misdaad

‘Eigen onderzoek’ naar illegale prostitutie vanuit hotels bestaat niet

Tuesday, January 26th, 2010

Door Paula Breuning en Anne Riemke Prins

hotelkamerProstitutie vanuit hotels neemt toe. Dit beweert André van Dorst, directeur van de Vereniging van Exploitanten Relaxbedrijven (VER) in de Metro van 9 november. De conclusie is gebaseerd op eigen onderzoek van de branchevereniging. Als nieuwscheckers zijn wij benieuwd naar de cijfers en belden met Van Dorst. Wat blijkt: er zijn helemaal geen cijfers.

“Echte cijfers heb ik niet, maar als die er zouden zijn, was het probleem allang opgelost,” aldus Van Dorst. Misschien, maar waar komt de bewering dan vandaan? “Kijk zelf maar op internet, er komen steeds meer advertenties van prostituees die werken vanuit hotels.” Het ‘onderzoek’ van Van Dorst blijkt een onderbuikgevoel, een wilde schatting, want hij heeft het aantal advertenties niet vergeleken met een eerdere periode.

Op die basis kun je niet beweren dat de illegale prostitutie vanuit hotels groeit. Beschikt Van Dorst ook over andere bronnen? “Andere instellingen beweren het ook,” aldus Van Dorst, en hij verwees de nieuwscheckers naar een uitzending van Netwerk. Maar Netwerk beweert niet dat illiegale prostitutie vanuit hotels groeit, alleen dat het bestaat.

Signalen

Zou de schrijver van het artikel, journalist Niels Rigter, dan nog andere bronnen hebben gebruikt? Want voorpaginanieuws wordt dit toch niet zomaar? Toch wel: Van Dorst is de enige bron, vertelt Rigter. “De VER bracht ongeveer anderhalf jaar geleden naar buiten dat het probleem bestond. De insteek van het artikel was om te kijken wat er inmiddels aan gedaan was.” Van Dorst vertelde hem dat het probleem niet was verminderd, maar zelfs was toegenomen. Rigter heeft deze mededeling voor waar aangenomen omdat Van Dorst veel contacten heeft in het circuit.

Om erachter te komen of we de beweringen van Van Dorst kunnen onderbouwen met cijfers bellen we verschillende organisaties. Via de politie kwamen we bij Koninklijke Horeca Nederland (KHN). Deze brancheorganisatie wordt ook al geciteerd in het stuk van Rigter. KHN heeft evenmin onderzoek gedaan naar het fenomeen, maar is wel bezorgd over illegale prostitutie vanuit hotels.

Joris Prinssen van KHN: “Wij krijgen signalen van onze leden dat zij een toename zien van illegale prostitutie. Daarom hebben wij nu een soort handleiding gemaakt voor hotels, hoe zij het kunnen herkennen en wat zij eraan kunnen doen. We hebben er nog geen echt onderzoek naar gedaan. Wel hebben we een Kamerlid gevraagd om er verder mee te gaan.”

Van Dorst is dus niet de enige die denkt dat illegale prostitutie vanuit hotels toeneemt. De presentatie van het artikel in Metro suggereert echter dat de kop ondersteund wordt door betrouwbaar cijfermateriaal. Dit is niet het geval. Metro-journalist Rigter had dat duidelijk uit zijn stuk moeten laten blijken.

Misbruikcijfers verstandelijk gehandicapten blijken wilde schatting

Friday, November 27th, 2009

Door Renée Peels en Loes Reijmer

netwerkZes op de tien verstandelijk gehandicapten in Nederland worden minimaal één maal in hun leven het slachtoffer van seksueel misbruik. Dat beweerde pedagoge Aafke Scharloo op 22 september in een indringende reportage van Netwerk:  “Het probleem is enorm. Gezien de cijfers kun je er niet omheen.” Nieuwscheckers schrok van dit percentage, en ging op zoek naar die cijfers. Wat bleek: die zijn er niet. Ook opmerkelijk: Scharloo baseert zich op openbare bronnen, maar vertelt niet welke dat zijn.

Onderzoek

“Er is in Nederland nog nooit grootschalig onderzoek gedaan naar de prevalentie (in dit geval: heeft iemand het gedurende zijn of haar leven meegemaakt? red.) van seksueel misbruik onder verstandelijk gehandicapten”, vertelt Willy van Berlo, verbonden aan de Rutgers Nisso Groep en autoriteit op het gebied vanKnipsel seksueel misbruik bij mensen met een beperking. Volgens Van Berlo is er wel eens kleinschalig onderzoek gedaan naar seksueel misbruik onder jongeren in een residentiële inrichting, maar dit is volgens haar niet representatief: “Jongeren in een residentiële inrichting kampen al met gedragsproblemen, en vormen dus een erg specifieke groep. De resultaten mogen niet geprojecteerd worden op alle verstandelijk gehandicapten. Daarnaast was het onderzoek te kleinschalig.” Een ander onderzoek uit 1995 van Van Berlo zelf was gericht op incidentie: “Bij incidentie kijk je alleen naar een afgebakende periode. Het percentage ligt dan logischerwijs lager, in dit geval 1,2 procent.”

3 maal 20 is 60

Aafke Scharloo is zelfstandig klinisch psycholoog en orthopedagoog. Diagnostiek en behandeling van seksueel misbruik van gehandicapten is een van haar specialisaties.  Met de schokkende cijfers die ze in september in Netwerk noemde, is ze al jaren veelgevraagd mediadeskundige. Ze presenteerde ze sinds 2004 onder meer in een eerdere uitzending van Netwerk, en in Tubantia, de Volkskrant, Volkskrant Magazine, het Nederlands Dagblad en het EO-programma ‘t Zal je maar gebeuren.  Nieuwscheckers is in al die jaren kennelijk de eerste die doorvraagt naar de bronnen.

Scharloo erkent desgevraagd dat de 60 procent die ze in Netwerk noemde niet stoelt op Nederlands onderzoek. Ze doet er ook zelf geen onderzoek naar. “Het zijn inderdaad geen harde cijfers. Internationaal onderzoek laat echter zien dat het percentage drie tot vijf keer hoger ligt dan seksueel misbruik bij mensen zonder verstandelijke beperking. Dat percentage kennen we wel, namelijk 20 procent. Drie keer zoveel is 60 procent.”

“Zo kan ik het ook”, reageert Joop Hoekman van de Universiteit Leiden, orthopedagoog en onderzoeker op het gebied van zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Ook hij is van mening dat seksueel misbruik van mensen met een verstandelijke handicap te vaak voorkomt, en ook hij vermoedt dat het vaker gebeurt dan bij de rest van de bevolking. “Maar ik houd er niet van om maar wat willekeurige getallen in de lucht te gooien.”

Deze ‘willekeurige getallen’ ontleent Scharloo aan buitenlands onderzoek. Het is de vraag of deze percentages zonder omhaal geprojecteerd kunnen worden op de Nederlandse situatie. Scharloo: “Het percentage komt naar voren uit verschillende onderzoeken, onder meer uit de VS, Australië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Waarom zou het voor Nederland niet gelden?” Welke onderzoeken zijn dat precies? Op die vraag geeft Scharloo ondanks herhaald aandringen van Nieuwscheckers geen antwoord.

Andere deskundigen zijn een stuk terughoudender: “Je moet voorzichtig zijn met je uitspraken”, vindt Hoekman, “kletspraat is er al genoeg.” Volgens hem verschillen landen in de organisatie van zorg, waardoor de percentages niet zomaar op Nederland toegepast kunnen worden. “Zo wonen verstandelijk gehandicapten in Scandinavische landen bijvoorbeeld veel meer in de samenleving, terwijl in Nederland nog veel gehandicapten in gezinsvervangende tehuizen of internaten wonen.” Volgens de orthopedagoog was ook de gezondheidszorg in landen zoals de VS en het Verenigd Koninkrijk nog niet zo lang geleden anders georganiseerd dan in ons land. Van Berlo beaamt dit, en voegt een belangrijke kanttekening toe: “Naast een ander zorgsysteem, wordt er in sommige landen ook heel anders omgegaan met seksualiteit, denk bijvoorbeeld aan de VS.”

Netwerk

Had Netwerk niet eveneens een andere deskundige aan het woord moeten laten om de percentages van Scharloo te nuanceren? Tenco van der Hee, eindredacteur EO-netwerk, vindt van niet,  want als journalist moet je keuzes maken: “Volledig zijn is onmogelijk. Zelfs het meest uitgebreide boek over een bepaald thema zal onvolledig zijn op bepaalde punten. Je maakt altijd keuzes.” Zo ook met Aafke Scharloo: “Aafke Scharloo beschouwt deze buitenlandse cijfers, op basis van haar expertise, als representatief voor de Nederlandse situatie. Ze kunnen weliswaar niet een-op-een  worden overgenomen, maar de strekking en tendens wel. Die bewering presenteren wij niet als “de waarheid” maar als haar deskundige mening. Overigens is Scharloo zeker niet de enige met deze zienswijze. Toen de misbruikzaak rond Benno L. aan het licht kwam, werden deze cijfers ook door verschillende andere deskundigen in de media aangehaald. Er zullen waarschijnlijk bij elk thema dat Netwerk behandelt ook deskundigen zijn die er anders over denken. Zo ook bij dit onderwerp.”  

Schrikken

Rutgers Nisso-onderzoekster Van Berlo werkt momenteel samen met Movisie in opdracht van het ministerie van VWS aan een grootschalig onderzoek naar seksueel misbruik bij mensen met alle soorten beperkingen (lichamelijk, zintuiglijk en verstandelijk). De resultaten worden september 2010 verwacht. Er is momenteel dus nog opvallend weinig kennis over dit belangrijke thema. “Seksualiteit van mensen met een beperking is lang taboe geweest, laat staan seksueel misbruik van gehandicapte mensen” vertelt Van Berlo.  “Daarom heeft het zo lang geduurd voordat er onderzoek naar gedaan werd.”

Over één ding zijn alle deskundigen het eens: het vermoeden dat seksueel misbruik vaker voorkomt bij mensen met een verstandelijke beperking, dan bij mensen zonder verstandelijke beperking. Ze zijn het echter oneens over wat er met dit onbevestigde vermoeden gedaan moet worden. Wat zijn de consequenties van schokkende beeldvorming die, zo blijkt, op zeer weinig onderzoek gebaseerd is?

“Ik hoop dat mensen ervan schrikken”, verklaart Scharloo. Van Berlo en Hoekman willen ook aandacht voor het probleem, maar vinden overdrijving om het probleem op de politieke en maatschappelijke agenda te zetten not done. Hoekman: “Bovendien snijd je jezelf in vingers. Doordat je het niet kan bewijzen, maak je jezelf zeer ontvankelijk voor kritiek. Je bewering wordt makkelijk onderuit gehaald en voor je het weet is het thema weer van de agenda afgevoerd. Je moet zorgvuldig en terughoudend zijn. Het probleem is immers ernstig genoeg.”

Wordt snoepend kind later crimineel?

Friday, October 30th, 2009

Door Jutta Grabowski en Danja Koeleman

Kinderen die elke dag snoepen, hebben meer kans om later in hun leven veroordeeld te worden wegens geweldpleging. Zo vatten Nederlandse en Britse media begin oktober een onderzoek samen van psycholoog Simon C. Moore van de universiteit van Cardiff.  Een onderzoek onder 17.500 mensen, aldus De Telegraaf. Zo’n grote groep, dat moet wel betrouwbaar zijn, dacht de journaliste. Maar Moore turfde slechts 19 gewelddadige snoepers.

Aprilgrap
Groeien kinderen die elke dag snoepen op tot gewelddadige volwassenen, wilde Moore weten. Hij gebruikte voor zijn onderzoek gegevens over 17.500 Britse kinderen die vanaf hun geboorte in 1970 zijn gevolgd tot in hun 34e levensjaar. Uit de resultaten, gepubliceerd in de oktobereditie van het British Journal of Psychiatry, bleek dat 69 procent van degenen die op latere leeftijd crimineel gedrag vertoonde, vroeger dagelijks snoepte. De oorzaak? Kinderen die elke dag mogen snoepen, leren niet om de bevrediging van hun behoeften uit te stellen, veronderstelt Moore. Het snoepen werkt gevoeligheid voor verslaving in de hand, die vervolgens weer kan leiden tot gewelddadig gedrag op latere leeftijd.

De media smulden ervan. ‘Elke dag snoep leidt tot geweld’, kopte De Telegraaf op 1 oktober. Ook Trouw gebruikte met ‘Snoepende kinderen vaker gearresteerd’ een stellige kop, evenals het Reformatorisch Dagblad in zijn papieren editie. Opvallend is dat Britse media de conclusies veel voorzichtiger presenteren. De BBC zet het ‘verband’ tussen aanhalingtekens (‘Daily sweets ‘linked’ to violence’). En de Britse gezondheidsorganisatie National Health Service (NHS) heeft van de kop een vraag gemaakt (‘Can sweets turn you sour?’). De NHS laat bovendien twee critici aan het woord, onder wie Julian Hunt, directeur van het Britse Food and Drink Federation: “Dit moet wel een één april-grap zijn. Onsociaal gedrag ontstaat uit psychologische en andere diepgewortelde sociale oorzaken, zoals een slechte opvoeding. Dat komt echt niet doordat je als kind dagelijks een snoepje kreeg.” Die mening is misschien te verwachten van een snoepverkoper. Maar ook Nederlandse onderzoekers zijn sceptisch.

Te veel aandacht
Volgens Frits Muskiet, hoogleraar klinische chemie en pathophysiology aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, maakt deze studie een causaal verband tussen snoepen en agressief gedrag niet overtuigend aannemelijk: “Er is gekeken of mensen op 34-jarige leeftijd gewelddadig gedrag vertonen en dat werd in verband gebracht met hun (zelf gerapporteerde) snoepen op 10-jarige leeftijd.” De uitkomsten van Moores studie zijn volgens Muskiet slechts ‘hypothesevormend’. Hij gelooft dan ook dat de conclusies te veel aandacht krijgen in dit stadium en dat het publiek de uitkomsten niet op hun bewijzende kracht kan schatten.

Veelzeggend is ook dat de geraadpleegde deskundigen niet bekend zijn met vergelijkbare onderzoeken die Moores resultaten zouden kunnen ondersteunen. Muskiet kent geen onderzoeken naar de relatie tussen voeding en gedrag die gehouden worden met dieren.

Meer vragen dan antwoorden
Ap Zaalberg, onderzoeker op het gebied van voeding en gedrag aan het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie, kent wel studies die een verband onderzochten tussen suikerconsumptie en antisociaal gedrag. Deze studies vormen echter niet voldoende ondersteuning voor Moores theorie omdat volgens deze niet het eten van suiker zelf agressiviteit veroorzaakt maar dat kinderen niet leren om hun behoeftebevrediging uit te stellen.

Zaalberg wijst op een fundamenteel probleem van dit type onderzoek, namelijk dat het niet experimenteel is: dat wil zeggen dat er geen controlegroep is gebruikt en dat de onderzochte personen niet willekeurig zijn geselecteerd en vergeleken met een controlegroep.  Deze onderzoeksgroepen worden vervolgens aan verschillende behandelingen en omstandigheden blootgesteld, zodat eventuele invloeden van buitenaf willekeurig over de verschillende proefpersonen worden verdeeld. Zaalberg: “Alleen dan kun je met enige zekerheid iets zeggen over oorzaak en gevolg. Er zijn bij Moores onderzoek heel goed alternatieve verklaringen mogelijk. Er kan zelfs sprake zijn van omgekeerde oorzakelijkheid. Bij zo’n verklaring is het snoepen niet de oorzaak van het latere antisociale gedrag, maar het gevolg. Het is goed denkbaar dat moeite hebben met impulscontrole en met uitstellen van behoeftebevrediging de oorzaak is van zowel een verhoogde kans op antisociaal gedrag, als het snoepgedrag in het verleden. Maar er zijn veel meer verbanden mogelijk, zoals de auteurs ook zelf aangeven in hun artikel. Het zou namelijk ook kunnen zijn dat mensen die veel snoepen er ook andere, minder gezonde leefgewoontes op nahouden.”

Overigens stelt Zaalberg dat het feit dat dit onderzoek niet per se bewijst dat snoepen antisociaal gedrag veroorzaakt, niet wil zeggen dat het omgekeerde waar is. “Ooit, meer dan een halve eeuw geleden, is het verband tussen roken en longkanker in een soortgelijk onderzoek voor het eerst zichtbaar gemaakt. Dit was het startpunt van ander onderzoek dat gaandeweg oorzakelijkheid heeft aangetoond.”

Onoplettende media
Nieuwscheckers vroeg onderzoeker Simon Moore naar zijn reactie op de kritiek. Over de ‘1 april’-opmerking van Julian Hunt zegt hij: “Het is niet eens april… Dit soort opmerkingen neem ik uiteraard niet serieus. Degenen wier kritiek ik wel vrees, zijn de belangrijke wetenschappers die ook in mijn vakgebied opereren. Gelukkig hebben we veel positieve geluiden over ons onderzoek gehoord. Ook hebben we het voor elkaar gekregen dat er weer veel gepraat wordt over voeding. Waar ik me wel zorgen over maak, is de kritiek dat wij een onlosmakelijk verband zouden leggen tussen het eten van snoep en gewelddadig gedrag. Veel wat in de media wordt gerapporteerd, verschilt ontzettend veel van ons gepubliceerde onderzoek. Zelfs eenvoudige dingen, als de omvang van onze steekproef.”

Ook vroegen we Moore naar alternatieve verklaringen voor de onderzoeksresultaten. Zou het snoepgedrag bijvoorbeeld niet het gevolg kunnen zijn van agressiviteit? “Dat lijkt er niet op, aangezien we ook het agressief gedrag tijdens de kindertijd hebben onderzocht. Het belangrijkste is dat onze bevindingen interessant zijn en meer aandacht verdienen. Begrijpen hoe factoren uit de jeugd kunnen leiden tot agressief gedrag kan belangrijk zijn in de vermindering van geweld. Dit onderzoek kan bijvoorbeeld verbreed worden tot een ruim onderzoek waarin het opgroeiproces van kinderen op lange termijn wordt gevolgd. Dus niet alleen voeding en dergelijke, maar ook andere factoren.”

Moore geeft ook direct aan dat het snoepen niet dé oorzaak is van geweld op latere leeftijd: “Het is een ingewikkeld onderzoeksgebied. Het snoepen alleen kan niet de schuld krijgen.”

19 van de 7.000
De website van Science laat echter zien dat de conclusies van Moores onderzoek niet alleen vergezocht zijn, maar ook dat deze zijn gebaseerd op wel heel kleine aantallen. Niet 17.000, maar de gegevens van slechts 7.000 personen zijn opgenomen in het onderzoek – de rest kwam niet in aanmerking voor data-analyse. Slechts 38 personen bleken op latere leeftijd gewelddadig gedrag te vertonen, waarvan de data van 28 ook daadwerkelijk geanalyseerd konden worden. Van hen at 69 procent vroeger dagelijks snoep. Een snelle rekensom leert ons dat maar 19 personen – van de 7.000 – dus het verband tussen het snoepen als kind en gewelddadig gedrag op latere leeftijd aantoonden. Kan je dit magere resultaat dan wel zo groot publiceren?

Die vraag stelden we ook aan onderzoeker Moore. “In het onderzoek waren er uiteindelijk 38 proefpersonen die gewelddadig gedrag vertoonden. Mijns inziens is dit aantal groot genoeg om iets nuttigs te kunnen zeggen over welk effect voeding in de jeugd kan hebben op latere leeftijd – zolang je voorzichtig bent met de statistieken. Daarbij moet je in het achterhoofd houden dat gewelddadig gedrag iets is wat niet erg vaak voorkomt, wat het lastig maakt om dit onderwerp op grote schaal te onderzoeken. Als je het onderzoek anders uitvoert, bijvoorbeeld door volwassenen die gewelddadig gedrag vertonen te vragen naar hun voedingspatroon als kind, zijn de resultaten minder betrouwbaar, omdat mensen zich dat niet meer precies kunnen herinneren. De resultaten uit ons onderzoek zijn dan wellicht wat minder significant, maar wél honderd procent betrouwbaar.”      

“Dit is wel De Telegraaf
Hoewel het snoeponderzoek veel vragen onbeantwoord laat en hoewel ook de onderzoekers zelf tot voorzichtigheid manen, presenteerden Nederlandse kranten het verband tussen snoepen en geweld zonder andere bronnen te raadplegen en het onderzoek in een bredere context te plaatsen. Het Reformatorisch Dagblad heeft het artikel overgenomen van het persbureau AP en aanzienlijk ingekort wegens ruimtegebrek. Redacteur Anton Stam heeft het artikel niet zelf samengesteld, maar licht toe waarom er verder geen achtergrondinformatie is gebruikt en geen andere bronnen zijn geraadpleegd: “We hebben een kleine redactie en weinig tijd.”

Chantal Anthonio (De Telegraaf) baseerde zich op de BBC.  Het onderzoek leek haar geloofwaardig “omdat er veel mensen bij betrokken waren.” Daarnaast beschouwt zij de BBC als een betrouwbare bron. De kop ‘Elke dag snoepen leidt tot geweld’ is volgens haar in de eerste plaats gekozen vanwege zijn aansprekendheid. De BBC liet twee critici aan het woord, Anthonio niet: “Dit is wel De Telegraaf.”

Hoe dan ook, het lijkt erop dat Moore zijn conclusies iets te snel en onzorgvuldig heeft getrokken. Dagelijks snoepen zal er dus niet voor zorgen dat je in de gevangenis terechtkomt: de tandartsstoel lijkt een veel zekerder gevolg.

Gevaar maxi-tas is vermomde reclame voor verzekeringsbedrijf

Thursday, June 11th, 2009

Door Mirjam van Spelde

facktcheck-illustratie-punk‘Oversized tas trendy maar gevaarlijk’, kopt Nu.nl op vrijdag 20 mei. De grote tassen, die de laatste paar jaar een geliefde accessoire zijn bij celebrity’s en fashionista’s, zouden volgens de nieuwssite de tassenroof in Groot Brittannië met 25 procent hebben doen toenemen. Bovendien vergroten ze daardoor het risico op fraude met persoonsgegevens: die tassen zittten immers vol met creditcards en bankafschriften. Aldus fraudeonderzoekers - die toevallig ook verzekeringen verkopen aan mensen die bang zijn het slachtoffer te worden van fraude.

Het maxi-tasverhaal blijkt een geval van slecht kopiëren van een onbetrouwbare primaire bron. Te beginnen bij Pauline van Lintel van Nu.nl, die haar artikel over de maxi-tassen overnam van de Britse Metro. In het artikel van Van Lintel wordt naast bovenstaande informatie vermeld dat de onderzoekers erachter kwamen dat maar liefst driekwart van de vrouwen papieren in hun tas stoppen met naam, geboortedatum en adres en dat de helft geen idee heeft wat iemand nodig heeft om de identiteit van een ander te stelen. Ook mannen die handtassen dragen zouden een verhoogd risico lopen op identiteitsfraude. Een op de tien mannen heeft al zo’n tas en 60 procent geeft toe gevoelige informatie bij zich te dragen.

Bij navraag van Nieuwscheckers blijkt dat Van Lintel haar artikel alleen gebaseerd heeft op de Britse Metro. Wanneer we echter een blik werpen op dit artikel blijkt dat er een fout is gemaakt bij het overnemen. De strekking is grotendeels hetzelfde. Maar waar Van Lintel de 25 procent toename van tassenroof direct koppelt aan de maxi-tassen, schrijft de Britse Metro die toe aan tassen in het algemeen. Maar ook Metro vergaloppeert zich, net als de zes andere Britse nieuwsmedia die over het onderwerp berichtten:  het persbericht waarop de artikelen zijn gebaseerd is namelijk niet opgesteld door onafhankelijke onderzoekers, maar door fraudeverzekeringsbedrijf CPP (Card Protection Plan).

 

Experts of verkopers

De commerciële aard van de nieuwsbrengers wordt in geen van de artikelen genoemd. Bij Nu.nl heten zij bijvoorbeeld ‘onderzoekers’, en in de Britse Telegraph worden ze aangeduid als ‘ID fraud prevention experts’.

CPP-woordvoerder Kerry D’Souza, die de nieuwsconsument voorhoudt dat je identiteit net zo waardevol is voor een dief als je autosleutels en je portemonnee, krijgt in de meeste artikelen de titel fraude-expert. Een blik op haar LinkedIn-profiel vertelt ons echter dat zij ‘Senior Product Executive’ is bij CPP. Bovendien werkt ze sinds 2004 bij verzekeringsmaatschappijen en studeerde ze antropologie. Fraude-expert is daarom een nogal inventieve term te noemen.

Op basis van andere artikelen over onderzoeken van CPP vermoedde Nieuwscheckers dat ook dit onderzoek over de maxi-tassen werd uitgevoerd door enquêtebureau Tickbox. De website van Tickbox beloont invullers met prijzen en belooft potentiële klanten dat de Tickbox-professionals hun klanten helpen om de vragen zo op te stellen dat de invuller de de meningen geeft die de klant wil horen: ‘A team of highly experienced Research, Marketing and PR professionals will advise on framing the right questions to get the attitudes and opinions you need.’ Tijd om navraag te doen bij CPP.

Even terugrekenen

De vragen van Nieuwscheckers aan CPP worden beantwoord in een vriendelijke mail van Eoghan Hughes, van pr-bureau Band & Brown. Hij stuurt het  persbericht en bevestigt dat het ‘onderzoek’ inderdaad is uitgevoerd door Ticketbox. “Er zijn 1176 volwassen ondervraagd”, aldus Hughes. Via deze 1176 mensen denkt Hughes uitspraken te kunnen doen over de gehele Britse samenleving.

factcheck-illustratie-vuittonVolgens het persbericht van CPP (niet online) draagt 83 procent van de vrouwen persoonlijke documenten bij zich. Dat lijkt logisch: een rijbewijs moet een autorijder toch altijd op zak hebben? Bovendien wordt in veel van de nieuwsmedia genoemd dat 1,3 miljoen vrouwen hun paspoort dagelijks bij zich dragen. 1,3 miljoen: waar komt dat getal vandaan? “4,4 Procent van de onderzochte vrouwen vertelde hun paspoort dagelijks bij zich te dragen”, aldus Hughes. “Volgens de officiële landelijke statistieken is de vrouwelijke populatie in de UK 30.162.000. 4,4 Procent hiervan is 1.327.128.” Even terugrekenen leert ons echter dat die 1,3 miljoen is gebaseerd op de antwoorden van ongeveer 26 vrouwen, als ongeveer de helft van de respondenten vrouw was. 4,4 Procent van 588 is immers 25,9.

Ook het belang van de omvang van de tassen komt op losse schroeven te staan. De maxi-tas, zo schrijft CPP, stelt vrouwen in hoge mate bloot aan fraude. In een adem wordt daarna de toename van tassenroof vermeld tot 700.000 gevallen, 25 procent meer dan vorig jaar. De cijfers zijn gebaseerd op de British Crime Survey, van 2008 tot 2009. Dat klinkt betrouwbaar, maar kijken we naar de bijgevoegde noot in het persbericht en naar de Survey, dan zien we dat deze toename toe te schrijven valt aan diefstallen van personen, en niet alleen aan tassenroof. En zo ontstaat er een heus ravijn tussen het bericht van Nu.nl en de feiten. Dit ravijn wordt nog groter als uit de British Crime Survey van het jaar 2007 tot 2008 blijkt dat het aantal diefstallen van personen met 16 procent afnam, terwijl de grote tassen ook toen al populair waren.

Uitspraken die Eoghan Hughes deed in zijn mail aan Nieuwscheckers doen de relatie tussen defactcheck-illustratie-zeer-grote-tas maxi-tassen en de misdaadcijfers ook geen goed. Hughes: “In ons onderzoek stelden wij niet dat vrouwen die handtassen dragen vaker het slachtoffer zijn geworden van diefstal, maar dat zij een grote kans hebben om het slachtoffer van diefstal te worden, vooral door de hoeveelheid persoonlijke informatie die ze bij zich dragen.” Nu gaat het dus ineens om handtassen in het algemeen? Wanneer Nieuwscheckers opmerkt dat persoonlijke documenten ook in kleine tassen passen, antwoordt Hughes:  “Ons onderzoek wees uit dat vrouwen die middelgrote of grote tassen dragen meer geneigd zijn om persoonlijke informatie met zich mee dragen en hun tassen minder vaak uitruimen. ” Middelgroot? Waarom dan die nadruk op maxi-tassen? “Wij hebben het gelijkwaardig over de risico’s voor mannen”, aldus Hughes. Een blik op het persbericht laat echter zien dat dit absoluut niet het geval is.

 

Bangmakerij

Dit is niet de eerste keer dat CPP een maatschappelijk fenomeen op creatieve wijze in elkaar knutselt. Eerder bleken cijfers over de slachtoffers van fraude niet te kloppen. Ook speelt CPP vaker in op de emoties en angsten van mensen. “Bovendien zullen deze cijfers niet afnemen”, vertelt Kerry D’Souza eerder dit jaar in artikelen op MailOnline en PC1News over het fraudeonderzoek. “Dat is niet verrassend als je kijkt naar de wanhopige acties van sommige mensen gedurende de recessie.” Op de vraag of de uitspraken een manier zijn om meer klanten te lokken, zegt Hughes: “70 procent van de mensen zei te verwachten dat fraude erger zal worden door de crisis.” Een knap staaltje bangmakerij. CPP probeert mensen producten te verkopen door hen angst in te boezemen en gebruikt de nieuwsmedia als goedkope reclamefolder.

Update (15 juni 2009)

Waarom heeft Nu.nl niet gecheckt wat precies de oorsprong was van het nieuws over de gestolen maxi-tassen? Pauline van Lintel, die het bericht schreef, reageert: ‘De reden waarom ik niet heb nagezocht van wie het bericht oorspronkelijk afkomstig was, is omdat wij bij NU de gewoonte hebben om stukjes van andere media te herschrijven, te voorzien van een bronvermelding en op de eigen site te plaatsen. Hierbij wordt ons aangeleerd en op het hart gedrukt om vooral zo dicht mogelijk bij de originele bron te gaan zitten, maar alles checken en nalopen is in verband met de tijdsdruk en de manier van werken waar NU ook om bekend staat, niet mogelijk of wenselijk. Natuurlijk bestaat het gevaar dat er op deze manier onjuistheden insluipen en als wij daarop gewezen worden zijn wij daar natuurlijk dankbaar voor en zullen wij onze fouten natuurlijk onmiddellijk en zoveel mogelijk proberen recht te zetten.’

‘Enorme fraude’ met kinderbijslag door allochtonen sterk overdreven

Saturday, April 11th, 2009

Door Eveline aan de Wiel

Allochtone ouders die hun kinderen in Marokko of Turkije naar school sturen, frauderen op grote schaal met kinderbijslag, zo meldde RTL Nieuws op vrijdag 13 maart. Van de Marokkaanse gezinnen zou 54 procent frauderen, van de Turkse 31 procent. Ook andere media berichtten over deze massale fraude. Het zou allemaal blijken uit een steekproef van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Maar met die ‘enorme fraude’ valt het wel mee: het blijkt te gaan om vermoedens van fraude bij slechts 1,4 procent van het totaal aantal bijslagkinderen in Turkije en Marokko.

De primeur was voor de GPD, die een vertrouwelijk rapport van de SVB in handen had gekregen. GPD-journalisten Jan Salden en Rudi Buis schreven over een vermoedelijke fraude van tientallen gezinnen die dubbele kinderbijslag krijgen voor kinderen in Marokko en Turkije. Dat klopte. Het bericht verscheen breeduit in de GPD-kranten. Andere media konden niet achterblijven, maar hadden niet de beschikking over het rapport. En toen ging er iets fout.

Opgeklopt
SpitsNieuws pakte groot uit met de kop ‘Enorme fraude kinderbijslag’ en de alarmerende eerste zin: ‘De SVB heeft een geheim gehouden rapport waaruit blijkt dat Marokkanen en Turken massaal frauderen met kinderbijslag’. Pardon? Dat is heel wat anders dan de ‘tientallen gezinnen’ van Jan Salden en Rudi Buis.
Ook bij Elsevier ging het fout. Webredacteur Maartje Willems zette in een kader onder de kop ‘fraude’ een aantal zaken op een rijtje: “In totaal kost de ‘buitenlandse kinderbijslag’ jaarlijks 40 miljoen euro, zo blijkt uit Kamervragen die de VVD heeft gesteld. De meeste uitkeringen gaan naar Turkije en Marokko. Uit een steekproef van de SVB bleek vorig jaar dat 54 procent van de Marokkaanse gezinnen en 31 procent van de Turkse gezinnen mogelijk fraudeert.” 

Maar ook GPD-krant het Brabants Dagblad bracht het nieuws groter dan het was. De kop ‘Grote fraude kinderbijslag’ stond tussen aanhalingstekens, maar in het bericht zelf en in het achtergrondartikel van diezelfde dag komt dit citaat niet voor. De krant meldde wel correct dat het om tientallen gezinnen zou gaan en om ‘mogelijke’ fraude, maar de kop miste die belangrijke nuance. Ook de precieze cijfers van het aantal vermoedelijke fraudegevallen ten opzichte van het totaal ontbraken. Rudi Buis van de GPD: “Wij leveren berichten aan bij aangesloten kranten, maar de redacties van die kranten mogen die berichten zelf inkorten of er een andere kop boven plaatsen. De kop ‘Grote fraude kinderbijslag’  had ik er zelf zeker niet boven gezet.”

Sommige media, waaronder BNR Nieuwsradio en De Telegraaf, besloten de woordvoerster van de SVB, Harriët Nepperus, te bellen. Nepperus stond ze uitgebreid te woord: “Wij dachten toen: oké, als we alles uitleggen, dan begrijpen ze het ook wel. Ik heb alle bellers dus steeds netjes uitgelegd dat het om een intern werkdocument ging dat niet had mogen uitlekken. Ik heb gezegd dat het onderzoek nog niet is afgerond en ik heb benadrukt dat het om een beperkte groep gaat die is onderzocht en om vermoedelijke fraude. In de gesprekken hadden de journalisten wel oren naar die nuances, maar in de stukken die ze schreven, hebben ze die toch weer weggelaten. ”

Percentages van percentages
De berichten in de media trokken ook de aandacht van de Tweede Kamer. “Bijzonder vreemd dat deze ernstige fraude niet door de SVB naar buiten is gebracht”, schreef PVV-Kamerlid Sietse Fritsma op de website van zijn partij. Ook andere Kamerleden was de berichtgeving in de GPD-kranten opgevallen.

Waar kwamen die alarmerende percentages nu precies vandaan? Op 17 maart werd er uitgebreid aandacht aan besteed tijdens het wekelijkse vragenuurtje van de Tweede Kamer. Staatssecretaris Klijnsma legde uit dat het in Marokko in totaal om 5.476 kinderen gaat en in Turkije om 2.310 van wie de ouders Nederlandse kinderbijslag ontvangen. De steekproef ging alleen om dubbele kinderbijslag: in Marokko gaat het dan om 189 kinderen en in Turkije om 182. En dat is dus maar 3,5 procent en 7,9 procent van het totaal aantal kinderen. De breed uitgemeten percentages fraude bij 54 procent van de Marokkaanse kinderen en 31 procent van de Turkse kinderen zijn weer delen van deze percentages. En dat werpt een heel ander licht op de zaak: het ging om een vermoeden van fraude bij 1,4 procent van het totaal.

Onzorgvuldig
Nieuwscheckers.nl confronteerde Maartje Willems van Elsevier met deze cijfers. Ze heeft haar bericht meteen aangepast: “De percentages heb ik waarschijnlijk overgenomen van een bericht van een persbureau. Normaal gesproken controleer ik die gegevens altijd wel, maar dit is echt een slordigheid geweest.” Ze vindt het spijtig dat ze de lezers nu een verkeerd beeld heeft gegeven. “Nu stel ik iets heel ergs, wat helemaal niet zo erg is.”  

Rudi Buis van de GPD heeft de berichtgeving op de voet gevolgd. Het was hem ook al opgevallen dat niet alle berichten klopten. “De nuance ontbreekt vaak. Ze hebben ons bericht blijkbaar niet goed gelezen. Dan ben je als journalist gewoon onzorgvuldig.” Buis laat weten dat er ook geen journalisten zijn geweest die bij de GPD om het rapport hebben gevraagd. “Dat hadden we ook niet gegeven, maar we hadden wel gerichte vragen kunnen beantwoorden, bijvoorbeeld over de precieze cijfers. Dan waren die fouten ook niet gemaakt.” Harriët Nepperus van de SVB vindt het ‘niet chic’ van de journalisten. “De berichtgeving krijgt een soort stigmatiserend effect, zo zonder die nuances.”

het bewuste SVB-rapport: Evaluatieonderzoek uitwonende kinderen Turkije en Marokko 2008.

Zinloos geteld

Thursday, April 9th, 2009

Olivier Houppermans

Afgelopen maandag 6 april 2009 was de nationale actiedag om agressie tegen hulp- en dienstverleners aan de kaak te stellen. En dat was hard nodig, want het geweld neemt zienderogen toe, zo blijkt uit een onderzoek van de vakbond Abvakabo FNV. Diverse media maakten melding van alarmerende cijfers. Maar die kloppen niet. Abvakabo heeft op een erg dubieuze manier geteld.

Al halverwege maart verschijnen de eerste berichten in de media die cijfers melden over het  toenemende geweld tegen dienstverleners. Via het ANP berichten onder meer Metro, Algemeen Dagblad, Brabants Dagblad, BNR Nieuwsradio en De Gelderlander dat één op de vijf hulp- en dienstverleners elke maand minimaal één keer wordt geschopt, gespuugd of geslagen. Dat zou blijken uit de voorlopige resultaten van een webenquête van Abvakabo FNV waaraan tot dan toe 500 mensen hadden deelgenomen.

Afgelopen maandag maakte de vakbond de eindresultaten bekend. Ze werden verspreid via diverse media, zoals Elsevier, Nu.nl, Eindhovens Dagblad, het Reformatorisch Dagblad en het NOS Journaal.

Het beeld dat de media schetsen is alarmerend:

  • 42 procent van die medewerkers krijgt wekelijks te maken met verbale agressie
  • 10 procent wekelijks met fysiek geweld
  • 62 procent van de werknemers geeft aan dat agressie vaker voorkomt dan voorheen
  • 77 procent geeft aan dat de vormen van agressie gewelddadiger zijn geworden

Maar hoe heeft Abvakabo FNV geteld?

Het tellen is als volgt gegaan: op de website ikmeldagressie.nl konden mensen een vragenlijst invullen. De enquete was voor iedereen toegankelijk, dus iedereen – hulpverlener of niet – kon de vragen beantwoorden. Bovendien konden mensen de vragenlijst zo vaak invullen als ze wilden.

Persvoorlichter Tonnie Dijkhuizen van Abvakabo: “De enquête was inderdaad open toegankelijk en ook dubbeltellingen werden meegerekend in de eindcijfers.” Maar naar zijn idee was het probleem beperkt: “Een site ikmeldagressie.nl van de Abvakabo trekt toch voornamelijk dienstverleners. Daarnaast moesten de ondervraagden aangeven in welke sector zij werkzaam zijn.”

Maar een site met die titel trekt vermoedelijk ook voornamelijk mensen die slachtoffer zijn geweest van agressie. Iemand die daar nooit mee te maken heeft gehad, zal niet snel zo’n site bezoeken. Dijkhuizen van Abvakabo erkent dat manco: “Het doel van de enquête was niet om een representatieve steekproef te nemen, maar om te kijken welke zorgen er leven onder de dienstverleners.”

De ANP-journalist die het nieuws halverwege maart naar de media verspreidde, Rennie Rijpma, tevens chef Binnenland van het ANP, ziet ook de zwakke punten van het onderzoek: “Ikmeldagressie.nl geeft uiteraard geen representatief beeld van de werknemers in de publieke sector. En uiteraard zijn slachtoffers oververtegenwoordigd, zij zijn degenen die worden opgeroepen om zich te melden.”

Maar met het ANP-bericht is volgens haar weinig mis, want daarin staat expliciet dat het een tussenstand is. “Ik zou hier overigens niet spreken van een onderzoek. Het gaat om een website waar werknemers die te maken hebben gekregen met geweld zich kunnen melden.”

Voor de Abvakabo hebben de cijfers hun werk gedaan: ze hebben gezorgd voor volop publicitiet. Maar de media hebben de cijfers wel erg makkelijk voor zoete koek geslikt. Ondanks het belang van zo’n actiedag was een kritische blik op  deze zinloze telling niet verkeerd geweest.

In de Volkskrant van vandaag zet Marcel van Dam ook vraagtekens bij de cijfers van Abvakabo.

‘Tasjesdievenopleiding’ in Gouda

Wednesday, March 18th, 2009

Door Rukiye Kaya

In Gouda worden Marokkaanse jongens opgeleid tot tasjesdief. Althans, dat meldden diverse media op 20 februari. Met koppen als ‘Jonge Marokkanen leren voor tasjesdief’ en ‘Marokkanen worden opgeleid tot tasjesdief’ is de nieuwsgierigheid snel gewekt. Is in Gouda een nieuwe school geopend waar jongeren zich kunnen bekwamen in het stelen van tassen? Een onderzoekje door de nieuwscheckers wijst uit dat de Goudse politie louter op grond van vermoedens het nieuws heeft gezocht.

Het nieuws over de tasjesdievenschool blijkt afkomstig van Joep Pattijn, politiechef van het district Gouda. Het Gouds Nieuwsblad kwam als eerste met een bericht waarin te lezen is dat Pattijn heeft gezegd dat “jonge Marokkanen in Gouda oefenen om zich bekwaam te maken in het stelen van tassen.” Het bericht gaat verder met de mededeling dat Patijn had toegelicht “dat de politie tijdens een routinecontrole had gezien dat Marokkaantjes op een parkeerterrein aan het oefenen waren hoe fietsers te beroven van hun tas.”

Het nieuws is vervolgens overgenomen door RTV West. Op de site meldt de omroep dat het zou gaan om “een geheime operatie” van de politie, waarbij is “waargenomen hoe jonge Marokkanen bij elkaar op de fiets aan het oefenen waren om fietstassen te openen.”

In een radio-interview op RTV West heeft Pattijn het over “een van onze acties” en zegt daarbij “ik ga daar verder niet op in”. Wel vertelt hij wat de politie heeft waargenomen. Daarbij spreekt hij over “een oefenterreintje” waar “Marokkaanse jongeren aan het oefenen waren.” Daarbij wekt hij de indruk dat het gaat om meerdere waarnemingen, want hij zegt: “Die jongens zaten op de fiets, soms alleen, soms met zijn tweeën.”

Ook persbureau ANP pikt het nieuws op en produceert een bericht dat door onder meer De Telegraaf, Algemeen Dagblad, Nu.nl en de Volkskrant wordt ovegenomen. In dat bericht staat dat het volgens districtschef Pattijn ging om “een controle” waarbij hij “een aantal jongeren betrapte op een parkeerterrein.”

Elsevier brengt het nieuws ook en heeft ter controle gebeld met politievoorlichter Yvette Verboon. In het Elsevier-bericht staat dat het volgens haar gaat om “Marokkaanse jongens van een jaar of 11, 12.”

Vragen
De berichten roepen een aantal vragen op. Hoe weet de politie dat het ging om Marokkaanse jongeren? En hoe weet de politie de leeftijd van de jongeren? En waarom is de politie zo zeker dat het een oefening was en geen spelletje dat de jongens speelden? Elsevier en RTV West meldden immers dat de jongens niet zijn aangehouden. Heeft de politie hen dan wel aangesproken en naar hun herkomst en leeftijd gevraagd?

Bovendien geven de berichten tegenstrijdige informatie. Zo melden sommige media dat de jongens gesnapt werden tijden een geheime operatie van de politie, terwijl andere media melden dat het ging om een routinecontrole. Om de berichten te verifiëren hebben de nieuwscheckers gesproken met politievoorlichter Verboon en districtschef Pattijn die de media te woord hebben gestaan.

Marokkanen?
Politievoorlichter Verboon maakt duidelijk dat de politie niet heeft gesproken met de betreffende jongens: “De politie heeft ze niet aangesproken of achtervolgd.” Dat roept de vraag op hoe de politie dan kan weten dat het Marokkaanse jongens waren. De gesprekken met Verboon en Patijn maken duidelijk dat de politie dat helemaal niet hard kan maken.

Verboon: “We dénken dat die jongens van Marokkaanse afkomst zijn. De politie heeft de jongens niet aangesproken. We moeten nog uitzoeken wie die jongens precies zijn.” Pattijn: “Op basis van het signalement concluderen we dat de jongens Marokkaans zijn.”

Desondanks heeft Pattijn tegen journalisten gezegd dat het Marokkaanse jongens waren. Waarom? Pattijn: “Journalisten vinden het uitermate interessant om te vragen naar de achtergrond van die jongens. Ik heb daarom verteld dat het hier om Marokkaanse jongens gaat.”

Waarom vond hij het noodzakelijk om dat te vermelden? “ Mensen kunnen dan beter op hun hoede zijn als ze tijdens het fietsen merken dat ze benaderd worden door Marokkaanse jongens. Ik heb het echter doorgaans over jonge Gouwenaars.”

Hoewel de politie in de publiciteit steeds bevestigde dat het om Marokkaanse jongens zou gaan, wilde Pattijn niet stigmatiseren volgens politievoorlichter Verboon: “Hij wil echt niet stigmatiseren en het gaat hem er niet om of die jongens Marokkaans zijn.De politiechef wilde puur een signaal afgeven zodat mensen beter op hun fietstassen gaan letten.” Ook Pattijn meent dat hem geen blaam treft: “Als er gestigmatiseerd wordt, dan doet de Marokkaanse gemeenschap dat, door steeds discussies over stigmatisering op te roepen.”

Oefening of spel?
Het feit dat de politie niet met de jongens heeft gesproken roept ook de vraag op hoe de politie dan zo zeker kan zijn dat het ging om een oefening in tasjesroof. Als het om elf- en twaaljarigen ging, zoals de politie meldde, zou het ook een spel kunnen zijn dat deze jongens van basisschoolleeftijd speelden. Of was er een oudere jongen die hen de kneepjes van het vak leerde?

Dat laatste was in elk geval niet het geval, want Verboon verklaart: “Er was niet een oudere persoon aanwezig bij die jongens.”

Wat heeft de politie dan precies gezien? Bij het beantwoorden van die vraag neemt Pattijn zelf het woord ’spel’ in de mond: “Op twee februari heb ik gezien dat drie jongens een soort spel deden. Wij hadden echter de indruk dat ze aan het oefenen waren.” Ook Verboon neemt het woord ’spel’ in de mond : “De politie heeft een aantal jongens gezien tijdens een surveillance die een soort spel deden.”

Volgens Verboon heeft de politie vervolgens geconcludeerd dat de jongens aan het oefenen waren voor tasjesroof: “De politie weet hoe fietsers beroofd worden. Twee jongens gaan dan naast een fietser fietsen om zodoende de fietstassen leeg te halen. Die jongens die gezien zijn, waren een soort spel aan het doen, waarbij het er op leek dat ze fietsers aan het beroven zijn. We hebben het toch serieus genomen en een waarschuwing afgeven omdat het aantal tasjesroven zijn toegenomen.”

Geheime operatie of surveillance?
RTV West meldde dat de jongens waren gezien tijdens een geheime operatie van de politie, terwijl het Gouds Nieuwsblad repte van een routinecontrole. Politiechef Pattijn en politievoorlichter Verboon spreken elkaar wat dat betreft tegen. Verboon zegt: “Het was tijdens een surveillance dat die jongens gezien zijn”.

Pattijn vertelt daarentegen dat het om een geheime operatie ging en niet om een gewone surveillance: “Ik en een paar collega’s hebben tijdens die geheime operatie die jongens geobserveerd en geconcludeerd dat ze aan het oefenen waren om fietsers te beroven”. Wat die geheime operatie inhoudt wil hij niet zeggen: “Ik wil niet veel vertellen over die geheime operatie, omdat anders het werk wordt ondermijnd.” Geheime operatie of niet, Pattijn bevestigt dat de verdachte ‘oefening’ slechts één keer is waargenomen.

Conclusies
Het verhaal van Marokkaanse jongens die worden opgeleid tot tasjesrovers, blijkt te zijn gebaseerd op aannames van de politie. Agenten hebben een incident waargenomen dat leek op een spel, maar waaruit ze de conclusie hebben getrokken dat jongens aan het oefenen waren voor het bestelen van fietsers. Of de jongens daadwerkelijk dat doel voor ogen hadden, kan de politie niet met zekerheid zeggen.

De politie kan ook niet met zekerheid zeggen dat het ging om Marokkaanse jongens, want ze hebben de jongens niet gesproken. Op basis van hun uiterlijk heeft de politie geconcludeerd dat het ging om Marokkaantjes.

De media hebben de opmerkelijke beweringen al te gemakkelijk overgenomen. Er zijn geen kritische vragen gesteld over het waarheidsgehalte van het verhaal van Pattijn.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (2)
  • archeologie (3)
  • dagelijks leven (13)
  • economie (4)
  • medisch (29)
  • misdaad (7)
  • Multicultureel (1)
  • natuur (6)
  • pedagogiek (2)
  • politiek (3)
  • psychologie (12)
  • Tandheelkunde (1)
  • Technologie (2)
  • Uncategorized (6)
  • verkeer (2)
  • wetenschap (16)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • Toekomst van de Journalistiek
  • Channel 4 FactCheck
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Verdraaide Feiten
  • Snopes