economie

Strijd tussen mens en machine op de beursvloer blijkt geen strijd te zijn

Monday, October 10th, 2016

Door: Sjoerd Ponstein en Bente Schreurs

”Beleggers beleggen tóch nog altijd beter dan computers”, kopte RTL Z op 21 september 2016. Uit een studie van de universiteit van Cambridge zou blijken dat ”de mens gedoemd is als we uitgaan van computers bij het beleggen.” De intuïtie van handelaren zou onverslaanbaar zijn. Kan de strijd tussen mens en machine op dit ene punt beslecht worden? En is er werkelijk sprake van een strijd tussen computers en beurshandelaren? Nieuwscheckers dook in de wereld van de beurshandel en ontdekte dat RTL Z onterecht uitging van een vergelijking tussen mens en machine in het onderzoek. Daarnaast stellen experts op het gebied van beleggen dat algoritmes de menselijke beleggers tegenwoordig wel degelijk aftroeven.

Media als RTL Z en Het Financieele Dagblad berichtten over dit opvallende onderzoek, maar ook buitenlandse kranten als De Morgen, The New York Times en Financial Times. De beweringen in het artikel van RTL Z lijken op het eerste gezicht wetenschappelijk onderbouwd. Onderzoeker John Coates en zijn collega’s observeerden 18 mannelijke beurshandelaren, die voor een beursfonds in Londen werkten. Zij werden vergeleken met een controlegroep van 48 niet-beleggers, voornamelijk studenten.

Met zijn onderzoek wilde Coates aantonen dat mensen die gevoelig zijn voor het herkennen van de signalen van hun lichaam – zogenaamde interoceptieve signalen, zoals de hartslag – beter in staat zijn onder grote druk beslissingen te nemen. De onderzoekers gingen na in hoeverre proefpersonen een juiste inschatting konden maken van het tempo van hun hartslag, de zogeheten heartbeat awareness method (HBA). Dit zou een indicator zijn voor hun intuïtie. Succesvolle beurshandelaren bleken gevoeliger voor deze signalen en presteerden dus beter op het gebied van risicovolle besluitvorming.

Wat klopt hier niet?

Niet alleen de kop van het nieuwsbericht van RTL Z, maar ook de inleiding en het slot impliceren een onderzoek waarin de beleggingsresultaten van computers en mensen worden vergeleken. ”Het werk van beurshandelaren wordt steeds vaker overgenomen door computers met slimme algoritmes”, schrijft journaliste Saskia van Huijgevoort. Het experiment van John Coates zou aantonen dat dit geen goed idee is. Maar in het originele onderzoek wordt nergens een vergelijking met computers getrokken. Er wordt zelfs amper gerept over algoritmes!

Het originele onderzoek betrof namelijk een vergelijking tussen beurshandelaren en niet-beleggers, zoals studenten. Niet heel vreemd dat beurshandelaren beter presteren dan studenten, maar zouden ze inderdaad beter presteren dan computers? Dat is een vraag die niet beantwoord kan worden op basis van het aangehaalde onderzoek. Volgens RTL Z zou John Coates tegen nieuwsdienst Reuters gezegd hebben dat mensen de strijd tegen computers gaan winnen. Coates zei echter: ”Humans can indeed compete against machines.” Over winnen wordt weinig gezegd. Wellicht een iets te vrije vertaling?

Wat zeggen experts?

Nieuwscheckers legde de vraag ”Zijn mensen inderdaad nog altijd beter in beleggen dan computers?” neer bij een aantal experts op het gebied van beleggen en algoritmische handel. Volgens hoogleraar financiën en financiële markten Clemens Kool van de Universiteit Utrecht is er geen bewijs dat actief handelen door beurshandelaren op langere termijn leidt tot betere resultaten. Kool: ”Computers zijn beter in het opsporen van patronen en arbitrageverschillen in de markt.” Zeker wanneer het op snelle beslissingen aankomt, leveren computers volgens Kool beter werk dan mensen. Albert Menkveld, hoogleraar financiële economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, geeft een duidelijk antwoord. ”Nee”, zegt hij, ”computers zijn beter in het beleggen van digitaal beschikbare informatie en kunnen snellere beslissingen maken.” Daar voegt hij wel aan toe dat het eraan ligt wat er belegd moet worden.

Volgens Menkveld bestaat er een verschil tussen harde en zachte data. Het eerste type betreft toetsbare informatie, zoals de prijs van aandelen en de marktindex. Zachte data gaat over meningen, waarden en percepties, zoals de evaluatie van kennis binnen een bedrijf. Waar mensen beter beleggen als het gaat om beslissingen op basis van zachte data, zijn computers beter in het verwerken van harde data.  Coates testte proefpersonen die handelden in financiële derivaten, die onder de harde data vallen. Computers zouden volgens de theorie van Menkveld dus beter in staat zijn beleggingsbeslissingen te nemen die gebaseerd zijn op dit type informatie.

Expertise boven onderbuikgevoel

De conclusie van het onderzoek is dat handelaren die hun hart bewust voelden kloppen, meer succes hebben. Met andere woorden, ze luisteren beter naar hun ‘onderbuikgevoel’. Dit is een lastig te definiëren begrip. Kan een onderbuikgevoel inderdaad gemeten worden door het je bewust zijn van je hartslag? Albert Menkveld vindt hartkloppingen niet de beste maatstaf voor succesvol beleggen. ”Het gaat eerder om expertise dan om een onderbuikgevoel. Er is wel sprake van een wisselwerking tussen de twee: hoe meer training en expertise je hebt, hoe beter je onderbuikgevoel wordt ontwikkeld.” Dit zou een reden kunnen zijn voor de hogere scores van de beurshandelaren.

Remco Zwinkels, hoogleraar gedragseconomie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en gespecialiseerd in risicomanagement, is eveneens van mening dat mensen niet per se beter zijn in beleggen dan computers. Ook Zwinkels noemt snelheid als het grootste voordeel dat computers hebben. Vooral als het gaat om high frequency trading zijn computers volgens hem beter dan mensen. Opvallend is dat de proefpersonen in Coates’ onderzoek allen actief waren in dit hogesnelheidshandelen. Toch sluit hij het belang van intuïtie niet uit bij beleggen. ”Ik denk dat het intuïtieve gedeelte van de mens belangrijk is bij het maken van beslissingen.” Hoewel Zwinkels intuïtie een moeilijk te vangen begrip noemt, heeft dit onderzoek volgens hem op een leuke en creatieve manier aangetoond dat we het emotionele gedeelte van de mens niet buiten beschouwing kunnen laten.

De onderzoeker

In een reactie op de kritiek op zijn onderzoek, geeft onderzoeker John Coates toe dat de heartbeat awareness method niet feilloos is. “Er zijn meerdere manieren om de gevoeligheid voor interoceptieve signalen bij mensen te meten en HBA is hiervan het meest onderzocht en het gemakkelijkst uit te voeren. Het toont echter geen direct verband aan tussen de hartslag en de prestaties van de proefpersonen. Bovendien zijn er meerdere interpretaties mogelijk”, aldus Coates. Uit het onderzoek komen volgens de wetenschapper echter wel ‘opmerkelijke resultaten’, die gebruikt kunnen worden voor toekomstig onderzoek. Coates: “Zonder de rommelige en voorlopige conclusies van veldwerk zou de wetenschap opdrogen”. De onderzoeker bevestigt overigens dat er in zijn onderzoek geen sprake is van een strijd tussen mens en computer en dat de kop van het artikel van RTL Z niet klopt.

Conclusie

Beleggers tóch beter in beleggen dan computers? Nee, toch niet. Hoewel de menselijke factor in de beurshandel zeker niet onbelangrijk is, troeven algoritmes de menselijke intuïtie wel degelijk af.  Mythe ontkracht zou je zeggen, ware het niet dat het onderzoek waarop RTL Z zich baseert deze mythe nooit de wereld heeft ingeholpen. Een wellicht iets te vrije vertaling maakt dat het nieuwsartikel conclusies trekt die volkomen losstaan van de bevindingen van de onderzoeker. De auteur van het artikel is niet ingegaan op het verzoek te reageren.

Foto: Andy Hill (Wikimedia Commons, CC0)

Paniek: er is straks écht te weinig koffie

Thursday, October 29th, 2015

Door: Shannon Bakker en Ali Şahin

Op 3 oktober bracht de Belgische nieuwssite Het Laatste Nieuws een bericht onder de schokkende  kop: “Paniek: is er binnenkort te weinig koffie in de wereld?” In het stuk beweert Andrea Illy, CEO van koffieproducent Illycaffè dat er al in het volgende decennium een tekort aan koffie zal ontstaan. Illy: “We consumeren allemaal steeds meer koffie. Als het zo doorgaat, zullen we het volgende decennium een extra 40 tot 50 miljoen zakjes koffie nodig hebben om iedereen te bevoorraden. En dat is meer dan wat we momenteel kunnen produceren.” Maar klopt het wel dat de koffie op gaat raken? Gaan we echt zoveel meer koffie drinken?

Laten we om deze vraag te beantwoorden eerst kijken naar de huidige trends. De organisatie die hier de meest betrouwbare cijfers over heeft is de ICO (International Coffee Organisation). Dit is een organisatie voor koffieproducerende en -importerende landen. De ICO werd in 1963 onder toezicht van de VN opgericht. Uit cijfers van de ICO blijkt dat de wereldwijde koffieconsumptie de afgelopen vier jaar met gemiddeld 2,3 procent steeg.  In 2014 werden er 149 miljoen zakken koffie van 60 kg verbruikt. Als de trend zich doorzet, zijn er in 2025 187 miljoen zakken koffie nodig. Dat zijn 38 miljoen extra zakken en dit komt dus aardig in de buurt van de 40 tot 50 miljoen zakken waar Illy over sprak.

Er is nog wel één bezwaar tegen deze berekening. Dat is dat vier jaar een nogal korte periode is om een voorspelling mee te doen voor 2025. Vorig jaar steeg de consumptie bijvoorbeeld maar met 1,1 procent. Wanneer je met dít percentage een voorspelling doet, wordt het aantal extra benodigde koffiezakken ruim gehalveerd. Wel kunnen we voor nu zeggen dat de koffieconsumptie inderdaad stijgt. En dat het in de toekomst niet onwaarschijnlijk is dat er flink meer koffie zal moeten worden geproduceerd om deze groei bij te houden.

Klimaatverandering

Maar is het dan niet mogelijk om gewoon meer koffie te gaan verbouwen? Bij de beantwoording van deze vraag stuiten we op een nog veel groter gevaar voor ons dagelijkse kopje koffie. En dat is klimaatverandering. Onderzoek naar koffieproductie in Tanzania heeft aangetoond dat de opbrengst van één hectare landbouwgrond met bijna 17 kg daalt wanneer de gemiddelde nachttemperatuur met één graad stijgt.

Volgens Ken Giller, professor Plant Production Systems aan de universiteit van Wageningen is het waarschijnlijk dat ook buiten Tanzania de productie daalt. “Overal ter wereld is er sprake van temperatuurstijging en dit zal dus invloed hebben op de opbrengsten van de koffievelden.” Ken Giller wijst ook op de andere gevolgen van klimaatverandering: “Door klimaatverandering is er steeds meer extreem weer. Lange droogtes of een heftige storm kunnen de gehele oogst in één keer vernietigen.”

De negatieve gevolgen van klimaatverandering worden bevestigd in een rapport van het IPCC (Intergovermental Panel on Climate Change), een wetenschapsinstituut opgericht door de VN om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen. Als de temperatuur op aarde 2 tot 2,5 graden stijgt, alds het IPCC, zal een groot gedeelte van de huidige koffieplantages ongeschikt worden voor het verbouwen van koffie. Nieuwe gebieden die door klimaatverandering wel geschikt worden, zijn vaak kostbare beboste natuurgebieden.

Volgens Ken Giller zullen we de gevolgen van klimaatverandering op de productie van koffie al in de komende tien à twintig jaar kunnen zien.

Oordeel

We drinken met z’n allen steeds meer koffie en door klimaatverandering kan er steeds minder koffie worden geproduceerd. Om deze redenen beoordelen we de stelling dat er een tekort aan koffie gaat ontstaan als waar. Wanneer dit tekort ontstaat valt niet precies vast te stellen, maar het is waarschijnlijk dat dit al in het komende decennium gaat gebeuren.

Foto Zach Inglis, Flickr (CC BY-NC 2.0)

Ouderen in Nederland zeker niet allemaal ‘rijker dan ooit’

Tuesday, October 22nd, 2013

Sam van Raalte en Ralf de Jong

Foto: Flickr/EnvironmentBlog

Ouderen en hun economische positie in de samenleving zijn op dit moment een heet gespreksonderwerp onder Nederlandse economen. Yvonne Hofs, economieredacteur van de Volkskrant, startte een publieke discussie via een reeks artikelen. Zijn ouderen rijker dan ooit? Nieuwscheckers zoekt de nuance: niet alle ouderen zijn rijker, maar vooral zij die pas kort de 65 zijn gepasseerd. Hun doorsnee inkomen is de laatste jaren juist gedaald en hun koopkracht nam sneller af dan bij andere leeftijdsgroepen. (more…)

Vergelijking kans op vals geld en winkans loterij nooit onderzocht

Tuesday, October 22nd, 2013

door: Iris Olsthoorn & Harriot Voncken

‘Kans nepbiljet gelijk aan grote loterijprijs’, schreef het ANP op 19 september 2013. Bron: de resultaten van een tweejaarlijks onderzoek van De Nederlandsche Bank. Onder andere Nu.nl, Telegraaf.nl en RTLniews.nl plaatsten het bericht. Uit het onderzoek van DNB zou blijken dat de kans om in Nederland een vals biljet in handen te krijgen 0,002 procent is. Dat is ongeveer net zo groot als de kans om een grote prijs in de staatsloterij te winnen, aldus het bericht. Alleen werd die kans in het desbetreffende onderzoek helemaal niet onderzocht.

Het gaat om het onderzoek Euro banknotes report 2013, uitgevoerd door TNS NIPO. Het werd eveneens op 19 september gepubliceerd op de website van DNB, in het DNBulletin, onder het kopje ‘Wat vindt Nederland van het eurobiljet?’ Het 90 pagina’s tellende rapport, geschreven door Julie Visser en Walter Dijkers, heeft als ondertitel: A study about awareness and recognition of the euro banknotes among the Dutch.

Dat is dan ook exact waar het onderzoek over gaat: de mening over eurobankbiljetten in Nederland. Er wordt door de onderzoekers slechts gerept over de kans op een vals biljet die Nederlanders dénken te lopen. Maar hoe werd die kans dan de kop van alle artikelen die over het Euro banknotes report 2013 gaan? En waarom beweert het ANP dat deze kans de conclusie van dit onderzoek was?

‘Ludieke bewoording’
Nieuwscheckers sprak Remko Vellenga van DNB. Hij benadrukt dat de kans van 0,002 procent, iets minder zelfs, klopt: “Er ligt alleen geen verdere nadruk op in het gepubliceerde onderzoek. Het heeft zoveel aandacht gekregen in de media omdat het in die ludieke bewoordingen in het persbericht stond.” De vergelijking met een prijs uit de staatsloterij is niet onderzocht. Vellenga: “Daar had eigenlijk een voetnoot bij moeten staan. Die vergelijking komt van internetbronnen, zonder enige wetenschappelijk onderbouwing.”

Volgens de woordvoerder van DNB heeft het ANP geen contact met de bank opgenomen om het nieuwsbericht te verifiëren.

Nuance
De NOS, de enige website die ANP niet als bron noemt, bracht deze nuancering wel aan: “De kans dat een Nederlander een vals eurobiljet in handen krijgt is 0,002 procent; ongeveer net zo veel als de kans op een grote prijs in de Staatsloterij. Dat zegt De Nederlandsche Bank bij de publicatie van een onderzoek naar de kennis bij het publiek over eurobiljetten.”

Hergebruikte cijfers
De kans op een vals biljet wordt  ieder halfjaar wel berekend door DNB in een ánder onderzoek. Dat werd in juli gepubliceerd en kreeg toen ook aandacht van het ANP. Dezelfde cijfers worden door het ANP nu dus opnieuw gebracht – alleen in andere bewoordingen – op basis van een onderzoek dat daar niet eens aan gerelateerd is.

Wij belden het ANP voor een reactie. Joep Polderman, de ANP-journalist verantwoordelijk voor het recente artikel over nepbiljetten, heeft naar eigen zeggen wél contact gehad met DNB over het rapport. De kracht van de “ludieke bewoording” in het persbericht was blijkbaar zo sterk, dat Polderman de keuze voor de invalshoek van zijn artikel hier van af liet hangen: “Je kiest toch altijd datgene wat het meest interessant is om over te schrijven. Je moet het publiek op de een of andere manier naar jouw artikel trekken.” Bovendien heeft hetgeen waar over geschreven wordt, volgens hem zelden precies dezelfde invalshoek als dat wat het bedrijf zelf naar buiten brengt.

NOS struikelt over cijfers in eigen onderzoek over bezuinigen

Tuesday, October 22nd, 2013

Door Martine Braam en Alieke Hoogenboom

De NOS concludeerde op Prinsjesdag op grond van een eigen enquête dat we met zijn allen nog meer de hand op de knip blijven houden: ‘Nederlanders blijven bezuinigen’. De ondervraagden zeiden inderdaad opnieuw te gaan bezuinigen, maar dat dit minder is dan vorig jaar vertelde de NOS daar niet bij. Het onderzoek is slordig en onnodig negatief geïnterpreteerd. Nieuws als dit kan werken als een self-fulfilling prophecy, waarschuwt een hoogleraar gedragswetenschappen.

De vragenlijsten zijn in opdracht van de NOS afgenomen door onderzoeksbureau Ipsos, dat het volledige onderzoek zonder toestemming van de NOS niet mag verstrekken. Een telefoontje naar de NOS volgt. De NOS is “hartstikke transparant”, wat jullie doen is “dubbel factchecken, “en “ik heb hier eigenlijk geen zin in,” krijgt Nieuwscheckers te horen. Na wat contact over en weer blijkt het onderzoek te zijn vrijgegeven en kan Nieuwscheckers aan de slag.


Blijven Nederlanders echt bezuinigen?

Bron p.8.

In de bovenstaande grafiek is te zien waarop Nederlanders voornamelijk bezuinigen. De kop ‘Nederlanders blijven bezuinigen’ suggereert dat we in het algemeen meer gaan bezuinigen. Ook beweert de NOS: ‘Ipsos meldt na een onderzoek in opdracht van de NOS dat mensen vooral bezuinigen op uit eten, kleding en vakanties.’ Dat Nederlanders nog steeds bezuinigen klopt, maar uit de grafiek blijkt dat ze juist minder gaan bezuinigen op uit eten gaan, kleding en vakanties.

Bron p. 13.

Bij de vraag ‘Als ik een financiële meevaller heb van €1000,- dan…’ krijgen de ondervraagden twaalf mogelijkheden. De NOS concludeert uit de resultaten dat ‘bijna de helft’ van de Nederlanders de duizend euro opzij zou zetten voor later. Als Nieuwscheckers de percentages bij elkaar optelt, komt het geheel uit op 169 procent. Dit is of onmogelijk, of er waren meerdere antwoordmogelijkheden. Nieuwscheckers maakt hieruit op dat niet iedere ondervraagde de volle duizend euro opzij zou zetten, maar een deel hiervan wellicht ook zou besteden aan bijvoorbeeld op vakantie gaan, iets kopen wat normaal te duur is of het huis opknappen. In het nieuwsbericht zegt de NOS dat de helft de meevaller apart zou zetten voor later, in het Ipsos-raport is dat 46 procent.

Ook merkt Nieuwscheckers op dat er aan de onderzoeksvragen en antwoordmogelijkheden het een en ander schort. De vraag ‘Merkt u iets van de crisis?’ kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Men kan de crisis merken door de eigen woon-, werk-, en leefsituatie, maar ook doordat er in de media over wordt gesproken of omdat de buurvrouw continu een kopje suiker komt lenen. In de ogen van Nieuwscheckers mist er in dit onderzoek nuance en is de vraagstelling af en toe subjectief.

‘Die negatieve spiraal moet doorbroken worden’

Voor een deskundige blik op dit onderzoek nemen we contact op met Fred van Raaij. Hij is hoogleraar Sociale Gedragswetenschappen aan de Universiteit Tilburg en heeft meerdere onderzoeken gedaan naar psychologie binnen de economie. “Problematisch in dit onderzoek is dat een term als ‘rondkomen’ voor iedereen iets anders betekent. Zo’n begrip zou je als onderzoeker moeten uitleggen, maar zelfs dan is het gevaar dat mensen het alsnog verschillend interpreteren. Daarnaast is dit nieuwsbericht een self fulfilling prophecy. Daarmee bedoel ik dat het een negatieve invloed heeft op consumenten. Als iemand dit leest, denkt hij: ‘Misschien moet ik ook maar op de rem gaan staan.’ De voornaamste reden dat mensen bezuinigen is omdat ze pessimistisch zijn over de toekomst. Ze hebben geen vertrouwen in de economie. Die negatieve spiraal moet doorbroken worden, maar daar helpt zo’n nieuwsbericht niet bij. Die versterkt het alleen maar. En juist omdat het onderzoek te simpel is uitgevoerd en niet veelzeggend genoeg is, wordt dat negatieve gevoel voor niets aangewakkerd. De NOS had ook een positieve draai aan het onderzoek kunnen geven.”

Conclusie

De NOS heeft te snel conclusies getrokken uit de Ipsos-peiling. Het nieuwsbericht krijgt hierdoor een onterecht negatieve insteek. De NOS had er ook voor kunnen kiezen het nieuwsbericht een positieve draai te geven. Nieuwscheckers is benieuwd naar de motivatie voor deze keuze en vraagt de NOS om opheldering. We krijgen veel mensen aan de telefoon, maar helaas kan of wil geen van hen een reactie geven.

Kans op vast contract historisch vaag

Monday, January 2nd, 2012

door: Suzette Hermsen en Laura Mecredy 

Enkele jaren geleden waren studenten met een hbo- of universitair diploma nog redelijk verzekerd van een vaste baan. Tegenwoordig is het anders. De arbeidsmarkt wordt steeds krapper en het tekenen van een vast contract is minder vanzelfsprekend dan voorheen. ‘Kans op vast contract historisch laag‘, kopt Metro zelfs. En nu.nl voorspelt dat er over twintig jaar ‘helemaal geen ruimte meer zal zijn voor vaste contracten of CAO’s’. Nieuwscheckers onderzocht of het inderdaad zo dramatisch is gesteld met het krijgen van een vast contract en kwam tot de conclusie dat de situatie minder rampzalig is dan wordt voorgesteld. 

Metro schrijft dat steeds minder afgestudeerde studenten binnen anderhalf jaar een vaste baan hebben. Van de hbo’ers tekent maar 41 procent binnen anderhalf jaar een vast contract en van de academici is dat zelfs maar 34 procent. Bron van deze cijfers is een onderzoek van Elsevier naar de banen van afgestudeerde studenten.  Dat Metro Elsevier volledig vertrouwt, blijkt niet alleen uit het overnemen van de cijfers, maar ook uit het quoten van de woorden dat de kans op een vast contract ‘historisch laag’ is. 

Elsevier 

Het onderzoek van Elsevier werd gehouden onder 20.000 afgestudeerde studenten die meededen aan een schriftelijke enquête. Uit dit onderzoek blijkt inderdaad dat het krijgen van een vast contract moeilijk is. Maar dat is het al jaren. Sinds 2008 is er al sprake van een dalende lijn in het percentage vaste contracten onder afgestudeerden, die zich in 2011 verder doorzet. In 2010 had 33 procent van de academisch geschoolden en 43 procent van de afgestudeerde hbo’ers binnen anderhalf jaar een vast contract. In 2011 is dit respectievelijk 31 en 39 procent. Dit verschil is bijna verwaarloosbaar te noemen. De term ‘historisch laag’ – die de Elsevier zelf gebruikt – klopt dus wel, maar is te vaag en doet een ergere situatie vermoeden dan dat daadwerkelijk relevant is. 

Interessant is ook dat de verschillen tussen de beroepen groot zijn. Voor de afgestudeerde hbo’ers is de kans op een vast contract in de sector cultuur, sport en recreatie en in de horeca het laagst, respectievelijk 12 en 26 procent. Overigens heeft wel 56 procent van de hbo’ers in de horeca uitzicht op een vast contract. De zekerste sector voor hbo-afgestudeerden is de gezondheids- en welzijnszorg met 50 procent vaste contracten en 35 procent uitzicht op een vaste aanstelling. Voor de academici zijn gezondheids- en welzijnszorg en onderwijs juist onzekere sectoren met respectievelijk 19 en 17 procent kans op een vast contract, en 24 en 20 procent uitzicht op een vaste aanstelling. Wil een afgestudeerde WO’er zijn kans op een vast contract vergroten, dan moet hij in de landbouw en visserij of bij de nutsbedrijven gaan werken, waar 66 procent van de afgestudeerden al de belangrijke krabbel heeft bemachtigd. 

Kans op vast contract binnen 18 maanden na afstuderen (Afbeelding: Studie en Werk 2011 Elsevier)

Verwarring 

Een ander punt van kritiek is dat Elsevier gebruik maakt van verschillende cijfers. Oplettende lezers kunnen in verwarring worden gebracht en denken dat er sprake is van een verkeerde berekening. ‘Het betreft hier echter geen ‘fout’ in de berekening, maar een verwarring van twee begrippen’, aldus Ernest Berkenhout, die het artikel schreef. In het overzicht vanaf 2000 wordt er gebruik gemaakt van gecorrigeerde cijfers om de kans op een vast contract weer te geven. Op die manier kunnen de cijfers van voorgaande jaren correct met elkaar vergeleken worden. Er worden echter ook cijfers gegeven die niet gecorrigeerd zijn. De 41 en 34 procent waarover in het artikel van de Metro gesproken wordt, refereren specifiek naar de percentages van 2011 en zijn niet gecorrigeerd. 

Metro 

Metro heeft de cijfers op een correcte manier overgenomen. De 41 en 34 procent zijn namelijk niet gekoppeld aan de gegevens van voorgaande jaren. Daarentegen is Metro wel te gemakzuchtig geweest door de term ‘historisch laag’ over te nemen. Hoewel de term in feite correct is, is het geen duidelijke omschrijving en stuurt het de lezers de verkeerde richting op. Elsevier geeft de cijfers van alle jaren, waardoor de lezer zelf kan vaststellen wat ‘historisch laag’ precies inhoudt.  Metro neemt die woorden over, maar niet de complete cijfers. De lezer kan hierdoor een verkeerde indruk krijgen van de huidige situatie. 

Hoofdredacteur Robert van Brandwijk van Metro verklaart dat het bericht rechtstreeks afkomstig is van www.studenten.net, een site die vaker berichten levert voor de Metro-site. Wie dit bericht zonder controle heeft overgenomen en geplaatst, is bij Metro niet duidelijk. ‘Helaas is er geen auteur of bron vermeld onder het stukje. Dat had wel gemoeten. Voor een inhoudelijke reactie op het stuk verwijs ik je naar studenten.net. Ik kan vanaf hier niet beoordelen hoe het stuk tot stand is gekomen’, aldus Van Brandwijk. Na contact met studenten.net bleek het artikel geschreven te zijn door Arnoud Timmerman. Timmerman is inmiddels niet meer werkzaam bij studenten.net en reageerde niet op telefoontjes en mails van Nieuwscheckers. 

Nieuwe Werken scheelt miljarden – maar wel tussen aanhalingstekens

Friday, December 16th, 2011

door: Britta Ruijters en Luke van Velthoven

Foto: Giorgio Montersino via FlickrHet Nieuwe Werken levert de samenleving 2 miljard euro op, berichtten verschillende nieuws-media begin november. Maar het onderzoek waarop deze voorspelling is gebaseerd, is gestoeld op ‘aannames’ en ‘interviews met experts’. Nieuwscheckers wil weten waarom media die nuances al snel weglaten. De opdrachtgever van het onderzoek, Natuur & Milieu, heeft naar eigen zeggen niet aangestuurd op deze positieve interpretatie van de feiten. “Wij waren er ook verbaasd over hoe makkelijk sommige media hierover schreven en aannames en resultaten door elkaar haalden.”

Het Nieuwe Werken is flex: de werknemer bepaalt zelf wanneer en waar hij werkt, dus ook vanuit huis. Als in 2015 20 procent van de beroepsbevolking dat één dag per week zou doen, levert dit de samenleving een winst op van twee miljard. Deze cijfers, uit een onderzoek door PricewaterhouseCoopers, werden door veel kranten en websites in de schijnwerpers gezet. Een effectieve mediastunt van opdrachtgever Natuur & Milieu? Nu.nl, BN DeStem, RTL Z, BNR en De Telegraaf namen in hun koppen allemaal het statement over dat Het Nieuwe Werken – vergeet de hoofdletters niet – miljarden oplevert. Sommige houden wat afstand met aanhalingstekens of het woord ‘kan’. Terecht: het onderzoek zelf is namelijk veel voorzichtiger in zijn voorspellingen.

‘Broddelwerk’
Toen het nieuws over de meevaller van 2 miljard verscheen, dook Tweakers.net-redacteur Joost Schellevis er direct bovenop. Tweakers.net zelf besloot er niet over te schrijven, maar Schellevis ging in zijn eigen tijd alsnog achter het onderzoek aan. Hierbij ontving hij een interessante reactie van Natuur & Milieu. Over de stijgende productiviteitscijfers die Het Nieuwe Werken belooft, zegt de opdrachtgever: “Het is een aanname op basis van literatuur en interviews.” Het ging om ‘toekomstscenario’s’, om ‘we zijn uitgegaan van’ en om ‘een aanname achter deze schatting’. Meer dan een verkennend rapport kun je het onderzoek dus niet noemen, al oordeelde Schellevis wat harder:  ‘Broddelwerk.’

Nieuwscheckers besloot daarom zelf onderzoek te doen naar dit ‘broddelwerk’. Onderzoeksbureau PricewaterhouseCoopers meent geen inhoudelijke toelichting te kunnen geven en verwijst door naar opdrachtgever Natuur & Milieu. Natuur & Milieus Willem Wiskerke stond ons vervolgens wel te woord: “Ik ben wat verbaasd dat PwC jullie vragen niet beantwoordt. Het is in principe hun onderzoek en hun rapport.”

Wiskerke beaamt daarnaast dat het onderzoek niet zo concreet is als media suggereren: “Onze boodschap was: Het Nieuwe Werken kán miljarden opleveren. ‘Verondersteld dat…’ De studie is bedoeld als verkenning, om een orde van grootte aan te geven.” Hij voegt toe: “Wij waren er ook verbaasd over hoe makkelijk sommige media hierover schreven en aannames en resultaten door elkaar halen.”

Niet meer doen
Nalatigheid van de media, is dus de conclusie van Natuur & Milieu. Wij besloten daarom polshoogte te nemen bij enkele nieuwsbronnen die met keiharde feiten kopten. De Telegraaf (‘Het Nieuwe Werken scheelt miljarden’) wil niet gecheckt worden: “Jullie hoeven ons niet meer te bellen. Oké? Want daar hebben we geen tijd voor. Dus niet meer doen.”

Wybo Algra (economieredactie Trouw) heeft minder moeite met het beantwoorden van onze vragen. ‘Vaker thuiswerken levert samenleving twee miljard op’, was de stevige titel van het artikel. Volgens Algra heeft de verantwoordelijke redacteur wel degelijk het rapport gelezen en was zij zich bewust van de grote hoeveelheid aannames. Maar, erkent hij: “Het was beter geweest de kop tussen enkele aanhalingstekentjes te zetten, om duidelijker te maken dat het hier geen harde wiskunde betreft maar slechts een verwachting.”

BN DeStem (‘Flexwerken scheelt 2 miljard’) staat ons ook te woord en stuurt ons door naar de centrale redactie van Wegener, alwaar we worden verwezen naar persbureau GPD. Hier blijkt Ap van den Berg de auteur te zijn en krijgen we inzicht in zijn oorspronkelijke artikel. Wat blijkt: hoewel zijn bericht inhoudelijk nauwelijks verschilt van wat uiteindelijk in BN DeStem belandde, is zijn titel wel degelijk genuanceerder: ‘Meer flexwerken scheelt twee miljard euro’. Méér flexwerken. Tussen aanhalingstekens. Na het GPD-artikel is het pas misgegaan.

“Ik kan het wel begrijpen”
Ook andere kranten die bij de GPD aangesloten zijn, blijken de woorden van Van den Berg zónder nuance te hebben overgenomen. Neem bijvoorbeeld De Stentor (‘Het nieuwe werken scheelt miljarden’), het Brabants Dagblad en het Noordhollands Dagblad (‘Flexwerken scheelt twee miljard euro’). Ook opvallend is de Provinciale Zeeuwse Courant met ‘RAPPORT: Verdubbeling aantal ‘Nieuwe Werkers’ levert zeker 2 miljard euro op – Flexwerken lucratief’.

GPD-redacteur van den Berg: “Ik heb het onderzoeksrapport inderdaad gelezen en daardoor voor de aanhalingstekens in de titel gekozen. Wat verdere redacties zoals die van De Stentor en BN DeStem er later mee doen, daar heb ik geen invloed op. Toch kan ik het vanuit hun positie wel begrijpen. Redacties hebben steeds minder mankracht en mogelijkheden om echt veel tijd in een stuk als dit te steken.”

Subsidiejunkies toch niet zo verslaafd

Wednesday, December 7th, 2011
Door: Daniëlle Moeliker en Merel Bas
 
´Rijk maakte kunst verslaafd aan subsidie´, kopte NRC-Handelsblad op 1 september 2011. In dit artikel noemt kunsteconoom Pim van Klink een aantal podiuminstellingen ‘subsidieverslaafd’. Die instellingen zelf, of andere deskundigen, kwamen niet aan het woord. Een opvallende keuze volgens Nieuws-checkers, omdat Van Klink stevige beschuldigingen uit en zijn visie niet breed wordt gedragen in het Nederlandse cultuurlandschap. Wij benaderden alsnog de bronnen. Wat is hun verhaal?

Van Klink heeft samen met Arjan van den Born en Arjen van Witteloostuijn een vergelijkend onderzoek gedaan naar podiumkunsten in Europa. De resultaten zijn te lezen in het op 22 september verschenen boek Subsidiëring van podiumkunsten: beschaving of verslaving?

Beschaving of verslaving?
De onderzoekers keken naar het ‘ondernemerschap’ van de instellingen. Dit baseerden ze op de verhoudingen tussen stijgingen en dalingen van subsidies en eigen inkomsten in de periode van 1997 tot 2007. Springdance, Het Veem Theater en Noorderzon kregen het etiket ‘subsidieverslaafd’ omdat zij een meer dan gemiddelde stijging van subsidie en een minder dan gemiddelde stijging van eigen inkomsten zouden hebben.

‘Het Nederlandse stelsel kweekt aan subsidie verslaafde instellingen’, stelt Van Klink in het NRC. Hij vindt staatssecretaris Zijlstra’s norm voor eigen inkomsten van 21,5 procent voor podiuminstellingen ´ridicuul laag´. Hij is van mening dat Nederland moet overschakelen naar het Engelse subsidiesysteem: daar moeten kunstinstellingen de helft van hun budget zelf verdienen.

Subsidieverslaafd?
Zowel Noorderzon, het Veem Theater als Springdance zijn niet te spreken over het etiket ‘subsidieverslaafd’. Noorderzon publiceerde op de eigen site een weerwoord dat beweringen van Van Klink bestrijdt. Zo claimt Noorderzon dat de eigen inkomsten al jaren 60 tot 65 procent bedragen.  Sietske de Haan van het Veem Theater vindt de term ‘subsidieverslaafd’ onnodig kwetsend: “Het gaat volledig voorbij aan het soort instelling dat we zijn.” Kunst en cultuur hebben volgens haar ook een maatschappelijke waarde die je niet één op één kunt overnemen in euro’s. René Vlemmix van Springdance kan dit beamen: “Je moet bijvoorbeeld ook kijken naar hoe relevant onze activiteiten zijn voor het Nederlandse dansveld en hoe de vernieuwing die ze teweegbrengen wordt gewaardeerd.” De cijfers uit het onderzoek zijn bovendien vier jaar oud. Sinds die tijd is er alweer veel veranderd. “Oude gegevens van tot en met 2007 kun je niet gebruiken voor het jaar 2011, dat is niet terecht”, legt De Haan uit.

Kritiek op het onderzoek
Ook onderzoekster Philomeen Lelieveldt, verbonden aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in cultuurbeleid, vindt de ondertitel beschaving of verslaving ‘nodeloos chargerend’. Daarnaast concludeert ze dat de vergelijking met andere landen ook de nodige haken en ogen heeft: wat wordt er wel of niet meegeteld, valt dit wel te vergelijken? Volgens Van Klink is het Nederlandse stelsel ineffectief, maar volgens Lelieveldt zou je ook het omgekeerde kunnen beweren. Namelijk dat we dankzij investeringen van de Nederlandse overheid een optimaal functionerend kunstbestel hebben waarbij kunstenaars serieus worden genomen als professional.

Lelieveldt is teleurgesteld over de berichtgeving van het NRC rond het cultuurbeleid: “Het NRC is voortdurend een platform aan het creëren, maar doet geen pogingen deze informatie te analyseren en te duiden. Als lezer moet je zelf een weg banen door de discussies.”
Van Klink bekritiseert niet alleeen de podiuminstellingten, maar ook het beleid van minister van OC&W Halbe Zijlstra. Het ministerie laat Nieuwscheckers echter weten geen behoefte te hebben aan een reactie: “De opvattingen van de heer Van Klink zijn ons bekend. We kennen zijn ideeën over het genereren van meer eigen inkomsten. We hebben op dit moment niets toe te voegen aan wat het NRC schreef.”

Reactie NRC Handelsblad
NRC-redacteur Claudia Kammer interviewde Van Klink aan het begin van de zomer van 2011: “Een van de redenen om Van Klink te interviewen was om hem het wetenschappelijke onderzoek in de volle breedte te laten toelichten.” Het interview is bewust pas in september geplaatst omdat het politieke debat rond de cultuurbezuinigingen toen weer op gang kwam. Dat het onderzoek is gebaseerd op oude cijfers, ziet Kammer niet als een probleem: “Dat is bij wetenschappelijk onderzoek wel vaker het geval.”

In de kritiek van Lelieveldt kan ze zich niet vinden: “We publiceren veel over kunstbeleid en laten zowel voor- als tegenstanders aan het woord: wij willen een breed beeld bieden.” Het NRC belicht cultuur van verschillende kanten: “Dat betekent dat positieve geluiden aandacht krijgen. En ook geluiden die niet graag in de kunstsector worden gehoord, zoals die van Pim van Klink en de zijnen verdienen een plek in de krant.” Naar aanleiding van het interview heeft het NRC op 8 september een aantal reacties van lezers geplaatst, waaronder die van Noorderzon.

Conclusie
Dat het NRC ervoor koos om de mening van Van Klink zonder nuances van andere bronnen te publiceren valt bij de podiuminstellingen niet in goede aarde. Zij hadden graag ruimte gekregen voor wederhoor. Vlemmix (Springdance): “Het NRC heeft pas na publicatie geprobeerd contact op te nemen.”

Ook al staat het label ‘wetenschappelijk onderzoek’ niet garant voor betrouwbaarheid, er wordt veel vertrouwen gesteld in het gezag van de onderzoekers. Noorderzon, Het Veem Theater en Springdance vinden het niet terecht dat zij worden afgerekend op verouderde cijfers.
Nieuwscheckers vindt dat de visie van Van Klink beter had kunnen worden gepubliceerd in een vorm waarbij wederhoor mogelijk was geweest. Bijvoorbeeld in een achtergrondartikel waarin ook de beschuldigde podiuminstellingen, andere onderzoekers en misschien ook beleidsmakers aan het woord waren gekomen. Hierdoor was het mogelijk geweest om een meer uitgebalanceerde weergave van de ontwikkelingen in het culturele subsidielandschap te tonen.

Angst voor de tandarts aangepraat

Thursday, October 13th, 2011

door: Jocelyn van Alphen en Simon Bruyning

Dentofobie: angst voor de tandarts. Een emotie die veel Nederlanders voelen opkomen als hun halfjaarlijkse gebits-controle weer voor de deur staat. Als we De Telegraaf van 3 oktober mogen geloven, zal deze angst vanaf 2012 ook nog eens een economische dimensie krijgen: ‘Verzekeraar bang voor nota tandarts’, kopte de grootste krant van Nederland. Reden: tandartsbezoek wordt duurder omdat de tarieven worden vrijgegeven. Nieuwscheckers laat zich niet bang maken: het gaat om een experiment, dat stopt als het te duur wordt.

Vanaf 1 januari 2012 gaat het ministerie van Volksgezondheid een experiment starten om vrije prijzen in de tandartsenbranche in te voeren. Dit betekent dat elke tandarts zelf mag bepalen hoe duur een behandeling wordt. VWS denkt dat dit de concurrentie zal vergroten, met een betere kwaliteit behandelingen voor lagere prijzen als gevolg. Uiterlijk 1 juli 2014 besluit de minister of het experiment wordt verlengd.

Volgens De Telegraaf twijfelen echter ‘maar weinigen’ in de branche eraan dat de prijzen gaan stijgen. Naast deze nogal vage formulering voert de auteur één zorgverzekeraar op, namelijk CZ. ‘’Wat denk je? Lager zullen ze [de prijzen] zeker niet worden”, briest een woordvoerster in het dagblad. De tendens in het artikel is dat het uiteindelijk de patiënt is die hogere rekeningen zal gaan betalen, afhankelijk van zijn polis. Van het feit dat het hier om een experiment gaat, wordt met geen woord gerept.

‘CZ maakt mensen bang’

De Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT) trekt fel van leer tegen de berichtgeving in De Telegraaf. Woordvoerder Jeroen van Wijngaarden: ‘’Het NMT is buitengewoon ontstemd over de waarschuwing van CZ. De verzekeraar ventileert zonder enige vorm van onderzoek dat de tandartsrekeningen zullen stijgen. Niet alleen maakt de verzekeraar zich schuldig aan bangmakerij, ook etaleert CZ een totaal gebrek aan kennis van zaken. De vorm waarvoor gekozen is bij de vrije prijsvorming maakt het mogelijk om dit experiment, dat 3 tot 5 jaar gaat duren, nauwkeurig en kritisch te volgen. Verzekeraar CZ heeft op geen enkele manier contact gezocht met de beroepsorganisatie van tandartsen en tandarts-specialisten voorafgaand aan zijn onheilsprofetie. CZ maakt mensen bang voor de tandarts.’’

Verder haalt De Telegraaf nog tandartsenfora aan, om het naderende onheil van prijsstijgingen te bewijzen: ‘’Op tandartsenfora valt te lezen dat de beroepsgroep in de vrije prijzen een mooie kans ziet om de tarieven op te schroeven, nadat de Nederlandse Zorgautoriteit prijsstijgingen jarenlang fors onder de inflatie heeft gehouden.’’
Ongetwijfeld zien enkele tandartsen hun kans schoon nu de prijzen vrij zijn, maar een enkel voorbeeld van zo’n forumdiscussie was hier wel op zijn plaats geweest.

Monitoren

Iets anders waar het artikel aan voorbij gaat: naast het NMT zijn er meer waakhonden die de tandartsprijzen in de gaten houden. Ook de Nationale Zorgautoriteit (NZa) gaat het experiment monitoren. Zo liet minister van VWS Edith Schippers op 29 juni al in een brief aan de Tweede Kamer weten: “Onder ontoelaatbare effecten (van het experiment, red.) versta ik ontwikkelingen die de betaalbaarheid, toegankelijkheid of de kwaliteit van zorg in gevaar brengen. Dat kan inderdaad ook betrekking hebben op te hoge prijzen. De NZa zal hierop continu toezien.’’ Daarnaast meldt de minister in haar brief dat transparantie in dit experiment van groot belang is. Er is dan ook een consumentenwebsite opgezet om prijzen te kunnen vergelijken. Dit alles is overigens allang geen nieuws meer, maar al enkele maanden bekend.

Volgens de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) moet er nog wel een hoop aan de informatievoorziening gebeuren voor 1 januari: ,,Het probleem is dat het voor de consument op dit moment onduidelijk is waar de keuze voor een tandarts op gebaseerd moet zijn”, aldus woordvoerster Nathalie Koopman. ,,Er zijn nog geen goede kwaliteitsindicatoren. Daar wordt hard aan gewerkt, maar 1 januari komt te vroeg. We houden het angstvallig in de gaten. In eerste instantie zullen de prijsverhogingen wel meevallen. Het zou wel kunnen dat dat iets later gebeurt, bijna niemand weet het. Maar we willen niemand bang maken natuurlijk.”

‘We zijn niet bang’

Het is ook niet zo dat elke verzekeraar vreest voor de komende tarieven. Zo zegt Achmea tegen Nieuwscheckers: “Wij zijn niet bang, maar we denken niet dat de tarieven omlaag gaan. Of ze erg zullen stijgen, geen idee. De consument weet wel ongeveer wat een behandeling kost, maar zal zich met ingang van 2012 van te voren moeten informeren over de nieuwe tarieven.”

Verzekeraars en patiëntenorganisaties zijn er, hoewel een stuk genuanceerder dan in De Telegraaf viel te lezen, dus niet helemaal gerust op. Of ze zich terecht zorgen maken, moet de tijd gaan uitwijzen. Het plan dat Schippers voor ogen heeft, om het experiment ‘in nauwe samenwerking met patiënten- en consumentenorganisaties en verzekeraars’ te doen, om zo te ‘werken aan transparantie van kwaliteitsinformatie’ is blijkens bovenstaande reacties nog niet echt van de grond gekomen.

Dat De Telegraaf deze nuance niet aanbrengt, mag je de krant echter aanrekenen. De auteur van het artikel zei overigens niet te kunnen meewerken met nieuwscheckers.nl. Hij gaf hier geen reden voor. Feit blijft, dat nietsvermoedende consumenten die op 3 oktober de krant opensloegen,  niet volledig zijn geïnformeerd. Zo word je vanzelf bang voor de tandarts.

Nederlander leent vooral voor auto. Of vanwege gezinsuitbreiding?

Monday, March 28th, 2011
Door: Jacobien Nieuwenhuijsen en Danielle Moeliker
Wat is de belangrijkste reden om geld te lenen? De Telegraaf kopte in juli 2010 “Een lening is voor een auto”, terwijl het Financieel Magazine een maand later meldde dat de Nederlander zou lenen voor nieuwe meubels, bruin- of witgoed en voor vakantie. Op de voorpagina van  Spits op 8 februari blijkt echter weer dat de Nederlander vooral zou lenen voor gezinsuitbreiding. Het nieuws is telkens weer anders, maar het komt uit dezelfde bron: die van kredietverstrekker Freo.
 
Analyse van Freo 

De eerste stap was het binnenstebuiten keren van de analyse van Freo. Hierin kregen wij hulp van interim programmamanager B.J.Weerkamp, die ons inzicht bood in de meest recente analyse van Freo, waaruit bleek Nederlanders het vaakst zouden lenen voor het gezin (en dat van alle Nederlanders Brabanders het minst lenen en Randstedelingen het meest). Weerkamp legde ons uit dat de analyse van Freo berust op een een steekproef van 3.500 Freo-klanten tussen de 20 en 70 jaar. Die gegevens zijn gecombineerd met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Weerkamp: “Alle gegevens die wij nodig hadden van de klanten voor deze analyse waren al bekend. Wij weten namelijk vrij veel van onze klanten: hun echte leeftijd, adres, gezinsopbouw, lening en het leendoel.  We zijn wettelijk verplicht te registeren waarom iemand leent.” 

Gezinsuitbreiding 
Deze analyse van Freo geeft ons weliswaar een duidelijk beeld van de regionale verdeling van het leengedrag, toch geeft het ons geen volledig inzicht in de vraag waarom iemand leent. Het antwoord van Weerkamp hierop is duidelijk: “Je moet gezinsuitbreiding breed zien. Bij gezinsuitbreiding is er bijvoorbeeld een grote auto nodig, maar ook nieuwe meubels.” Maar hij benadrukt dat Freo in zijn analyse en persbericht niet het woord gezinsuitbreiding gebruikt. Dit is eigenaaardig, want  het woord gezinsuitbreiding komt wel voor in verschillende artikelen over deze analyse. 

Ons vermoeden is dat Freo op basis van eigen gegevens (huwelijkse staat, gezinsopbouw, leeftijd, grote van de lening etc) heeft geprobeerd om een oorzakelijk verband aan te tonen. Freo vraagt namelijk niet aan klanten of zij lenen voor kinderen. Freo zegt het volgende over het leengedrag van gezinnen: “Het hebben van kinderen is een belangrijke bepalende factor voor het afsluiten van een lening.” Bij navraag benadrukt Freo dat lenen voor het gezin niet het leendoel op zich is, maar slechts een achterliggende factor. Het is dus niet vreemd dat de betreffende kranten schrijven over gezinsuitbreiding. Freo refereert in het persbericht aan Milco Wijckmans, directeur Consumer Finance van de Lage Landen (het moederbedrijf van Freo), die het volgende zegt: “Zodra mensen kinderen krijgen schiet de uitgave omhoog. Voor een grotere woning stijgen de woninglasten. Kinderopvang is duur en zodra het kroos opgroeit, krijg je te maken met schoolgeld, hogere kosten voor vervoer en een rijbewijs. Zeker geen frivole zaken, maar het kost wel veel geld. Dat zie je terug in het leengedrag.”

Opvallend is dat  het Nibud-onderzoek ‘Lenen: lust of last’  het gezin niet vermeldt als leendoel. Volgens het Nibud lenen mensen voor producten (auto, tv, koelkast e.d), voor een reparatie, voor het aflossen van andere leningen, voor dagelijkse betalingen (zoals boodschappen), voor de studie en om andere redenen. Het Nibud merkt wel op dat gezinnen met kinderen vaker lenen dan gezinnen zonder kinderen, maar dat wil niet zeggen dat die gezinnen lenen omdat ze kinderen hebben. 

Spits 
Freo creëert publiciteit door regelmatig leuke leennieuwtjes te verspreiden: Nederlanders lenen voor een auto, Brabanders lenen het minst, oktober is de populairste leenmaand, en (een week voor de deadline van de belastingaangifte): duizenden Nederlanders  lenen voor de fiscus. Die berichten worden vooral opgepikt door Metro, Spits en sites met financieel nieuws. Als Nieuwscheckers belt, herinnert een Spitsredacteur zich dat het bericht van 8 februari is overgenomen van het ANP en dat het niet gecheckt is: “Als er geen naam van een journalist bij het artikel staat, is het nieuwsbericht direct afgeleid van een persbericht, meestal van het ANP.” Navraag bij het ANP leert ons echter dat het persbericht niet via het ANP is verstrekt. Spits heeft het persbericht naar alle waarschijnlijkheid via de mail ontvangen en aangepast gepubliceerd. Het ANP heeft namelijk de regel geen commercieel nieuws door te geven. 

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes