medisch

Kaal door een knotje? Dat valt wel mee

Thursday, November 5th, 2015

Door: Anouk Onderwater en Iris te Voert

Mannen worden kaal van strakke knot’, kopte Nu.nl op 25 september 2015. Verschillende dermatologen zouden voor het probleem waarschuwen. Zo beweert de Amerikaanse Sabra Sullivan dat zij wel een of twee keer per week met een dergelijk geval te maken heeft. Naast Nu.nl berichtten onder andere RTL Nieuws en Metro over het nieuwe gevaar. Maar bestaat die nieuwe haaruitval wel? En waarom worden alleen knotjes dragende mannen met kaalheid in verband gebracht, niet vrouwen?

De Amerikaanse dr. Sabra Sullivan was de eerste dermatoloog die knotjes dragende mannen met kaalheid in verband bracht. Hierbij zou het gaan om ‘tractie alopecia’, een vorm van haaruitval die acuut optreedt rond het voorhoofd en de kruin door het strak bij elkaar trekken van het haar. Sullivan stelt dat het probleem steeds vaker bij mannen voorkomt en baseert dit op haar eigen ervaring. Zo zou zij wekelijks wel één of twee mannen zien die hier mee te maken hebben.

Dr. Sullivan wordt bijgevallen door stylist Dennis Zuniga en directeur van de Haarstichting Edwin van Wooning. Beiden bevestigen het verband tussen het dragen van een knot en kaalheid. Van Wooning zwakt de stelling iets af: ernstige schade van de haarwortels door een knot verschilt van persoon tot persoon. Bij de een kan het voor kale plekken zorgen, bij de ander niet. Ook stelt hij een oplossing voor: het haar niet meer zo strak naar achteren dragen.

Klopt dit wel?
Emiel Verdonschot, specialist in haarproblemen en medisch directeur van haarkliniek Intermedica, heeft daarentegen nog nooit te maken gehad met mannen die hun haar verloren door het dragen van een knot. ‘’De meerderheid van de mannen die hier langs komen, hebben haarverlies wegens erfelijke kaalheid en niet wegens een bepaalde haardracht’’, aldus Verdonschot. ‘’Echter, feitelijk kan het wel voorkomen dat iemand last heeft van haaruitval wegens het te strak naar achteren dragen van het haar. Deze vorm van haarverlies heet tractie alopecia. Maar hierbij moet gedacht worden aan iemand die dit al jarenlang en op dagelijkse basis doet, het is geen kwestie van een paar maanden.’’

Tractie alopecia: alleen bij mannen?
De website van de Haarstichting stelt dat tractie alopecia vooral voorkomt bij mannen of vrouwen met dreadlocks die te strak zijn vastgezet. Verdonschot ziet het daarentegen alleen maar bij vrouwen. ‘’Tractie alopecia zien we vooral bij vrouwen die al van kinds af aan het haar strak naar achteren dragen. Dit zijn bijvoorbeeld vrouwen met kroeshaar, wier moeder vroeger al een strakke haardracht bij hen maakte. Het haar wordt hierbij zo strak naar achteren getrokken, dat je bij wijze van spreken de spanning erop kunt voelen. Bij mannen daarentegen heb ik het nog nooit gezien.’’

Een hipsterknotje, waarmee tractie alopecia in de media in verband wordt gebracht, is een los knotje waarbij de rest van het haar los naar achteren valt. Het is erg onwaarschijnlijk dat mannen hierdoor last kunnen krijgen van haarverlies. Daan van Houten (22 jaar), die al zes jaar een knotje draagt: “Het lijkt me dat een knot dragen even schadelijk is voor mannen als voor vrouwen. Zelf heb ik in ieder geval nog nooit iets gemerkt van kaal worden.”

Erfelijke kaalheid?
Wellicht was er bij de mannen waarmee dr. Sullivan – die niet reageerde op een verzoek om commentaar – te maken had, wel gewoon sprake van erfelijke kaalheid. ‘’Het zou kunnen dat deze mannen al last hadden van inhammen aan de voorkant vóór zij een knot begonnen te dragen’’, stelt Verdonschot. ‘’Wanneer zij dan het haar naar achteren gaan kammen, worden deze ineens zichtbaar. Echter, deze vorm van haarverlies heeft dan niets te maken met tractie alopecia. Het is gewoon een geval van erfelijke kaalheid.’’

Conclusie
Een hele strakke haardracht kan inderdaad – in theorie – zorgen voor kaalheid. Maar dan moet het haar wel over een reeks van jaren en op dagelijkse basis zo strak vast hebben gezeten, dat je bij wijze van spreken de spanning erop kunt voelen. Bovendien komt het fenomeen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Vooral de kop ‘Mannen  worden kaal van strakke knot’ is dan ook misleidend. Een los hipsterknotje kan dus zonder zorgen gedragen worden. Nu.nl wilde niet reageren.

Foto: Digboston (Flickr, CCBY 2.0)

E-sigaretten 95 procent minder schadelijk?

Monday, October 12th, 2015

Door: Abdelkabir Mandili en Mark Verspoor

‘E-vaping360.comsigaret is 95 procent minder schadelijk dan normale sigaret’, kopte NU.nl op 19 augustus 2015. Bron: een recent onderzoek van Public Health England (PHE). Tegenstrijdige beweringen en onderzoeken veroorzaken verwarring onder consumenten en beleidsmakers: is de e-sigaret daadwerkelijk 95 procent minder schadelijk? Nieuwscheckers concludeert dat deze bewering te stellig is.

Het onderzoek van PHE een adviesorgaan van het Britse Ministerie van Volksgezondheid – is uitgevoerd door een samenwerkingsverband van King’s College Londen en de Universiteit van Londen. Zij vergeleken de conclusies van verschillende studies over de gevaren van e-sigaretten. Hieruit bleek dat de conclusie van een onderzoek uit 2014, dat e-sigaretten 95% minder schadelijk zijn dan normale sigaretten door  nieuwe inzichten in de wetenschap nog steeds wordt bevestigd.

Tegenstrijdige berichten

In tegenstelling tot Public Health England  is het RIVM kritisch over het gebruik van e-sigaretten. In een factsheet uit maart 2014 stelt het instituut: “Bij sommige navulpatronen staat op de verpakking dat ze nicotinevrij zijn, terwijl dat niet het geval is.’’ Het RIVM baseert dit op een onderzoek van het German Cancer Research Center (DKFZ). Het DKFZ concludeert, na onderzoek naar verschillende chemicaliën in e-sigaretten, dat deze nicotinewaarden tussen 0 en 36 mg bevatten. Volgens het DFKZ is ook nicotine in e-sigaretten verslavend en potentieel kankerbevorderend, maar er is volgens het Duitse instituut niet genoeg onderzoek gedaan naar de gevaren op de lange termijn. Daarnaast bestaat er geen specifieke regelgeving voor de kwaliteitscontrole en verkoop van e-sigaretten.

De conclusies van PHE en DFKZ staan lijnrecht tegenover elkaar. Hoe komt het dat zulke toonaangevende gezondheidsinstellingen drastisch van analyse verschillen? De tegenstrijdigheid komt volgens onderzoekers vanwege het geringe onderzoek naar de gevaren van nicotine in e-sigaretten op de lange termijn. De vraag is dus: is het roken van een e-sigaret op lange termijn ook nog 95 procent veiliger? Volgens longarts Wanda de Kanter is nicotine in e-sigaretten op de lange termijn wel degelijk kankerbevorderend. “Cellen die versleept zijn en elders in het lichaam ‘slapend’ aanwezig zijn, kunnen eerder gaan uitgroeien. En dat kan dan leiden tot uitzaaiingen.’’

Publieke opinie

De discussie rond de voor- en nadelen van de e-sigaret wordt verder gecompliceerd door het frame waarin de e-sigaret zich bevindt.  Zo stelt PHE dat bijna de helft van alle Britten zich niet realiseert dat e-sigaretten vele malen minder gevaarlijk zijn dan normale sigaretten. Dit terwijl er jaarlijks 100.000 Britten overlijden aan het roken van tabak. PHE adviseert beleidsmakers te “publiceren dat de e-sigaret 95% minder gevaarlijk is dan roken.” Dit maakt het steeds lastiger voor burgers, maar ook beleidsmakers om de zin van de onzin te scheiden.

Trimbos-instituut

Esther Croes van het Trimbos-instituut stelt dat het niet mogelijk is om de schade die een e-sigaret veroorzaakt samen te vatten in één cijfer zoals PHE heeft gedaan.“Er is overeenstemming binnen de medische wereld dat e-sigaretten minder schadelijk zijn dan normale sigaretten, maar door het grote aantal variabelen is dit niet in één cijfer uit te drukken.Er zijn meer dan 8000 verschillende vloeistoffen die gebruikt worden in navulpatronen en er zijn honderden verschillende e-sigaretten. Hiernaast is een grote variatie in de giftigheid van deze vloeistoffen.” Voor een nauwkeurig onderzoek zouden alle combinaties van vloeistoffen en e-sigaretten getest moeten worden.

Een opmerkelijk deel van de e-sigaret is de damp (rook) die gebruikers uitademen. De stof die dit mogelijk maakt is propyleenglycol. Dit is dezelfde stof die ook in rookmachines op festivals zit. Een matige blootstelling aan deze stof is niet gevaarlijk. “Maar we kennen de gevolgen niet als het voor een langere periode diep in je longen terecht komt, daar bestaat de e-sigaret gewoon nog niet lang genoeg voor”, aldus Croes.

Oordeel

Binnen de medische wereld is er overeenstemming dat het roken van een e-sigaret minder schadelijk is dan een normale sigaret. Maar de bewering dat dit in alle gevallen 95 procent minder schadelijk is, is te stellig. Hiervoor is de e-sigaret nog niet lang genoeg op de markt, en zijn er te veel verschillende modellen en vloeistoffen waar nog geen onderzoek naar is gedaan. Het artikel van Nu.nl is daarom ongenuanceerd. De redactie heeft niet gereageerd op een verzoek om commentaar.

Foto: Vaping360 (Flickr, CC BY 2.0)

Vaccins voor ouderen: vergeten, verzwegen, of niet genoemd?

Wednesday, October 7th, 2015

Door: Christian Hauska en Melissa Vermeulen

Tienduizenden Nederlandse ouderen zouden onnodig chronisch ziek worden, omdat bestaande vaccins tegen verschillende infectieziekten niet actief worden aangeboden. Dit staat in het artikel ‘Vaccins ouderen bewust verzwegen’ (De Telegraaf, 9 september).  Beschermende vaccins zouden worden ‘onthouden’ aan oudere patiënten en zelfs ‘bewust verzwegen’ worden. Het zou gaan om onder meer vaccins tegen gordelroos, longontsteking, kinkhoest en hepatitis-A. Het bericht geeft geen inzicht in wie of wat achter het verzwijgen van de vaccins kan zitten, en wat de redenen hiervoor kunnen zijn. Bovendien blijft onduidelijk waar het getal ‘tienduizenden’ vandaan komt. Nieuwscheckers zocht uit: worden vaccins daadwerkelijk bewust verzwegen, waardoor veel ouderen chronisch ziek worden?

We leggen de kwestie voor aan het RIVM, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma. We worden doorverwezen naar een rapport van de Gezondheidsraad, dat bevestigt dat er steeds meer preventieve vaccins beschikbaar zijn, maar dat die in Nederland toch bijna niet worden gebruikt. Volgens het rapport zijn daar verschillende oorzaken voor: een gebrek aan kennis van  en ervaring met vaccinatie bij artsen, beperkte bekendheid bij het publiek, en het feit dat de vaccins niet zijn opgenomen in publieke programma’s. De Gezondheidsraad lijkt druk bezig de vaccins wél in die programma’s te krijgen. Volgens persvoorlichter Eert Schoten verschijnt dit jaar nog een advies over vaccinaties bij kinkhoest. Volgend jaar volgt een rapport over vaccinaties voor gordelroos bij ouderen, evenals een advies over vaccinaties voor ouderen tegen pneumokokken.

Bewust verzwegen?
Is het probleem van de ‘verzwegen vaccins’ bekend bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg? “Nee”, zegt Wilbert Ransz, woordvoerder van de IGZ: “Ik heb eigenlijk nog nooit van deze kwestie gehoord.” Na navraag bij collega’s concludeert Ransz: “Bij de IGZ herkennen we deze signalen niet.”

Bewust verzwegen? “Dat lijkt me niet”, zegt Pieter de Boer, promovendus Farmaco-economie aan de Rijksuniversiteit Groningen en auteur van verschillende publicaties op het gebied van volksgezondheid en vaccins. “Wel is Nederland vaak trager met het invoeren van nieuwe vaccins dan bijvoorbeeld Engeland. Daarbij worden sommige, al bestaande vaccins, nauwelijks gebruikt omdat ze niet vergoed worden door zorgverzekeraars, en niet zo bekend zijn onder huisartsen en ouderen.”

Beperkte mogelijkheden of onthouding?
We spreken twee huisartsen uit Den Haag, die beide hun beperkte mogelijkheden noemen om voor te lichten over vaccinaties. Huisarts Bruijs: “Het is gewoon een kwestie van tijd. Ik heb niet de mogelijkheid om binnen tien minuten de hele medische wetenschap aan mijn patiënten uit te leggen.” “Maar”, zegt zijn collega Galjaard, “als mensen een bepaalde bescherming graag willen hebben, dan krijgen ze de vaccins.” Patiënten moeten dus zelf het voortouw nemen, maar kan er dan wel gesproken worden over vaccins die hen ‘onthouden’ worden?

Dat preventieve vaccins niet actief worden aangeboden en om die reden gezondheidswinst blijft liggen, daar lijkt iedereen het wel over eens. Dat vaccins bewust worden verzwegen, vraagt volgens Nieuwscheckers om enige nuance. Klinisch farmacoloog prof.dr. Koos Brouwers, de bron van het Telegraafartikel, lijkt deze mening te delen: “Inhoudelijk kloppen de feiten. De titels en subtitels geven echter een eenzijdig beeld.” De auteur van het artikel, medisch journalist René Steenhorst, staat achter de kop: “Als artsen het niet zeggen tegen een patiënt, tja… Feit is dat vaccins op de plank blijven liggen, en de oorzaak daarvan is me onduidelijk. De vaccins zijn er dus, maar bereiken de patienten gewoonweg niet.” Volgens Steenhorst is het een kwestie van interpretatie: “Of het nou vergeten, verzwegen, of niet genoemd wordt, dat komt op hetzelfde neer.”

Tienduizenden betrokken?
De vraag die overblijft, is of daadwerkelijk tienduizenden ouderen chronisch ziek worden wegens het niet-actieve aanbod van preventieve vaccins. Brouwers, verbonden aan het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij ouderen van het UMC Utrecht, verwijst ons naar zijn rapport Health Relevance of Shingles Vaccination in the Eldery Population (2015). Samen met drie collega’s, en ondersteund door Ephor en Europe-Expro, heeft Brouwers kwantitatief wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de medische noodzaak, (kosten)effectiviteit en toepassing van het gordelroosvaccin bij ouderen. Daarbij is een vergelijking gemaakt met cijfers van het Verenigd Koninkrijk. In het rapport staat dat grofweg 60.000 mensen van 50 jaar en ouder gevaccineerd zouden kunnen worden met het vaccin tegen gordelroos, waarbij minstens 50% van de patiënten daar baat bij zou hebben. Door dit vaccin zou daarom alleen al de infectieziekte gordelroos voorkomen kunnen worden bij 30.000 ouderen in Nederland.

Conclusie
Het is aldus duidelijk waar het getal ‘tienduizenden ouderen’ uit het artikel van De Telegraaf vandaan komt, namelijk uit het rapport van Brouwers en zijn collega’s. Het klopt dat bepaalde vaccins tienduizenden ziektegevallen onder ouderen kunnen voorkomen. Wel had de kop “Vaccins ouderen bewust verzwegen” genuanceerder gekund, omdat de kwestie lijkt te gaan over mogelijkheden die onvoldoende worden benut, in plaats van het opzettelijk weigeren of verzwijgen van deze mogelijkheden.

Foto griepprik: NHS Employers (Flickr CC BY 2.0)

Nieuws over medicijnentekort onnodig alarmerend

Tuesday, October 28th, 2014

door: Viënna Beenhakker en Sanne Wolters

‘Medicijnen voor Parkinson, diabetes en kanker niet meer verkrijgbaar.’ Dat schrijft de webredactie van RTL Nieuws op 13 maart 2014. Lopen bepaalde patiëntengroepen echt gevaar? Minister Schippers van Volksgezondheid liet onderzoek doen naar de verontrustende berichten en kondigde in een brief aan de Tweede Kamer maatregelen aan. Het geneesmiddelentekort blijkt veel minder ernstig dan berichten als die van RTL doen geloven.

RTL Nieuws verwees naar een eerder artikel van het AD waarin cijfers onder de loep zijn genomen van apothekersorganisatie KNMP Farmanco, de apothekersorganisatie die tekorten registreert. Het AD waarschuwde voor een ‘gevaarlijk tekort aan medicijnen in Nederland’. Een record aantal geneesmiddelen was het afgelopen jaar niet meer beschikbaar en steeds meer medicijngebruikers moeten op zoek naar een vaak duurder alternatief. RTL schrijft dat in ruim twee procent van de gevallen helemaal geen vervangend middel beschikbaar is. Dit zou een groot risico opleveren voor bepaalde patiëntengroepen. Het zou gaan om medicijnen tegen kanker, Parkinson en diabetes.

Rapport
De verontrustende berichten over het medicijntekort baarden minister Schippers van Volksgezondheid ernstige zorgen. Zij heeft onlangs onderzoek laten doen en een rapport uit laten brengen door Berenschot over de gevolgen van het tekort. Het rapport werd op 18 september aangeboden aan de Kamer. “We trekken geen specifieke conclusies voor bepaalde geneesmiddelen, maar concluderen dat voor de meeste tekorten de impact voor patiënten beperkt blijft tot ongemak”, aldus Berenschots managing consultant Annette de Boer. Bij specifieke kwetsbare patiëntengroepen zouden de tekorten wel kunnen leiden tot gezondheidsschade. Maar de impact van de meeste geneesmiddelentekorten blijft beperkt voor de patiënt. Dit komt onder meer door de inspanningen van farmaceutische zorgverleners om tekorten op te lossen. Ook Joost de Metz, stafadviseur van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik, beaamt dit.

Situatie minder dreigend
KNMP Farmanco stelt dat één procent van de apotheekbezoekers naar huis gestuurd wordt zonder medicijn. Dit komt niet overeen met de ‘ruim twee procent’  die RTL Nieuws noemde.  Overstappen op  een alternatief geneesmiddel kan volgens RTL gevaar opleveren voor de patiënten: medicijngebruikers kunnen in de war raken en de medicijnen niet of juist dubbel innemen. Volgens Doeriene Postma, onderzoeker bij KNMP Farmanco, die de tekorten wel een probleem vindt, is de situatie toch minder dreigend dan de media doen geloven: “De kranten willen altijd mooie koppen, maar het niet verkrijgbaar zijn van geneesmiddelen staat los van levensbedreigende situaties.”

Geneesmiddelen verdwijnen niet zomaar
Een geneesmiddel wordt niet zo snel van de markt gehaald. Dat blijkt al uit het artikel van het AD waar RTL Nieuws zich op baseert. Problemen met medicijntekorten worden bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen gemeld. Het CBG maakt dan een inschatting van het probleem en inventariseert of er alternatieven zijn. Hierbij wordt waar nodig samengewerkt met IGZ en internationale registratieautoriteiten. Als de volksgezondheid in het geding komt, kan het CBG altijd een moreel beroep doen op de fabrikant en aandringen op voortzetting van de productie. Ook volgens Nefarma, een brancheorganisatie van farmaceuten, stopt een fabrikant niet zomaar. Er moeten altijd voldoende alternatieven aanwezig zijn.

Loos alarm
Ondanks al deze maatregelen komt het heel zelden toch voor dat er geen alternatief medicijn beschikbaar is. Of en in welke mate geneesmiddelentekorten leiden tot gezondheidsschade is onbekend. Bovendien stelt Farmanco dat het begrip ‘schade’ bij medicijngebruikers moeilijk te definiëren is en ook moeilijk in te schatten. Op welke patiëntengroepen het medicijntekort effect heeft is ook onduidelijk, het is namelijk niet bekend om welke medicijnen het precies gaat. Kortom, RTL Nieuws jaagt lezers onnodig angst aan door te melden dat het gaat om medicijnen tegen kanker, Parkinson en diabetes.

RTL Nieuws heeft niet gereageerd op vragen van Nieuwscheckers.

E-sigaret nog verslavender: uit de lucht gegrepen nieuws

Tuesday, October 14th, 2014

door: Stefani Romani en Ester Zoomer

E-sigaretten maken rokers nóg verslaafder, aldus het AD, Sp!ts, Het Nieuwsblad en andere media op basis van ‘een Amerikaans onderzoek’. Maar de aangehaalde expert had het onderzoek niet gezien. Wat de nieuwsberichten niet vermeldden, was dat dat over een groep kankerpatiënten gaat die moeite heeft om te stoppen met roken. Over de gemiddelde roker zegt het niets.

Sp!its en het AD plaatsen op 23 september het nieuwsbericht dat e-sigaretten nog verslavender zijn. De bron was een artikel van Frank Poosen dat 22 september verscheen op de site van Het Nieuwsblad: een Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat e-sigaretten, anders dan gedacht, stoppen met roken juist moeilijker maken. Ze zouden rokers nog afhankelijker maken van nicotine.

In Het Nieuwsblad, en in navolging daarvan in Sp!ts en het AD, zegt Suzanne Gabriëls, manager tabakspreventie van de Vlaamse Stichting tegen Kanker: “Er zijn nog altijd geen studies die bewijzen dat e-sigaretten een effectief hulpmiddel zijn om te stoppen met roken.” Over het ‘Amerikaanse onderzoek’ zegt ze niets. Ze had het onderzoek en het bericht erover nog niet ingekeken, vertelt ze Nieuwscheckers: “Voordat het interview begon, had ik dit nog aangegeven. Het bericht van Reuters over het onderzoek heb ik pas achteraf kunnen bekijken.” Gabriëls is de enige die in het artikel aan het woord komt, de bedrijven die e-sigaretten verkopen en de onderzoekers zelf zijn niet gehoord.

Het onderzoek
Navraag bij Nieuwsblad-journalist Frank Poosen geeft al snel meer duidelijkheid over het ‘Amerikaanse onderzoek’. Het gaat om een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Cancer. De onderzoekster was dr. Jamie Ostroff van het Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York. Poosen heeft zijn artikel gebaseerd heeft op het bericht hierover van persbureau Reuters.

Het bericht van Reuters heeft echter een andere invalshoek, die we niet terugzien in Het Nieuwsblad, het AD en Sp!ts. Reuters vermeldt kritiek op het onderzoek en raadpleegt ook andere deskundigen. De onderzoekers van Memorial Sloan Kettering Cancer Center komen aan het woord, maar ook andere onderzoekers die de resultaten juist tegenspreken. Gabriëls laat zich in het Nieuwsblad wel twijfelend uit over de effecten van de e-sigaret, maar dit is geen inhoudelijke kritiek op het onderzoek. Bij Reuters kunnen we die wel vinden.

Twijfels over onderzoeksresultaten
Het onderzoek van Ostroff heeft veel kritiek gekregen over de selectie van proefpersonen: kankerpatiënten die nog niet gestopt waren met roken. Robert West, directeur van het tabaksonderzoek aan het Londense University College, bekritiseert deze keuze in het Reuters-bericht: de onderzochte groep bestond uit rokers van e-sigaretten die al eens vergeefs waren gestopt met roken, wat de kans op succesvolle stoppogingen verkleinde. Peter Hajek, directeur van de Tobacco Dependence Research Unit aan de University of London, is het met deze kritiek eens: het onderzoek heeft enkel mensen gevolgd die nog steeds roken, in plaats van mensen die na een e-sigaret gestopt waren.

Een ander argument tegen de onderzoeksresultaten dat genoemd wordt in het persbericht van Reuters is dat de e-sigaret nog maar twee jaar bestaat en er hierdoor geen langetermijngevolgen kunnen worden onderzocht. Gabriëls geeft dit ook aan in Het Nieuwsblad. Onder experts zijn de meningen dan ook verdeeld, sommigen geven aan dat e-sigaretten rokers helpen om te stoppen en anderen dat ze juist meer aan nicotine verslaafd zullen raken.

In het bericht van Reuters komt duidelijk naar voren dat er inhoudelijke kritiek bestaat op het onderzoek, maar deze twijfels worden niet overgenomen in de nieuwsberichten van Het Nieuwsblad, het AD en Sp!ts. Het onderzoek van Ostroff heeft nog niet onherroepelijk bewezen dat de e-sigaretten daadwerkelijk mensen verslaafder maken – zo was het ook niet bedoeld. Maar als je alleen naar de Nederlandse artikelen kijkt, kan je wel die indruk krijgen.

http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=dmf20140922_01282143

Dood door gebroken hart: het kan, maar daar ging de studie niet over

Tuesday, October 7th, 2014

Door:  Genice Braamse en Guido Leugering

heart-297313_640.pngBewezen: je kan echt sterven door een gebroken hart’, schreef het Belgische dagblad De Morgen op 11 september 2014. Uit onderzoek van de Universiteit van Birmingham zou blijken dat ouderen kunnen sterven aan een gebroken hart. Dit zou verklaren waarom een lang getrouwd koppel vaak kort na elkaar overlijdt. Nieuwscheckers nuanceert: ouderen sterven niet aan een gebroken hart, maar aan het effect van stress op het immuunsysteem. Dat is de échte conclusie van de Britse onderzoekers.

Het onderzoek, dat ook aandacht kreeg in De Telegraaf, verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Immunity & Ageing. Doel  was om het immuunsysteem  van rouwende jongeren en ouderen met elkaar te vergelijken. Jongeren bleken beter tegen het verlies van een dierbare te zijn opgewassen dan ouderen. Bij hen bracht de stress het immuunsysteem uit balans: het aantal witte bloedcellen daalde, wat de kans op infecties, zoals een longontsteking, vergrootte.

“Ouderen sterven niet door een gebroken hart, maar door het effect dat de stress heeft op het immuunsysteem” zegt onderzoekster dr. Anna Phillips in The Telegraph. Welke gevolgen het verlies van een dierbare precies heeft, is nog niet duidelijk, aldus Phillips: “We weten dat het immuunsysteem wordt beïnvloed tijdens de rouwverwerking, maar we hebben geen volledig inzicht in de rol die stresshormonen spelen tijdens het rouwproces.” Phillips hoopt dat het onderzoek een opstapje biedt om dit proces volledig te begrijpen.

Ongenuanceerde berichtgeving
En daar zit nu juist de kneep: Nederlandstalige media berichtten dat het onderzoek aantoont dat een gebroken hart dodelijk is voor ouderen, terwijl het onderzoek slechts een opstapje biedt om dit proces te verklaren.

Waar diverse Engelstalige media de bevindingen in de kop beschrijven (The Guardian: “Bereavement can disrupt immune system of older people, says study”; The Australian: “Grief ‘hits immune system of older people’”; Time: “How Grief Makes You Sick in Old Age”), kiest The Telegraph voor een kop die meer in het oog springt: “How a broken heart can kill the elderly”. En laat dit nu net het nieuwsartikel zijn dat de Nederlandstalige media als bron hebben gebruikt.

In tegenstelling tot de Engelstalige media gaan De Morgen en De Telegraaf nauwelijks in op de bevindingen. In plaats daarvan focussen ze vooral op een speculatie van Phillips, die suggereerde dat het onderzoek zou kunnen verklaren waarom een oud echtpaar vaak kort na elkaar sterft. De kop van De Morgen stelt zelfs dat het onderzoek ‘bewijst’ dat ouderen kunnen sterven aan een gebroken hart, terwijl Phillips in het persbericht van de Universiteit van Birmingham concludeert dat dit verder onderzocht moet worden

Eerder onderzoek
Verwarrend genoeg blijkt uit eerdere onderzoeken dat mensen inderdaad aan een gebroken hart kunnen sterven. Een rapport van de Hart en Vaatgroep beschrijft: “Begrippen als sterven door een gebroken hart worden in de volksmond in overdrachtelijke zin gebruikt. Ze kunnen echter in letterlijke zin waar zijn. Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw zijn er publicaties verschenen die een verband leggen tussen heftige mentale stress en hartspierschade.”

De Nederlandse cardiologe Janneke Wittekoek beaamt dit: “Een plotselinge emotionele gebeurtenis brengt veel stress met zich mee. De stresshormonen zorgen vervolgens voor een spasme rondom het hart waardoor het tijdelijk geen zuurstof krijgt.” Een ‘gebroken hart’ kan dus wel degelijk invloed hebben op de gezondheid van het hart. Maar het effect van stress op het hart is nou juist niet onderzocht door de Universiteit van Birmingham. Nederlandstalige media gebruikten in feite het verkeerde onderzoek om hun koppen te onderbouwen.

Reactie De Morgen
De stelling ‘Bewezen: ouderen kunnen sterven door gebroken hart’ kan dus niet worden bevestigd op basis van het aangehaalde Britse onderzoek. Het doet vermoeden dat de redacteur van het artikel niet naar het Britse onderzoeksrapport heeft gekeken. Roos van Acker, management assistent bij De Morgen, bevestigt dit en verklaart dat het bericht in De Morgen een vertaling is van het artikel van The Telegraph. Tommy Thijs, online redacteur bij De Morgen, laat weten dat het stuk door de redactie van Het Laatste Nieuws is vertaald en letterlijk is overgenomen door De Morgen. Maar waarom is er niet gekeken naar het oorspronkelijke onderzoek van de Universiteit van Birmingham? “Wij vertrouwen op de kunde van onze collega’s, wij vormen dezelfde krantengroep als HLN. Was dat vertrouwen onterecht, dan hierbij excuses,” aldus Thijs.

Koffiedrinken helpt tegen baarmoederkanker?

Friday, October 11th, 2013

door: Kelly van Alphen en Liza Karsemeijer

Rendy/flickr.com

“Koffie helpt tegen baarmoeder-kanker”, kopt Metro op 11 september. Metro is veel zekerder over het effect van koffie dan andere berichten over hetzelfde onderzoek, bijvoorbeeld bij Hart van Nederland en de BBC, en dan het persbericht van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds. Volgens experts op het gebied van voeding en kanker is de kop te stellig en is het nog te vroeg voor advies aan de bevolking.

De beschermende werking van koffie komt naar voren in een rapport (Endometrial Cancer 2013 Report) van het World Cancer Research Fund (WCRF) dat ook die dag werd gepubliceerd. Metroredacteur Marieke van der Voort heeft gesproken met Germund Daal, communicatiemanager van de stichting. Deze noemt het onderzoek in het artikel “mogelijk baanbrekend”. In het rapport van het WCRF lezen we dat ‘overtuigend’ bewijs is gevonden dat overgewicht de kans op baarmoederkanker vergroot. Van het beschermende effect van koffiedrinken is slechts een ‘waarschijnlijk’ bewijs gevonden. Toch is de uitkomst sterk genoeg om uitspraken te kunnen doen, aldus  Daal: “We gebruiken deze aanduidingen beide om aan te geven dat er sprake is van een sterk verband. We kunnen nog geen aanbevelingen doen over hoeveelheden en er moet nog onderzoek gedaan worden naar biologische mechanismen bij dit verband.”

Nieuwscheckers sprak dr. Martijn Katan, emeritus hoogleraar voedingsleer aan de VU. Volgens hem is het effect van koffie niet groot en staat er zelfs niet vast dat er een effect is. “Dergelijke zwakke effecten in epidemiologisch onderzoek blijken achteraf vaak niet causaal te zijn. Ik vind het dus te optimistisch om te concluderen dat koffie ‘waarschijnlijk’ het risico op baarmoederkanker verlaagt”, stelt Katan. Anderzijds geeft hij aan dat het effect in allerlei landen en bevolkingen wordt gevonden en dat er geen andere, voor de hand liggende verklaring is waarom koffiedrinksters minder snel baarmoederkanker krijgen. Toch vindt hij het te vroeg voor adviezen aan de bevolking. Ook dr. Janneke Hogervorst, post-doctoraal onderzoeker aan de medische faculteit van de Universiteit Maastricht, vindt de Metro-kop te stellig. “Ik vind het jammer dat krantenredacteurs niet om kunnen gaan met de woorden ‘waarschijnlijk’ en ‘mogelijk’.”

Gezondheidseffecten van koffie

Het risicoverlagende effect van koffie op baarmoederkanker is dus nog niet onomstotelijk bewezen, maar we stellen ons even voor dat dit wel zo is en dat onderzoekers vrouwen aanbevelen om koffie te drinken om hun kans op baarmoederkanker te verkleinen. Welke andere effecten zou dit dan op hun gezondheid hebben?

Onderzoekers komen steeds meer terug van de bewering dat koffie ongezond is, aldus Hogervorst. Er blijkt geen duidelijke relatie te zijn met hart- en vaatziekten en een gematigde koffie-inname wordt zelfs in verband gebracht met enkele gezondheidsvoordelen, zoals een lagere kans op diabetes, Parkinson en Alzheimer. Wel moeten mensen met een hoge bloeddruk, kinderen, ouderen en zwangere vrouwen oppassen met het drinken van koffie met cafeïne.

Katan voegt hieraan toe dat koffie kan zorgen voor slapeloosheid en gejaagdheid. Volgens hem kan koffie de bloeddruk iets verhogen, maar loopt dit in de praktijk wel los. Wel verhoogt ongefilterde koffie het cholesterol en de kans op een hartinfarct. Filterkoffie doet dat niet en het effect van espresso zit er tussenin. Koffie kan verder suiker en verzadigde vetten in de vorm van koffiemelk bevatten. Alles bij elkaar is echter in Nederland koffie volgens Katan geen groot issue voor de gezondheid.

Koffie veroorzaker van kanker?

Koffie is niet alleen gezond. Koffie bevat ook acrylamide, een stof die door onderzoekers in verband wordt gebracht met het veroorzaken van baarmoeder- en eierstokkanker. Volgens KWF Kankerbestrijding verhoogt acrylamide in bijvoorbeeld chips, patat en koekjes mogelijk de kans op baarmoederkanker, eierstokkanker en nierkanker.

Hogervorst deed hier onderzoek naar en concludeerde dat de kans op baarmoederkanker en eierstokkanker mogelijk toeneemt naarmate vrouwen meer acrylamide binnenkrijgen. “Het acrylamidegehalte in gezette koffie is niet zo hoog in vergelijking met het gehalte in andere voedingsmiddelen, maar we drinken gemiddeld behoorlijk wat koffie en daardoor kan het toch een belangrijke bron van acrylamide-inname zijn.” De gevolgen zijn echter nog niet duidelijk. Feit is wel dat de stof in grote hoeveelheden in ons voedsel aanwezig is, dat het kanker veroorzaakt bij proefdieren en dat het in sommige studies ook bij mensen een verband laat zien met kanker. De bewijskracht voor een oorzakelijk verband tussen acrylamideblootstelling via voeding en een verhoogd risico op kanker is echter niet zo sterk als dat voor een oorzakelijk verband tussen koffiedrinken en een verlaagde kans op baarmoederkanker.

Voedingsinstanties bevelen aan dat we moeten proberen om onze inname van acrylamide te beperken door gezond en gevarieerd te eten. Zij moedigen de voedingsindustrie aan om het acrylamidegehalte in voeding te verlagen. Ook het KWF sluit zich hierbij aan.

Conclusies
Metroredacteur Marieke van der Voort vertelde Nieuwscheckers dat ze haar artikel in nauwe samenspraak heeft geschreven met voorlichter Germund Daal van het kankeronderzoekfonds. Daal bevestigde dit. Hij vertelde Nieuwscheckers bovendien dat het gevonden effect sterk genoeg is om koffie een positieve werking toe te schrijven, maar dat meer onderzoek nodig is. Hij vindt de kop erg sterk. “Maar ik begrijp dat een journalist lezers moet trekken. Zo’n kop trekt nu eenmaal meer aandacht. Omdat dit verderop in het artikel meer genuanceerd wordt, ben ik er toch mee akkoord gegaan”. Katan noemt deze reactie zwak omdat Daal zelf heeft meegeholpen om het artikel op die manier in de publiciteit te brengen.

Het risicoverlagende effect van koffie op baarmoederkanker moet dus verder worden onderzocht voordat er definitieve uitspraken over gedaan kunnen worden. De kop in Metro is erg stellig, maar de journaliste wist zich gesteund door de voorlichter. Feit blijft dat andere media een minder stellige kop hebben gekozen. Koffie kan negatieve effecten hebben voor de gezondheid, maar kan ook in verband gebracht worden met het voorkómen van bepaalde ziektes. Over het algemeen zijn onderzoekers het eens dat de gezondheidseffecten niet negatief zijn en dat één kop koffie per dag geen kwaad kan. De bewijskracht voor een causaal verband tussen acrylamide-inname via voeding en een verhoogd risico op baarmoederkanker is niet zo sterk als het verband tussen koffiedrinken en een verlaagde kans op baarmoederkanker.

‘Koud weer lokt hartaanval uit’, maar alleen als laatste trigger

Wednesday, October 9th, 2013

door: Maarten van Ast & Joost de Kleuver

‘Koud weer lokt hartaanval uit’, kopte Gezondheidsnet op 3 september van dit jaar. Toch hoeft u uw Antarctica-cruise nog niet te annuleren. Temperatuurverschil is niet de killer die het lijkt. Het zou alleen een laatste trigger kunnen zijn bij mensen die toch al een groot risico lopen. Roken en overgewicht zijn veel grotere gevaren.

Gezondheidsnet baseert zich op een studie van de Belgische onderzoeker Marc Claeys. Hij onderzocht tussen 2006 en 2009 16.000 mensen die gedotterd werden in de kransslagader. Het bleek dat temperatuur een significant verband heeft met acute hartaanvallen. ‘Met elke tien graden dat de temperatuur afneemt, wordt de kans op een hartinfarct met 7 procent groter’, schrijft Gezondheidsnet. Maar na onderzoek van Nieuwscheckers blijkt dat toch iets genuanceerder te zitten.

Temperatuurverschil is nooit de enige factor

Moeten we ons nu zorgen maken als de winter aanbreekt? Dat valt best wel mee. ‘Het gaat om relatieve kansen’, zegt Claeys. ‘Dus als iemand een kans van 50 procent loopt op een hartaanval, neemt die kans toe met 7 procent. Hij heeft dan dus een kans van 53 procent.’ Een kerngezonde jongen die maar 1 procent kans loopt op een hartaanval, zal die kans in een 10 graden koudere omgeving zien oplopen tot 1.07 procent. Dat klinkt toch minder angstaanjagend dan de kop van het artikel doet vermoeden.

Daarnaast krijgt iemand geen hartaanval door alleen temperatuurverschillen. ‘Het optreden van een infarct komt door verschillende factoren’, zegt Claeys. ‘Temperatuurverschil is er daar een van, maar zeker en vast niet de enige.’ De Hartstichting beaamt dit. ‘Het proces voorafgaand aan een hartinfarct strekt zich uit over tientallen jaren en wordt bevorderd door onder andere roken, hoge bloeddruk, hoog cholesterol en diabetes. Dat zijn de ware oorzaken’, aldus Ineke van Dis, beleidsadviseur bij de Hartstichting. Een koude periode kan volgens Van Dis gezien worden als een laatste trigger bij mensen die toch al gevoelig waren voor het krijgen van een infarct.

Een toename van 7 procent klinkt misschien als heel wat, maar is het volgens de Hartstichting niet: ‘Rokers hebben bijvoorbeeld een 100 procent hoger risico op een hartaanval dan niet-rokers’, zegt Van Dis. Bovendien geldt het effect van temperatuurverschillen alleen boven een minimale omgevingstemperatuur van 10 graden Celsius. Antarctica of Nederland; voor het risico op een hartaanval maakt het weinig uit.

Onderzoek moet nog gepubliceerd worden

Er mist dus nogal wat context in het artikel op Gezondheidsnet. En dat is misschien ook niet zo gek: Het artikel is vrijwel identiek aan het officiële persbericht op de website van het ESC Congress, een Europees cardiologencongres dat elk jaar in Amsterdam gehouden wordt. Claeys presenteerde daar zijn onderzoeksresultaten. ‘In het persbericht staat niets over de risicofactoren en oorzaken van een hartinfarct’, zegt Van Dis. Met de link op het woord ‘onderzoek’ verwijst Gezondheidsnet niet naar het onderzoek, maar naar het persbericht. En ook dat is te begrijpen: het onderzoek moet namelijk nog gepubliceerd worden. De auteur heeft dus niet de kans gehad om zelf de onderzoeksresultaten kritisch te bekijken.

Onvoldoende tijd

De journalist in kwestie, Annemieke Hoogland,  bestrijdt dat het artikel is overgenomen van het persbericht. Ze zou het bericht hebben gebaseerd op een artikel van Science Daily.  Het persbericht zou pas daarna verschenen zijn. Hoogland geeft toe dat de journalisten van Gezondheidsnet de onderzoeksrapporten nooit lezen, want ‘daarvoor ontbreekt de tijd.’ Ze vindt niet dat er te weinig context gegeven wordt: ‘Het bericht gaat over dit specifieke onderzoek. We noemen niet elke keer andere factoren, omdat we dan elke keer die verbanden moeten noemen.’ Ook de kop is volgens Hoogland niet te zwaar aangezet. ‘Ik neem aan dat je als student journalistiek de functie van een kop weet: de mensen triggeren en uitnodigen. Als je veel mitsen en maren in een kop zet, vinden mensen je artikel niet leuk. Je kan zeggen dat het té is, maar de eerste alinea’s nuanceren het wel.’

Sporten voor ontbijt beter tegen vet? Wacht op het echte onderzoek

Monday, December 10th, 2012

door: Wendy Dallinga en Ismay Gossen

‘Afvallen? Sport voor het ontbijt.’ Het katern VROUW op Telegraaf.nl geeft de tips en feiten: ‘met een nuchtere maag naar de sportschool’. Ook Gezondheidsnet.nl, AD.nl, Nu.nl en andere nieuwssites brengen ‘sporten voor het ontbijt’ als dé oplossing voor vetverbranding. Het is immers onderzocht door professionals van de Universiteit van Glasgow en die kunnen het weten.

Hoofdonderzoeker was doctor Jason Gill van het cardiovasculaire en medische instituut van de Universiteit van Glasgow. Hij doet onderzoek naar alles rondom diabetes type 2 en lichaamsbeweging, dieet, energiebalans en obesitas. Dit jaar onderzocht hij samen met zijn collega Farah manieren van vetverbranding. Hiervoor vroeg hij tien mannen met overgewicht drie keer naar de universiteit te komen om tests te ondergaan. De eerste keer bewogen de mannen niet, de tweede keer kwamen de heren ontbijten, waarna ze een uur gingen wandelen, en de daaropvolgende keer wandelden ze voorafgaand aan het ontbijt. Het resultaat, gepubliceerd in het British Journal of Nutrition: ‘The present findings suggest that there may be an advantage for body fat regulation and lipid metabolism in exercising before compared with after breakfast.’

Gezondheidsnet, de bron voor de berichten op ad.nl en nu.nl, laat de proefpersonen per abuis twee maal dezelfde opdracht uitvoeren: ‘De tweede keer maakten ze voor het ontbijt een stevige wandeling van een uur. Het derde bezoek bestond uit een flinke wandeling, gevolgd door ontbijt.’ (‘Sporten voor ontbijt stimuleert vetverbranding’, 30 oktober) Redactrice Jolanda Niemantsverdriet: ‘Het klopt dat er een foutje is ingeslopen. Mijn collega’s en ik hebben over het hoofd gezien dat het tweede onderzoek bestond uit een wandeling van een uur ná het ontbijt.’ Het foutje is inmiddels hersteld.

Voorlopig

Maar er is meer mis met het nieuws: het onderzoek is te voorlopig om adviezen aan te ontlenen. Gill en collegae plaatsen zelf de kanttekening: ‘However, further study is needed to determine whether the present findings extend over the long term under free-living conditions.’ Uit extra onderzoek zou bijvoorbeeld moeten blijken of we niet veel meer gaan eten als we voor het ontbijten gaan trainen. Dit is ook een vraag die Nathalie Masurel, voedingsspecialiste van Dianet Dialysecentra, stelt: ‘Als je te lang wacht met eten, heb je daarna over het algemeen een onstilbare trek. Grotere kans dus dat je na het sporten op lege maag meer gaat eten.’ In Gills onderzoek werd gelet op de kortetermijnreacties van één dag en geen rekening gehouden met de voedinginname van de dag ervoor. Andere effecten op langere termijn kunnen daarom niet worden uitgesloten.

Verschil man en vrouw

Dit is echter niet het enige waar onderzoek naar gedaan moet worden. Hoewel De Telegraaf – in een bericht dat inmiddels is verwijderd – schrijft dat ‘vrouwen die graag snel wat extra pondjes kwijt willen raken, beter voor het ontbijt kunnen gaan sporten dan na het ontbijt’,  is het onderzoek tot nu toe slechts gericht geweest op mannen met overgewicht. En onderzoeker Gill geeft in een mail aan Nieuwscheckers aan dat hij niet zeker weet of deze exacte resultaten ook voor vrouwen zullen gelden. ‘Er zijn een aantal verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft de vetverbranding tijdens en na het trainen. Vrouwen verbranden meer vet tijdens het sporten dan mannen, maar minder erna. Dus we kunnen niet 100 procent zeker zijn dat de bevindingen hetzelfde zullen zijn voor beide seksen.’

Geen dikke buik

Hoewel de proefpersonen allemaal mannen waren met overgewicht, verwacht Gill dat een herhaling met mannen van normaal gewicht hetzelfde resultaat zal opleveren. Professor Hanno Pijl, onderzoeker diabetologie en overgewicht aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) is het hier niet mee eens: ‘Er kunnen nog geen uitspraken gedaan worden over mensen zonder overgewicht. Zij zitten qua stofwisseling anders in elkaar dan zwaarlijvige personen.’

Pijl vindt de artikelen van Telegraaf.nl en Gezondheidsnet.nl misleidend: ‘Het is een goed onderzoek, maar het is te beperkt om op basis van dit onderzoek te zeggen dat we moeten gaan sporten voor het ontbijt.’ Een site met de naam ‘Gezondheidsnet.nl’ zou zo’n onderzoek meer in context moeten plaatsen, vindt Pijl: ‘Dan informeer je de mensen op een nette manier.’

Ook volgens Gill zelf hebben de media een scheef beeld gegeven van zijn onderzoek: ‘Eigenlijk is het belangrijkste aspect van ons onderzoek dat het grootste verschil bestaat tussen niet en wel trainen, in plaats van tussen eten voor of na de training. Dus als je eerst een boterham wil eten voordat je aan de wandel gaat, go ahead.’

Reactie Gezondheidsnet

Wisten de journalisten hoe voorlopig het onderzoek was waarover zij schreven? Over de artikelen van nieuwssites als AD.nl en Nu.nl kunnen we volgens Jolanda Niemantsverdriet van Gezondheidsnet.nl kort zijn: ‘Wij hebben een samenwerkingsovereenkomst met deze websites. Zij mogen artikelen van ons overnemen.’

Waarom dan dit onderzoek naar effecten van één dag bij tien proefpersonen?  ‘Bij de nieuwsselectie kijken wij naar actualiteit, draagwijdte en betrouwbaarheid. Een klein aantal proefpersonen maakt een onderzoek nog niet onbetrouwbaar, maar we kunnen het resultaat niet generaliseren naar de gehele populatie. Maar schrijven over vooronderzoeken doen wij zeer regelmatig, omdat we deze ook nieuwswaardig vinden.’

Horrorfilms: de nieuwe afslanktip?

Wednesday, November 21st, 2012

door: Willem de Gelder en Kim-Lan Jong Baw

Van kijken naar horrorfilms kun je afslanken. Dat maakte de Engelse universiteit van Westminster bekend op 28 oktober. Horrorfilms zijn eng, dus het lichaam maakt adrenaline aan. Dit vermindert de eetlust en leidt tot afvallen, aldus hoofdonderzoeker Richard Mackenzie. The Shining zou zo’n 184 calorieën schelen. Wie echter verder leest dan de kop, komt te weten dat er in het onderzoek slechts tien proefpersonen waren die tien films keken. En 184 calorieën, die zitten er met één bolletje kaas weer aan.

Op 29 oktober namen verschillende Nederlandse media, o.a. NOS en Elsevier, het persbericht over het onderzoek over van het ANP. Uit het onderzoek bleek dat de tien proefpersonen gemiddeld 113 calorieën verbrandden tijdens anderhalf uur horror. De onderzoekers hebben onder meer gekeken naar de hartslag en zuurstofopname van de proefpersonen. Richard Mackenzie: “Bij het bekijken van alle tien de films gingen de harten van onze tien proefpersonen sneller kloppen. Als dat gebeurt, wordt het bloed sneller door het lichaam gepompt waardoor het lichaam een adrenalinestoot ervaart.” Geen slecht resultaat voor online videotheek LOVEFiLM, de opdrachtgever van het onderzoek.

Onvindbare bronnen
De website van NOS en andere media verwijzen naar het ANP als bron. Maar daar blijkt het nieuwsbericht onvindbaar. “Ik kan me zeker herinneren dat we dit bericht gepubliceerd hebben, maar ik kan het niet meer vinden,” aldus een medewerker. Een virus is de oorzaak, zo wordt gegokt. Ook het Engelse onderzoek zelf bleek niet te pakken te krijgen. Zowel de onderzoeker zelf als de universiteit van Westminster als opdrachtgever LOVEFiLM waren niet bereid het onderzoek vrij te geven of reageerden niet op ons verzoek. LOVEFiLM heeft echter zelf ook een persbericht gepubliceerd over het onderzoek en heeft ons dit opgestuurd. Hier zijn we dan ook mee aan de slag gegaan.

Deskundigen aan het woord
Dr. Jaap Fogteloo, internist bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), heeft verschillende artikelen gepubliceerd over overgewicht en gewichtsverlies. Volgens hem zijn de conclusies van dit onderzoek niet zo eenvoudig als de onderzoekers doen geloven. “Er zijn heel weinig goede data over relaties tussen psychisch-lichamelijke angst en energiegebruik omdat energiegebruik bij mensen gewoon heel moeilijk te meten is.”

Ook dr. Aart Velthuijsen van de Universiteit van Amsterdam, specialist in invloed van media op het menselijk lichaam, heeft zijn bedenkingen bij de methode van het onderzoek. “Ze lieten tien mensen kijken naar tien horrorfilms. Dit zijn wel erg weinig proefpersonen om individuele verschillen tussen mensen via statistiek te controleren.” Daarnaast maakt de onderzoeker volgens Velthuijsen een cruciale fout: hij gooit stress en angst op één hoop. “Natuurlijk kun je een film of scène wel eng vinden, maar daar ga je heus geen adrenaline van aanmaken.” En dat is nu juist de redenering van dit onderzoek: door de aanmaak van adrenaline als gevolg van stress zou je afvallen.

113 calorieën voor anderhalf uur, zo indrukwekkend is dat verder niet. Met één bolletje kaas (188 kcal) zit The Shining er al weer ruimschoots aan, meldt het Voedingscentrum. Met een flinke zak popcorn maak je nog bonter: met een zak van 80 gram werk je meer dan 300 calorieën naar binnen. Daarnaast verbrandt het gemiddeld menselijk lichaam al zo’n 100 calorieën door anderhalf uur rechtop te zitten, schrijft The Telegraph in een kritisch commentaar. Het effect van de film is dus nog kleiner dan wordt voorgesteld.

Conclusie
Methode en conclusies van het horrordieetonderzoek zijn discutabel. De resultaten zijn niet representatief, de gesuggereerde verbanden niet overtuigend. Helaas voor de luie types onder ons, het is erg onwaarschijnlijk dat je 184 calorieën verliest van een avondje griezelen met The Shining. “Bovendien,” zegt Velthuijsen, “als men naar horrorfilms kijkt en daardoor stress ondervindt, gaan mensen juist vaak proberen dit ‘weg te eten’. Ik zou dus het tegenovergestelde voorspellen.”

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • biologie (2)
  • cultuur (5)
  • dagelijks leven (24)
  • economie (14)
  • gezondheid (3)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (52)
  • milieu (2)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (7)
  • politiek (8)
  • psychologie (29)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (3)
  • Social media (3)
  • Sport (1)
  • Tandheelkunde (3)
  • Technologie (4)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (4)
  • wetenschap (47)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes