religie

Katholiek Nieuwsblad maakt darwinisten bang

Tuesday, October 22nd, 2013

door: Phebe Tempelaars en Ruben van Vliet

Het darwinisme trilt op zijn grondvesten door een onderzoek van de Universiteit Groningen. Dat beweerde het Katholiek Nieuwsblad op 13 september 2013 in het bericht ‘Universiteit Groningen zaagt aan poten darwinisme’, waarin onder andere wordt gesproken over ‘diepe bezorgdheid’ bij darwinisten. Is het darwinisme inderdaad aan het wankelen? Nieuwscheckers sprak met onbezorgde evolutiebiologen en een boze journalist.

Het Katholiek Nieuwsblad verwijst naar een artikel van Elisabeth Pennisi, journaliste van Science Magazine. Zij schrijft over een ‘opmerkelijk onderzoek, dat darwinisten diep bezorgd maakt’. Het onderzoek van dr. Frank Johannes, verbonden aan de Universiteit van Groningen, gaat over epigenetica. Volgens het KN is dit een ‘intelligente reactie die een impliciete bedreiging vormt voor het darwinisme’. Ook zou epigenetica de in diskrediet geraakte theorie van Jean-Baptiste de Lamarck weer interessant maken, die ervan uit gaat dat specifieke verworven eigenschappen van individuele organismen snel overgeërfd kunnen worden, van generatie op generatie. Denk bijvoorbeeld aan de zoon van de hoefsmid: die zou volgens Lamarck dankzij zijn vader enorme spierbundels erven.

Volgens het Katholiek Nieuwsblad zou het lamarckisme uiteindelijk het darwinisme van tafel vegen. Het darwinisme gaat namelijk uit van een trage en toevallige natuurlijke selectie op erfelijke variatie, waarbij eerst mutaties moeten plaatsvinden voordat een soort zich aanpast aan zijn omgeving. Bijvoorbeeld de ogen van de mol: die zijn door ongebruik langzaam achteruit gegaan totdat het tot blindheid leidde. Om uit te zoeken of het lamarckisme inderdaad nieuw leven ingeblazen kan worden, is het van belang epigenetica toe te lichten. Een toelichting die in het artikel ontbreekt en waar Nieuwscheckers navraag naar heeft gedaan.

Epigenetica

De epigenetica onderzoekt chemische veranderingen in het DNA die erfelijke eigenschappen kunnen veranderen zonder dat de genetische code van het DNA verandert. Genen kunnen namelijk aan- of uitgezet worden. In een embryo bijvoorbeeld worden veel verschillende soorten cellen aangemaakt, zoals bloedcellen, hersencellen en spiercellen. Om een bepaald soort cel aan te kunnen maken, moeten dus de bijbehorende eigenschappen aan- of uitgezet worden. Een spiercel heeft namelijk andere eigenschappen dan een hersencel.

“Bepaalde vormen van epigenetica zetten inderdaad de deur open naar iets wat lijkt op lamarckisme,” zegt dr. Koen Verhoeven, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie. Evolutiebioloog dr. Arjan de Visser (Universiteit Wageningen) sluit zich daar niet bij aan. Volgens hem is er geen hard bewijs voor deze veronderstelling, hoewel zijn collega Verhoeven geen moeite heeft met een kleine lamarckiaanse toevoeging aan darwinistische evolutie.

Daarnaast leert een kleine zoektocht op de website van Kennislink ons dat Darwin al besefte dat organismen eigenschappen aan elkaar konden doorgeven, maar hij wist nog niet hoe dat precies gebeurde.

Controverse

Wankelt het darwinisme door onderzoek naar epigenetica?  “Pertinente onzin”,  zegt Verhoeven. “Van ketterij is geen sprake binnen het darwinisme en darwinisten zijn absoluut niet diep bezorgd. Er is controverse, maar dat doet niets af aan de evolutietheorie. Dit is duidelijk een geval van een redacteur die niet snapt waar het wetenschappelijk over gaat.”

Klare taal, maar hoe zit het dan met die controverse?  Epigenetica is jarenlang aan de kant gezet en niet serieus genomen. Sinds enkele jaren worden er steeds meer onderzoeken naar verricht en blijken sommige wetenschappers, zoals Johannes, toch te bewijzen dat epigenetische overerving mogelijk is. Het betekent dat er waarschijnlijk veel meer erfelijke variatiemogelijkheden zijn dan werd gedacht. De evolutietheorie is daarmee misschien complexer en dynamischer, maar niet te verwerpen, aldus Verhoeven. Epigenetica zal een aanvulling kunnen zijn op het darwinisme, geen vervanger.

Ook evolutiebioloog dr. Arjan de Visser stelt dat de evolutietheorie wellicht ingewikkelder wordt, maar dat het darwinisme ‘absoluut niet in gevaar’ is. Hij vindt het onbegrijpelijk dat er negatieve geluiden rondom de evolutietheorie zijn ontstaan door de vondst van epigenetica. De Visser:  “Het is juist een positieve ontwikkeling, want er is kans op betere overleving in soorten. Er komen steeds meer nieuwe generaties bij. Hierdoor ontstaat er een grotere kans op mutaties, die aan verbetering op lange termijn kunnen bijdragen. En dus wordt de evolutietheorie wat zorgvuldiger.”

Rectificatie met een draai

Verhoeven heeft al voor een korte rectificatie van het ‘gewraakte’ stukje gezorgd. De journalist, Henk Rijkers, die al eerder kritisch over de evolutietheorie berichtte, blijft in een naschrift echter bij zijn standpunt: “Maar valt daarmee de bodem weg onder de strekking van Pennisi’s artikel of van bovenstaand nieuwsbericht?”

Pennisi heeft zich, in tegenstelling tot Katholiek Nieuwsblad, voor haart artikel in Science Magazine laten informeren door de onderzoekers Johannes en Verhoeven. Zij stelt zich eveneens kritisch op jegens het darwinisme, maar heeft zich wel aan de feiten gehouden die haar door experts zijn aangereikt. Dit brengt de nuance die het artikel in het Katholiek Nieuwsblad ontbeert.

Reactie Katholiek Nieuwsblad: Twee plus twee is vier

Henk Rijkers, sinds kort hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, heeft naar eigen zeggen ‘een nieuwsartikel met een commentaar-element’ gepubliceerd. Daarvoor was een artikel van Evolution News, een website over de discussie tussen Intelligent Design en de evolutietheorie, de belangrijkste (en enige) bron. Maar waar, net als Pennisi, Evolution News wel navraag heeft gedaan bij Johannes en de feiten op een juiste manier heeft gepresenteerd, heeft Rijkers dit nagelaten. Op de vraag waarom de hoofdredacteur geen gebruik maakt van bronnen uit de eerste hand, antwoordt hij: “Wij kunnen ook niet telkens de paus bellen, als hij iets heeft gezegd.”

Dat Rijkers weinig sympathie koestert voor darwinisten stak hij niet onder stoelen of banken: “Darwinisten zijn onbeschoft. (…) Het darwinisme is geen deugdelijke theorie. Verhoeven en Johannes zitten gevangen in een kooi, ze zijn koppig. Ze willen de waarheid niet onder ogen zien.” Op de vraag waar Rijkers de claim vandaan haalt dat darwinisten diep bezorgd zijn, antwoordt hij: “Kwestie van logica. Twee plus twee is altijd vier.”

Onderzoek naar geestengeloof lastig

Friday, October 4th, 2013

door: Liza Sie en Gert-Jan Verstegen

Steeds meer Britten geloven in spoken. Tenminste, dat beweert ASSAP, een instelling die zegt wetenschappelijk onderzoek te doen naar paranormale verschijnselen. Een heerlijk onderwerp voor journalisten, omdat spiritualiteit het de laatste jaren goed doet bij het publiek. Toeristen smullen van zogenaamde ‘spokentochten’ door oude huizen. Ook televisieprogramma’s waarin contact met doden wordt gelegd scoren goed. Maar gaat dat echt samen met een toenemend geloof in geesten?

ASSAP deed een onderzoek naar het geloof in paranormale zaken, uitgevoerd door marktonderzoeker YouGov onder ruim 2000 Britten. Hoewel de organisatie zelf geen persbericht uitbracht, pikte de Engelse krant Daily Telegraph de uitkomsten wel op. Het geloof onder de Britse bevolking was namelijk toegenomen: van 40% in 2005 en 2009 tot 52% dit jaar. In Nederland nam het ANP het bericht over. Toch plaatste geen enkele krant of website het ANP-artikel. Gelukkig maar, want het onderzoek rammelt aan alle kanten.

Zo veel onderzoeken, zo veel uitkomsten

Om te beginnen heeft Nieuwscheckers gezocht naar de onderzoeken uit het 2005 en 2009. Deze bleken onvindbaar: niet op de website van ASSAP, noch in de media van toen. Op de vraag of ze deze onderzoeken konden opsturen kregen we geen gehoor. Andere, soortgelijke onderzoeken van de afgelopen tien jaar gaven wel inzicht in het geloof van Britten in geesten. Hier bleek echter geen duidelijke lijn in te zitten:

Dick Bierman, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar paranormale verschijnselen, begrijpt wel waarom de percentages zo verschillend zijn: “Methodologisch kloppen deze onderzoeken vaak niet. Alles kan invloed hebben op de uitkomsten: een verkeerde steekproef, foutmarges of gewoon een vragenlijst die niet in orde is.” En dat lijkt bij het laatste onderzoek van ASSAP het geval te zijn. Zo klopt de vraagstelling niet: de ondervraagde moet antwoord geven of hij of zij gelooft dat andere mensen wel eens een geest hebben ervaren. Dat is iets anders dan dat ze het zelf hebben meegemaakt. Bierman: “Mensen hebben gauw de neiging om te liegen bij een enquête. Dat is waarschijnlijk de reden dat deze dubbele vraagstelling is gebruikt. Het is wel een schande van de journalist om deze twee totaal verschillende vragen door elkaar te halen.” Bij de weergave van de antwoorden telden de journalisten drie antwoordcategorieën bij elkaar op (beetje mee eens, mee eens, volledig mee eens). Een traditionele fout bij het verwerken van de uitkomsten van een enquête.

Wit laken met gaten

Nieuwscheckers legde het onderzoek ook voor aan Paul Cowdell. Hij is als onderzoeker naar folklore en volksverhalen verbonden aan de Universiteit van Hertfordshire, ten noorden van Londen. Hij promoveerde op een onderzoek naar het Britse geloof in geesten. Cowdell: “ASSAP publiceert de onderzoeksuitkomsten omdat het graag serieus genomen wil worden. In het verleden hebben ze absoluut interessante artikelen uitgebracht, maar de manier waarop ze in dit geval onderzoek deden is een probleem. Als ze zoeken naar bewijs dat geesten bestaan, geloven ze er eigenlijk al in.” Ook Cowdell snapt de vraagstelling niet: “Ze doen onderzoek naar geloof in geloof. Een vrouw vertelde me ooit dat ze niet in geesten geloofde, maar wel open stond voor het idee. Ik vroeg toen of ze in dat geval eigenlijk niet gewoon al in geesten geloofde.” Die vraagstelling maakt het dus lastig voor een respondent om een goed antwoord in te vullen.

Ook het woord ghost kan sturend zijn, vindt Cowdell. Veel mensen verstaan er iets anders onder dan een paranormale verschijning. Cowdell: “Dat laatste kan een geluid of geur zijn. Het gevoel van aanwezigheid. Een spook roept meestal specifiek het beeld op van een wit laken met uitgeknipte gaten dat op rolschaatsen glijdt.”

Openlijk uitkomen voor het geloof in geesten

Cowdell ziet dat alles op het gebied van spoken en geesten steeds populairder wordt. “In de jaren ’50 waren veel kroegeigenaren in Essex het beu dat mensen op spokenjacht kwamen. Nu adverteren ze er juist mee. Dat toont aan dat er heel anders naar spokenjagers wordt gekeken.” Mensen durven door deze commercialisering eerder ervoor uit te komen dat ze in paranormale zaken geloven. Vroeger hielden ze dat liever voor zich. Maar dat betekent niet dat meer mensen erin zijn gaan geloven, zoals de ASSAP beweert.

De voorzitter van de ASSAP, Dave Wood, zegt in de Daily Telegraph dat de economische onzekerheid ervoor zorgt dat mensen hun toevlucht zoeken in het paranormale. Dit kan volgens Cowdell heel goed kloppen. In het verleden zorgde maatschappelijke druk dat er nieuwe religies en kerken ontstonden. Misschien kan dit vergeleken worden met het toenemende geloof in paranormale verschijnselen. Waar televisiemakers dan weer slim op inspelen.

Leuk en licht nieuws

Het ANP publiceerde het bericht via de dienst BuzzO. Die O staat voor opmerkelijk nieuws: ‘Licht, maar geen onzin. Opmerkelijk, maar niet rampzalig. Verrassend, maar niet keihard’, is te lezen op de website van BuzzO. En gekeken naar het spokenbericht lijkt de persdienst daar gelijk in te hebben. Peter Dingelhoff van ANP: “We maken onderscheid tussen ‘need to know’ en ‘nice to know’. Dit was een ‘nice to know’-bericht en dan wordt er niet altijd gekeken naar het originele onderzoek. Wij hebben dit gewoon overgenomen van de Daily Telegraph.” Ook de Engelse krant liet in een reactie weten het als licht onderwerp behandeld te hebben. Toch vond redacteur Jasper Copping het onderzoek van ASSAP niet slecht: “Jullie hebben het verhaal veel te veel geanalyseerd. Ik ben benieuwd waar jullie fascinatie voor mijn verhaal vandaan komt.”

Vasten hip? Vast niet!

Wednesday, May 25th, 2011

Door: Zindzi Janse en Li-Anne Krol

De veertig dagen voor Pasen zijn vanouds de tijd om te vasten, maar wie doet dat nog anno 2011?  Verrassend genoeg bleek uit recent onderzoek dat vasten opleeft, vooral onder jongeren. Het aantal Neder-landers dat vast, is in een paar jaar tijd zelfs verdubbeld, aldus de Vastenaktie.  Nieuwscheckers constateerde geknoei met definities, steekproeven en statistieken.

De berichtgeving is gebaseerd op twee onderzoeken: een recente peiling van de Vastenaktie, uitgevoerd door Maurice de Hond, en een onderzoek uit 2007 van Kerk in Actie, uitgevoerd door GFK Panel Services Benelux. Uit het jongste onderzoek blijkt dat tien procent van de Nederlanders vast, terwijl dit in 2007 nog maar vijf procent was. Een verdubbeling, aldus het persbericht van de Vastenaktie. Maar zijn deze twee onderzoeken wel met elkaar te vergelijken?

Sober eten

Voor het onderzoek van Kerk in Actie uit 2007 vroeg GFK telefonisch aan 1.326 respondenten of zij vastten. Vijf procent zei ja, wat overeenkomt met 66 mensen. Vervolgens is aan deze mensen gevraagd hoe zij vasten. Opvallend hierbij is dat “niet eten en drinken” niet bij de keuzemogelijkheden stond.  Vijftig procent zei dat zij vasten door sober te eten. Het gaat hier dus om de helft van die 66 personen, niet, zoals onder andere het Nederlands Dagblad schrijft, om vijftig procent van de gehele populatie. De NOS meldt wel dat het om deelpercentages gaat, maar beweert weer ten onrechte dat 32 procent van de vastende Nederlanders geen religie heeft. Dit percentage komt wel voor in het onderzoek, maar verwijst naar de gehele groep respondenten. We weten dus niet hoeveel van 66 mensen die daadwerkelijk gingen vasten geen religie hadden.

Onbewust vasten

Het recente onderzoek van de Vastenaktie zit anders in elkaar. Maurice de Hond ondervroeg hiervoor ruim tweeduizend respondenten (het precieze aantal was ook met een telefoontje naar de Vastenaktie niet te achterhalen). Het doel van het onderzoek was om mensen te vragen wat ze vinden van vasten en wat ze eraan doen. Jos de Voogd, persvoorlichter van de Vastenaktie, licht toe: ‘Onze doelgroep bestaat uit katholieke en rand-katholieke mensen. Op ons verzoek zijn er onder de respondenten meer katholieke mensen geschaard.’ Toch ligt het aandeel van katholieken in dit onderzoek, 21 procent, nog steeds lager dan het landelijk gemiddelde van 29 procent (CBS 2009). De steekproef bestond uiteindelijk voor de helft (ongeveer duizend mensen) uit een representatieve groep Nederlanders en voor de andere helft uit katholieke en religieuze mensen. Vervolgens zijn ‘de antwoorden steeds teruggerekend naar de Nederlandse bevolking/reguliere respondent’, aldus het onderzoeksrapport.

Hoe komt de Vastenaktie nu precies aan die tien procent vastende mensen? Vasten zij echt? Het persbericht van de Vastenaktie spreekt vaag van tien procent die zich “bezighoudt” met vasten. In de resultaten geeft slechts vier procent (ongeveer 80 mensen) van de respondenten aan in de vastenperiode voor Pasen 2011 te gaan vasten. Zes procent (ongeveer 120 mensen) geeft aan  “iets anders” of “iets speciaals” te gaan doen in die periode. Deze mensen hebben echter met zoveel woorden beweerd dat zij niet gaan vasten. De vraag luidde namelijk: ‘Op 9 maart begint de Vastentijd, bent u dan van plan te gaan vasten?’ De antwoordkeuzes waren: ‘Ja/ Nee, ik ga niet vasten, maar doe in die periode toch wel dingen anders/ een aantal speciale dingen/Nee/Nu niet, maar een andere periode later dit jaar wel/Weet  niet/Geen antwoord.’

Wie antwoordde ‘Nee, ik ga niet vasten, maar doe in die periode toch wel dingen anders’,  kreeg een open vraag over de aard van dat “speciale”.  En die zijn opgeteld bij de mensen die wel zeiden dat ze gingen vasten. De Voogd: ‘Omdat de meeste antwoorden op vasten leken, hebben we hen (6 procent) samengevoegd met de mensen die ja antwoordden (4 procent).’ Als er dus al iets blijkt uit dit onderzoek, is het eerder dat het percentage vastende mensen gedaald is van vijf procent in 2007 naar vier procent in 2011, dan dat het is gestegen van vijf naar tien.

Vrome wens

Wij zijn niet de enigen die de Vastenaktie wezen op de kromme vergelijking. De Voogd vermeldt zelf dat ook Maurice de Hond heeft gezegd dat deze vergelijking lastig was. Journalisten waren, volgens De Voogd, ook terughoudend om de resultaten te presenteren. Een veel overgenomen artikel in Metro, geschreven door Pam van der Veen, vermeldt deze stijging dan ook niet. Als we haar vragen naar haar keuzes voor het artikel zegt ze: ‘Ik heb contact met de Vastenaktie opgenomen en naar de onderzoeksresultaten gekeken. Omdat ik enkel de Vastenaktie heb gecontacteerd, weet ik niets van eerdere onderzoeken. Ik heb de stijging van 5 naar 10 procent echter niet vermeld, omdat ik deze nogal kort door de bocht vond. Ik heb enkel dingen uit het onderzoek overgenomen die, naar mijn mening, duidelijk waar waren.’

Kortom: dat vasten populairder wordt, is vooral een vrome wens van de Vastenaktie. Nieuwsmedia hebben het persbericht met opgeklopte cijfers terecht grotendeels genegeerd.

Spijt van seks

Friday, March 25th, 2011

Door: Lara van Dijken

‘Christelijke student trouw in seksuele relaties’:  dat concludeerde het Nederlands Dagblad op basis van eigen onderzoek.  Veel sites, met name christelijke, namen het nieuws over. Het klinkt ook als nieuws dat christelijke lezers willen horen, vandaar dat de vraag rijst: hoe betrouwbaar zijn deze resultaten? Nieuwscheckers verdiept zich in de valkuilen van onderzoek met vragen-lijsten.

Volgens dr. Mark Spiering, methodologiedocent bij Klinische Psychologie en Seksuologie van de Universiteit van Amsterdam, is er genoeg reden om vraagtekens te zetten bij het onderzoek. “Het Nederlands Dagblad kan makkelijk zo’n onderzoek naar eigen voordeel draaien.” Om te beginnen gaat het onderzoek helemaal niet over trouw of ontrouw, maar over het aantal seksuele relaties dat de christelijke studenten hebben gehad en hoe zij daarop terugkijken. Bijvoorbeeld of zij seks in strijd vinden met hun geloofsbeleving. Van de zestienhonderd ondervraagden hebben er 493 (30,8%) al wel eens seks gehad, waarvan 143 (8,9%) met meerdere personen.  Bijna negen procent van de ondervraagden heeft dus seks gehad met meerdere partners, maar of dit binnen of buiten een relatie was wordt buiten beschouwing gelaten.

De vragenlijst legt de nadruk op spijt: waar veel mensen geen verband zullen leggen tussen seks en spijt, wordt de vraag zo geformuleerd dat het lijkt of er een verband tussen die twee zou moeten bestaan. De vraag luidt: ‘Hoe kijk je er op terug dat je met je vriend / vriendin naar bed bent geweest?’ De antwoordkeuzen zijn: ‘Ik heb er spijt van, ik zou er niet weer voor kiezen’ of ‘ik heb er geen spijt van, ik zou er weer voor kiezen’. Wat als iemand wel spijt heeft van de seks, maar alleen omdat het met de verkeerde persoon was? En er dus met een ander zo weer voor zou kiezen?

Seksuele voorlichting in het digitale tijdperk
De volgende valkuil zit in de vraag: ‘Van wie heb je het meeste geleerd over seksualiteit?’ De te kiezen antwoorden zijn: vrienden, partner, ouders, iemand uit de kerk, docent. Lezen christelijke studenten geen boeken, kijken ze geen televisie, en – vooral – hebben ze geen internet? Respondenten kunnnen zich laten leiden door dit soort gedwongen keuzes, zegt Spiering:  ‘Dit kan een verdraaid beeld opleveren.’

Openheid en seksueel gedrag
Volgens Spiering zitten er nog wel meer haken en ogen aan het onderzoek. Zo is het ook moeilijk om te meten hoe religieus de ondervraagden zijn. ‘Ze komen allemaal van christelijke hogescholen en/of studentenverenigingen. De groep is dus vrij homogeen, terwijl de christelijke groep in werkelijkheid veel heterogener is.’ Of het ND dus echt mag spreken over dé christelijke student is nog maar de vraag. Bovendien zijn de mensen die vragenlijsten invullen vaak ook de mensen die een duidelijke mening over het onderwerp hebben. Spiering: ‘Het is beter om een anonieme, willekeurige steekproef te doen, want mensen die enquêtes wel en niet invullen zijn daadwerkelijk andere mensen. Degenen die meer seksueel zijn aangelegd, zullen eerder geneigd zijn zo’n enquête in te vullen omdat zij een opener karakter hebben dan mensen die dat liever niet doen.’ Wat een vertekend beeld zou kunnen opleveren van het seksuele gedrag van de hele groep. 

Geen spijt
Het Nederlands Dagblad-onderzoek naar studentenseks is dus een eenzijdig onderzoek waarin slechts wordt gekeken naar de dingen die voor het publiek van die krant gewenst zijn. Desgevraagd geeft Stephan Bol, een van de onderzoekers, toe dat sommige delen van niet helemaal kloppen. “We zijn ons bewust dat er meer christelijke studenten zijn en dat hun seksuele gedrag kan afwijken van dat van studenten die naar een vereniging gaan. De scholen en verenigingen waren de enige groepen waarvan we zeker wisten dat we er een representatief beeld van konden schetsen.”

Maar hij is het niet op alle punten met de kritiek eens.  Bol vraagt zich af of de resultaten echt anders waren geweest als hij christelijke studenten die geen lid zijn van een vereniging had meegewogen: “De studenten van de Christelijke Hogeschool Ede  zijn wel vrij representatief voor de christelijke student en hun resultaten wijken niet af van die van de studenten die naar verenigingen gaan.” Met de sturende vragen over spijt heeft hij ook geen problemen: wie geen spijt heeft, kan gewoon voor dat antwoord kiezen. “Dit is gewoon een ja/nee-vraag zoals er in enquêtes vele worden gesteld.”

Dubieus bericht wel op site, niet in krant

Friday, October 15th, 2010

Door: Floris Olsthoorn

Het stond afgelopen dinsdag 21 september op de websites van bijna alle Nederlandse kranten. Wetenschappers zouden aangetoond hebben dat Mozes de Rode Zee niet heeft gescheiden, terwijl dat toch echt in Exodus 14 van de Bijbel staat beschreven. Over gemakzuchtig kopiëren en het nut van historisch windonderzoek.

Het gaat om het bericht ‘Mozes scheidde Rode Zee misschien niet’ dat gebaseerd is op een publicatie in PLoS ONE, een ‘open-source’ site voor peer-reviewed wetenschappelijke artikelen. Het artikel stelt dat het fysisch mogelijk is dat er een landbrug ontstaat bij de Rode Zee waarover een mens, bijvoorbeeld Mozes, zou kunnen lopen.

De landbrug ontstaat als een harde wind vanuit de juiste richting gedurende lange tijd blijft waaien. De topografie van de omgeving waar de landbrug zou ontstaan moet ook nog aan zeer specifieke voorwaarden voldoen, zo zou blijken uit een computersimulatie van het effect van wind op water.

Theïstische evolutie
De bedenker van het onderzoek is Carl Drews, een softwareontwikkelaar die recentelijk een mastersdiploma in de oceanografie heeft gehaald aan de University of Colorado at Boulder (UCB). De link tussen wetenschap en religie heeft al langer zijn interesse, zo blijkt op zijn website theistic-evolution.com. Daar probeert hij de evolutietheorie in harmonie te brengen met zijn Christelijk geloof.

Dit doet vermoeden de kop van het artikel (‘Mozes scheidde Rode Zee misschien niet’) niet de mening van de onderzoeker verwoordt. Navraag bij Drews leert dat dit inderdaad zo is. “Zelf zou ik hebben gekozen voor de kop ‘Wind scheidde wellicht de Rode Zee’”, laat hij per mail weten. “In het nieuwsbericht is een andere pakkende beschrijving van het onderzoek gebruikt. Het is de verantwoordelijk van de lezer om voor zichzelf te besluiten wat Mozes heeft gedaan.” Ondanks de kop ziet Drews geen reden om te klagen. “De invalshoek van de journalist van Reuters vind ik grappig. Ik ben tevreden met de berichtgeving over mijn onderzoek”.

‘Nutteloos’
Niet iedereen is tevreden met het onderzoek van Drews. Bioloog PZ Myers van de University of Minnesota, Morris noemt het onderzoek op zijn blog “nutteloos”. “Het is een simpel geval van post-hoc rationalisatie van een ongefundeerde gebeurtenis in een mythe.”

Myers is verbouwereerd over het feit dat het onderzoek gepubliceerd is. “Als een artikel zoals dit op mijn bureau zou landen voor een review, zou ik de redacteur van het blad opbellen om te vragen of dit een grap is.” Hij vreest voor de richting die PLoS opgaat met deze publicatie.

Relifanaten
Het door het ANP van Reuters overgenomen bericht is terug te vinden op vele Nederlandse krantensites, onder meer die van de Volkskrant, Trouw, AD, Het Parool en DePers. Van de landelijke kranten hebben alleen De Telegraaf en NRC Handelsblad het bericht niet gepubliceerd.

De diversiteit in de berichtgeving is minimaal. De sites gebruiken allemaal dezelfde korte of lange versie van het bericht van het ANP. Soms wordt alleen het ANP genoemd als bron, soms ook Reuters, soms geen enkele bron. DePers heeft de moeite genomen een andere titel te bedenken (‘Twijfels over Mozes’). PowNed gaat het verst met twee cosmetische wijzigingen aan het artikel. Ze schrijven over ‘relifanaten’ en het woord ‘misschien’ is in de kop weggelaten, om het iets ongenuanceerder te maken. Verder is het stuk letterlijk overgenomen.

Het Nederlandse bericht van het ANP is zonder inhoudelijke toevoegingen of wijzigingen vertaald uit het Engels. Slechts een van de twee auteurs van de publicatie komt aan het woord, van verdere verdieping is geen sprake. Dit terwijl het stuk toch meteen belangrijke journalistieke vragen oproept. Wie zijn de auteurs en wat is hun achtergrond? Wat is de waarde van het onderzoek, wetenschappelijk en theologisch?

Metaforen
Bernard Schelhaas geeft antwoord op die laatste vraag. Het bericht heeft het geloof van deze oud-dominee uit Leiden niet veranderd. “Het verhaal over Mozes die de zee scheidde is een illustratie van het idee dat als je gelooft in een weg naar de toekomst, dat die er ook is”, legt hij uit. “Voor hen die oorlog voeren en onderdrukken – de Egyptenaren in dit geval – is geen toekomst.”

Het komt volgens Schelhaas wel vaker voor dat mensen de Bijbel letterlijk nemen en de feiten proberen te controleren. “Zo zijn sommigen op zoek gegaan naar delen van de Ark van Noach.” Deze mensen begrijpen volgens de oud-dominee niet goed de bedoeling van de Bijbel. “Het gaat niet om de vraag of die verhalen echt zijn gebeurd of niet. Het zijn metaforen voor vertrouwen tegenover wantrouwen, geloven versus niet geloven.”

Geen prioriteit
Het artikel over Mozes verscheen ook ongewijzigd op de website van de Volkskrant. Hoe komt dit? Volgens Martijn van Calmthout, chef van de wetenschapredactie van de krant, levert zijn redactie niet de inhoud van de website: “Ik kijk de stukken snel even door en als het niet teveel rotzooi is, mag het van mij gepubliceerd worden.” Het kan dus gebeuren dat een artikel waar Van Calmthout niet tevreden mee is wel op de website komt. “Ik laat het dan door in het besef dat het niet helemaal lekker zit.”

Met een redactie van vier man moet Van Calmthout keuzes maken. De website heeft daarbij geen hoge prioriteit: “Eerst komt wetenschapsnieuws van algemeen belang voor de nieuwskrant aan de beurt, dan het wetenschapskatern en dan pas de website.” Deze volgorde heeft ook te maken bezoekcijfers; de sectie wetenschap op de website wordt niet enorm goed bekeken.

Met het bericht over Mozes was Van Calmthout niet gelukkig, onder meer omdat er geen wederhoor had plaatsgevonden. “Er had bijvoorbeeld iemand uit theologische hoek gevraagd kunnen worden naar de relevantie van het onderzoek.” Toch liet hij het door. De papieren krant heeft het bericht nooit gehaald, maar voor het web was het kennelijk goed genoeg.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes