kan zijn. Ze zouden het altijd leuk moeten vinden. Een misvatting. Dat is de reden geweest dat het misbruik in de rooms-katholieke kerk zolang verborgen bleef.”

Bijzijn zette later ook de uitslag van de enquête op het web. Het totaal aantal ingevulde enquêtes staat daar aangegeven als 895. Dit aantal wisselt vervolgens per vraag; niet iedere respondent heeft alle vragen ingevuld. 313 mensen rapporteren dat ze in de afgelopen vijf jaar wel eens geconfronteerd zijn met seksuele intimidatie.

Het ANP baseerde zich, zo blijkt bij navraag, op de site van Bijzijn. De vraag of het ANP contact heeft opgenomen met Mathilde Bos blijft echter onbeantwoord. Net als de vraag of het persbureau die 98 procent niet wat aan de hoge kant vond. Wel is het duidelijk dat er niet naar de enquêteresultaten werd gevraagd: “Het ANP wist niet dat er een paar dagen later een bijlage is gepubliceerd. We konden daar dan ook niet over berichten”, aldus het ANP.

Enquête

900 mensen is een redelijk grote groep. Adri van Beelen, een van de opstellers van de enquête, vertelde ons waar het aantal vandaan komt: “Wat de doelgroep betreft, deze bestaat voor 90 procent uit verpleegkundigen en verzorgenden: mensen aan wie wij de wekelijkse nieuwsbrief sturen.” Zowel via de nieuwsbrief als de website bood Bijzijn de enquête aan. Uit het onderzoek bleek niet hoeveel mensen uiteindelijk benaderd zijn, maar dat waren er volgens Van Beelen 10.000: “Een respons van 9 procent is dus niet erg groot.” De enquête is echter bedoeld als peiling: “Wetenschappelijk is het niet. Dat pretenderen we ook niet.”

In de vragenlijst wordt niet uitgelegd wat de invuller moet verstaan onder  ‘seksuele intimidatie’.  “De vragen zijn niet van te voren uitgelegd,” aldus Van Beelen. “Seksuele intimidatie is een breed en bovenal subjectief verschijnsel. Het gaat om een vorm van gedrag die door de meerderheid als ongewenst wordt ervaren. De een zal daar eerder last van hebben dan een ander. Mensen die er meer over wilden vertellen, gaven hun mail of telefoonnummer.”

Definitie

Mathilde Bos wil seksuele intimidatie wel omschrijven: “Het is ‘ongewenste seksuele aandacht’. Pas als die aandacht als vervelend wordt ervaren, is het seksuele intimidatie.” Bos vond het jammer dat deze definitie niet in de enquête naar voren kwam:  “Na een lezing ben ik juist erg blij als mensen met de juiste definitie in hun hoofd naar huis gaan.”

Maar hoe kwam Bos bij die 98 procent? Dit haalde ze uit haar eigen ervaring, met name bij studenten in de zorg. Ook seksueel getinte opmerkingen vallen onder seksuele intimidatie, en zeker jonge verzorgenden krijgen hier vaak mee te maken. Maar krijgt niet íedereen dan in zijn leven te maken met seksuele intimidatie? Lachend:  “Ja, daar heb je denk ik wel gelijk in. Het verschil is dat je in het dagelijks leven makkelijker om iemand heen kan die iets naar je roept, dan in de zorg. In de zorg moet je iemand die seksueel getinte dingen tegen je zegt nog steeds helpen met douchen.”

En hoe komt Bos erbij dat misbruik in de katholieke kerk lang verborgen bleef doordat mannen seksuele intimidatie niet herkennen? Bos legt uit dat ze daar verkeerd is geciteerd, en er ook wel van geschrokken was: “Het klopt niet wat er staat.” Wat Bos bedoelde, was dat door de schandalen in de kerk nu mannen als slachtoffer op de maatschappelijke agenda staan, en mannen in de zorg het mogelijk sneller herkennen. Het probleem is dat met name vrouwen vaak als slachtoffer worden gezien en dat het bij mannen een nieuw fenomeen lijkt. Bos wijst erop dat ze niet had gevraagd of ze het artikel had mogen nalezen, waardoor Van Beelen zich er niet van bewust was dat er hierin een fout is gemaakt.

Maatschappelijke agenda

Seksuele intimidatie op de werkvloer is al eerder onderzocht. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) in 2009 bleek dat in de gemiddelde Nederlandse bedrijfstak per jaar 1,8 procent van de mannen en 5,1 procent van de vrouwen te maken krijgt met seksuele intimidatie. Deze cijfers zijn een stuk minder schokkend dan de resultaten van Bijzijn. Seksuele intimidatie wordt door iedereen anders ervaren en benoemd, maar zit er dan misschien toch een probleem in de zorg?

Het uiteindelijke doel van het artikel was niet het presenteren van wetenschappelijke onderzoeksresultaten, of het aanwijzen van slachtoffers van intimidatie. Van Beelen wilde het onderwerp op de maatschappelijke agenda zetten. “Omdat het voor sommigen nog altijd een taboe is.” Hoewel het noemen van percentages en het weergeven van verhalen van slachtoffers het artikel in eerste instantie een schrikeffect geeft, gaat het eigenlijk om herkenning. “Verpleegkundigen herkennen het niet en dat zorgt ervoor dat er te laat een grens wordt getrokken. Dan zien de verpleegkundigen het als een persoonlijk probleem, terwijl het een professioneel probleem is”, aldus Bos.

‘Agressie in de zorg is nou eenmaal een hot issue’

Thursday, December 30th, 2010

Door: Suzanne Reijgersberg en Ellen van Ruiten

Verpleegkundigen lijden onder agressie, meldden verschillende media eind oktober. Bron: een enquête van de Consumenten-bond, ingevuld door een kwart procent van de Nederlandse verpleegkundigen. Zij klagen niet alleen over agressieve patiënten, maar ook over de werkdruk – en ze vertellen dat ze vaak fouten maken met medicatie. Hoe kwam juist die agressie op de voorpagina van De Telegraaf? Niet via een persbericht van de Consumentenbond, ontdekte Nieuwscheckers, maar door een tip uit de Tweede Kamer.

De Telegraaf  kopt op het web: ‘Verplegers zijn geweld beu’ en op papier ‘Verpleging ten prooi aan geweld’, de Volkskrant: ‘Veel verpleegkundigen met agressie geconfronteerd’. De Telegraaf noemt het verbaal en fysiek geweld tegen verpleegkundig personeel zelfs ‘schrikbarend hoog.’ Als bron verwijzen beide kranten naar een enquête van de Consumentenbond die is ingevuld door 406 verpleegkundigen.  Dat is volgens de bond zelf minder dan vorig jaar, toen op eenzelfde soort enquête 670 reacties kwamen. Die respons is volgens de bond te laag om algemene uitspraken te doen over alle Nederlandse ziekenhuizen. Maar de uitkomsten geven wel een ‘bijzonder inkijkje in het werk van een verpleegkundige’.

Het artikel in de Consumentengids van oktober telt vier kantjes. Er komen verschillende knelpunten aan bod, zoals de hoge werkdruk, de onderbezetting en de fouten die op de werkvloer gemaakt worden en die niet of nauwelijks gemeld worden. Slechts een klein kopje bericht over de agressie van patiënten en hun familie.  Ruim de helft van de respondenten heeft in de eerste zes maanden van dit jaar te maken gehad met fysieke of verbale agressie, bijna een kwart is bedreigd met fysiek geweld, en acht procent heeft overwogen om te stoppen met werken. 

Tip uit de Tweede Kamer 

Agressie tegen hulpverleners was al vaker in het nieuws.  Agressie in de zorg is een dankbaar nieuwsonderwerp, beaamt Edwin van der Aa, parlementair journalist van De Telegraaf en schrijver van het bericht ‘Verplegers zijn geweld beu’: “Als journalist van De Telegraaf weet ik uit mijn werkervaring welke onderwerpen hot issues zijn en goed gelezen zullen worden. Agressie in de zorg is zo’n onderwerp waar mensen bij de koffieautomaat over gaan praten.” Van der Aa vertelt dat hij werd getipt door een bron uit de Tweede Kamer. Vervolgens heeft hij gebeld met de Consumentenbond om cijfers op te vragen. “Agressie tegen ambulancebroeders en brandweerpersoneel is al langer in het nieuws, maar geen enkele krant had nog bericht over agressie binnen de muren van het ziekenhuis.” 

Is het onderzoek zoveel aandacht waard? Beroepsorganisatie Nu ’91  schat het aantal werkzame verpleegkundigen in 2009 op circa 149.000. Een enquête onder slechts 406 personen, die zich bovendien zelf konden aanmelden, lijkt dus niet representatief. Dat de representativiteit van het onderzoek te wensen overlaat, erkent Van der Aa. “Het zijn niet mijn woorden, maar die van de Consumentenbond. Zij hebben een probleem gesignaleerd dat ik naar buiten breng.” 

Agressie niet enige probleem 

Eind september maakte het AD al melding van de medicatiefouten waar verpleegkundigen tegen de Consumentbond over klaagden, nieuws dat werd overgenomen door andere media. Ontbraken hierin de andere klachten, een maand later ging de berichtgeving eenzijdig over problemen met agressie.  Waarom heeft De Telegraaf  zich beperkt tot het nieuws over de agressie? Daar kan Van der Aa kort over zijn: “Ken uw werkgever. Agressie tegen hulpverleners is een hot issue in alle media, dus ook in De Telegraaf. Het is ook belangrijk dat er aandacht voor is.” Het artikel van Van der Aa kreeg uiteindelijk een plekje op de voorpagina, hoewel bij de eindredactie nog twee bronnen sneuvelden. Van der Aa: “Het is altijd jammer als je stuk niet wordt geplaatst zoals je het geschreven hebt. Een krant heeft nou eenmaal altijd te maken met een beperkte hoeveelheid ruimte en dan moet de eindredactie soms inkorten. Maar ik blijf erbij dat het stuk een prima weergave van de feiten geeft. Doordat twee reacties uiteindelijk de krant niet hebben gehaald, is het artikel niet minder geworden. De essentie van het nieuws is bewaard gebleven.”

Ziekenhuizen tevreden over nieuws
Hoewel de berichtgeving omtrent agressie in de zorg genuanceerder zou kunnen zijn, lijken de betrokken partijen hier geen moeite mee te hebben. Een belronde langs grote Nederlandse ziekenhuizen wijst uit dat ook de ziekenhuizen alleen maar blij zijn met de aandacht voor dit onderwerp. De meeste kunnen zich vinden in de resultaten van de enquête. Het VU Medisch Centrum nam verschillende maatregelen om de agressie te verminderen. ‘Zo is er een beleid genaamd  ’VUmc Agressievrij’, er zijn eigen  sanctiemogelijkheden tegen daders, aangifte doen wordt  gestimuleerd, en er zijn veiligheidstrainingen en scholing,’ aldus Martin Kersloot, beleidsmedewerker bij het VUmc.

Ook het Erasmus MC werkt aan een oplossing voor agressie op de werkvloer. Samen met politie, justitie en andere ziekenhuizen in de regio tekenden zij half november een protocol om de problematiek omtrent agressie aan te pakken. “Met dit protocol hebben we afgesproken om altijd aangifte te doen van een agressie-incident, zo kan de politie snel en adequaat optreden”, vertelt persvoorlichter David Drexhage.

Kamervragen
In de politiek werd de uitkomst van de enquête met beide handen aangegrepen om agressie in de zorg op de agenda te zetten. Sabine Uitslag, CDA-kamerlid en voormalig verpleegkundige, stelde op 20 oktober – de dag dat het Telegraaf-artikel verscheen – Kamervragen over het artikel in de Consumentengids.  Zij vroeg behalve voor de agressie ook aandacht voor andere klachten, zoals de hoge werkdruk. Twee dagen later stelden ook de PvdA-Kamerleden Kuiken en Wolbert vragen aan de minister, verwijzend naar het Telegraaf-artikel.  Zij beperkten zich tot de agressie.

Sandra de Jong, woordvoerder van de Consumentenbond, heeft wel begrip voor de keuzes van journalisten:  “Als Consumentenbond moeten we soms kiezen voor één aspect dat we in een korte berichtgeving naar voren halen, het is goed dat de andere zaken door de kranten zijn benoemd. Daarnaast moet ik zeggen dat het voor ons met name belangrijk is dat het nieuws wordt opgepakt en in dit geval heeft het zelfs tot Kamervragen geleid. Dat is alleen maar goed voor de aandacht die de verpleegkundigen daarmee hebben gekregen”, aldus De Jong.

Zinloos geteld

Thursday, April 9th, 2009

Olivier Houppermans

Afgelopen maandag 6 april 2009 was de nationale actiedag om agressie tegen hulp- en dienstverleners aan de kaak te stellen. En dat was hard nodig, want het geweld neemt zienderogen toe, zo blijkt uit een onderzoek van de vakbond Abvakabo FNV. Diverse media maakten melding van alarmerende cijfers. Maar die kloppen niet. Abvakabo heeft op een erg dubieuze manier geteld.

Al halverwege maart verschijnen de eerste berichten in de media die cijfers melden over het  toenemende geweld tegen dienstverleners. Via het ANP berichten onder meer Metro, Algemeen Dagblad, Brabants Dagblad, BNR Nieuwsradio en De Gelderlander dat één op de vijf hulp- en dienstverleners elke maand minimaal één keer wordt geschopt, gespuugd of geslagen. Dat zou blijken uit de voorlopige resultaten van een webenquête van Abvakabo FNV waaraan tot dan toe 500 mensen hadden deelgenomen.

Afgelopen maandag maakte de vakbond de eindresultaten bekend. Ze werden verspreid via diverse media, zoals Elsevier, Nu.nl, Eindhovens Dagblad, het Reformatorisch Dagblad en het NOS Journaal.

Het beeld dat de media schetsen is alarmerend:

  • 42 procent van die medewerkers krijgt wekelijks te maken met verbale agressie
  • 10 procent wekelijks met fysiek geweld
  • 62 procent van de werknemers geeft aan dat agressie vaker voorkomt dan voorheen
  • 77 procent geeft aan dat de vormen van agressie gewelddadiger zijn geworden

Maar hoe heeft Abvakabo FNV geteld?

Het tellen is als volgt gegaan: op de website ikmeldagressie.nl konden mensen een vragenlijst invullen. De enquete was voor iedereen toegankelijk, dus iedereen – hulpverlener of niet – kon de vragen beantwoorden. Bovendien konden mensen de vragenlijst zo vaak invullen als ze wilden.

Persvoorlichter Tonnie Dijkhuizen van Abvakabo: “De enquête was inderdaad open toegankelijk en ook dubbeltellingen werden meegerekend in de eindcijfers.” Maar naar zijn idee was het probleem beperkt: “Een site ikmeldagressie.nl van de Abvakabo trekt toch voornamelijk dienstverleners. Daarnaast moesten de ondervraagden aangeven in welke sector zij werkzaam zijn.”

Maar een site met die titel trekt vermoedelijk ook voornamelijk mensen die slachtoffer zijn geweest van agressie. Iemand die daar nooit mee te maken heeft gehad, zal niet snel zo’n site bezoeken. Dijkhuizen van Abvakabo erkent dat manco: “Het doel van de enquête was niet om een representatieve steekproef te nemen, maar om te kijken welke zorgen er leven onder de dienstverleners.”

De ANP-journalist die het nieuws halverwege maart naar de media verspreidde, Rennie Rijpma, tevens chef Binnenland van het ANP, ziet ook de zwakke punten van het onderzoek: “Ikmeldagressie.nl geeft uiteraard geen representatief beeld van de werknemers in de publieke sector. En uiteraard zijn slachtoffers oververtegenwoordigd, zij zijn degenen die worden opgeroepen om zich te melden.”

Maar met het ANP-bericht is volgens haar weinig mis, want daarin staat expliciet dat het een tussenstand is. “Ik zou hier overigens niet spreken van een onderzoek. Het gaat om een website waar werknemers die te maken hebben gekregen met geweld zich kunnen melden.”

Voor de Abvakabo hebben de cijfers hun werk gedaan: ze hebben gezorgd voor volop publicitiet. Maar de media hebben de cijfers wel erg makkelijk voor zoete koek geslikt. Ondanks het belang van zo’n actiedag was een kritische blik op  deze zinloze telling niet verkeerd geweest.

In de Volkskrant van vandaag zet Marcel van Dam ook vraagtekens bij de cijfers van Abvakabo.

Aspirant-agenten stoppen niet vanwege salaris

Thursday, March 12th, 2009

Door Leonie Kerssens

“Veel aspirant-agenten van het korps Rotterdam-Rijnmond stoppen voortijdig met hun opleiding, omdat ze te weinig verdienen.” Zo begint het artikel ‘Aspirant-agenten vlug weg: Grote onvrede over het geringe salaris’ van Gerda Frankenhuis in De Telegraaf van woensdag 18 februari. Opvallend is dat verderop in het artikel ook andere redenen worden genoemd: ‘Veel’ uitval is te wijten aan laakbaar gedrag van de studenten en ‘een aantal’ studenten vindt de opleiding tegenvallen. Maar wat de belangrijkste reden is, wordt in het artikel niet duidelijk, want er worden geen cijfers vermeld. Reden voor de nieuwscheckers om op onderzoek te gaan.

De rode draad van het Telegraaf-artikel is de zeer hoge uitval binnen de opleiding van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. Dit kost het korps veel geld. Het artikel wekt de indruk dat het tegenvallende salaris de belangrijkste reden is voor aspirant-agenten om met hun opleiding te stoppen. Telegraaf-journalist Gerda Frankenhuis geeft als bron in haar artikel een onderzoek binnen het Rotterdamse korps en het interne blad. Ze vertelt me aan de telefoon dat het om het blad Geboeid gaat en dat ik zelf maar de politie moet bellen om aan alle informatie te komen.

Verkeerde beroepskeuze

De stafdienst Communicatie van het korps Rotterdam-Rijnmond helpt me verder. De schrijver van het stuk in Geboeid is Roland Ekkers en van hem krijg ik de digitale versie van het nummer toegestuurd.  ‘Klaar voor de start…en weg zijn ze’, zo heet het artikel in Geboeid. Al snel zie ik dat de journalist van De Telegraaf veel informatie uit het stuk direct heeft overgenomen. Enkele citaten, zoals die van de districtchef, zijn letterlijk hetzelfde.

In het artikel in Geboeid worden verschillende redenen gegeven voor de uitval van aspirant-agenten tijdens hun opleiding. Deze zijn onderzocht door de afdeling P&O via exitgesprekken. Ze worden samengevat in een top vijf: verkeerde beroepskeuze staat op de eerste plaats, direct gevolgd door ongepast gedrag. Het lage salaris komt in deze top vijf niet voor.

Ex-agenten

Hoe komt Gerda Frankenhuis dan aan de bewering dat het salaris de belangrijkste reden is? Met deze vraag bel ik haar nogmaals op. Zij wijst me op de volgende zin in het Geboeid-artikel: “Arbeidsvoorwaarden en een laag salaris blijken voor de geïnterviewde ex-collega’s belangrijke redenen om het korps de rug toe te keren.” Dat gaat echter niet over aspirant-agenten die tijdens hun opleiding stoppen.

Naast de beschrijving van de hoge uitval in de opleiding worden in het artikel namelijk ook nog enkele individuele ex-agenten geïnterviewd die na hun opleiding gestopt zijn. Het salaris en de arbeidsvoorwaarden wordt door hen als belangrijke reden aangevoerd. Maar dit speelt pas ná de opleiding, als de agenten erachter komen dat zij meer verwacht hadden van hun salaris. Bovendien, zo blijkt uit een telefoongesprek met Roland Ekkers, geldt deze reden vaak in combinatie met een andere, persoonlijke motivatie om te vertrekken, bijvoorbeeld na een onverwachte herplaatsing binnen het korps.

De suggestie die het artikel in De Telegraaf wekt is dus verkeerd. Een laag salaris is zeker niet de belangrijkste reden voor de hoge uitval tijdens de opleiding. Pas in de beroepspraktijk gaat dit meespelen en gaan sommige agenten op zoek naar een beter betaalde baan. Maar naar de grootte van deze groep is nog geen onderzoek gedaan, aldus Roland Ekkers. Het is dus lastig in te schatten hoeveel agenten het politiekorps daadwerkelijk verlaten vanwege hun salaris.

Het artikel ‘Aspirant-agenten vlug weg: Grote onvrede over het geringe salaris’ uit De Telegraaf van woensdag 28 februari 2009 staat niet online.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes