misdaad

CBS-cijfers over daling jonge verdachten overdreven

Friday, November 7th, 2014

door: Justin Kevenaar en Samantha Wouterse

Misdaadcijfers van het CBS doen het goed in de media, maar vaak is het niet duidelijk welke factoren invloed hebben op deze cijfers. Nieuwscheckers zocht het uit bij het ANP-bericht ‘Aantal jonge verdachten van misdrijven daalt’ van 10 september 2014 en kwam tot de conclusie dat deze cijfers meer zeggen over het registratiesysteem dan over het aantal verdachten. “Het systeem is rampzalig”‘, vindt de politievakbond.

Volgens het ANP daalde in Nederland het aantal jonge geregistreerde verdachten, jongeren tussen de 12 en de 25 jaar, vanaf 2008 met 40 procent. Een opvallend grote daling, die ons onwaarschijnlijk in de oren klinkt.

Laten we eerst kijken hoe het aantal jonge verdachten zich de afgelopen jaren ontwikkelde. Uit onze tabel, samengesteld op basis van CBS-gegevens (hier en hier), blijkt: vanaf 1999 tot 2007 nam het aantal verdachten sterk toe. Daarna is er een sterke daling te zien en komt het aantal aangehouden verdachten weer uit op ongeveer het zelfde percentage als in 1999. De blauwe lijn geeft het percentage 12-17-jarige verdachten weer op het totaal aantal jongeren van die leeftijd, de groene lijn het aantal 18-25-jarigen.

In deze tabel zijn cijfers te zien van het aantal aangehouden verdachten en niet van het aantal geregistreerde verdachten. Dit omdat er geen cijfers zijn van het aantal geregistreerde verdachten van voor 2006. Wel maken de beide verdachtencijfers vanaf 2006 dezelfde trend door.

Onverklaarbare stijging

De criminaliteit onder jongeren is al jaren aan het dalen. Dit past in de internationale trend dat in grote steden de misdaad afneemt. Criminoloog Henk Elffers maakt uit slachtofferenquêtes en aangiftecijfers op dat in Nederland de criminaliteit onder de jeugd sinds 2002 daalt. Dat die daling pas sinds 2008 in de verdachtencijfers is terug te zien, kan hij niet verklaren. Wel zegt hij tegen Nieuwscheckers dat het politiebeleid veel invloed heeft op deze cijfers: “Als de politie bedenkt dat ze zich meer op x gaan richten, dan zie je ook dat x in de cijfers stijgt.”

Ido Weijers, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, uitte al in 2008 twijfel aan de cijfers. Volgens hem hebben stijgingen en dalingen in dit soort statistieken voor 75 procent te maken met  de efficiëntie van het politieregistratiesysteem. “De waarheid is dat de jeugdcriminaliteit al jaren op hetzelfde niveau ligt. De politieregistratie liet jarenlang een stijging zien (en recent een daling), maar dat zegt weinig over de ontwikkeling van jeugdcriminaliteit. De pakkans is zeer gering. Politiecijfers zeggen ook vooral iets over de activiteit van de politie”, aldus Weijers.

Rampzalig nieuw registratiesysteem

Dat de cijfers meer zeggen over de politie dan over de het aantal verdachten wordt nog duidelijker als we kijken naar de berichtgeving over het nieuwe landelijke registratiesysteem dat vanaf 2008 geleidelijk werd ingevoerd. Uit verschillende krantenberichten uit 2010 blijkt dat politieagenten het systeem omzeilen omdat het omslachtig is. Hierdoor worden veel processen verbaal niet meer opgenomen in het systeem.

Wat het effect daarvan op de cijfers is, blijft onduidelijk. Een woordvoerder van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), dat onderzoek naar misdaad doet in opdracht van het Ministerie van Justitie, bevestigt wat ook in onderzoeken van het WODC te lezen valt: dat ook zij het effect ervan niet kennen. Zij baseren zich op de cijfers van het CBS.

Politievakbond: “Cijfers zijn volledig onbetrouwbaar”

Dat het effect van dit systeem niet genegeerd mag worden, wordt duidelijker met een bericht van de politievakbond zelf. Voorzitter Gerrit van de Kamp overhandigde in 2010 een zwartboek over het disfunctionerende registratiesysteem aan de voorzitter van de korpsbeheerdersraad. Aldus Van der Kamp tegen Nieuwscheckers.”De cijfers zijn volledig onbetrouwbaar! Naast dat rampzalige nieuwe systeem, is ook de aangiftebereidheid gedaald en dat werkt door in de statistieken. Het ernstige aan deze situatie is dat de cijfers rechtstreeks worden overgenomen door het CBS en vervolgens worden deze gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en door de Tweede Kamer.”

Naast het nieuwe registratiesysteem zijn er ook andere factoren die invloed hebben op het aantal jonge verdachten. Zo blijkt uit rapporten van het WODC dat politieagenten de laatste jaren zaken vaker afdoen met een waarschuwing. Deze worden dus niet opgenomen in het systeem. Ook lijkt criminaliteit onder jongeren zich te verplaatsen naar de online wereld. En deze vorm van misdaad is lastiger op te sporen dan crime in de ‘echte’ wereld.

Reactie ANP

Dat criminaliteit onder jongeren daalt, daar zijn de meeste criminologen het over eens. Maar hoe sterk die daling is, blijft onduidelijk. Wat wel duidelijk wordt, is dat de verdachtencijfers voornamelijk de veranderingen in het politiebeleid representeren. En dat het onwaarschijnlijk is dat de misdaad eerst enorm steeg en nu flink daalt.

Hoewel het ANP vermeldt dat het nieuwe registratiesysteem van invloed is op de cijfers, zegt het niet of dit de cijfers verhoogt of verlaagt. De inzichten van criminologen en andere betrokkenen buiten het WODC blijven buiten beeld.

Het ANP voert aan dat voor het bericht het WODC gebeld is en dat er verder geen aanleiding was om het persbericht van het CBS in twijfel te trekken, omdat er geen feitelijke onjuistheden in staan. Dat neemt volgens Nieuwscheckers niet weg dat de cijfers weinig zeggen over de criminaliteit onder jongeren.

Helft jonge verdachten is allochtoon, maar is toch geen allochtoon

Tuesday, November 4th, 2014

door: Björn Beerthuizen en Dounia Tourabi

“Minder jonge verdachten, helft is allochtoon” kopte het ANP op 10 september 2014. Aanleiding voor het bericht was een gezamenlijk onderzoeksproject van het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Onder andere Telegraaf.nl, Volkskrant.nl en AD.nl namen het bericht over. Uit het onderzoek zou blijken dat het aantal jonge verdachten daalt, terwijl het aandeel allochtone jongeren toeneemt, van 40 naar 50 procent. Maar klopt dat wel? Nieuwscheckers vond het opmerkelijk dat nieuwswebsites de kop massaal overnamen, terwijl de kanttekeningen die bij dit onderzoek geplaatst kunnen worden nota bene in het ANP-bericht zelf staan.

Voor de relatieve stijging van het aantal allochtone ten opzichte van autochtone jonge verdachten worden enkele verklaringen gegeven. Experts van het WODC melden dat autochtone jongeren zich vermoedelijk meer bezig houden met cybercrime dan allochtone. De pakkans ligt daarbij lager dan bij andere misdrijven, waardoor het aandeel allochtone verdachten hoger uitpakt. Een andere verklaring is te vinden in het feit dat allochtone jongeren vaak meer dan één delict plegen en daardoor niet worden doorgestuurd naar bureau HALT. Van jongeren die bij HALT terecht komen, wordt geen proces-verbaal opgemaakt, waardoor zij niet als verdachten worden geregistreerd. Verder zijn er méér allochtone jongeren in Nederland dan enkele jaren geleden, wat eveneens de toename verklaart. Een woordvoerder van het WODC bevestigt tegenover Nieuwscheckers dat zonder deze context de cijfers misleidend zijn.

Krantenkoppen
Dertien nieuwswebsites* plaatsten het bericht. Opvallend is het verschil in kop. Telegraaf, Elsevier, Metronieuws en Spitsnieuws namen de kop “Minder jonge verdachten, helft is allochtoon” letterlijk over van het ANP. Volkskrant, AD, Trouw en Parool kopten: “Minder jonge verdachten, aandeel allochtone jongeren neemt toe”.

Opvallend is dat RD.nl en Thepostonline.nl alléén de allochtonen in hun kop noemden: “Helft jonge criminelen allochtoon” en “Aandeel jonge allochtone verdachten groeit”. Andersom plaatste Nu.nl het bericht onder de kop “Aantal jonge verdachten van misdrijven daalt”. En met de kop “Minder jonge verdachten misdrijf, bijna helft is nieuwe Nederlander” gaf Zamanvandaag.nl er nog even een creatieve draai aan.

Nieuwscheckers sprak met een aantal webredacteuren. Metronieuws zei niet verantwoordelijk te zijn voor de kop, omdat het gebruikelijk is dat berichten (inclusief kop) letterlijk van het ANP worden overgenomen. “Het ANP moet dan zelf met een rectificatie komen”, aldus Metronieuws. Ook  Jan Kees Emmer, webredacteur bij Telegraaf.nl, legde uit dat berichten vaak ongecontroleerd van het ANP worden overgenomen, hoewel hij  de mening deelde dat deze kop misleidend kan zijn. NU.nl benadrukte daarentegen dat als de kop van een ANP-bericht de inhoud niet dekt, de redactie de kop aanpast. Redacteur Hakan Büyük van Zamanvandaag.nl liet weten dat hij de kop deels heeft overgenomen van het ANP, maar het woord ‘allochtoon’ heeft vervangen door ‘nieuwe Nederlander’, omdat ‘allochtoon’ volgens hem discriminerend is.

Nuance
De enige nieuwswebsite die de kop nuanceert, is Nu.nl. De redactie liet bewust ‘helft is allochtoon’ uit de kop omdat dit niet de inhoud zou dekken. In de media is verder nauwelijks over de achtergronden van deze cijfers geschreven. Naar aanleiding van het ANP-bericht kwam Spitsnieuws.nl de volgende dag met een artikel waarin benadrukt werd dat allochtonen in verhouding niet crimineler zijn geworden en dat autochtonen zich vaker schuldig maken aan cybercrime. Het laatste zou te maken kunnen hebben met blootstelling aan technologie, legt cybercrime-expert Bart Schermer uit: autochtone jongeren zouden over het algemeen rijker zijn en daarom meer in aanraking komen met computers en internet. In zijn opiniestuk dat op Trouw.nl en Joop.nl verscheen, verwees ook criminoloog Jan Dirk de Jong naar de recentelijk verschenen CBS cijfers.

Reactie ANP
Het oorspronkelijke bericht dat door veel nieuwswebsites rechtstreeks is overgenomen, komt van het ANP. Tegenover Nieuwscheckers verantwoordt het ANP de  kop door erop te wijzen dat deze féítelijk juist is. De journalist is juist uiterst zorgvuldig te werk gegaan, aldus het ANP. Het ANP beroept zich op de definitie van de term ‘verdachte’ en zegt bovendien een duidelijke context te schetsen in de rest van het bericht. De kop is daarom niet misleidend, aldus het ANP.

Impact
Toch is het gebruik van koppen als deze en de impact van dit soort verdachten- en criminaliteitscijfers in de media groot. Dat onderstreept ook criminoloog Jan Dirk de Jong. Het benadrukken van etniciteit bij allochtone daders noemt hij, evenals criminoloog Frank Bovenkerk, een nationale obsessie, die in internationale criminologische kringen zelfs bekend staat als ‘the Dutch disease’. Nieuwscheckers vroeg Bovenkerk om een reactie. “Ik heb de CBS cijfers nog niet gezien, maar het klopt dat ik in het algemeen vind dat de media (en ook de wetenschap) veel te gemakkelijk de etnische achtergrond van de bij misdrijven betrokkenen noemen. Hier gaat de suggestie vanuit dat de etnische achtergrond iets over een delict of een criminaliteitsprobleem verklaart en dat is vaak niet zo. In die gevallen is het overbodig en onnodig stigmatiserend.”

Dat deze beeldvorming kan uitmonden in een versterking van het probleem blijkt uit het feit dat naar aanleiding van dit bericht Kamervragen zijn gesteld door de PVV. ANP zegt weliswaar te kiezen voor de kop “helft is allochtoon” omdat deze feitelijk juist is, de keuze ervan heeft wel degelijk invloed op de beeldvorming in de media. En dat voor een bericht waarin het aandeel van allochtone jonge verdachten juist wordt genuanceerd.

* Nieuwswebsites van omroepen uitgezonderd

Illegale wietmarkt groeit niet

Tuesday, October 28th, 2014

door: Alinda Dijkstra en Max van Meegeren

‘Wietpas laat illegale markt groeien.’ Klare taal van Spits. Op 12 september schetst de krant dat het zogenaamde besloten club- en het ingezetenencriterium desastreuze gevolgen heeft gehad: de illegale markt voor wiet en hasj groeit explosief. Hierdoor zouden er meer straatdealers rondlopen dan daarvoor. Maar klopt dit eigenlijk wel? Onderzoek naar drugshandel komt tot andere conclusies. De illegale wietmarkt bereikte tijdens een tussentijdse meting een piek, maar bleek met de laatste meting alweer te zijn gekrompen.

Met de kop ‘Wietpas laat illegale markt groeien’ suggereert Spits in de tegenwoordige tijd dat de illegale markt nog steeds groeit en daarmee dat het probleem nog steeds gaande is. Het artikel stelt dat jongeren steeds vaker uitwijken naar de illegale markt, waardoor er meer 06-dealers, straatdealers en thuisdealers zijn dan voor de invoering van de wietpas. Maar om hoeveel meer 06-dealers, straatdealers en thuisdealers gaat het dan? Spits geeft geen cijfers. In 2012 werd het zogenaamde besloten club- en ingezetenencriterium in het zuiden van Nederland ingevoerd. Wie bij een coffeeshop wiet wilde halen, moest of lid zijn van de coffeeshop (besloten club) of kunnen bewijzen dat hij of zij in Nederland woont en meerderjarig is door een uittreksel te overhandigen van het gemeentelijk basisregister. Dit alles om overlast door drugstoerisme tegen te gaan. Nadat hier veel kritiek op kwam, werd de wietpas in november 2012 weer afgeschaft.

Het artikel van Spits is gebaseerd op een artikel uit het Limburgs Dagblad. Dit beschrijft de situatie vollediger door te vermelden dat de illegale markt na een stevige groei in 2012 in 2013 weer kromp.

Het onderzoek

Het artikel in het Limburgs Dagblad is gebaseerd op een studie van het WODC, het onderzoeksbureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De onderzoekers vroegen op drie momenten via straatenquêtes onder gemiddeld 900 mensen per meetmoment hoeveel van hen hun wiet niet bij de coffeeshop, maar op de illegale markt halen. Ze stelden die vraag voor de invoering van het besloten club- en ingezetenencriterium, tijdens het handhaven hiervan en na de afschaffing. Ook werden 79 mensen gedurende 18 maanden individueel gevolgd in een zogenaamde cohortstudie. Directeur van onderzoek- en adviesbureau INTRAVAL Bert Bieleman, die meewerkte aan het WODC-onderzoek, bevestigde tegenover Nieuwscheckers dat hierbij de resultaten van de straatenquêtes betrouwbaarder zijn, omdat het hier gaat om meer personen dan bij de cohortstudie.

Resultaten

Uit het onderzoek blijkt dat voor de invoering van het besloten club- en het ingezetenencriterium 25 procent van de gebruikers cannabis kocht bij 06-dealers, straatdealers, thuisdealers, thuistelers of andere illegale verkopers. Na de invoering steeg dat echter naar 44 procent (in de studie met individuen naar 52%). Na de afschaffing slonk het aantal mensen dat uitwijkt naar de illegale markt weer naar 25 procent (in de cohortstudie naar 44%).

De resultaten zijn duidelijk: de illegale wietmarkt groeit niet, maar krimpt. Sinds de afschaffing van de wietpas is het aantal mensen dat wiet koopt op de illegale markt volgens de straatenquêtes gedaald van 44 naar 25 procent. En hoewel de krimp volgens de studie met individuen minder groot is, laat ook die een daling zien, van 8 procent. De conclusie van het WODC-onderzoek: “Na deze aanpassing van het beleid zijn de effecten uit 2012 nog steeds waarneembaar, maar er zijn wel bewegingen terug aanwezig. (..) De ingezetenen van Nederland zijn merendeels weer teruggekeerd naar de coffeeshops, maar er is geen sprake van 100% herstel. De illegale cannabisverkoop is getemperd, maar is groter dan vóór mei 2012. Eind 2013 is de situatie op de meeste plaatsen relatief rustig en beheersbaar, zeker in vergelijking met 2012 (…)”. Kortom, de illegale wietmarkt is weer gekrompen.

Spits slaat de plank mis

Het is dus duidelijk dat het bericht ‘Wietpas laat de illegale markt groeien’ de lading van het onderzoek niet dekt. Het suggereert een illegale markt die nog steeds groeit. “Je kunt niet zeggen dat de illegale markt is gegroeid. Het lijkt erop dat Spits enkel heeft gefocust op de eerste twee meetmomenten” zegt onderzoeker Bert Bielemans als we hem om een reactie vragen. Andere media zoals het Limburgs Dagblad benoemen de krimp wel en verdienen dus een pluim. De schrijver van het Spits-artikel heeft niet gereageerd op vragen van Nieuwscheckers.

Drugslabs in seniorenflats nog geen trend: ‘We trekken tijdig aan de bel’

Wednesday, October 1st, 2014

door: Michiel van Gruijthuijsen en Tessa Moolenaar

‘Steeds meer drugslabs ontdekt in seniorenflats’, kopte Metro op 15 september. Het was de aanleiding voor veel andere artikelen, een enkel radio-interview en veertien Kamervragen. Het nieuws blijkt overtrokken: het gaat tot nu toe om niet meer dan twee vondsten. Spreken van een landelijke trend is voorbarig, helemaal omdat het aantal drugslabs in seniorenflats nooit is bijgehouden. Zowel de lokale als landelijke politie en brandweer hebben geen cijfers die deze bewering ondersteunen.

‘Steeds meer drugslabs’ – maar Metro zegt niet hoeveel meer. Belangrijkste bron is Remco van Werkhoven, teamleider brandonderzoek van de Brandweer Rotterdam-Rijnmond: “We hebben in de regio Rijnmond steeds vaker te maken met incidenten die veroorzaakt worden door het produceren of verwerken van drugs in bejaardentehuizen en seniorenflats. […] Het is een groter wordend probleem en wij vrezen voor de effecten en de gevolgen.” Charles Meijer, van Brandweer Nederland, verwacht dat de omvang van de teelt stijgt, maar kan niets zeggen over de zogenaamde verschuiving, omdat ‘er landelijk geen cijfers worden bijgehouden’. Tot zover het bericht in Metro.

Brandweercijfers
In de meest recente landelijke Brandweerstatistieken van het CBS (2012) is te vinden op wat voor soort plekken er brand was in dat jaar en met welke oorzaak. Brand als gevolg van drugsproductie is geen categorie, maar ‘brandgevaarlijke werkzaamheden’ wel. Lassen is echter de enige activiteit in deze categorie. In het lijstje met locaties waar brand geweest is, bestaat de categorie ‘seniorenflats’ niet. Het rapport biedt dus geen cijfers die de bewering van Metro steunen.

Frank Huizinga, woordvoerder van Brandweer Nederland, bevestigt de opmerking van zijn collega Charles Meijer: de brandweer houdt landelijk geen cijfers bij over brand in seniorenflats. Het laatste rapport van veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond stamt uit 2012 en is samengesteld door onder meer de brandweer en de politie. Dit verslag maakt echter geen onderscheid tussen verschillende brandoorzaken en (woon)ruimtes.

Politiecijfers
Ook de landelijke politie registreert drugsproductie in seniorenflats niet afzonderlijk, aldus Sven van den Burg, woordvoerder bij Korpsleiding Nationale Politie. Ook de lokale politiewoordvoerder van politie-eenheid Rotterdam, Lilian van Duijvenbode, bevestigt: ”Dat er meer branden zijn in seniorenflats door drugsgerelateerde inrichtingen, zoals de brandweer stelt, is voor ons niet zomaar na te gaan. Branden worden namelijk niet gecategoriseerd op oorzaak en locatie. Om dit te onderzoeken, zou onze analyse-eenheid het dossier van elke brand handmatig moeten inlopen en turven. Dat is een monnikenwerk dat alleen de media bedient en ten koste gaat van het ‘echte’ politiewerk.”

In de politiek
D66-Kamerlid Magda Berndsen-Jansen is ook op zoek naar cijfers. Op 16 september, één dag na publicatie van het artikel in Metro, stelde ze veertien Kamervragen aan de Minister van Veiligheid en Justitie. De vragen zijn nog niet beantwoord.

Trend?
Remco van Werkhoven, de belangrijkste bron van Metro, vertelt Nieuwscheckers telefonisch hoe het precies zit: “Op 15 april en 14 augustus zijn er twee branden ontstaan in seniorenflats doordat er iets fout ging bij een cocaïnewasserij en een hennepkwekerij. Beide hadden grote gevolgen. Veel woningen zijn tijdelijk onbewoonbaar verklaard en veel ouderen moesten een nieuw onderkomen vinden. Voor zover wij weten is zoiets vóór april nog nooit voorgekomen.”

EenVandaag interviewde Van Werkhoven al op 19 augustus over deze incidenten, waarna er veel media-aandacht volgde. Hij vervolgt: “Rotterdam is een belangrijke haven voor heel Europa. Er komt hier van alles binnen, waaronder drugs. Regio Rotterdam-Rijnmond is daardoor een aantrekkelijke regio om dit soort activiteiten als hennep kweken, drugssmokkel en cocaïne wassen te ontplooien. Het kan stom toeval zijn dat er hierdoor in zo’n korte tijd twee branden ontstonden in seniorenflats, maar het kan ook betekenen dat drugsproducenten nu vaker dit soort plekken gebruiken als dekmantel. Twee ontdekkingen is te weinig om te spreken van een trend, maar de effecten van deze incidenten zijn zo groot geweest, dat we ons als brandweer buitengewoon veel zorgen maken als dit een trend zou worden die zich binnen heel Nederland verspreidt. Vandaar dat we vroegtijdig aan de bel trekken.”

Dekmantel
Van Werkhoven noemt twee ontwikkelingen die hem grote zorgen baren: “We zien dat steeds meer ouderen zelfstandig moeten gaan wonen én dat voormalige bejaardencentra worden getransformeerd tot normale woongebouwen zonder toezicht. Zo wordt een seniorenflat een goede dekmantel voor criminele activiteiten. De brandweer is niet tegen de ontwikkeling dat ouderen zelfstandig gaan wonen, maar hoopt wel dat gebouwen daarvoor geschikt zijn en dat er toezicht wordt gehouden.”

Van 0 naar 2 in 5 maanden
‘Steeds meer drugslabs ontdekt in seniorenflats’: dat was de kop die op 15 september veel mensen liet schrikken.  ‘Steeds meer’ is technisch gezien correct, maar blijkt ook sensationeel nu bekend is dat het om twee ontdekkingen gaat in vijf maanden tijd. Zoals Van Werkhoven zelf ook al zei, is het te vroeg om van een ware verschuiving of trend te spreken.

De Metro-journaliste die het artikel schreef was niet bereikbaar voor commentaar.

Spookverhaal ANWB over ID-fraude als snelst groeiende soort misdaad

Wednesday, October 16th, 2013

door: Renée Hendrikx en Marloes Zandbergen

PaspoortDe ANWB startte afgelopen maand met de verkoop van ID-covers: hoesjes die identiteitsfraude tegen zouden gaan. En dat is hard nodig, want identiteitsfraude is “de snelst groeiende vorm van criminaliteit”, zo meldde de organisatie. Verschillende media, waaronder De Telegraaf, namen de bewering over. Deskundigen twijfelen aan die bewering en aan het nut van de covers: “Het is bekend dat dergelijke gegevens gewild zijn bij identiteitsdieven, dus is het überhaupt niet slim van de overheid om deze op de voorkant van identiteitsbewijzen te plaatsen.”

Met de ID-covers kunnen belangrijke gegevens, zoals het Burgerservicenummer (BSN), op identiteitsbewijzen worden afgedekt. De hoesjes, bij de ANWB te koop voor € 1,00 (voor ID-kaart en rijbewijs) en € 1,50 (voor een paspoort), worden sinds begin september door de gemeente Boxtel al gratis uitgedeeld. Binnenkort zullen andere gemeenten dit voorbeeld volgen. En dat is volgens de berichtgeving zeker geen loze maatregel. Zowel de ANWB als De Telegraaf spreken immers van een flinke toename van identiteitsfraude en stellen zelfs dat het om de “snelst groeiende vorm van criminaliteit” gaat. Dit strookt echter niet met de realiteit.

‘Dark number’
Allereerst onderbouwen de ANWB en De Telegraaf hun uitspraken over de toename van het probleem met een aantal cijfers over de periode 2007-2012, waarvan zij de bron niet vermelden. Het lijkt echter te gaan om gegevens uit het recent geüpdate onderzoek van accountantsbureau PwC, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, en de begeleidende Kamerbrief van minister Plasterk. De resultaten van dit onderzoek beslaan dezelfde periode en de aangehaalde percentages komen overeen.
Volgens dit onderzoek neemt identiteitsfraude toe, maar het beweert niet dat het de snelst groeiende vorm van criminaliteit is. Volgens de Tilburgse hoogleraar regulering door technologie Ronald Leenes moet je het PwC-onderzoek bovendien “met een korrel zout  nemen”. In de eerste plaats gaat het om een definitieprobleem: “Doorgaans wordt niet de moeite genomen om goed te bepalen wat identiteitsfraude is, dus hoe kan je dan beweren of iets groot of klein of stijgend is?”, aldus Leenes. Daarnaast is er sprake van een dark number: “Dit betekent dat we niet weten wat de daadwerkelijke omvang van het fenomeen is.”

Spookbeeld
Toen Leenes zich in 2005-2006 bezighield met identiteitsfraude, stuitte hij op  uit de Verenigde Staten overgewaaide spookverhalen – een land waar de identiteitsfraude een groot probleem is. “Het idee was: dat probleem komt gewoon heel hard onze kant op.” Dat identiteitsfraude de snelst groeiende vorm van criminaliteit is, noemt hij een bewering die maar matig te onderbouwen valt. Verder is Leenes van mening dat er geen sprake is van een duidelijke stijgende lijn, eerder van betrekkelijke stabiliteit. Bepaalde vormen van identiteitsfraude nemen zelfs af, zoals pinpasfraude: “Dat komt doordat de banken aan het overschakelen zijn van magneetstrips naar chips in de pasjes.” Dit wordt bevestigd door een eerder bericht van de Nederlandse Vereniging van Banken, waarin gesteld werd dat de geleden schade van deze vorm van identiteitsfraude (‘skimming’ genoemd) tussen eind 2012 en begin 2013 daalde met maar liefst 45 procent. Wel komt ‘skimming’ meer voor dan ‘phishing’ en ‘pharming’ (waarbij identiteitsgegevens worden gestolen op internet via frauduleuze websites en servers), zo blijkt uit recent gepubliceerde gegevens van het CBS.

Rob van der Staaij, veiligheidsadviseur bij Atos Consulting & Technology Services en docent cybercrime aan de Rijksuniversiteit Groningen, stelt net als Leenes dat er geen sprake is van een explosieve toename. Van der Staaij: “Tegenwoordig kunnen identiteitsgegevens gestolen worden via internet, doordat steeds meer persoonlijke informatie verwerkt wordt via het web. Hierdoor valt er wel een lichte stijging te ontdekken van identiteitsfraude.” Oplossingen hiervoor beschrijft hij verder op zijn website. Daarbij gelooft hij ook niet in de uitspraak dat identiteitsfraude de snelst groeiende vorm van criminaliteit zou zijn: “Wat de ANWB en De Telegraaf beweren is volkomen onzin. De media blazen het probleem juist op door hier veel aandacht aan te besteden.”

Leenes benadrukt verder dat men voorzichtig moet zijn met uitspraken als die van De Telegraaf en de ANWB: “Het hangt er maar vanaf wat voor onderzoek je aanhaalt. Er zijn allerlei partijen binnen het veiligheidsdomein die er belang bij hebben om bepaalde cijfers naar buiten te brengen. Bijvoorbeeld de virusbestrijdingsbedrijven die met een onderzoek komen over een toename van computervirussen. Dat is bewijs van het gehalte wij van WC-eend adviseren WC-eend.”

Nut
Of dergelijke belangenverstrengeling ook het geval is bij de ANWB, blijft vooralsnog de vraag. Maar hoeveel zin heeft de introductie van de hoesjes, als het probleem al niet zo groot is als de ANWB en De Telegraaf doen voorkomen? Leenes: “De ID-covers dienen als middel om mensen bewust te maken van risico’s. Maar het idiote is dat allerlei wetenschappers, inclusief ik zelf, jarenlang hebben gezegd dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met gegevens als het Burgerservicenummer. Het is bekend dat dergelijke gegevens gewild zijn bij identiteitsdieven, dus is het überhaupt niet slim van de overheid om deze op de voorkant van identiteitsbewijzen te plaatsen. Dat de gemeenten de pasjes nu gaan aanbieden, is in die zin eigenlijk dweilen met de kraan open.”

De journalist van De Telegraaf, Gijsbert Termaat, wilde niet reageren op onze bevindingen. De persafdeling van de ANWB verwees ons door naar de QIY Foundation, de uitvinder van de ID-cover, die verantwoordelijk was voor de inhoud van het bericht. Dit bedrijf reageerde niet op vragen van Nieuwscheckers.

Tendentieuze berichtgeving over cijfers geweld tegen politie

Friday, November 16th, 2012

Door: Avinash Bhikhie en Joyce Plakké

‘Geweld tegen politie toegenomen’ viel er begin oktober te lezen op NU.nl, vk.nl en andere nieuwssites. De informatie komt uit een persbericht van de website www.geweldtegenpolitie.nl (GTP). Deze maakte een analyse op basis van officiële politieberichten van het tweede en het derde kwartaal van dit jaar. GTP concludeerde daaruit dat het geweld tegen politieagenten met 171 incidenten was toegenomen. Maar er kunnen vraagtekens gezet worden bij de representativiteit van deze cijfers. Ze zijn namelijk gebaseerd op slechts zes maanden en bovendien niet compleet.

De cijfers van geweldtegenpolitie.nl zijn gebaseerd op politiepersberichten over meldingen. In een Utrechts rapport over Geweld tegen gezagsdragers (2009) staat dat geweldsdelicten pas als zodanig gekwalificeerd kunnen worden als een onafhankelijke rechter zich daarover heeft uitgesproken. Hier is bij politieberichten geen sprake van. “De wijze waarop geweldtegenpolitie.nl gegevens verzamelt, is per definitie niet representatief,” zegt ook Jaap Timmer, universitair hoofddocent Politie- en Veiligheidsstudies aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Voor correcte informatie moet je naar de oorspronkelijke bron. Deze gegevens hebben zo geen wetenschappelijke waarde.” Timmer kan nog niet zeggen of geweld tegen de politie toe- of afneemt: “Dit wordt nog maar kort als zodanig geregistreerd. Er kunnen daarom op dit moment nog geen definitieve kwantificerende uitspraken worden gedaan.”

Incompleet
Bovendien wordt geweld tegen politie volgens de woordvoerster van politiekorps Kennemerland niet altijd gemeld: “Soms is er ook sprake van geweld in privacy-gevoelige situaties. Dit melden wij over het algemeen niet.” De cijfers uit het persbericht van GTP zijn dus niet compleet. Als het gaat om geweld tegen politie in uniform op straat, wordt dit overigens wel gemeld. “Ook is er in het persbericht sprake van een vergelijking van een paar maanden. Meestal vergelijk je een periode met dezelfde periode vorig jaar, maar dit bericht doet dat niet.” De cijfers van geweldtegenpolitie.nl zijn daarom geen goede afspiegeling van de situatie. “Ze geven een minimum weer,” aldus de woordvoerster. Volgens haar is er in regio Kennemerland zelfs sprake van een daling van het aantal gevallen.

Reactie persbureaus
Persbureau Novum maakte op basis van het persbericht van GTP een nieuwsbericht, dat werd opgepikt door nieuwswebsite NU.nl. Novum claimt het persbericht gecontroleerd te hebben: “Als het bericht klopt, publiceren wij het en anders niet”, vertelt Novum ons. “Bovendien maken wij de berichtgeving zo transparant mogelijk, door er duidelijk bij te vermelden dat geweldtegenpolitie.nl een particulier initiatief is.” Voor Novum was het geen probleem dat er slechts twee kwartalen met elkaar vergeleken werden: “Totaal niet. Ook het CBS brengt wel eens een bericht naar buiten gebaseerd op opeenvolgende kwartalen.”

Het ANP signaleerde het bericht ook, al was dat via de NOS. Het persbureau heeft het bericht opgenomen in de ANP MediaWatch: een dienst die mediaberichten weergeeft die het ANP niet zelf heeft gebracht. Een aantal krantensites, waaronder De Telegraaf en de Volkskrant, hebben deze MediaWatch overgenomen. De inhoud van het persbericht en de versie die daarvan op de website van de NOS stond, heeft het ANP niet gecontroleerd. “Inhoudelijk checken wij dit niet. Wij schrijven de verantwoordelijkheid in het bericht zelf toe aan het medium dat het nieuws in eerste instantie brengt. Vervolgens maken andere media de keuze om de MediaWatch wel of niet mee te nemen in hun berichtgeving”, aldus het ANP. Als het ANP het bericht meeneemt in zijn eigen reguliere persdienst, dus onder de eigen naam, controleert het de informatie wel.

Reactie geweldtegenpolitie.nl
Roland Wichser, oprichter van geweldtegenpolitie.nl, heeft de geweldsdelicten geïnventariseerd op basis van officiële politiepersberichten. Hij haalt de cijfers van de officiële politiewebsite en ordent ze vervolgens op zijn eigen site, zo vertelt hij ons. Opvallend is dat GTP in het persbericht waarschuwt dat de politieregio’s een eigen beleid hanteren bij het openbaar maken van geweld tegen eigen personeel. Zo brengt de ene regio meer politieberichten naar buiten dan de andere. Volgens de site “ontstaat [hierdoor] een vertekend beeld van landelijk geweld tegen agenten.” De politie Amsterdam-Amstelland brengt bijvoorbeeld weinig berichten naar buiten over geweld dat plaatsvindt in deze regio.

Wanneer we de NOS met dit gegeven confronteren, zegt Ilan van der Sluis, researcher politie en justitie bij de NOS, hierover: ‘”Uiteindelijk kan het belang om de cijfers te brengen groter zijn dan de drang naar volledigheid. Uiteraard zullen wij in onze berichtgeving ook melding maken van de manco’s, zodat het publiek weet dat wat wij melden niet absoluut is.” Volgens hem geven de cijfers van GTP context en was dit een reden om het bericht mee te nemen: “In tegenstelling tot de officiële politiecijfers geven de cijfers van geweldtegenpolitie.nl een inkleuring naar categorie en gebeurtenis. Zo wordt het duidelijker om wat voor geweld het gaat.”

Conclusie
De cijfers over geweld tegen politie zijn voorlopig (want gebaseerd op meldingen in plaats van gerechtelijke uitspraken) en niet representatief (want afkomstig uit onvolledige politiepersberichten). Bovendien beslaan ze slechts twee opeenvolgende kwartalen: te weinig om een trend te onderscheiden van een toevallige fluctuatie. Een telefoontje naar de politie of een expert was voldoende geweest om deze cijfers te duiden. Volgens de opsteller van het persbericht waar het mee begon, Roland Wichser, is dit de verantwoording van de media zelf: “Er zijn helaas altijd media die niet alles naar buiten brengen. Veel journalisten nemen echter wel de moeite om contact op te nemen met GTP voordat ze overgaan tot berichtgeving. De media die niet de volledige feiten brengen, doen zichzelf en de lezer helaas tekort.”

Haastwerk over woningovervallen op arme senioren

Tuesday, November 6th, 2012

door: Eline Boshuizen en Cathelijn Paling

Vooral 55-plussers worden het slachtoffer van overvallers, meldde Metro op 11 oktober. Dat komt, verklaart seniorenpoliticus Henk Krol, doordat ze te arm zijn om hun huis te beveiligen. De cijfers zijn even discutabel als de verklaring en de voorpagina verwart de delicten diefstal en overval. Redacteur Niels Rigter: “Wat die voorpagina betreft: prutswerk.”

Kop en ankeiler op de voorpagina scheppen verwarring en sporen niet met het artikel op pagina 5 van de krant. De kop op pagina 1 heeft het over dieven, de zinnen daarna over woninginbraken en overvallen. Dat zijn verschillende misdrijven en de cijfers in het artikel gaan alleen over overvallen: delicten waarbij iemand een ander met geweld of dreiging met geweld iets afhandig maakt.

Volgens Metro neemt het aantal overvallen sinds 2009 over de gehele linie af, behalve die op woningen van 55-plussers. Het totale aantal overvallen daalt inderdaad, blijkt uit een rapport van de Rijksoverheid, maar ook bij anderen dan senioren is een stijging te zien. Sinds 2009 namen overvallen op tabakszaken, juweliers en benzinestations bijvoorbeeld sterk af, maar in de eerste maanden van 2012 noteerde de politie een toename van het aantal overvallen op supermarkten en horeca.

“Ook in andere sectoren dan woningen van senioren stijgen en dalen de overvallen”, bevestigt Marjolein van Hest, projectleider Geweld bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). “Dat varieert per jaar en afhankelijk van hoe je de doelwitten van overvallen indeelt. Je kunt dus niet zeggen dat in 2012 alleen de woningovervallen op senioren toenemen.’’

Impact

Het totale aantal woningovervallen schommelt, blijkt uit het politierapport ‘Woningcriminaliteit. Verslag van een onderzoek voor het Nationaal dreigingsbeeld 2012. Het aantal woningovervallen gepleegd in 2010 is in absolute zin inderdaad afgenomen, maar procentueel gezien minder sterk dan de afname van de overige overvallen. Het rapport meldt: ‘Waar de aantallen overvallen op andere doelwitten sinds 2009 afnemen (uitgezonderd die op juweliers), is voor wat betreft woningovervallen sprake van een kleine daling in 2010 (van 843 naar 767) die zich niet heeft doorgezet in 2011 (768 woningovervallen).’
Daarnaast beweert Metro dat het maar niet lukt om de overvallen op seniorenwoningen terug te dringen. Ook dit blijkt onjuist: in 2010 vonden er 184 woningovervallen plaats bij senioren, in 2011 173. Dat is winst, al is het weinig. Landelijk overvalcoördinator Jos van der Stap: “Het lukt wel om het percentage terug te dringen, je praat alleen over kleine aantallen. Elke zaak heeft wel een grote impact.”

‘Haastwerk’

Metro-redacteur Niels Rigter reageert: “Wat die voorpagina betreft: prutswerk. Dat heeft de eindredactie gedaan en ik vermoed dat er haastwerk achter zit. Niet goed gelezen en te snel conclusies getrokken. Over het artikel zelf kan ik opmerken dat het niet mijn beste stuk is. We werden uitgenodigd door hoofdofficier van Justitie Hugo Hillenaar van de Taskforce Overvallen in Breda in het kader van de Week van de Veiligheid (8-13 oktober). Het belangrijkste nieuws dat die dag werd gemeld, is dat het aantal overvallen is gedaald. Helaas was dat nieuws al heel snel gebracht door andere media en moest ik een nieuwe invalshoek bedenken. Dat werd de stijging van het aantal woninginbraken bij senioren. Dat niet alleen in deze sector het aantal overvallen is gestegen, is mij ontgaan. Anders had ik dit zeker vermeld.”

Henk Krol

De discutabele toename van overvallen op seniorenwoningen krijgt in het artikel een even discutabele verklaring van Henk Krol, fractievoorzitter van de ouderenpartij 50 Plus: hij ziet de oorzaak in de toenemende armoede onder ouderen, die niet willen investeren in beveiliging. Dit is een aanname die niet wordt gesteund door onderzoek.
“Er is bij mij geen onderzoek bekend naar de mate waarin ouderen hun woning beveiligen tegen criminaliteit, laat staan de reden waarom ze dat wel of niet zouden doen. Het is een hypothese,”, verklaart Van Hest van het CCV. Ook overvalcoördinator Van der Stap noemt Krols uitspraak ongegrond: “Niet alle ouderen leven in armoede. Beveiliging is een onderdeel van bewustwording, het is zeker van belang. Maar vaak komen de inbrekers binnen via een smoesje. Ouderen zijn vaak goed vertrouwend.”

Redacteur Rigter over de quote van Krol: “Ik dacht, laat ik hem eens aan het woord laten als fractievoorzitter van de ouderenpartij 50 Plus. Het ging nergens over. Voortaan moet ik hier met grotere zorg naar kijken.”

Gevaar van ‘sexy barvrouw’ komt niet voor in onderzoek

Thursday, October 18th, 2012

door: Emma O’Hare en Ellemijn Willemse

‘Sexy barvrouw lokt geweld uit’, kopt AD.nl op 10 september 2012: hoe meer seksuele lading er in een kroeg of club hangt, des te groter de kans op agressie onder de bezoekers. Vooral flirterige barvrouwen zouden geweld oproepen. Aldus ‘een onderzoek waarover De Telegraaf schrijft’. Het Algemeen Dagblad heeft het nieuws overgenomen van De Telegraaf. De onderzoekers zagen echter slechts één sexy serveerster. En die lokte geen geweld uit.

Het onderzoek waar De Telegraaf over schrijft, is het 96 pagina’s tellende rapport (pdf) Ingenomen en uitgehaald. Alcohol en geweld in Amsterdamse uitgaansettings. Ilse de Groot en Marco van der Land van de Vrije Universiteit deden dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Amsterdam en politie Amsterdam-Amstelland. Het rapport is op 19 september gepresenteerd in een besloten expertmeeting in het Amsterdamse stadhuis, zonder dat de VU of de gemeente de resultaten samenvatten in een persbericht. Bij de aankondiging van de meeting ging het mis: De Telegraaf vernam volgens onderzoeker Van der Land dat Felix Rottenberg zou optreden als voorzitter, voor een vergoeding van ongeveer 2500 euro. De Telegraaf heeft het rapport vervolgens opgevraagd en er een nieuwsbericht over geschreven (‘Agressief door sexy barvrouw’). Dit heeft AD.nl overgenomen.

Boven het bericht vermeldt AD.nl het ANP als bron. Hoewel uit navraag bij het ANP blijkt dat het persbureau nooit over het onderzoek geschreven heeft, houdt een medewerker van AD.nl tegenover Nieuwscheckers vol dat dit wel de bron was. Duidelijk is in elk geval dat de AD-redactie het rapport zelf niet heeft ingezien.

Geen sexy barvrouw

De term ‘sexy barvrouw’ komt in het rapport niet voor, maar de kop komt niet helemaal uit de lucht vallen. Seksueel gedrag wordt in het hoofdstuk over eerdere, vooral buitenlandse studies genoemd als een van de acht mogelijke risicofactoren die door Graham en Homel in 2008 werden onderscheiden in een vergelijkbaar onderzoek: ‘In gelegenheden waar veel seksuele spanning heerst, bestaat een grotere kans op geweld en agressie. Barpersoneel kan hieraan bijdragen doordat schaars geklede meisjes drankjes verkopen.’ Het gaat dus helemaal niet om een conclusie uit het VU-onderzoek. Sterker nog: het is een deel van de theorie die gebruikt wordt voor het onderzoek dat pas veel later in het rapport gepresenteerd wordt.

Club Hot Fuss is de enige van de twaalf onderzochte clubs waar een sexy personeelslid wordt waargenomen: “Een sexy uitziend meisje verkoopt shotjes op de dansvloer waarbij zij vooral de jongens succesvol overhaalt om drank bij haar te kopen.” (p. 41)  Deze observatie wordt echter niet in verband gebracht met gewelddadig gedrag.

De Telegraaf (in de printeditie) en AD noemen ook ’kleine, jonge en vijandige portiers’ als veroorzakers van gewelddadig gedrag. Ook dit is onjuist: net als de schaars geklede barmeisjes worden zij wel genoemd in het literatuuroverzicht (p.21), maar in het Amsterdamse veldonderzoek bleken ze geen rol te spelen (p.74).

Drank, drukte, drang en dolheid

Wat concluderen de VU-onderzoekers dan wel? Het personeel van een uitgaansgelegenheid speelt een belangrijke rol in de hoeveelheid alcohol die wordt genuttigd. In veel van de bestudeerde clubs wordt gratis drank uitgedeeld, wordt er gestunt met drankprijzen en schenkt het personeel door aan duidelijk beschonken bezoekers. In sommige clubs zien we het barpersoneel het ‘goede’ voorbeeld geven door zelf alcoholhoudende dranken te drinken. Seksueel getint gedrag speelt een rol bij agressie in clubs, maar over sexy barpersoneel worden geen specifieke uitspraken gedaan.

Er spelen volgens Van der Land veel factoren mee in het ontstaan van geweld. Seksueel getint gedrag is daarbij niet de voornaamste. Het gaat bovendien altijd om een combinatie van factoren, alcohol speelt daarbij steevast een prominente rol. Veel drank in combinatie met drukte, drang en dolheid worden in de conclusie genoemd als de vier factoren die van invloed zijn op uitgaansgeweld. Bars en clubs waar het comfortgehalte laag is met luide muziek, weinig zitgelegenheid en waar een drukke, losbandige sfeer heerst, geven aanleiding tot agressie.

120 incidenten per dag

De auteur van het Telegraaf-bericht, Tjerk de Vries, schreef twee dagen later in de krant opnieuw over het rapport, samen met Nienke Oort: ’Avondje stappen risicovolle zaak’ (voor een deel overgenomen door AT5). Zoals de titel al doet vermoeden is dit artikel anders van inhoud. Niet alleen wordt de naam van het rapport dit keer wel genoemd, ook wordt de context van het onderzoek uitgebreid beschreven. De conclusie dat sexy barvrouwen voor agressief gedrag zorgen komt in dit bericht niet voor. Indrukwekkende cijfers wel.

Per dag zouden in Amsterdam 120 incidenten plaatsvinden met dronkaards en 25 geweldsslachtoffers vallen. Deze cijfers staan niet zo in het rapport, maar zijn door de Telegraaf-journalisten berekend op basis van het wel vermelde totaal: 243.578 incidenten in vijf en een half jaar. Dat sinds 2006 het aantal geweldsincidenten op uitgaanspleinen verdubbeld is, zoals De Telegraaf claimt, staat echter niet in het rapport. In tegendeel: op pagina 29 en 37 staat daar expliciet dat het aantal geweldsincidenten gelijk is gebleven. Woordvoerder Marjolein Koek van politie Amsterdam-Amstelland bevestigt dat dit de juiste cijfers zijn. Na verschillende pogingen een reactie van De Telegraaf te krijgen, is het enige wat Nienke Oort erover kwijt wil tegenover Nieuwscheckers: ‘Dat gegeven komt uit een ander rapport van de politie en die cijfers zijn geen nieuws. Dat is al lang bekend dat de geweldsincidenten zijn verdubbeld. Google maar.’

Conclusie

De artikelen van AD.nl en De Telegraaf over Amsterdams uitgaansgeweld bevatten onjuistheden. Het VU-onderzoek concludeert niet dat sexy barvrouwen in Amsterdamse kroegen en clubs geweld uitlokken. In het rapport wordt wel gesproken over seksueel getint gedrag als één van de vele factoren die aanleiding kunnen geven tot agressie. Alcohol speelt de grootste rol. Twee dagen na het artikel over de sexy barvrouw revancheert De Telegraaf zich door krasse cijfers die in het rapport verscholen zijn tot koop te promoveren: 120 incidenten met dronkaards en 25 gevallen van mishandeling per dag.  Dat het aantal incidenten op uitgaanspleinen sinds 2006 is verdubbeld, wordt echter door de VU-onderzoekers en politie tegengesproken. De comments staan open voor degene die ze van een bron voorziet.

Geen cijfers over polderloverboys

Thursday, January 26th, 2012

door: Tom Janssen en Lars de Kruijf

Polderlandschap - jurjen_nl via FlickrTegenwoordig worden steeds meer dorpen geteisterd door loverboys. Althans, die indruk geeft het artikel ‘Loverboy zoekt prooi in dorp’, dat op 10 oktober verscheen in Metro. Loverboys zouden hun activiteiten van de grote steden verplaatsen naar het platteland: het ideale werkterrein, omdat de hieruit afkomstige meiden uit angst hun mond houden. En gemeenten verzwijgen ondertussen het probleem omdat zij niet op reputatieschade zitten te wachten, zo gaat de redenering. Vrij spel dus, voor pooierboys in de provincie? Nieuwscheckers onderzocht wat hiervan waar is.

Degene die in het Metro-artikel de noodklok luidt, is Anita de Wit. Zij is voorzitter van Stichting StopLoverboysNU en vangt sinds 2007 in die hoedanigheid slachtoffers van loverboys op. De Wit: “De meiden met wie wij praten, doen vaak geen melding bij politie of Bureau Jeugdzorg en komen dus ook niet in de officiële cijfers terecht. Omdat StopLoverboysNU laagdrempelig is, krijgen wij deze signalen wel binnen.”

De Wit ziet al langer de trend dat loverboys vaker opereren op het platteland, maar concrete cijfers over deze ontwikkeling kan zij niet geven. “Elke dag krijg ik tien à vijftien meldingen van mogelijk misbruik. Per jaar breng ik een toenemend aantal meiden in veiligheid. Dit jaar [2011] zijn dat er nu al 31. Hierbij heb ik veel te maken met meiden die uit een kleiner dorpje dicht bij de steden komen. Deze gegevens geef ik echter nooit zomaar vrij, omdat ik laagdrempelig wil blijven naar de slachtoffers toe.”

Geen ontwikkeling
Erg veel duidelijkheid verschaft De Wits informatie niet. Vandaar dat Nieuwscheckers te rade ging bij Amanda de Wind van Fyr Fryslân, een expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties, dat volgens het artikel nieuwe opvangvoorzieningen heeft geopend voor slachtoffers van (onder meer) loverboys.

“Dat klopt inderdaad,” meldt De Wind, “maar dat staat helemaal los van de waarschuwing van StopLoverBoysNU. De geopende opvangadressen hebben hier niets mee te maken. Ik wist ook niet dat ik in dit artikel wordt genoemd aangezien ik de journalist van Metro nooit gesproken heb. Wij hebben ten tijde van de uitbreiding een persbericht uitgegeven, en waarschijnlijk heeft hij dat in verband gebracht met het verhaal van De Wit.”

In ieder geval ziet De Wind de ontwikkeling die De Wit schetst niet: “Loverboys komen juist voor in de grote steden. Het zou wel kunnen dat ze soms ook actief zijn in dorpen, maar dit is niet iets dat wij signaleren. Daar kan ik dus weinig over zeggen. En er zijn ook geen cijfers van bekend.”

Geen cijfers
Als er ergens cijfers te vinden zijn over ontwikkelingen op het gebied van loverboys, dan is het bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha). Onder andere de politie heeft de plicht om gevallen van mensenhandel – waaronder loverboypraktijken – te melden aan deze instantie.

Volgens Bas de Visser, woordvoerder van CoMensha, zijn er in 2011 105 meldingen gedaan waarbij is aangegeven dat er gebruik werd gemaakt van loverboytechnieken. “Wij hebben echter geen overzicht waaruit blijkt dat er een verplaatsing naar het dorp plaatsvindt.  Onze ervaring is dat loverboys overal voorkomen in heel Nederland. Zowel in de grote steden als op andere plekken.”

Signaal afgeven
Er zijn dus geen cijfers die aantonen dat er sprake is van een hausse aan polderloverboys. Waarom besloot Metro-journalist Peter Viering dan toch om zijn artikel te schrijven? Viering: “Ik wilde een signaal afgeven over een fenomeen waarover ik mensen hoorde klagen. Een moeder van een 13-jarige dochter belde mij op omdat haar dochter contacten had met loverboys. In het dorp waar zij wonen heb ik dit verhaal gecheckt bij het schoolbestuur, en zij bevestigden dit. Toen ik navraag deed in andere dorpen, bleken ze ook daar de problematiek te herkennen.”

Viering beaamt dat het beter was geweest als hij zijn verhaal had kunnen onderbouwen met cijfers. “Maar dat is in dit geval juist de moraal van het verhaal: omdat men zich schaamt voor de problematiek wordt het niet gemeld en dus niet genoteerd. Dan kun je je niet beroepen op cijfers. Maar als journalist is het wel je plicht om dit signaal te brengen.”

Conclusie
De beweringen van Anita de Wit en de andere door Viering geraadpleegde bronnen zouden kunnen kloppen. Maar voor hetzelfde geld is dat niet het geval. Waar harde cijfers ontbreken, ligt speculatie op de loer. Het beste lijkt in dat geval om af te gaan op de cijfers die wél voorhanden zijn bij officiële instanties als CoMensha. En daaruit blijkt dat het niet erg waarschijnlijk is dat loverboys hun werkterrein verleggen naar het dorp.

In december 2011 – dus enige tijd na het artikel in Metro – publiceerde het Verwey-Jonker Instituut een rapport over loverboys waarvan een van de conclusies is dat het aantal slachtoffers van loverboys moeilijk is vast te stellen, maar in ieder geval lager ligt dan de media suggereren. Desondanks brachten media het nieuws weer onder koppen als ‘Loverboys maken steeds meer slachtoffers’.

Minder auto’s gekraakt in Utrecht, maar niet alleen door inzet lokauto’s

Friday, December 23rd, 2011

door: Anja Supper en Ariënne de Vreugd

“Minder auto’s gekraakt door lokauto’s” is de kop van een artikel op de website van de Volkskrant op 8 november 2011. Ook de websites van de NOS, Powned en de Spits hebben het nieuwsbericht overgenomen, vaak met dezelfde bewoording. En ook de overheid zelf zegt het: het aantal autokraken in de provincie Utrecht is met maar liefst 40 procent afgenomen dankzij de lokauto’s. Nieuwscheckers vond dit een eigenaardig hoog percentage, vooral omdat er verder geen onderzoeksrapport of cijfers worden genoemd. De speurtocht naar de bron bleek er een met een flink aantal kastjes en muren.

In het bericht worden het Verzekeringsbureau bestrijding Voertuigcriminaliteit (VbV), de politie Utrecht en het ministerie van Veiligheid en Justitie genoemd. Zij hebben samengewerkt met andere instanties in een pilotproject tegen autokraken. Daarbij heeft de politie Utrecht een aantal geprepareerde auto’s ingezet om inbrekers te pakken (filmpje). Omdat het project zo’n succes bleek, heeft het VbV tien nieuwe lokauto’s aan het ministerie geschonken om landelijk in te zetten. De VbV-website bevat ook een nieuwsbericht over de lokauto’s, maar het bureau zelf beschikt niet over een onderzoeksrapport. “Dat hebben we ongetwijfeld ingezien toen we het bericht schreven, maar we hebben hier geen cijfers liggen,” aldus een woordvoerster, die ons doorverwees naar de politie Utrecht.

Nuance
“Deze cijfers waren inderdaad aanwezig”, volgens Thomas Ailing van de politie Utrecht. Ze staan in het jaarverslag uit 2010. “Het percentage van 40 procent komt uit de cijfers van 2010 ten opzichte van 2002. Er zit echter wel een zekere nuance in de daling, het komt zeker niet alleen door de lokauto’s dat het aantal autokraken zo gedaald is.” Het persbericht, waar deze nuance dus niet in is aangebracht, komt volgens Ailing overigens niet vanuit de Politie Utrecht. Ook Jaap Oosterveer, de perswoordvoerder van de andere bron uit het bericht, staatssecretaris Fred Teeven, zegt dat de cijfers kloppen: “Ik heb ze zelf gecheckt bij een persvoorlichter van de Veiligheidsregio Utrecht. De VRU heeft tevens de pilot waarin de lokauto’s werden ingezet uitgevoerd. Ook de verzekeraars hebben volgens hem deze cijfers genoemd.” Op de vraag wie de betreffende persvoorlichter was, bleef Oosterveer ons het antwoord schuldig. Dat is zijn taak niet: als journalisten moeten we dat zelf maar uitzoeken. Na te hebben gebeld met het VRU kwamen wij erachter dat zij niks te maken hebben met het project en dat we de persvoorlichter daar dus niet zouden vinden.

Oosterveer noemde tijdens het telefoongesprek echter ook nog een andere bron: Utrechtse Heuvelrug. Volgens Hans van Schaik, communicatiemedewerker van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, kloppen de cijfers over autokraken. Alleen zijn het andere dan van het Ministerie en van de politie Utrecht. Van Schaik:  “Het aantal autokraken in de regio Utrecht is in 2010 met 41 procent afgenomen ten opzichte van 2006. De bron hiervan is GIDS (het management-informatiesysteem van de politie). Het gaat hier overigens om aangiftecijfers en deze daling is zeker niet alleen een gevolg van het inzetten van deze auto’s.”

‘Eén op één overgenomen’
Waarom hebben nieuwsmedia deze cijfers overgenomen zonder ze te checken? Coen Brandhorst, internetjournalist bij de Volkskrant, zegt dat het nieuwsbericht één op één is overgenomen van het ANP: “Bij een bron als het ANP hebben wij nooit twijfels over de betrouwbaarheid van het bericht.” De schrijver van het ANP-bericht, John Hermse: “Deze cijfers hebben wij van de woordvoerder van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie, Jaap Oosterveer.” We bellen nogmaals met Oosterveer en vragen waarom er geen nuance is gemaakt en het daardoor nu lijkt dat het aantal autokraken alleen is gedaald dankzij de lokauto’s. “Die nuance is toen niet gemaakt, omdat de cijfers ook als dusdanig zijn doorgegeven aan ons voor de opmaak van het persbericht. Er is dus geen sprake van een bewuste keuze.”

Nieuwscheckers concludeert dat de lokauto’s een succesvol pr-middel zijn voor autoverzekeraars en misdaadbestrijders. Welke bijdrage ze precies leveren aan de daling van het aantal autokraken blijft de vraag.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes