Social media

Jongeren, stress en sociale media: expert is ook maar een mens

Tuesday, October 7th, 2014

door: Jessica Jonker en Malou Stoop

Ruim driekwart van de tieners heeft zoveel stress dat een burn-out op de loer ligt, aldus het AD op 11 september 2014. Het nieuws werd onder meer overgenomen door NU.nl en De Telegraaf. Sociale media zijn een grote oorzaak van de stress, beweert het AD op basis van een onderzoek en de uitspraken van een deskundige. Maar in het onderzoek gaf 78 procent van de tieners juist aan vrijwel nooit stress te hebben door sociale media. Bovendien zegt de opgevoerde burn-outspecialist tegen Nieuwscheckers geen expert te zijn op het gebied van burn-outs bij kinderen of door sociale media.

Het onderzoek naar stress is gedaan bij het jongerenpanel van EenVandaag. NRC Next checkte dit nieuws al eerder bij de onderzoekers, een opiniepeiler van EenVandaag en psycholoog Ybe Meesters. Uit het artikel van NRC Next en het rapport van EenVandaag komen al een aantal opvallende dingen naar voren. Uit het onderzoek blijkt dat 76 procent van de jongeren wel eens een hoge prestatiedruk ervaart, maar volgens klinisch psycholoog Meesters is dit niet hetzelfde als een burn-out.

Daarnaast blijkt uit het onderzoeksrapport niet dat driekwart van de jongeren stress ervaart door sociale media. ”Slechts één op de tien (9%) deelnemers zegt hier wekelijks stress van te ondervinden. Wel geeft ruim een derde (34%) aan dat hun leven een stuk relaxter zou zijn zonder sociale media’’, aldus NRC Next. Hoewel dit laatste resultaat duidt op negatieve gevolgen van sociale media, geeft 78 procent van de respondenten aan vrijwel nooit stress te hebben door sociale media.

Sociale media

Maar dat is niet het enige wat er mis is met dit nieuws. Volgens het AD beweert Carol van Velzen, klinisch psycholoog bij het ‘burnoutprogramma’ van het Universitair Medisch Centrum in Groningen, dat sociale media voor een belangrijk deel bijdragen aan een burn-out. Waar baseert zij deze uitspraken op? Van Velzen stond Nieuwscheckers graag te woord, omdat het artikel in het AD haar in negatieve zin verrast had: de krant heeft alleen de twee opmerkingen gebruikt die ze had gemaakt als leek. ”De opmerking over sociale media was een lekenuitspraak. Dat is mijn expertise helemaal niet, die opmerking maakte ik vanuit persoonlijke ervaring”, aldus Van Velzen.

Ook is de klinisch psycholoog het niet eens met de laatste alinea van het AD, die begint met de zinnen: ‘Om jongeren voor deze ellende te behoeden ziet Van Velzen nadrukkelijk een rol voor de ouders. “Leer kinderen af en toe nee te zeggen en hoe ze moeten ontspannen.”‘ Van Velzen: “Het lijkt nu alsof ik een grote rol voor ouders zie, maar het was gewoon een antwoord op de vraag of ouders eventueel een rol zouden kunnen spelen bij de stress van hun kinderen.” Ook bij deze uitspraak heeft Van Velzen naar eigen zeggen benadrukt dat ze als moeder sprak en niet als expert.

Burn-outs bij jongeren

Carien Karsten is psychotherapeut en coach op het gebied van burn-outs en heeft verschillende jongeren in haar praktijk. Er bestaat geen rechtstreeks verband tussen sociale media en een burn-out zegt zij: “Sociale media kunnen op zichzelf geen burn-out veroorzaken, maar als iemand zich voelt buitengesloten, dan kan diegene mogelijk stress ervaren bij het zien van sociale foto’s van anderen.” Maar die stress kan ook ervaren worden door bijvoorbeeld gezinssituaties, vriendschappen en schoolprestaties. Bovendien wil Karsten benadrukken dat stress niet hetzelfde is als een burn-out.

Jongeren en sociale media: moeilijk nieuws

Het AD beweert dat sociale media negatieve invloed hebben op stress bij tieners, zonder hier de juiste bronnen voor te gebruiken. Het medium trok verkeerde conclusies uit het onderzoek van EenVandaag en gebruikte de lekenuitspraken van iemand die expert is op het gebied van burn-outs bij volwassenen. Zowel de onlineredactie als de nieuwsredactie van het AD hebben niet gereageerd op verzoeken om commentaar.

Het AD is overigens niet het eerste medium dat blundert met berichtgeving over onderzoek naar jongeren en sociale media. Zo toonde Linda Duits twee jaar geleden al aan dat onder andere het NOS Journaal een lang en kritiekloos item had gemaakt over de negatieve gevolgen van sociale media, op basis van een PR-stunt.

Verkeersdoden door smartphone: honderd, tientallen of tien per jaar?

Wednesday, October 9th, 2013

door: Marloe van der Schrier en Yoshi Tuk

Als we de koppen moeten geloven, laten tientallen Nederlanders jaarlijks het leven doordat zij de smartphone gebruiken achter het stuur. Verscheidene media publiceerden over dit onderwerp op basis van een ANP-bericht. Door RTL Nieuws wordt het bericht zelfs samengevat als “Jaarlijks 100 doden in verkeer door smartphone”. Zijn er werkelijk zoveel doden te betreuren? De betrokken partijen nuanceren sterk. Door gebrekkige ongevallenregistratie in Nederland is er geen zicht op de omvang van het probleem. Een uit de lucht gegrepen aantal om een overheidscampagne te kunnen rechtvaardigen.

Aanleiding voor het nieuws is een persbericht over de start van een nieuwe overheidscampagne op 16 september jongstleden. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet een toenemend probleem in het gebruik van de slimme telefoon achter het stuur en liet onderzoeksbureau SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) een schatting maken van het aantal dodelijke ongelukken.

Harde cijfers ontbreken

De campagne stond al  in de steigers toen het onderzoek nog moest plaatsvinden. Het SWOV-rapport spreekt van een voorbedachte campagne met als waarschijnlijke strekking dat verkeersdeelname en sociale media niet samengaan. Schatten van het aantal dodelijke ongelukken omschrijft het onderzoeksbureau als lastig. Om toch een indicatie te geven baseren de wetenschappers zich met name op buitenlandse studies die ze zelf van matige kwaliteit vinden. De focus van deze studies lag op algemene afleiding in het verkeer. Daar vallen ook zaken onder als een navigatieapparaat instellen, praten met bijrijders of het plaatsen van een CD. Voorzichtig wordt geschat dat er jaarlijks tientallen tot ruim honderd doden vallen door afleiding: exacte cijfers over de rol van smartphones kunnen niet worden gegeven.

Hoewel het SWOV vooral buitenlandse studies aanhaalt, wordt er ook in Nederland onderzoek gedaan. Zo stelde Dick de Waard van de Rijksuniversiteit Groningen al in 2008 vast dat 3 tot 4 procent fietsend gebruikmaakt van de telefoon. Bij recente herhaling van het onderzoek bleek het percentage stabiel, maar het gebruik sterk veranderd. Waar fietsers eerder vooral telefoneerden, turen ze nu al typend naar het scherm. Toch heeft De Waard zo zijn bedenkingen bij het gebruik van internationale cijfers. Ze zijn niet zonder meer te generaliseren naar ons land. Zo is het in omringende landen bij wet verboden de telefoon te gebruiken op de fiets. Beleid dat wij niet kennen, maar dat de internationale gebruikscijfers wel beïnvloedt. De Waard: “De cijfers zullen denk ik geen volslagen onzin zijn maar bij de methode kun je wel je kanttekeningen plaatsen.”

‘Een kleine tiental doden per jaar’

Ook Veilig Verkeer Nederland, partner van de campagne, nuanceert. De organisatie laat bij monde van Rob Stomphorst weten dat het hooguit om een kleine tiental doden gaat en maximaal honderd gewonden. “En daar zijn andere vormen van afleiding nog eens bij inbegrepen.” Wel blijkt uit waarnemingen van de politie dat activiteiten als facebooken en whatsappen in het verkeer een vlucht hebben genomen. “Jongeren vinden het erger om niet direct Facebook te kunnen openen dan van de fiets te vallen.” Hoe groot deze vlucht is blijft voor Veilig Verkeer Nederland onbekend. “De registratie van oorzaken van ongelukken is in ons land rammelig.”

Is er dan sprake van een campagne zonder hard te maken probleem? Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu laat weten af te gaan op de betrouwbaarheid en conclusies van het SWOV waarin “wel degelijk een schatting wordt gemaakt van het aantal doden.” Verder is er volgens de woordvoerder voldoende bewijs dat de focus van deze campagne rechtvaardigt. Zo is er de algemene toename van het aantal smartphones in ons land en blijkt uit NIPO-onderzoek dat Nederlanders zich regelmatig schuldig maken aan bijvoorbeeld e-mailen achter het stuur. Berekeningen van TNO wijzen er dan weer op dat dit de rijprestaties aanzienlijk verslechtert. Aanleiding voor het ministerie aandacht te vragen voor dit probleem. Net als Stomphorst van Veilig Verkeer Nederland zien ze bij de overheid dat de ongevallenregistratie bij de politie “duidelijk voor verbetering vatbaar is.” De minister van Veiligheid en Justitie heeft toegezegd hier aan te zullen werken.

Patrick Rugebregt van het SWOV vindt zelf de berichtgeving over het aantal verkeersslachtoffers te kort door de bocht. “We hebben bewust gekozen voor een brede marge en de focus op algemene afleiding in het verkeer. Een harde uitsplitsing naar specifieke vormen van afleiding als de smartphone, social media of e-mail is gewoon niet mogelijk. Daar missen we te veel informatie voor.” Volgens de woordvoerder zullen we het met deze ruime schatting moeten doen. “Uiteindelijk draait het voor het ministerie om de onderliggende boodschap: Houd je focus op de weg.”

Reactie ANP

Hoofdredacteur Marcel van Lingen laat namens het ANP weten dat er een “flinke checkgeschiedenis” heeft plaatsgevonden. De betreffende verslaggever heeft verschillende factsheets van het SWOV doorgenomen voorafgaand aan de publicatie. Van Lingen geeft aan dat er weliswaar voor gemotoriseerde voertuigen onvoldoende Nederlandse cijfers zijn, maar dat volgens het SWOV veilig aangenomen kan worden dat het om 25 tot 100 slachtoffers per jaar gaat. Opvallend is dat Veilig Verkeer Nederland deze cijfers aan het ANP bevestigde, dit in tegenstelling tot wat ons werd verteld.

Conclusie

Tientallen tot honderden doden door smartphonegebruik is hoe dan ook een uit de lucht gegrepen aantal. Buitenlandse cijfers zijn niet te generaliseren naar ons land, schattingen kunnen niet als feiten worden gepresenteerd en de berichtgeving is ondanks de ‘flinke checkgeschiedenis’ van het ANP weinig genuanceerd. Sterker nog: De media houden de cijfers aan en hebben verzuimd gedegen te controleren. Of er sprake is van een probleem en hoe groot dit probleem zou kunnen zijn blijft dus onduidelijk. Het lijkt hierdoor vooral op een mislukte zoektocht naar een rechtvaardiging van een campagne.

Inbrekers lezen vakantietweets, beweert beveiligingsbedrijf

Thursday, November 24th, 2011

door: Sean van der Steen en Marleen Stelling 

‘Fijne vakantie!’, twittert @inbreker aan de nietsvermoedende huiseigenaar die zojuist een vakantietweet plaatste. Verhalen over inbrekers zijn populair in de media en bovendien al zo oud als de weg naar Rome. Maar ze zijn niet altijd waar. Inbrekers lezen de kranten (niet) op zoek naar rouwadvertenties en ze merken je voordeur (niet) met krijt. Nu is het de beurt aan social media. Volgens het Reformatorisch Dagblad gebruikt ongeveer 80 procent van de inbrekers social media om onbewaakte huizen op te sporen. Nieuwscheckers concludeert: het zou kunnen, maar betrouwbaar onderzoek naar de omvang van het probleem ontbreekt. 

‘Inbreker kiest doelwit via Twitter en Facebook’, kopt de website van het Reformatorisch Dagblad op 5 oktober 2011. Journalist Pieter Ariese schrijft het nieuwsbericht op basis van de onderzoeksresultaten van het Britse beveiligingsbedrijf Friedland. Het onderzoek vindt plaats naar aanleiding van de UK Home Security Week, een week waarin aandacht gegeven wordt aan inbraakpreventie. Vijftig ex-inbrekers zou onder meer gevraagd zijn of de huidige generatie inbrekers gebruik maakt van social media bij de uitvoering van hun ‘vak’. 78 procent van de ex-inbrekers zou daarop een positief antwoord hebben gegeven.  

‘Inbrekers komen je huis leegroven’  

Herkomst en methode van het onderzoek roepen journalistieke vragen op. Het is uitgevoerd door een beveiligingsbedrijf; het staat doorspekt met tips voor inbraakalarmsystemen en raamsloten. Een groep ex-inbrekers laat zich uit over de werkzaamheden van huidige inbrekers. De ex-inbrekers geven aan wat volgens hen gevaarlijk is om als huiseigenaar te doen. En een van de gevaren, volgens de ex-inbrekers, is om op social media aan te geven waar je op dat moment bent. Nieuwscheckers neemt telefonisch contact op met beveiligingsbedrijf Friedland, maar een rapport waarin de wijze van onderzoek besproken wordt, blijkt niet beschikbaar. Meer dan het bericht op de website van het bedrijf krijgt Nieuwscheckers niet te pakken.  

Online veiligheid

Fokke & Sukke - foksuk.nl

Ook Ariese van het Reformatorisch Dagblad had zijn twijfels bij het nieuws. Hij vond de cijfers wat aan de hoge kant, maar besloot om de onderzoekswijze niet te belichten. Wel vermeldt hij dat het onderzoek gedaan is door een beveiligingsbedrijf. Ook ontdekt hij dat het onderzoek bij Sky News besproken is en besluit een expert – die in de uitzending aan bod komt – te citeren in zijn nieuwsbericht. “Sky News is een gerenommeerde media-organisatie waar journalisten hun werk doen”, verduidelijkt Ariese. “Als het een groter artikel in de krant was geworden, had ik wellicht de experts persoonlijk benaderd. Voor dit nieuwsbericht op de website heb ik dat niet gedaan.” De veiligheidsexperts die aan bod komen bij Sky News, waarvan er één werkzaam is bij Friedland en één bij Sky News zelf, krijgt Nieuwscheckers niet te spreken.  

Vertaalslag  

Het is niet de eerste keer dat er geroepen wordt dat het world wide web een gevaar kan zijn. Vanaf het moment dat internet toegankelijk is voor de gewone burger, is internetprivacy een heikel punt. Nicknames doen al snel hun intrede en de echte privacyfreaks versleutelen hun IP-adres zodat ook de gevorderde internetgebruiker in het ongewis blijft over hun identiteit. Met de komst van geotagging, het toevoegen van een locatie aan een bericht of foto, is ook je realtime whereabouts geen geheim meer – mits je gedwee invult waar je bent. Voor inbrekers kan dit een buitenkansje zijn om uit te vinden waar hun toekomstige slachtoffer zich bevindt.  

Maar hoe groot is die kans? Roy Johannink, senior adviseur bij veiligheidsadviesbureau VDMMP, die zijn twijfels al eerder uitte op weblog Frankwatching: “Dat is niet te zeggen, want er is geen onderzoek naar gedaan. Het Britse onderzoek vraagt ex-inbrekers of ze gebruik zouden maken van social media, en ongeveer 80 procent zegt ja. Vervolgens komt dat in het nieuws terecht als ‘80 procent van de inbrekers gebruikt social media’. Dat is precies een vertaalslag die niet mag worden gemaakt. Als ik jou vraag: ‘Kun je met de auto naar je werk?’ en je zegt ‘ja’, betekent dat niet dat je dat daadwerkelijk doet.”

Preventie 

De voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN), waarin alle regionale korpsen en de KLPD vertegenwoordigd zijn, kent geen cijfers over inbrekers en hun gebruik van social media. Judith van der Zwan, woordvoerder bij politie Haaglanden, vertelt Nieuwscheckers dat de politie vooral actief is op het gebied van preventie. “In de wintermaanden wijzen we op het goed verlichten van je huis, en in de zomermaanden wijzen we op het gevaar van een ‘ik ben op vakantie’-voicemail. Ook waarschuwen we voor het ophopen van post voor de deur. Ik weet van geen onderzoek naar social media en inbrekers. Het lijkt me ook erg moeilijk te onderzoeken.”  

Journalist Pieter Ariese trekt de representativiteit van de vijftig ex-inbrekers voor het ‘inbrekersgilde’ in twijfel en weet geen gedegen onderzoeksrapport te achterhalen, maar besluit toch de resultaten te publiceren. “In het kader van een experiment van onze redactie met webverrijking”, zo zegt hij zelf. “Als webredactie zoeken we naar content die interessant is voor onze achterban. Voor mij was het signaal (pas op met het plaatsen van informatie op social media, inbrekers lezen mee) genoeg om het onderzoek mee te nemen. Veel mensen maken gebruik van social media, maar zijn zich niet bewust van de risico’s. Ik vind dat het ook mijn taak als journalist is om bepaalde ontwikkelingen te signaleren en om daarover te schrijven.”

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes