biologie

Vaccinatie via borstvoeding? Ja, bij muizen. Misschien.

Monday, November 7th, 2016

door: Lotte Burger & Vera Geenen

‘Baby kan vaccinatie krijgen via moedermelk’, schrijft RTL Nieuws op 7 oktober 2016. Door vrouwen vlak voor hun zwangerschap te vaccineren, zouden zij na de bevalling de vaccinatie via borstvoeding kunnen ‘doorgeven’, zodat een baby sommige vaccinaties zou kunnen overslaan. Het bericht is geschreven op basis van onderzoek van de Universiteit van Californië in Riverside. De wetenschappers hopen dat baby’s met de nieuwe methode beter worden beschermd tegen onder meer tuberculose. Maar het werkt alleen nog maar bij muizen. En ook dat betwijfelen specialisten.

Maar eerst de boeken in voor wat theorie over de vaccinatie. In de spuit van een vaccinatie zitten meestal dode of verzwakte bacteriën. Wanneer deze in het lichaam terechtkomen, maakt een mens via zijn afweercellen – ook wel immuuncellen genoemd – antistoffen aan. Het is al langer bekend dat ook via borstvoeding afweercellen worden overgedragen, zoals T-cellen (afweercellen die geïnfecteerde cellen vernietigen). Die cellen zijn gunstig voor het immuunsysteem van een baby.

Als een ziekte het lichaam van een baby binnendringt, vechten afweercellen tegen die ziekte. Maar moedermelk kan niet alle benodigde afweercellen overdragen. Bovendien zijn veel antistoffen maar een paar maanden werkzaam, waardoor een baby na zijn geboorte vaak tegen ziektes wordt ingeënt.

Wat zegt het onderzoek?
Terug naar het onderzoek. De wetenschappers hebben muizen als testmateriaal gebruikt. Bij die muizen hebben ze ontdekt dat als de moeder wordt gevaccineerd, de ingespoten afweercellen – de T-cellen – via de melk naar de thymus van een jong kunnen gaan. De thymus is een orgaan dat tussen het borstbeen en de luchtpijp zit, en regelt de ontwikkeling van de afweercellen die moeten vechten als er ziektes voorbij komen. De muizenmoeders zoogden jongen van andere muizen, zodat de onderzoekers zeker wisten dat ze de immuniteit niet via de placenta hadden overgedragen.

Volgens professor Ameae Walker, een van de Amerikaanse onderzoekers, zouden ook baby’s op die manier hun eigen cellen kunnen aanmaken die kunnen vechten tegen ziektes. Die cellen zouden voor altijd kunnen werken waardoor sommige vaccinaties overbodig worden.

Te weinig afweercellen
Maar volgens professor Bernard van der Zeijst, bioloog aan het LUMC, worden er in het onderzoek wel erg weinig T-cellen overgedragen. Daarbij is de bescherming van de jonge muisjes volgens hem niet gemeten. Ook professor Hans van Goudoever, hoofd kindergeneeskunde VUmc & AMC, heeft zich over het onderzoek gebogen. Hij sluit zich aan bij Van der Zeijst. Volgens hem zijn de percentages van de overgedragen T-cellen op de babymuis redelijk laag.

Zelf zegt onderzoekster Walker tegen Nieuwscheckers dat het niet nodig is om veel cellen over te dragen: “De baby kan zelf nieuwe cellen aanmaken. Het aantal zal zich vanzelf vermenigvuldigen als een ziekte het lichaam binnendringt.” De meningen zijn dus verdeeld wat betreft het percentage overgedragen T-cellen.

Van muis naar mens?
Nieuwscheckers vroeg zich daarnaast af hoe de Nederlandse onderzoekers tegen de gebruikte methode aankijken: testen op muizen. Van Goudoever is duidelijk: “Vind je muizen erg op mensen lijken? Nee, nou precies. Er zijn veel dingen die we ontdekken in muizen, maar die helemaal niet werken op mensen.” Ook professor Van der Zeijst heeft zijn twijfels: “Als het in de muis zou werken, bewijst dat niet dat het ook bij de mens werkt.”

En ook al zou uit vervolgonderzoek blijken dat er een mogelijkheid bestaat om baby’s via de moedermelk te vaccineren, dan nog zijn er volgens Van der Zeijst problemen te bedenken. “Logistiek is het een nachtmerrie. Allereerst geven niet alle vrouwen de borst en daarbij verschillen de vrouwen in overdracht van T-cellen.” Volgens het Amerikaanse onderzoek moeten vrouwen de vaccinatie krijgen vlak voordat zij zwanger worden. Maar het is meestal lastig inschatten wanneer een vrouw bevrucht raakt; een bijkomend probleem waar in het onderzoek nog geen duidelijkheid over bestaat.

Knip-en-plaknieuws
RTL Nieuws, het enige Nederlandse medium dat dit als nieuws bracht, ontleende het bericht aan de Amerikaanse website Science Daily. Die website publiceert vaak onderzoeken uit eigen land, meestal uitgevoerd door Amerikaanse universiteiten. De redactie van RTL Nieuws reageerde niet op een verzoek om commentaar.

Het blijft de vraag of baby’s in de praktijk gevaccineerd kunnen worden via moedermelk of niet. Wel lijkt het bericht op RTL Nieuws ‘slachtoffer’ te zijn geworden van knip-en-plakjournalistiek; een overgenomen bericht zonder zelf de feiten te checken. Want, concludeert Nieuwscheckers: een onderzoek alleen uitgevoerd op muizen moet nog heel wat kilometers afleggen voordat het op de mens van toepassing kan zijn.

Foto: Janet McKnight (Flickr, CC BY-NC-ND 2.0)

Te laag geboortegewicht? Dan sport je later waarschijnlijk echt minder

Monday, October 31st, 2016

door: Thomas de Lange en Nicky Terink

“Baby met laag geboortegewicht sport later relatief weinig,” kopte nu.nl op 2 september 2016. Uit Brits onderzoek is naar voren gekomen dat deze baby’s op volwassen leeftijd bijna twee keer zo weinig sporten als volwassenen met een normaal of hoger geboortegewicht. Volgens hoofdonderzoeker Ahmed Elhakeem is het de hoogste tijd om deze lichtgewichten eens extra aan te moedigen om meer aan lichaamsbeweging te doen, zodat zij ook van de gezondheidsvoordelen genieten. Hoewel de relatie “laag geboortegewicht” en “weinig sporten” nogal at random klinkt, ontdekte Nieuwscheckers dat dit nieuws best wel eens kan kloppen.

Behalve op nu.nl verschijnt het bericht op de gezondheidswebsites babyenkind.nl en nationalezorggids.nl, die beide verwijzen naar nu.nl.

Waar komt het nieuws vandaan?

Op 2 september publiceert New Scientist een bericht onder de kop “People born underweight do less excercise throughout their lives.” Onderzoek van University College London zou dit uitwijzen. De onderzoekers kwamen tot hun bevindingen na een follow-up studie met bijna 3000 Britten, geboren in 1946. Op verschillende momenten in hun leven, tot op 68-jarige leeftijd, hebben zij vragenlijsten ingevuld. Hierin werd hen onder andere gevraagd hoe vaak ze precies sportten. Ten behoeve van het onderzoek maakte de docent lichamelijke opvoeding tijdens de middelbareschooltijd al aantekeningen over de sportprestaties van de onderzochte Britten.

De cijfers lijken er niet om te liegen: de categorie “geboortegewicht lager dan 2,5 kilo” (officieel is dat te laag, en niet “laag” zoals in de kop van het artikel staat) presteerde op school al bijna twee keer zo vaak “onder gemiddeld” tijdens de gymlessen en later sportten ze gemiddeld 1,78 keer minder dan de groep met een normaal of hoger geboortegewicht. Conclusie: als je geboren wordt met een te laag geboortegewicht, ben je minder sportief en ben je er ook minder goed in. Bovendien, concludeerden de onderzoekers, had de groep lichtgewichten op latere leeftijd minder plezier in sport.

De oorzaak van dat gebrek aan plezier ligt volgens Elhakeem in de lagere prestaties tijdens de gymles op school. In eerder onderzoek – Brustad, Babkes & Smith (2001) – is inderdaad al vastgesteld dat de mate van prestatie inderdaad van invloed is op het welbevinden van mensen tijdens sport. Positieve ervaring tijdens schoolgym verhoogt je intrinsieke motivatie, waardoor de kansen groter worden dat je gedurende de rest van je leven aan sport blijft doen. Dat mensen met een laag geboortegewicht later minder aan lichaamsbeweging doen, klinkt als we deze redenatie volgen eigenlijk helemaal niet zo gek.

Maar klopt het nieuws ook?

“De wetenschappers kunnen alleen nog gissen naar het verband tussen geboortegewicht en lichaamsbeweging”, valt te lezen in het artikel op nu.nl. Daarnaast verwijst Elhakeem naar een tiental oudere onderzoeken waar compleet andere resultaten uit zijn gerold: van totaal geen relatie tussen geboortegewicht en sportgedrag tot een redelijk grote relatie tussen de twee variabelen. Genoeg reden voor Nieuwscheckers om de geldigheid van het nieuwsbericht en het onderzoek in twijfel te trekken.

We benaderen dr. Frank van den Dungen, neonatoloog (geneeskundige voor vroeggeboren of zieke zuigelingen) op het VUMC. Hij durft geen antwoord te geven op de vraag over de relatie tussen een laag geboortegewicht en minder sporten. Ook Luc van Loon, hoogleraar sportwetenschappen aan het Maastricht UMC, kan ons niks vertellen. “Dit is puur epidemiologie.”

Epidemiologie, dat is de wetenschappelijke discipline die het vóórkomen en de verspreiding van ziekten en gezondheidsindicatoren in menselijke populaties bestudeert, in relatie met de factoren die daarop van invloed zijn. We spreken met Frits Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie aan het LUMC. Op het net nieuwsbericht zelf valt volgens hem niet veel aan te merken: “Ik vind het verslag wel een genuanceerde weergave van het onderzoek: de onderzoekers claimen geen causaliteit en de verslaggever ook niet. Ook interpreteert hij de hoofduitkomsten correct: de lichtgewichten presteerden minder goed op schoolgym en sportten later minder.”

Wel heeft Rosendaal een opmerking over de berichtgeving van de cijfers: “De journalist heeft de getallen door elkaar gehaald: hij schrijft dat mensen met een laag geboortegewicht 1,9 minder aan sport doen dan de andere groepen, terwijl dit gaat over het cijfer van de prestaties op school. In plaats van die 1,9 had hier beter 1,78 kunnen staan, het gecorrigeerde cijfer binnen het onderzoek.”

Goed, op het onderzoek en het nieuws valt –op die vergissing in de cijfers na-  volgens Rosendaal niet veel aan te merken. Maar hoe zit het dan met de causaliteit? Beïnvloedt je geboortegewicht definitief je sportgedrag, of is er iets anders aan de hand? Rosendaal: “Causaliteit is altijd een probleem bij observationeel onderzoek, want er kunnen achterliggende factoren zijn die samenhangen met de determinant (hier laag gewicht) en de uitkomst (hier minder sporten). Dat kan hier natuurlijk ook best, bijvoorbeeld dat het allemaal moeders waren die zich te pletter rookten en dronken tijdens de zwangerschap. Dat levert kleine kindjes op en die zullen daarna misschien ook geen opvoeding genieten waarin sport gestimuleerd wordt.” Maar deze kanttekening betekent volgens Rosendaal absoluut niet dat de relatie niet bestaat: “De conclusie dat kinderen met een laag geboortegewicht weinig sporten, en dus een duwtje in de rug mogen krijgen, past zowel bij een causale als niet-causale associatie.”

Dus?

Na bestudering van het onderzoek en gesproken te hebben met een epidemiologisch expert kunnen wij niet anders dan onze twijfels over het nieuwsbericht en het onderzoek intrekken. Ja, Dennis Rijnvis, schrijver van het artikel op nu.nl, heeft de kop verkeerd overgenomen: een laag geboortegewicht is niet hetzelfde als een té laag geboortegewicht. En ja, hij heeft ook de cijfers niet helemaal correct overgenomen. Maar de strekking van het verhaal is een correcte interpretatie van het onderzoek. Voor het totaalplaatje zoeken we toch nog even contact met de journalist. “Om te bepalen of een onderzoek geschikt is voor journalistieke doeleinden, kijk ik altijd in wat voor blad het staat, in dit geval ging het om een gerenommeerd tijdschrift. Nee, ik lees niet het hele onderzoek door, meestal bestudeer ik alleen de conclusie. Met een beetje gezond verstand kom je vaak wel op een juist oordeel over de betrouwbaarheid van een onderzoek.” En dat zijn eigenlijk exact dezelfde woorden waarmee Rosendaal zijn verhaal afsluit: “De journalist moet kijken of datgene wat gepubliceerd wordt een beetje plausibel is. Hoe bepaal je dat? Je kijkt of het gaat om een redelijk tijdschrift (was in dit geval zo), je kijkt of de hypothese en uitleg plausibel zijn (is ook zo) en of het onderzoek voldoet aan normen van kwaliteit en kwantiteit (en dat is ook zo).” Sorry voor ons lakende vertrouwen, Dennis!

Foto: Frank Guido (Flickr, CC BY-NC 2.0)

Groot hoofd zegt weinig over intellect baby

Tuesday, October 11th, 2016

door: Jamie Schemkes en Marlies Vording

“Baby’s met een groot hoofd zijn later echt slimmer”, kopte Metro Nieuws op 19 september 2016. Gevolgd door een geruststellende alinea waarin wordt uitgelegd dat mensen gelijk hebben, wanneer ze stellen dat ze een groot hoofd hebben door de enorme hoeveelheid hersenen die erin huist. Een nieuw Brits onderzoek zou namelijk uitwijzen dat baby’s met een groter hoofd een succesvolle toekomst tegemoet gaan. In ieder geval succesvoller dan kinderen met een klein exemplaar. Onjuist, concludeert Nieuwscheckers.

Het artikel van Metro Nieuws is gebaseerd op een onderzoek van the University of Edinburgh in samenwerking met de UK Biobank. Het onderzoeksteam heeft data van zo’n 100.000 mensen uit de UK Biobank gebruikt om de genomen van proefpersonen naast hun scores op cognitieve testen te leggen. “We ontdekten dat sommige eigenschappen die gelinkt zijn aan cognitieve vaardigheden een genetische overlap hebben met bepaalde lichamelijke en mentale ziektes. Maar ook dat cognitieve vaardigheden genetische overlap hebben met grootte van het brein, lichaamsmaten en opleidingsniveau”, aldus hoofdonderzoeker Ian Deary van de Universiteit van Edinburgh.

Succesvollere toekomst?

Volgens Metro Nieuws is ‘het nieuwe bewijs zelfs zo sterk dat de experts zeggen dat ze binnenkort aan het DNA van een baby kunnen zien of het later naar de universiteit zal gaan of niet’. Die beweringen zijn echter noch terug te vinden in het persbericht van de Universiteit van Edinburgh, noch in het onderzoek zelf. Nieuwscheckers legde het bericht van Metro Nieuws voor aan Saskia Hagenaars, een Nederlandse promovenda die als onderzoeker betrokken was bij het project. Zij kan zich niet vinden in de berichtgeving: “Wij hebben niet onderzocht of mensen met een groter hoofd intelligenter zijn of later naar de universiteit gaan. Wij hebben onder andere onderzocht of mensen met meer genetische varianten voor een bepaalde eigenschap (zoals hoofdomvang) beter scoren op intelligentietesten.” Ook heeft Metro Nieuws geen contact gezocht met een van de onderzoekers om het artikel te verifiëren. Hagenaars: “Helaas worden voorzichtige claims uit onderzoek vaak overdreven door de media.”

Waar heeft Metro Nieuws deze claims dan vandaan? Het onderzoek en het bijbehorende persbericht zijn al in januari 2016 naar buiten gebracht, terwijl het bericht van Metro van 19 september dateert. Alle andere berichtgeving stamt uit de periode waarin het onderzoek ook daadwerkelijk uitkwam. Op één uitzondering na: een bericht van The Independent, van 19 september 2016, waarin precies dezelfde uitspraken worden gedaan als in het bericht van Metro Nieuws. De suggestie dat Metro Nieuws louter het bericht van The Independent gebruikt heeft als bron, ligt uiteraard voor de hand. Helaas wilde Metro Nieuws niet reageren.

Uitbijters

Er kunnen echter ook  vraagtekens gezet worden bij het onderzoek zelf. De onderzoekers geven toe dat het zó breed is, dat er ‘met zoveel verschillende conclusies weinig ruimte is om dieper op de afzonderlijke vlakken in te gaan’. Zijn de ontdekte correlaties dan wel zo veelzeggend?

Mijna Hadders-Algra, hoogleraar ontwikkelingsneurologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verklaart dat er inderdaad een verband bestaat tussen omtrek van de schedel en cognitief functioneren. Dit zou echter alleen voor de groep ‘uitbijters’ gelden: de baby’s die in hun latere leven te kampen krijgen met ontwikkelingsstoornissen. “Kinderen met een relatief groot of klein hoofd hebben een grotere kans op cognitieve problemen’’, legt ze uit.

Dat betekent echter niet dat hoofdomvang ook een goede voorspeller is voor ontwikkeling van intellect bij kinderen zonder dergelijke problemen. “Wanneer je de uitbijters niet meerekent, wordt het verband tussen hoofdomvang en cognitief functioneren een stuk minder’’, aldus de hoogleraar. “Het is het dan ook een slechte indicator.’’

Omgevingsfactoren

Ontwikkelingspsycholoog Caspar van Lissa geeft een alternatieve verklaring voor ontwikkeling van intellect bij kinderen. Volgens hem moeten we rekening houden met zaken die niet in een gen opgeslagen liggen, zoals selectie-effecten en omgevingsfactoren. “Mensen uit bepaalde sociale kringen hebben beter voedsel, betere prenatale zorg, betere scholen en betere toegang tot universiteiten.’’

Van Lissa gaat verder: “Diezelfde selectie-effecten kunnen echter ook invloed hebben op de hoofdomtrek van kinderen bij de geboorte en het latere IQ.’’ Dat zou kunnen impliceren dat we te maken hebben met een vicieuze cirkel: mensen uit een goed milieu hebben betere voeding tot hun beschikking en krijgen daardoor sneller kinderen met grotere lichaamsmaten dan de lagere klassen. Deze groep heeft door factoren als een gunstige sociaaleconomische achtergrond meer kans om op de universiteit terecht te komen dan een kind uit een Afrikaans bergdorpje. Hoofdomtrek lijkt in dit licht eerder een product van welvaart dan een indicator van intellect.

Conclusie

Of genetische eigenschappen als hoofdomvang iets zeggen over later cognitief functioneren, daar zijn de meningen kortom behoorlijk over verdeeld. Feit blijft echter dat de conclusies uit de studie van de Universiteit van Edinburgh een stuk voorzichtiger en genuanceerder zijn dan Metro Nieuws doet voorkomen.

Foto: Rumpleteaser (Flickr, CC BY 2.0)

Wat is het beste tijdstip om seks te hebben?

Wednesday, October 28th, 2015

Door: Melanie Semil en Cristiana Terwilliger

Voor twintigers die klokslag 15:00 uur de liefde met elkaar bedrijven is er goed nieuws: als we de Telegraaf moeten geloven is dit het beste tijdstip om seks te hebben. Het artikel is gebaseerd op een onderzoek van Paul Kelley (universiteit van Oxford), die gespecialiseerd is in het effect van biologische ritmes op leerprocessen. De uitkomsten zijn het resultaat van jarenlange studie naar de biologische klok in verschillende leeftijdscategorieën. De Telegraaf stelt dat “een 20-jarige niet veel nodig heeft om zin te krijgen in seks, maar tijdens de energiepiek halverwege de middag blijk je pas echt goed in de mood te zijn.” Ook Daily Mail, Grazia en Beautify berichtten over het onderzoek. Maar zouden de tijdstippen voor de verschillende leeftijdsgroepen echt de beste seks opleveren? En bestaat er wel zoiets als een beste tijdstip?

Charlotte Snel, werkzaam op de gezondheidsredactie van de Telegraaf, vond het nieuws via de Telegraph en besloot het bericht over te nemen, omdat het nog niet in andere Nederlandse kranten gepubliceerd was. Ze checkte het nieuws niet, omdat het gebaseerd is op een grootschalig onderzoek. Daarnaast heeft de Telegraaf al eerder nieuwsberichten naar aanleiding van onderzoeken van Kelley gepubliceerd. Tevens ziet Snel de Telegraph als een betrouwbare bron: “Zeker in de categorie gezondheid halen ze vrijwel altijd goede onderzoeken aan, waardoor ik geen vraagtekens zette bij het artikel.” Ze heeft de inhoud vertaald en overgenomen, maar de kop zelf bedacht en zo pakkend mogelijk gemaakt.

Wat zegt het onderzoek?

De studie van Kelley en zijn collega’s – “Synchronizing education to adolescent biology: ‘let teens sleep, start school later’ – onderzoekt de negatieve gevolgen van vroeg opstaan. Daaruit blijkt dat de sociale tijd en de biologische klok in je adolescentiejaren met elkaar in conflict raken. Doordat school- en werktijden niet aan de biologische ritmes op verschillende leeftijden worden aangepast, kan dit leiden tot een systematisch, chronisch en onoverkomelijk slaaptekort. De studie vermeldt nergens op welk tijdstip je seks zou moeten hebben.

Even checken

Als je je tot Google zou richten om achter het beste sekstijdstip te komen, dan kom je aardig wat berichten tegen die elkaar tegenspreken. Zo meent hln.be dat dit om 05:48 zou zijn en het AD baseerde zich in 2012 op een onderzoek van Women’s Health (helaas niet meer op internet te vinden): zaterdagavond om 23:00 uur. Maar wat is nou het juiste antwoord en is dat er wel?

Volgens drs. Ellen de Groot, seksuoloog bij het LUMC en docent seksuologie aan de Universiteit Leiden, bestaat er geen beste tijd voor seks. “Dat is voor mensen heel afhankelijk van persoonlijke omstandigheden, wat zij onder seks verstaan en wat hun specifieke doel van de seks is.” Zij kon ons ook niet vertellen of er recentere onderzoeken waren.

Biologische klok

De Telegraaf-kop was wel stellig over het beste sekstijdstip, maar verschafte per leeftijdscategorie ook uitgebreide schema’s over dagindelingen. Hoe kijken deskundigen hier tegenaan?

“Een goed werkend dagritme heeft zeker te maken met de innerlijke klok. Daar is veel bewijs van in de literatuur; vooral bij dieren, maar ook bij mensen,” zegt Domien Beersma, hoogleraar Chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Beersma legt uit dat het leefpatroon zeker een belangrijke rol speelt in het biologische dagritme, omdat je biologische klok zich naar jouw ritme vormt. De dagindeling voor verschillende leeftijdsgroepen in het artikel in de Telegraaf berust volgens Beersma op speculaties: “In sommige aspecten zijn wel wetenschappelijke onderzoekingen terug te vinden, maar ik betwijfel of dit voor alle aspecten geldt.”

Ook Marijke Gordijn, onderzoeker Humane Chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft haar twijfels bij de schema’s die de Telegraaf beschrijft: “De schema’s gaan veel verder dan de inhoud van het wetenschappelijke onderzoek van Kelley.”

Wat vindt de onderzoeker zelf?

Paul Kelley is van mening dat de informatie over de biologische klok en de omschakelingen gedurende de dag in het artikel staan zoals het in de research staat uitgelegd. Maar over de uitspraken over seks is Kelley wel kritisch: “De schrijver van het artikel van The Daily Mail heeft mij benaderd, en toen heb ik heb expliciet gezegd dat seks wordt bepaald door sociale conventies. Seks is een privé-aangelegenheid en hangt ook erg af van iemands dagelijkse routine. Daarbij komt dat men als het om seks gaat vaak geen eerlijke antwoorden geeft. Dit hebben ze weggelaten.” Omdat de algemene boodschap – het feit dat onze biologische klok gedurende ons leven verschuift en het belang van natuurlijk wakker worden – wel in het artikel staat vermeld, vindt Kelley dat er een oprechte poging was om dit te communiceren.

Oordeel: twijfelachtig

Kelley vindt dat er een goede poging is gedaan om de algemene boodschap te communiceren, maar de Nederlandse deskundigen zetten allemaal hun vraagtekens bij de schema’s en de uitspraken van het artikel in de Telegraaf. Omdat zowel seksuologe De Groot als Kelley benadrukken dat seks erg afhankelijk is van je dagelijkse routine en het vrij persoonlijk is, kunnen we stellen dat er waarschijnlijk niet zoiets bestaat als één tijdstip waarop je als gehele leeftijdscategorie het beste seks kunt hebben. Doe het gewoon lekker wanneer het jou uitkomt.

Kever-tsunami in Tuk: een insectenplaag van één straat groot

Monday, October 14th, 2013

door: Cathinca van Sprundel

Het dorp Tuk kampte deze zomer met een ware invasie van bladhaantjes. De roodblauwe kevertjes zouden in extreme aantallen neergestreken zijn tussen de huizen. Althans, volgens het artikel op www.natuurbericht.nl op 25 augustus. Het ANP en de NOS pikten het op en vervolgens berichtte bijna elke krant over deze ‘ verschrikkelijke plaag’. Nieuwscheckers ontdekte dat deze invasie zelfs in zo’n klein dorpje maar plaatselijk was.

‘Het is bekend dat bladhaantjes massaal kunnen voorkomen, maar de aantallen in Tuk zijn zeer extreem’, vertelt het artikel op natuurbericht.nl. De meeste nieuwsmedia nemen dat direct over en de koppen worden steeds groter:  ‘Overijssels dorp kampt met invasie bladhaantjes’, bericht Trouw, ‘Kevertsunami in Overijsselse Tuk’, schrijft Spits. De kevers zouden in enorme aantallen opzwermen van de naastgelegen maïsvelden. In het artikel stelde de Wageningse wetenschapper Theodoor Heijerman vast dat het gaat om het tweekleurig zuringhaantje (Gastrophisa polygoni) en dat het groene zuringhaantje (Gastrophisa viridula) daar ook te vinden was, maar in kleinere aantallen.

De inwoners van Tuk

Tuk is een klein dorp in Overijssel in de buurt van Steenwijk, met iets meer dan 1500 inwoners. Als er inderdaad zo’n zware invasie is, dan kan geen enkele bewoner aan deze plaag ontkomen. Enkele telefoontjes naar Tuk vertellen echter iets anders. Schooldirectrice Annelies Langevoort wist van niets. ‘Ik zag het op het nieuws en vroeg dus de kinderen of zij iets van deze plaag wisten, maar geen enkel kind of hun ouders had ervan gehoord.’  Ook de plaatselijke scoutingvereniging had geen idee. Het hoofd van de dorpsvereniging Plaatselijk Belang, Roelof Wolters, tastte net zo goed in het duister.

De wetenschapper

Misschien kon Theodoor Heijerman, de geciteerde wetenschapper in het artikel, meer vertellen. ‘De journaliste van natuurbericht.nl stuurde mij enkele foto’s. Aan de hand van die foto’s verklaarde ik dat het gaat om het tweekleurig zuringhaantje en het groene zuringhaantje. Ik ben zelf niet op de plaats in Tuk geweest, maar op de foto’s leek het best erg. Al vind ik het jammer dat mensen ze bestrijden. De beestjes zijn totaal ongevaarlijk.’ Nieuwscheckers belde ook met de universiteit van Wageningen. De woordvoerder  verklaarde dat ze een band hebben met natuurbericht.nl en dat ze nooit klachten hadden over het werk van Theodoor Heijerman. ‘De plaag bevindt zich vooral in de Bergsteinlaan in Tuk,’ aldus de woordvoerder. ‘Dus het is inderdaad erg lokaal.’

De schrijfster

Het bericht op www.natuurbericht.nl is geschreven door Silvia Hellingman. Zij is entomologe. Daarnaast werkt ze voor het bedrijf Biocontrole, dat biologische bestrijdingsmiddelen verkoopt voor verschillende insecten. De plaag was inderdaad erg lokaal, zegt ook Hellingman: ‘Ja, inderdaad, in de Bergsteinlaan is het nu het ergst. Ik weet niet of het er miljoenen zijn. Het zijn er veel, maar ik heb ze natuurlijk niet geteld.’ Op de suggestie dat het bericht misschien wel reclame voor Biocontrole zou kunnen zijn, reageerde ze ontkennend. ‘Nee, dat is het zeker niet. Wij verkopen geen bestrijdingsmiddelen voor bladhaantjes.’

Toch vindt ze niet dat het bericht overdreven was. ‘ De mensen hebben er toch last van en het is goed dat er aandacht is voor de bladhaantjes.’

Conclusies

De tsunami aan bladhaantjes die Tuk teisterde, was toch vele malen kleiner dan in de berichtgeving. De invasie was zelfs zo klein, dat de inwoners van Tuk op het nieuws moesten vernemen dat er een plaag heerste in het dorp. De bladhaantjes bevonden zich vooral in één straat: de Bergsteinlaan. Daar heeft RTV Oost dit filmpje van gemaakt. De aangehaalde wetenschapper in het bericht is niet ter plaatse geweest en de nieuwsmedia hebben zich vooral gebaseerd op het bericht van entomologe Silvia Hellingman. ANP-journaliste Wendy Kind wilde geen reactie geven aan Nieuwscheckers.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes