mediahype

Inbrekers lezen vakantietweets, beweert beveiligingsbedrijf

Thursday, November 24th, 2011

door: Sean van der Steen en Marleen Stelling 

‘Fijne vakantie!’, twittert @inbreker aan de nietsvermoedende huiseigenaar die zojuist een vakantietweet plaatste. Verhalen over inbrekers zijn populair in de media en bovendien al zo oud als de weg naar Rome. Maar ze zijn niet altijd waar. Inbrekers lezen de kranten (niet) op zoek naar rouwadvertenties en ze merken je voordeur (niet) met krijt. Nu is het de beurt aan social media. Volgens het Reformatorisch Dagblad gebruikt ongeveer 80 procent van de inbrekers social media om onbewaakte huizen op te sporen. Nieuwscheckers concludeert: het zou kunnen, maar betrouwbaar onderzoek naar de omvang van het probleem ontbreekt. 

‘Inbreker kiest doelwit via Twitter en Facebook’, kopt de website van het Reformatorisch Dagblad op 5 oktober 2011. Journalist Pieter Ariese schrijft het nieuwsbericht op basis van de onderzoeksresultaten van het Britse beveiligingsbedrijf Friedland. Het onderzoek vindt plaats naar aanleiding van de UK Home Security Week, een week waarin aandacht gegeven wordt aan inbraakpreventie. Vijftig ex-inbrekers zou onder meer gevraagd zijn of de huidige generatie inbrekers gebruik maakt van social media bij de uitvoering van hun ‘vak’. 78 procent van de ex-inbrekers zou daarop een positief antwoord hebben gegeven.  

‘Inbrekers komen je huis leegroven’  

Herkomst en methode van het onderzoek roepen journalistieke vragen op. Het is uitgevoerd door een beveiligingsbedrijf; het staat doorspekt met tips voor inbraakalarmsystemen en raamsloten. Een groep ex-inbrekers laat zich uit over de werkzaamheden van huidige inbrekers. De ex-inbrekers geven aan wat volgens hen gevaarlijk is om als huiseigenaar te doen. En een van de gevaren, volgens de ex-inbrekers, is om op social media aan te geven waar je op dat moment bent. Nieuwscheckers neemt telefonisch contact op met beveiligingsbedrijf Friedland, maar een rapport waarin de wijze van onderzoek besproken wordt, blijkt niet beschikbaar. Meer dan het bericht op de website van het bedrijf krijgt Nieuwscheckers niet te pakken.  

Online veiligheid

Fokke & Sukke - foksuk.nl

Ook Ariese van het Reformatorisch Dagblad had zijn twijfels bij het nieuws. Hij vond de cijfers wat aan de hoge kant, maar besloot om de onderzoekswijze niet te belichten. Wel vermeldt hij dat het onderzoek gedaan is door een beveiligingsbedrijf. Ook ontdekt hij dat het onderzoek bij Sky News besproken is en besluit een expert – die in de uitzending aan bod komt – te citeren in zijn nieuwsbericht. “Sky News is een gerenommeerde media-organisatie waar journalisten hun werk doen”, verduidelijkt Ariese. “Als het een groter artikel in de krant was geworden, had ik wellicht de experts persoonlijk benaderd. Voor dit nieuwsbericht op de website heb ik dat niet gedaan.” De veiligheidsexperts die aan bod komen bij Sky News, waarvan er één werkzaam is bij Friedland en één bij Sky News zelf, krijgt Nieuwscheckers niet te spreken.  

Vertaalslag  

Het is niet de eerste keer dat er geroepen wordt dat het world wide web een gevaar kan zijn. Vanaf het moment dat internet toegankelijk is voor de gewone burger, is internetprivacy een heikel punt. Nicknames doen al snel hun intrede en de echte privacyfreaks versleutelen hun IP-adres zodat ook de gevorderde internetgebruiker in het ongewis blijft over hun identiteit. Met de komst van geotagging, het toevoegen van een locatie aan een bericht of foto, is ook je realtime whereabouts geen geheim meer – mits je gedwee invult waar je bent. Voor inbrekers kan dit een buitenkansje zijn om uit te vinden waar hun toekomstige slachtoffer zich bevindt.  

Maar hoe groot is die kans? Roy Johannink, senior adviseur bij veiligheidsadviesbureau VDMMP, die zijn twijfels al eerder uitte op weblog Frankwatching: “Dat is niet te zeggen, want er is geen onderzoek naar gedaan. Het Britse onderzoek vraagt ex-inbrekers of ze gebruik zouden maken van social media, en ongeveer 80 procent zegt ja. Vervolgens komt dat in het nieuws terecht als ‘80 procent van de inbrekers gebruikt social media’. Dat is precies een vertaalslag die niet mag worden gemaakt. Als ik jou vraag: ‘Kun je met de auto naar je werk?’ en je zegt ‘ja’, betekent dat niet dat je dat daadwerkelijk doet.”

Preventie 

De voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN), waarin alle regionale korpsen en de KLPD vertegenwoordigd zijn, kent geen cijfers over inbrekers en hun gebruik van social media. Judith van der Zwan, woordvoerder bij politie Haaglanden, vertelt Nieuwscheckers dat de politie vooral actief is op het gebied van preventie. “In de wintermaanden wijzen we op het goed verlichten van je huis, en in de zomermaanden wijzen we op het gevaar van een ‘ik ben op vakantie’-voicemail. Ook waarschuwen we voor het ophopen van post voor de deur. Ik weet van geen onderzoek naar social media en inbrekers. Het lijkt me ook erg moeilijk te onderzoeken.”  

Journalist Pieter Ariese trekt de representativiteit van de vijftig ex-inbrekers voor het ‘inbrekersgilde’ in twijfel en weet geen gedegen onderzoeksrapport te achterhalen, maar besluit toch de resultaten te publiceren. “In het kader van een experiment van onze redactie met webverrijking”, zo zegt hij zelf. “Als webredactie zoeken we naar content die interessant is voor onze achterban. Voor mij was het signaal (pas op met het plaatsen van informatie op social media, inbrekers lezen mee) genoeg om het onderzoek mee te nemen. Veel mensen maken gebruik van social media, maar zijn zich niet bewust van de risico’s. Ik vind dat het ook mijn taak als journalist is om bepaalde ontwikkelingen te signaleren en om daarover te schrijven.”

Barbie met cam geen populair speeltje (voor pedofielen dan)

Friday, January 7th, 2011

Door: Jan de Beer en Britta Wielaard     

Waar tegenstanders van Barbie zich vroeger vooral druk maakten over onrealistische schoonheidsidealen, is er nu een nieuw probleem: de verborgen camera in de nieuwe Barbie Video Girl is ‘een cadeautje voor pedofielen’. Nieuwscheckers spoorde de bronnen van dit nieuws op en testte zelf de poppencamera. “Er zijn talloze andere manieren waarop pedofielen aan filmpjes van spelende kinderen kunnen komen.” 

“Barbie doll could be used as a tool for evil”, kopte de Australische krant de Herald Sun op 2 november. De aanleiding voor dit bericht was de introductie van Mattels allernieuwste Barbieproduct: de Barbie Video Girl. Deze Barbie met een camera zou volgens kinderrechtenactivisten ideaal speelgoed zijn voor pedofielen. Een dag later waarschuwden ook Nederlandse nieuwsmedia voor de gevaren van deze Barbie:  “Ophef rond Barbiepop met camera” (De Telegraaf),  “Barbie is watching you” (NOS Headlines).    

 “Amerikaanse advocaat”
De Telegraaf citeert een “Amerikaanse advocaat”, Shy Keenan, die als woordvoerster van een Amerikaanse ouderraad de nieuwe Barbie betitelt als “een cadeautje voor pedofielen”. Maar Keenan is niet Amerikaans en ook geen advocaat: ze woont in Engeland en is een “advocate” tegen kindermisbruik – een pleitbezorgster. Keenan is de medeoprichter van de Phoenix Chief Advocates, een organisatie die slachtoffers van kindermisbruik juridisch steunt. Ze werd zelf als kind misbruikt, en heeft later in samenwerking met de BBC in een editie van Newsnight met een verborgen camera haar pedofiele stiefvader ontmaskerd.
    

We wilden Keenan vragen waarom ze deze Barbie als een gevaar ziet, maar zowel zij als haar organisatie waren niet bereikbaar voor commentaar: “Due to lack of funding we are closed. You cannot contact us at present because we are closed”, aldus de site van Phoenix Chief Advocates. Het feit dat iemand van een noodlijdende organisatie zulke vergaande claims in de media maakt geeft te denken. Het heeft er de schijn van dat Keenans oproep vooral een poging was om pedofilie op de agenda te zetten.    

“Engelse psychologe”
De NOS voert een andere spreker op, de “Engelse psychologe” Sally-Ann McCormack, die alle ouders oproept om “dit product te boycotten en de winkels te vermijden waar dit potentieel pornografische gebruiksvoorwerp wordt verkocht.” McCormack is wel psychologe, maar geen Engelse: “Ik ben 100% Australisch en ik woon en werk in Melbourne,” vertelt ze ons.
We vroegen McCormack waarom ze gelooft dat de Barbie gevaarlijk is. Zij voorziet twee twee manieren waarop de Barbie voor problemen zou kunnen zorgen: “Waar ik me zorgen om maak is dat dit product kan worden gebruikt door pedofielen, of dat het videomateriaal dat geüpload wordt naar het internet zou kunnen worden misbruikt door pedofielen.”    

Een ander bezwaar is, volgens McCormack, dat het kinderen toegang geeft tot verborgen camera’s. De pop zou bijvoorbeeld neergezet kunnen worden in een badkamer  waar een vriendinnetje of een zusje aan het douchen is. Dit zou dan “voor de lol” op het internet gezet kunnen worden. Het verschil met de camera’s op laptops en telefoons is, volgens de kinderpsychologe, dat die niet verborgen zijn, en dat kinderen inmiddels weten dat ze daar voor op moeten passen. “Mijn 4 dochters zouden zich nooit uitkleden in een kamer als er een laptop openstaat, of als ze zien dat er een mobiele telefoon op ze is gericht. Ze hangen zelfs altijd iets over zulke dingen heen als ze ze zien, zelfs over hun eigen laptops!”     

Dat McCormacks kinderen door haar goed geïnstrueerd zijn over mobieltjes en laptops, wil echter niet zeggen dat dit een algemeen geldende waarheid is. In Amerika is men zelfs al druk in de weer met wetgeving om de gevaren van onopvallende camera’s op telefoons in te perken. 

Gevaar?
“De Barbie Video Girl heeft een klein LCD-scherm in haar rug en kan tot zo’n dertig minuten opnemen. De clips kunnen de kinderen vervolgens makkelijk uploaden op internet”, aldus de NOS. Is de nieuwe Barbie echt zo makkelijk te misbruiken? Hoe realistisch zijn de scenario’s die McCormack beschrijft?
“Ik heb het nagevraagd bij de leider van het team kinderporno, en die heeft nog nooit van dit soort situaties gehoord,” vertelt een woordvoerder van de KLPD ons.  “Negen-en-negentig procent van de filmpjes die met deze camera’s zullen worden gemaakt, zijn filmpjes van spelende kinderen. Daar is voor de rest niets op te zien. We weten dat pedofielen anders kijken naar spelende kinderen. Pedofielen gaan bijvoorbeeld naar restaurants of naar stranden om spelende kinderen te zien. Maar er zijn talloze andere manieren waarop pedofielen aan filmpjes van spelende kinderen kunnen komen.”    

Waarschuwing FBI
Ruim een maand later haalde de Barbie Video Girl voor de tweede maal het nieuws: de FBI had een waarschuwing uitgegeven over de pop, al bleek het eigenlijk over een uitgelekte interne memo te gaan. Veel internationale nieuwsmedia, waaronder de Daily Mail, en ook NOS Headlines, berichtten erover. Nieuwscheckers probeerde twee dagen lang contact te zoeken met de FBI-agent uit de berichten, special agent Frederick Gutt, om te vragen naar de specifieke gevaren die de FBI  zag. Na enkele keren op zijn antwoordapparaat te zijn gestrand, kwam Nieuwscheckers via een omweg terecht bij een plaatsvervanger  – die echter niks over het onderwerp kon of wilde vertellen.
    

Weer enkele dagen later werd de vermoedens van de Nieuwscheckers bevestigd toen de FBI de eerdere uitlatingen nuanceerde en de beweringen van Gutt tegensprak. “De bedoeling van de waarschuwing”, meldt de Wall Street Journal,  “was om te waarborgen dat wethandhavende instanties zich er bewust van zijn dat deze pop net als welk apparaat dan ook met een camera bewijs kan bevatten, en niet niet over het hoofd mag worden gezien tijdens een onderzoek. Het cyber alert was enkel bedoeld voor wethandhavers en is uit de context getrokken.” Zowel de KLPD als de FBI zien in de Barbie Video Girl dus geen groter gevaar dan in andere apparaten met camera’s.  De herroeping van het FBI-bericht is overigens niet gemeld door Nederlandse media.   

Wederhoor
Bij navraag laat de NOS ons weten dat ze inderdaad een fout hebben gemaakt met de nationaliteit van hun bron: “Sally-Ann McCormack is inderdaad een Australische. Dat hebben we onjuist gemeld en dat is inmiddels aangepast.” Ook vroegen we ons af of de redactie van NOS Headlines zelf twijfels had over de alarmerende beweringen over de video-Barbie. “Wij hebben vanzelfsprekend geen oordeel over dit nieuwsfeit. Ook niet over het eventuele gemak waarmee video’s online kunnen worden geplaatst. Wij brengen ‘slechts’ het nieuws dat er kritiek is op het speeltje.” De auteur van het stuk in de Telegraaf heeft niet gereageerd op onze vragen.    

Conclusie
Er valt behoorlijk wat af te dingen op de berichtgeving rond de Barbie Video Girl. Buitenlandse media lieten zich op sleeptouw nemen door anti-kinderpornoactivisten en verzuimden andere bronnen te raadplegen. Ook rukten ze een bericht van de FBI uit zijn verband. NOS en Telegraaf namen het nieuws over en voegden daar nog wat slordigheidsfoutjes aan toe. Uiteraard brengen speeltjes als deze Barbie een risico met zich mee dat niet irreëel is, maar dat geldt ook voor andere camera’s die zich in de meeste huishoudens bevinden. De waarschuwing zou dus eerder moeten luiden: “U kunt met een relatief gerust hart deze Barbie kopen, maar kijk in het algemeen goed uit met camera’s, computers en kinderen.”
 

Zelf uitproberen
Hoe makkelijk is het om met de Barbie Video Girl filmpjes te maken en op internet te plaatsen? Producent Mattel stuurde een proefexemplaar en Nieuwscheckers deed de test.     

    

 

‘Agressie in de zorg is nou eenmaal een hot issue’

Thursday, December 30th, 2010

Door: Suzanne Reijgersberg en Ellen van Ruiten

Verpleegkundigen lijden onder agressie, meldden verschillende media eind oktober. Bron: een enquête van de Consumenten-bond, ingevuld door een kwart procent van de Nederlandse verpleegkundigen. Zij klagen niet alleen over agressieve patiënten, maar ook over de werkdruk – en ze vertellen dat ze vaak fouten maken met medicatie. Hoe kwam juist die agressie op de voorpagina van De Telegraaf? Niet via een persbericht van de Consumentenbond, ontdekte Nieuwscheckers, maar door een tip uit de Tweede Kamer.

De Telegraaf  kopt op het web: ‘Verplegers zijn geweld beu’ en op papier ‘Verpleging ten prooi aan geweld’, de Volkskrant: ‘Veel verpleegkundigen met agressie geconfronteerd’. De Telegraaf noemt het verbaal en fysiek geweld tegen verpleegkundig personeel zelfs ‘schrikbarend hoog.’ Als bron verwijzen beide kranten naar een enquête van de Consumentenbond die is ingevuld door 406 verpleegkundigen.  Dat is volgens de bond zelf minder dan vorig jaar, toen op eenzelfde soort enquête 670 reacties kwamen. Die respons is volgens de bond te laag om algemene uitspraken te doen over alle Nederlandse ziekenhuizen. Maar de uitkomsten geven wel een ‘bijzonder inkijkje in het werk van een verpleegkundige’.

Het artikel in de Consumentengids van oktober telt vier kantjes. Er komen verschillende knelpunten aan bod, zoals de hoge werkdruk, de onderbezetting en de fouten die op de werkvloer gemaakt worden en die niet of nauwelijks gemeld worden. Slechts een klein kopje bericht over de agressie van patiënten en hun familie.  Ruim de helft van de respondenten heeft in de eerste zes maanden van dit jaar te maken gehad met fysieke of verbale agressie, bijna een kwart is bedreigd met fysiek geweld, en acht procent heeft overwogen om te stoppen met werken. 

Tip uit de Tweede Kamer 

Agressie tegen hulpverleners was al vaker in het nieuws.  Agressie in de zorg is een dankbaar nieuwsonderwerp, beaamt Edwin van der Aa, parlementair journalist van De Telegraaf en schrijver van het bericht ‘Verplegers zijn geweld beu’: “Als journalist van De Telegraaf weet ik uit mijn werkervaring welke onderwerpen hot issues zijn en goed gelezen zullen worden. Agressie in de zorg is zo’n onderwerp waar mensen bij de koffieautomaat over gaan praten.” Van der Aa vertelt dat hij werd getipt door een bron uit de Tweede Kamer. Vervolgens heeft hij gebeld met de Consumentenbond om cijfers op te vragen. “Agressie tegen ambulancebroeders en brandweerpersoneel is al langer in het nieuws, maar geen enkele krant had nog bericht over agressie binnen de muren van het ziekenhuis.” 

Is het onderzoek zoveel aandacht waard? Beroepsorganisatie Nu ’91  schat het aantal werkzame verpleegkundigen in 2009 op circa 149.000. Een enquête onder slechts 406 personen, die zich bovendien zelf konden aanmelden, lijkt dus niet representatief. Dat de representativiteit van het onderzoek te wensen overlaat, erkent Van der Aa. “Het zijn niet mijn woorden, maar die van de Consumentenbond. Zij hebben een probleem gesignaleerd dat ik naar buiten breng.” 

Agressie niet enige probleem 

Eind september maakte het AD al melding van de medicatiefouten waar verpleegkundigen tegen de Consumentbond over klaagden, nieuws dat werd overgenomen door andere media. Ontbraken hierin de andere klachten, een maand later ging de berichtgeving eenzijdig over problemen met agressie.  Waarom heeft De Telegraaf  zich beperkt tot het nieuws over de agressie? Daar kan Van der Aa kort over zijn: “Ken uw werkgever. Agressie tegen hulpverleners is een hot issue in alle media, dus ook in De Telegraaf. Het is ook belangrijk dat er aandacht voor is.” Het artikel van Van der Aa kreeg uiteindelijk een plekje op de voorpagina, hoewel bij de eindredactie nog twee bronnen sneuvelden. Van der Aa: “Het is altijd jammer als je stuk niet wordt geplaatst zoals je het geschreven hebt. Een krant heeft nou eenmaal altijd te maken met een beperkte hoeveelheid ruimte en dan moet de eindredactie soms inkorten. Maar ik blijf erbij dat het stuk een prima weergave van de feiten geeft. Doordat twee reacties uiteindelijk de krant niet hebben gehaald, is het artikel niet minder geworden. De essentie van het nieuws is bewaard gebleven.”

Ziekenhuizen tevreden over nieuws
Hoewel de berichtgeving omtrent agressie in de zorg genuanceerder zou kunnen zijn, lijken de betrokken partijen hier geen moeite mee te hebben. Een belronde langs grote Nederlandse ziekenhuizen wijst uit dat ook de ziekenhuizen alleen maar blij zijn met de aandacht voor dit onderwerp. De meeste kunnen zich vinden in de resultaten van de enquête. Het VU Medisch Centrum nam verschillende maatregelen om de agressie te verminderen. ‘Zo is er een beleid genaamd  ’VUmc Agressievrij’, er zijn eigen  sanctiemogelijkheden tegen daders, aangifte doen wordt  gestimuleerd, en er zijn veiligheidstrainingen en scholing,’ aldus Martin Kersloot, beleidsmedewerker bij het VUmc.

Ook het Erasmus MC werkt aan een oplossing voor agressie op de werkvloer. Samen met politie, justitie en andere ziekenhuizen in de regio tekenden zij half november een protocol om de problematiek omtrent agressie aan te pakken. “Met dit protocol hebben we afgesproken om altijd aangifte te doen van een agressie-incident, zo kan de politie snel en adequaat optreden”, vertelt persvoorlichter David Drexhage.

Kamervragen
In de politiek werd de uitkomst van de enquête met beide handen aangegrepen om agressie in de zorg op de agenda te zetten. Sabine Uitslag, CDA-kamerlid en voormalig verpleegkundige, stelde op 20 oktober – de dag dat het Telegraaf-artikel verscheen – Kamervragen over het artikel in de Consumentengids.  Zij vroeg behalve voor de agressie ook aandacht voor andere klachten, zoals de hoge werkdruk. Twee dagen later stelden ook de PvdA-Kamerleden Kuiken en Wolbert vragen aan de minister, verwijzend naar het Telegraaf-artikel.  Zij beperkten zich tot de agressie.

Sandra de Jong, woordvoerder van de Consumentenbond, heeft wel begrip voor de keuzes van journalisten:  “Als Consumentenbond moeten we soms kiezen voor één aspect dat we in een korte berichtgeving naar voren halen, het is goed dat de andere zaken door de kranten zijn benoemd. Daarnaast moet ik zeggen dat het voor ons met name belangrijk is dat het nieuws wordt opgepakt en in dit geval heeft het zelfs tot Kamervragen geleid. Dat is alleen maar goed voor de aandacht die de verpleegkundigen daarmee hebben gekregen”, aldus De Jong.

Broodje aap: inbrekers lezen overlijdensadvertenties

Tuesday, December 14th, 2010

Door: Justine Versteegh en Merel Zeilstra


Als we de kranten moeten geloven is er een nieuwe trend gaande: ‘de uitvaart-inbreker’. Die struint de overlijdensadvertenties in kranten af en slaat rustig zijn slag als de nabestaanden hun dierbare begraven.  Maar het is een aangedikt verhaal, zo wijst onderzoek door Nieuws-checkers uit. “Als een krant kopij nodig heeft, dan ligt zo’n onderwerp nog ergens op de plank.”

De afgelopen zomer schreven De Telegraaf en De Stentor over de nieuwe inbraaktrend. Vorig jaar waarschuwden het Noord-Hollands Dagblad en de Leeuwarder Courant ervoor. En in 2008 kopte de Gelderlander: ‘Tweede confrontatie in anderhalf jaar met ‘kwaadwillenden.’’ Elk van deze artikelen beweert dat het fenomeen in toenemende mate voorkomt. Cijfers worden daar niet bij gegeven. Die zijn er namelijk niet.

Geen cijfers
Op zoek naar de cijfers belde Nieuwscheckers de aangehaalde bronnen uit de vijf artikelen na. Zonder resultaat. De politiekorpsen Amsterdam Amstelland, Utrecht en IJsselland houden geen gegevens bij over deze inbraken. Het systeem laat dat simpelweg niet toe of het kost te veel tijd. “Wij registreren bij een inbraak niet de specifieke oorzaak of omstandigheid”, aldus Danielle Friedeman van de politie Utrecht. “En ja, het komt wel voor dat er inbraken worden gepleegd als bewoners op vakantie zijn of naar een begrafenis. Maar in de stad Utrecht kun je niet spreken van een trend. Het is niet iets specifiek van de laatste tijd.”

De politie registreert de omstandigheden bij woninginbraken dus niet. En bij de grotere instanties als het Nationaal Politie Instituut, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn evenmin cijfers voorhanden.

Geen trend
Niet alleen kranten, ook RTV Utrecht berichtte in juni op haar website over de vermeende inbraaknoviteit. Er zou rond die tijd in Breukelen meerdere malen zijn ingebroken in huizen waarvan de bewoners naar een begrafenis waren. Ellen de Heer van de politie Breukelen: “Die trend werd toen gesignaleerd, terwijl er maar één zo’n geval had plaatsgevonden! Wij waren niet erg blij met het bericht. We hebben daar commentaar op geleverd.”

Ook woordvoerder Ebe van der Land van de politie Amsterdam-Amstelland, die in De Telegraaf vertelde hij over de mogelijkheden om een huis gedurende een uitvaart te bewaken, ziet geen trend: “Wij geven altijd tips die inbraak kunnen voorkomen, net zoals in het Telegraaf-artikel. Maar wij zouden nooit zeggen dat er sprake van een trend is, dat werkt het onveiligheidsgevoel in de hand. En in onze beleving is daar ook absoluut geen sprake van. Of het nou om een avondje uit gaat, een vakantie of een begrafenis, dieven grijpen alles aan. Dat is al jaren zo.”

Broodje aap
Dieven maken zelden plannen, bevestigt Wim Bernasco van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR): “Je moet je realiseren dat maar 10 procent van de dieven echt met een plan op stap gaat. Het grootste deel, 70 procent, is gelegenheidsdief.” Bernasco, die gespecialiseerd is in de omstandigheden rondom diefstallen, noemt het fenomeen ‘onzin’. “Ik geloof best dat het wel eens gebeurt, maar niet dat het een trend is. Het lijkt mij een duidelijk geval van broodje aap. Zeker omdat veel vormen van criminaliteit de laatste jaren juist afnemen.” Cijfers van het CBS bevestigen die afname duidelijk. In 2005 waren er 757.000 gevallen van diefstal/verduistering en inbraak. In 2008 stond de teller aanzienlijk lager, op 679.000.

Ook wat betreft de identiteit van inbrekers, is Bernasco wantrouwend tegenover de berichtgeving: “Het is een misverstand dat de inbraak altijd door een vreemde wordt gepleegd, in dit geval degene die de krant zou naspeuren. Vaak gaat het juist om een vage bekende, een buurtgenoot of familielid.”

Uitvaartindustrie
De belangrijkste bron in de artikelen over begrafenisinbrekers zijn uitvaartvertzekeraars: Monuta wordt in twee artikelen geraadpleegd, concurrent Yarden komt drie keer aan het woord. Beide bedrijven vertellen over de beveiligingsservice dan wel de beveiligingsboxen die zij aanbieden aan mensen die zich zorgen maken over een inbraak tijdens de uitvaart. Susan Versteeg van Monuta in De Telegraaf: “Wij signaleren al langer een groei in het aantal inbraken bij nabestaanden thuis.”  Je zou bijna denken dat ze belang hebben bij deze misdaadtrend.

Tegen Nieuwscheckers zegt Versteeg  echter dat zij verkeerd is geciteerd: “Ik heb dat nooit op deze manier gezegd. Inbraken tijdens de uitvaart zijn namelijk geen nieuw fenomeen. Het bestaat al zo lang er kranten zijn. Ik denk dat de trend te gemakkelijk geconstateerd is terwijl er geen echte bewijzen beschikbaar zijn.” Daar is landelijke beveiliger Trigion, aan wie Monuta zijn beveiligingsaanvragen uitbesteedt, het mee eens. Wel signaleert Trigion een stijging in het aantal beveiligingsaanvragen.

Gijs Pelser van uitvaartverzekeraar Yarden merkt niet zo veel van een dergelijke stijging. Pelser: “Mensen voelen zich kennelijk niet echt onveilig, want van die beveiligingsboxen verkopen we er landelijk maar 10 a 20 per jaar.”

Uithangbord
De Telegraaf vermeldde namen en tarieven van de uitvaartbeveiligers (“Bij Iris Security kost beveiliging €37,50 per uur met een minimale afname van vier uur”). Toch zegt Telegraafjournaliste Titia Voûte niet de indruk te hebben dat de zorgverzekeraars de krant als uithangbord hebben gebruikt voor hun diensten. En mocht dat wel zo zijn, dan gelooft Voûte  niet dat ze er veel van zullen profiteren. “De krant ligt een uur later tenslotte in de kattenbak en dan is het weer vergeten. Ik denk niet dat het direct storm loopt bij de verzekeraars na zo’n artikel. En daarbij, het is niet zo dat de verzekeraar er zelf een persbericht uitstuurt en dat wij er mee aan de slag gaan.  Zo’n berichtje duikt ergens op in een krant of op een website. En als een dagblad dan kopij nodig heeft, ligt dat onderwerp nog ergens op de plank.”

Hoewel haar artikel begint met de zin ‘Het is te schandalig voor woorden’, benadrukt de journaliste dat we de berichtgeving rondom de uitvaartinbreker ‘niet al te serieus moeten nemen.’ De rustige zomerdagen op nieuwsredacties, de zogenaamde komkommertijd, moet volgens haar in het oog worden gehouden. “Het onderwerp is elk jaar in de media wel een item.”

Op de bewering ‘Het gebeurt steeds vaker’, komt Voûte bij Nieuwscheckers terug: “Er is volgens mij helemaal geen trend gaande. De verzekeraars zeggen dat ook iet zo. Wat wel nieuw is, is dat de beveiligingsbedrijven inspelen op de behoeften van klanten en steeds meer beveiliging aanbieden. Dat gebeurde een jaar of vijf geleden niet. Dat er meer aanvragen zijn past misschien ook wel bij deze tijd.”

Kortom
Inbraken tijdens uitvaarten komen sporadisch voor – een druppel in de oceaan van de honderdduizenden woninginbraken die in Nederland jaarlijks worden gepleegd. Voor een trend ontbreekt ieder bewijs. Een goed verhaal is het wel. Maar dat geldt voor alle broodjes aap.

Hoe overlast ‘straatterreur’ werd en Oosterwei weer in het nieuws kwam

Wednesday, December 8th, 2010

Door: Jan-Willem van der Mijde en Dewie Oediet Doebé
  

De laatste slag in de strijd tegen Marokkaanse straatterreur werd zaterdag 30 oktober gestreden in de beruchte Goudse buurt Oosterwei. Tenminste, als we de media moeten geloven. Het Algemeen Dagblad breekt vier november het nieuws over het zogenaamde ‘bloembollenincident’ en De Telegraaf zet vervolgens hard in met de kop “Straattuig heer en meester in Gouda”. Het nieuws wordt vervolgens opgepikt door andere dagbladen en op tv door het NOS, RTL nieuws, Hart van Nederland, DWDD en Pauw & Witteman. Alwéér hommeles in Oosterwei. Alhoewel, alweer? Bij nader inzien strookt de berichtgeving niet met de werkelijkheid en mist vooral De Telegraaf de nuance. 

Zaterdag 30 oktober: om Oosterwei op te leuken zouden er tijdens een schoonmaakactie bloembollen worden uitgedeeld terwijl clowns Knoef en Tomaat voor vertier zouden zorgen. Zestig huishoudens uit de buurt waren uitgenodigd, maar bij aanvang bleken alleen zo’n dertig kinderen aanwezig, zonder ouders. Een groep van tien kinderen tussen de acht en de veertien, die al enkele maanden overlast veroorzaakt, besmeurt de glijbaan met chocomel en gooit met de nog te planten tulpenbollen. Clown Knoef wordt op zijn hoofd geraakt en de actie wordt afgeblazen. 

Van brandbrief tot nieuwsbericht
Voor Jannie van Leeuwen, voorzitter van de bewonerscommissie, was het de spreekwoordelijke druppel: “Die jochies gooiden heel bewust stenen en bloembollen naar iemands slaap. Dat geeft voor mij aan dat het niet allemaal zo onschuldig was.” Een dag later mailt ze een brandbrief naar gemeente, politie en wijkinstanties. Met succes: Jan van den Heuvel van de Goudse afdeling van de PvdA formuleert raadsvragen en voegt de brief, met de vermeende instemming van Van Leeuwen, als bijlage toe. Van Leeuwen meent het echter niet meer scherp te hebben of zij daarmee had ingestemd. Binnen de raad is het een goede gewoonte om, aldus de oud-politiewoordvoerder, “gelijk een cc’tje naar de pers te sturen.” Daarop spreekt Van den Heuvel Ruud Witte van het AD Groene Hart en stelt hem voor contact op te nemen met Van Leeuwen. 

In de brief bij de raadsvragen heet Van Leeuwen ‘mevrouw Van L.’, maar het AD vermeldde haar volledige naam. Over de toedracht bestaat onduidelijkheid. Volgens Witte was de keuze aan haar, maar Van Leeuwen beweert: “Ik heb dat een beetje gelaten. Het werd een hele rare discussie. Het artikel moest snel af en ik mocht het niet zien. Als mijn naam er niet in stond, zou het een soft artikel worden. Toen dacht ik al ‘help’.” Op basis van het gesprek met Witte was Van Leeuwen in de veronderstelling dat haar brief enkel als basis zou fungeren voor een artikel over de raadsvragen van de PvdA en dat er niet uit zou worden geciteerd. Witte onkent onder tijdsdruk te hebben gestaan en meent dat er geen onduidelijkheid bestond over de aard van het artikel. Volgens de journalist is het bovendien ongebruikelijk om een artikel vóór pulicatie voor te leggen. Alhoewel Van Leeuwen zich achteraf “een beetje bekocht voelt” meent ze dat het resulterende artikel “Spoedoverleg Oosterwei” (niet online) een juiste voorstelling van de zaken geeft. Maar wat volgde had volgens haar weinig meer met de werkelijkheid te maken. 

Niet Oosterwei, maar Goverwelle

De Telegraaf zet de toon
Een dag na het AD bericht stelt De Telegraaf in “Straattuig heer en meester in Gouda” dat Oosterwei opnieuw wordt “geterroriseerd door Marokkaanse straatschoffies”. Telegraafjournalist Jenny van der Zijden verwijst daarbij naar het ‘busincident’ van twee jaar geleden, waarbij een chauffeur van Connexxion werd beroofd. “Het lijkt hetzelfde beeld als twee jaar geleden”,  aldus haar artikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu”. Stijn Hustinx en Caspar Naber van het AD (landelijke editie) verwijzen enkele dagen later in “Midden in Oosterwei zit een zweer” tevens naar het incident: “Wéér is het mis in de wijk Oosterwei in Gouda.” De journalisten vermelden daarbij niet dat het busincident niet in Oosterwei maar in de aangrenzende buurt Goverwelle plaatsvond en dat de overvaller tussen de 25 en 30 jaar zou zijn geweest. Zeker geen kind of hangjongere meer. Connexxion bevestigt dat ook in de laatste paar maanden geen ernstige incidenten hebben plaatsgevonden in de buurt. “Als er in Gouda wat gebeurt of er is een tendens zichtbaar, dan wordt dat gelijk besproken met politie en gemeente. Maar dat is de afgelopen maanden niet nodig gebleken,” aldus Herman Opmeer, woordvoerder van het vervoersbedrijf. 

De Telegraaf en het AD beweren meermalen dat het veiligheidsgevoel onder de inwoners van Oosterwei is afgenomen. Volgens de gemeente blijkt echter uit de Stadsmonitor 2010 dat er “positieve ontwikkelingen zijn te zien als het gaat om het veiligheidsgevoel en het gevoel of het ‘vooruit’ of ‘achteruit’ gaat in de buurt.” Deze data hebben echter betrekking op de gehele gemeente Gouda, dan wel Gouda-Oost (Oosterwei, Vreewijk en de Voorwillenseweg). Bovendien was er in de vier peilingsjaren om-en-om een daling en stijging in het veiligheidsgevoel waar te nemen. Een eenduidige uitspraak over de veiligheidservaring van 2010 is dan ook moeilijk te doen. 

Een verklaring voor de mogelijke vertekening van de cijfers wordt gegeven in de Veiligheidsmonitor op wijkniveau 2009, waarin staat dat in dat jaar de veiligheidsbeleving was afgenomen mede door “de incidenten en de overmatige mediabelangstelling die zich medio 2008 hebben voorgedaan in Oosterwei.” Opmerkelijk aan de berichtgeving vóór oktober 2010 is dat het AD Groene Hart op 29 mei meldde dat volgens diens eigen misdaadmeter de misdaadcijfers in Gouda daalden, alhoewel Gouda steeg in de nationale ranglijst. Op 20 juni meldde dezelfde krant dat de Molenbuurt in Goverwelle en de wijk Korte Akkeren ten noorden van de Emmastraat/Tollensstraat de onveiligste plekken waren in Gouda. Terwijl de buurt Oosterwei, “die landelijk het stempel van onveilig kreeg opgeplakt”, in geen van de lijstjes in de top drie voorkwam. 

Toch schetst raadslid Bas Driesen van Trots op Nederland in het Telegraafartikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu” een grimmig beeld van de wijk: “Kinderen dealen, ze randen vrouwen aan.” Driesen legt uit: “Dit is wel een hele kort-door-de-bocht quote, maar het klopt wel, al gaat het niet om een grote groep.” Op de vraag hoe Driesen dat weet: “Ik hoor dat van diverse bronnen uit de wijk, maar ik kan geen namen noemen.” We vragen de bewuste journalist van De Telegraaf of zij de beweringen van Driesen heeft gecheckt: “Wij hebben alles nagecheckt. Daar wil ik het graag bij laten.” 

‘Ik hou van mijn wijk’
Jannie van Leeuwen herkent haar buurt niet in de Telegraafartikelen: “Dat vind ik geen taal. Je scheert daarmee vooral de Marokkaanse bewoners over een kam, terwijl dat echt nooit mijn signaal is geweest.” Ook PvdA-raadslid Van den Heuvel vond de krant daarin te ver gaan. “Als onze stad volgend jaar economisch minder in trek is, dan moet De Telegraaf dat ook maar voor haar rekening nemen.” Volgens Van Leeuwen wordt het probleem door de media groter gemaakt dan het is:  “Ik hou van mijn wijk en wij wonen er echt met ontzettend veel plezier. Die jongens zijn best voor rede vatbaar als ze maar echt worden aangesproken op hun gedrag.” Toch wilde ze in het belang van de buurtbewoners en gemeente na de eerste berichtgeving niet in de publiciteit treden. “Ik had mijn twijfels of mijn goede woorden terecht zouden komen.” 

De clowns Knoef en Tomaat zochten ook bewust de media niet op. Volgens hun woordvoerder Arie Kraai varieerde de mediaberichtgeving “van een simpele feitenopsomming tot de wilde fantasie van Geenstijl.” Kraai vindt dat “Er zoveel scoringsdrang en frustratie bij journalisten is dat onze woorden zeker verkeerd gebruikt zouden zijn.” Ook de gemeente Gouda vindt de mediaberichtgeving over Oosterwei weinig genuanceerd. “Op lokaal niveau kun je makkelijker duiden dat Oosterwei maar uit een paar straten bestaat en dat de overlastgevende jongens een kleine groep zijn. Maar sommige landelijke media willen de overlast in Oosterwei ophangen aan de hele landelijke ‘Marokkanenproblematiek’,” aldus Ingrid Spuit, communicatiemedewerker van gemeente Gouda. 

De media-werkelijkheid
Uit de cijfers – die veelal ontbraken in de berichtgeving – blijkt dus dat de criminaliteit in Oosterwei de laatste jaren is afgenomen en dat de buurt door de jaren heen als minder onveilig wordt ervaren dan achterstandswijken in andere grote steden. In een reactie op de berichtgeving nuanceert de gemeente echter de cijfers, doordat “wijkbewoners die dagelijks last hebben van treitergedrag, er weinig aan [hebben] om te zien dat de cijfers een positieve ontwikkeling laten zien.” Desalniettemin draagt ook de aanhoudende negatieve berichtgeving, eveneens als in 2008 na ‘het busincident’, toe aan het gevoel van onveiligheid en overlast. 

Promovendus bestuurskunde Iris Korthagen schreef naar aanleiding van de Goudse mediahype in 2008 haar masterthesis over de relatie tussen nieuws en beleid. Het valt haar op dat de mediaberichtgeving over Gouda dit keer genuanceerder is dan toen: “De Telegraaf gebruikt nog steeds grote woorden als ‘straatterreur’, maar ik zie bij een krant als het NRC met het artikel “Opnieuw kijkt iedereen naar Gouda” een veel meer genuanceerde berichtgeving. Je zag vooral dat nu al veel sneller na het eerste nieuws een discussie in media – zoals het NRC – begon over de werkelijkheid zoals die door media als de Telegraaf en politici van de PVV werd verkondigd.” Korthagen vindt het een kwalijke zaak dat politici het gebrek aan nuance van bepaalde media overnemen. “Hierdoor ontstaat het gevaar dat politici beleid maken dat gebaseerd is op de media-werkelijkheid en niet op wat er werkelijk is gebeurd.” 

Minimediahype
Opvallend aan deze minimediahype was dat de directe betrokkenen van het bloembollenincident na de eerste berichten al snel uit het nieuws verdwenen. In het beeld van de buurt dat daarna ontstond, kwamen verschillende individuen en instanties aan het woord die ieder hun eigen belangen hadden. De recente berichtgeving over Oosterwei lijkt daardoor onterecht te zijn gekleurd doordat vluchtige indrukken van een buurt die al het stempel ‘fout’ draagt, als typerend worden aangevoerd, terwijl cijfers en beweringen die dat beeld nuanceren in twijfel worden getrokken. De Telegraaf was daarbij in toonzetting en bronnenselectie op zijn minst ongenuanceerd en bij vlagen sensatiezuchtig. Het AD was minder rechtlijnig maar rechtvaardigde met die nuance niet de overtrokken berichtgeving in de landelijke edities van een incident dat op zichzelf een zeer beperkte en vooral lokale nieuwswaarde heeft. Dat het incident in Oosterwei plaatsvond, maakt het niet meer nieuwswaardig; overlast van een kleine maar hardnekkige groep jongeren in een randstedelijke buurt is allerminst uniek.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • biologie (1)
  • cultuur (3)
  • dagelijks leven (21)
  • economie (13)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (5)
  • medisch (49)
  • milieu (1)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (6)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (4)
  • politiek (8)
  • psychologie (24)
  • Psychopathie (1)
  • religie (5)
  • seksualiteit (1)
  • Social media (3)
  • Tandheelkunde (2)
  • Technologie (4)
  • uiterlijk en gezondheid (2)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (4)
  • wetenschap (42)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes