politiek

Eten alle Nederlanders te zout? Dat ligt iets genuanceerder

Thursday, November 10th, 2016

Door: Anouk de Bruijn en Jeroen Jonkers

‘Nederlander eet nog altijd te zout’, berichtte Telegraaf.nl op 5 oktober 2016. De bron was een onderzoek van het RIVM over de zoutinname van Nederlanders. Ook Nu.nl, Trouw.nl, rtlnieuws.nl en NOS.nl schreven hierover alsof het alle Nederlanders betrof. Maar  zowel het onderzoek als de berichtgeving erover rammelen. Het onderzoek is weinigzeggend: de steekproef is te klein, de deelnemersgroep niet divers en het verschil tussen mannen en vrouwen wordt genegeerd. Waarom dan wel zoveel aandacht? Het RIVM en de media lijken vooral een gezondheidsprobleem op de maatschappelijke agenda te willen zetten.

Het RIVM onderzoekt de zoutinname van Nederlanders om de gezondheid van de bevolking te peilen. Op basis van een steekproef onder 289 inwoners van Doetinchem, concludeerde het RIVM dat Nederlanders in 2015 net zoveel zout aten als in 2006 en dat deze inname nog steeds hoger is dan de geadviseerde hoeveelheid. Maar zegt deze steekproef iets over heel Nederland?

Volgens hoogleraar epidemiologie Marianne Geleijnse (Wageningen University) niet: ”De steekproef is te klein om iets te zeggen over heel Nederland.” Zij plaatst ook andere kanttekeningen bij de methode van het onderzoek: “Nederlandse steden zijn niet met elkaar te vergelijken. Je kunt uitspraken over Doetinchem niet vertalen naar steden als bijvoorbeeld Leeuwarden of Groningen.” Sterker nog: het onderzoek zegt zelf dat de steekproef niet eens representatief is voor Doetinchem.

Bewuste deelnemers

Naast de grootte van de steekproef, valt ook over de samenstelling wat te zeggen. Deelname was vrijwillig en dit brengt volgens Geleijnse een risico met zich mee: ”Vaak doen dan milieubewuste mensen mee die letten op hun eetgewoontes. Laagopgeleide bewoners doen juist niet mee, omdat zij zich bijvoorbeeld schamen of geen belang zien in deelname. De samenstelling van deelnemers is daardoor niet representatief.”

Epidemioloog en voedingsdeskundige prof. Daan Kromhout (RU Groningen) ziet nog een probleem. Door de uitspraak van het RIVM lijkt het alsof mannen en vrouwen even veel zout eten, maar dat is volgens Kromhout niet het geval. Bij mannen is niets veranderd; bij de vrouwen is sprake van een daling. Maar doordat de steekproef te klein is, is deze daling niet significant. Kromhout meent dat het onderzoek deze daling had kunnen aantonen, als de steekproef groter was geweest.

Overhaaste conclusies

Journalisten lijken niet stil te hebben gestaan bij mogelijke kanttekeningen. Een rondje langs de media die het bericht plaatsten, leert Nieuwscheckers dat ze de artikelen grotendeels hebben overgenomen van het ANP en dat geen van de journalisten het RIVM-onderzoek gelezen heeft. De redacties van Telegraaf, Trouw en NOS gaven hiervoor allemaal dezelfde reden: ze zien ANP en RIVM als betrouwbare bronnen en gaan er dus van uit dat de informatie ‘wel zal kloppen’.

De NOS pakte de berichtgeving iets voorzichtiger aan dan de andere media. De redactie had geen tijd om het onderzoek te lezen, maar klakkeloos overnemen was geen optie. Daarom werd minister Schippers geciteerd als toelichting op het onderzoek, een standaardprocedure van NOS.nl. “Om te voorkomen dat we een onderzoek verkeerd interpreteren, vragen we een deskundige, zoals een minister, om een reactie”, zo lichtte de journalist die het stuk schreef toe (hij wilde niet bij naam genoemd worden). Opvallend is wel dat dit wetenschappelijke onderwerp door de politieke redactie werd behandeld en dat minister Schippers niet de aangewezen persoon is om epidemiologisch onderzoek te beoordelen.

Politieke agenda

Hoewel het RIVM-onderzoek dus geen uitspraak over Nederland kan doen, schrijven de media dit wel. Marieke Hendriksen, hoofdauteur van het RIVM-onderzoek, vindt dit geen probleem. Zij verwacht namelijk dat de zoutinname in Doetinchem niet afwijkt van die in de rest van Nederland: ”Hoewel de steekproef te klein is, verwacht ik dat het in Doetinchem niet anders is dan ergens anders. De berichten in de media zijn niet helemaal correct, maar dat is niet erg. De zoutinname in Nederland is nog steeds te hoog.”

Het lijkt er op dat het onderzoek een hoger doel dient dan enkel berichten over de zoutinname van Nederlanders. Het RIVM en de media gebruiken de resultaten als kapstok voor een opvoedende boodschap: eet minder zout. Dat de resultaten van het onderzoek deze boodschap niet direct ondersteunen, lijkt van ondergeschikt belang.

Dr. Willem Koetsenruijter, docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek Cijfers in het nieuws, begrijpt de bedoelingen van het RIVM. ”De conclusies van het onderzoek kloppen eigenlijk niet, maar voor het doel van het RIVM zijn kloppende cijfers misschien minder belangrijk”, aldus Koetsenruijter.

Opvoedende boodschap belangrijker dan kloppende resultaten

Nieuwscheckers concludeert dat de interpretaties van de media niet overeenkomen met de resultaten van het RIVM-onderzoek. Hoewel deze resultaten het niet toelaten een uitspraak te doen over alle Nederlanders, doen de media dit wel. Het RIVM vindt dit niet erg, omdat het de zoutinname als probleem ziet en daarom wil dat het onder de aandacht komt. Als de media hadden gevraagd om een second opinion, had dat de berichtgeving accurater gemaakt.

Foto: René Gademann (Flickr, CC BY-NC-ND 2.0)

Radicaal de plank misslaan met moslimfundamentalisten

Tuesday, November 4th, 2014

door: Sebastiaan van Loosbroek en Sven Schaap


73 procent van de Nederlandse moslims zou jihadgangers als helden zien, zei Geert Wilders rondom de Algemene Politieke Beschouwingen van 2014. Hij vond het hierom noodzakelijk dat alle moslims in Nederland een anti-shariaverklaring ondertekenen. De Nederlandse media zaten er direct bovenop en binnen enkele dagen bleek dat Wilders’ uitspraken een onjuiste representatie van de werkelijkheid waren. Waar ging het mis? ‘De media zijn altijd dol op cijfers, maar het is belangrijk goed te definiëren wat er bedoeld wordt.’

Kort na Wilders’ bekendmaking, al op 16 september, berichtten ANP, Metro en De Telegraaf over het voorstel van de PVV. Onder het kopje “onacceptabel” werd toegelicht waar het plan vandaan kwam: uit onderzoek van Motivaction voor het NCRV-programma Altijd wat was gebleken dat “73% van de Nederlandse moslims jihadgangers helden noemt”.

Jihadgangers en Syriëgangers

Op 10 juli 2014 had Machiel de Graaf, Tweede Kamerlid voor de PVV, al een soortgelijke claim gemaakt over de ideeën die onder Nederlandse moslims leefden over jihadgangers. Destijds had nrc.next geconcludeerd dat hij onduidelijk was in zijn gebruik van de term jihad. Zo was uit het onderzoek niet gebleken dat de Syriëgangers tegen Assad optraden als onderdeel van de gewapende jihad. Jihad is bovendien een veel te algemene term, vond ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Daarnaast bleek toen al dat het onderzoek alleen was uitgevoerd onder Turkse en Marokkaanse moslims en dus niet representatief was voor de volledige Nederlandse moslimgemeenschap.

Twee dagen na de eerste berichtgeving over Wilders’ uitspraken rond de Algemene Beschouwingen, op 18 september, reageerde Motivaction verontwaardigd: Wilders misbruikte de cijfers van het onderzoek. Senior-onderzoeker Achmed Ait Moha legde uit dat het onderzoek in 2013 was gedaan om de steun voor de gewapende strijd tegen de Syrische president Bashar Al Assad te peilen. De jihadgangers van de Islamitische Staat waren op dat moment nog geen onderdeel van de berichtgeving over het conflict geweest.

In HP/De Tijd legde Moha aan de hand van een vlugge berekening nogmaals uit dat, met de in 2013 gehanteerde definities, uit het onderzoek blijkt dat niet meer dan 19 procent van de Nederlandse moslims de gewapende strijd in Syrië onder de jihad schaart en de deelnemers ook ziet als helden. Hij benadrukt nogmaals dat de meningen over Syrië en IS een jaar geleden waarschijnlijk anders waren dan tegenwoordig.

Sharia en de Koran

Ook hoogleraar Ruud Koopmans van de prestigieuze Berlijnse Humboldt Universiteit kreeg op 18 september de kans om op Wilders te reageren. Tijdens de Algemene Beschouwingen had Wilders zijn plan verder beargumenteerd door een onderzoek aan te halen waaruit volgens hem bleek dat 75 procent van de Nederlandse moslims liever de sharia dan de Nederlandse wet ziet. Koopmans legde in Trouw uit uit dat dit een overdrijving was van de “verontrustende cijfers” die uit zijn onderzoek waren gekomen. Het ging in zijn onderzoek enkel om de regels van de Koran en Wilders stelde die ten onrechte gelijk aan de sharia. De Telegraaf, joop.nl, nu.nl en HP/de Tijd namen dit bericht dezelfde dag over.

Op 19 september herhaalt nrc.next nogmaals een deel van de eerdere factcheck en concludeert wat de dag ervoor ook in veel andere kranten terug te vinden was: de cijfers van Wilders liggen in werkelijkheid genuanceerder en het onderzoek van Koopmans ging over religieus fundamentalisme. Het behandelde de regels van de koran en niet de regels van de sharia, de islamitische wet. Hoewel drie kwart van de moslims aangaf de religieuze regels van de koran belangrijker te vinden dan de Nederlandse wet, wordt de sharia niet genoemd.

‘Alarmerende’ resultaten?

Op maandag 22 september verscheen Ruud Koopmans in een uitzending van KRO Brandpunt om te vertellen over zijn onderzoek naar fundamentalisme. Hij concludeerde: Wilders zat fout, maar heeft gelijk. Nogmaals vertelde hij dat de cijfers die Wilders aanhaalde niet overeen kwamen met zijn onderzoek, maar dat dit wel degelijk de alarmerende boodschap van de PVV-leider ondersteunt. Zo bleek uit zijn onderzoek dat 70 procent tot 75 procent van de Nederlandse moslims een fundamentalistisch wereldbeeld heeft. 11 procent zou zelfs situaties zien “waarin het vanuit de religie mogelijk is dat er geweld wordt gebruikt”. Daarnaast verbindt Koopmans aan zijn gevonden grote groep fundamentalistische moslims vrij gemakkelijk een groep ‘radicalen’.

De Leidse hoogleraar Islam in the west Maurits Berger is niet gealarmeerd: “In zijn onderzoek behandelt Koopmans fundamentalisten, dat wil zeggen: moslims die leven naar de fundamenten van de Islam. Daar zijn er inderdaad veel van in Nederland. Maar het feit dat ze zo leven, zegt niets over wat ze daadwerkelijk doen. Natuurlijk zullen erbij zijn die graag volgens shariawetgeving handen afhakken, maar dat hoeft dus niet. Het feit dat ze de religieuze regels van de Islam belangrijker vinden, zegt ook zoveel als: van mijn gebedsmatje blijf je af. En daar is niets mis mee, dat is gewoon vrijheid van religie.”

Ook van Koopmans’ constateringen over radicalisme en geweld is Berger niet overtuigd: “Er zijn inderdaad ontzettend veel islamitische clubjes, gezelschapjes en studiegroepen. Allereerst zijn dat slechts netwerkjes, geen overkoepelend netwerk. Wel is een deel hiervan inderdaad fundamentalistisch en/of radicaal, maar dat wil niet zeggen dat ze ook direct paramilitair zijn. De media zijn altijd dol op cijfers, maar het is belangrijk goed te definiëren wat er bedoeld wordt. Wanneer dit soort onderzoek op deze manier wordt gepresenteerd, levert het enkel heel diffuse antwoorden op diffuse vragen op.”

Tweede Kamer niet diervriendelijker door komst Partij voor de Dieren

Thursday, October 4th, 2012

Door Laura Kroet en Cynthia Kroet

Hoeveel invloed heeft een kleine politieke partij? Toen de 50Plus-partij twee zetels verwierf, wees lijsttrekker Henk Krol in de media op de Partij voor de Dieren. Ook twee zetels, maar met groot effect: alle partijen zijn diervriendelijker geworden. Maar dit klopt niet: de andere partijen hebben hun standpunten over dierenwelzijn sinds 2006 nauwelijks aangepast, blijkt uit onderzoek van Nieuwscheckers.

Bij de verkiezingen van afgelopen september haalde de 50Plus-partij twee zetels. De partij, die opkomt voor ouderenbelangen, deed voor het eerst mee met de strijd om een plek in het parlement. Lijststrekker Henk Krol maakte na de winst een vergelijking met de Partij voor de Dieren. “Je ziet wat er gebeurd is bij de PvdD. Die zitten ook maar met twee zetels in de Kamer, maar alle partijen zijn diervriendelijker geworden”, zo zei hij in het NOS-journaal.

Op de agenda

Maar klopt deze bewering wel? Zijn de politieke partijen inderdaad diervriendelijker? Nee, zegt de Leidse politicoloog Simon Otjes. Hij doet onderzoek naar het effect van nieuwe partijen op het bestaande stelsel. “De verkiezingsprogramma’s zijn niet veranderd door de komst van de dierenpartij in 2006. Ook zie je dat een nieuwe partij pas succes heeft wanneer de onderwerpen waar zij voor pleit nog niet op de agenda staan. Dierenwelzijn stond al op de agenda.”

Dierproeven en animal cops

Een vergelijking tussen partijprogramma’s van 2006 en 2010 bevestigt dit beeld: er is vrijwel geen toename in de aandacht voor dierenonderwerpen. Alle partijen hadden hier in 2006 al standpunten over en voerden die na vier jaar opnieuw op. Zo was D66 in 2006 al tegen het doen van dierproeven. In 2010 waren de standpunten op dit gebied onveranderd. Hetzelfde geldt voor de PVV. In 2006 waren ze voorstander van het invoeren van ‘animal cops’ en een noodnummer voor dierenmishandeling. Vier jaar later stond dit nog steeds op hun programma.

“Bij GroenLinks zijn er in het partijprogramma van 2010 wel meer standpunten over dierenwelzijn bijgekomen. Dat kan aan de aanwezigheid van de PvdD liggen, maar je moet oppassen met het zien van causale verbanden”, zegt Paul Lucardie, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Universiteit Groningen.

Stemgedrag bij moties

Een kleine partij kan ook invloed uitoefenen door moties in te dienen. De PvdD doet dit regelmatig. Op de website Dier & Politiek (een initiatief van de PvdD) wordt het stemgedrag bij diervriendelijke moties in de Kamer bijgehouden. In de periode 2006-2010 zijn er meer diervriendelijke moties aangenomen dan in de regeringsperiode erna. Maar er is, bij het grootste deel van de partijen, een achteruitgang te zien in het diervriendelijke stemgedrag.

De bewering van Henk Krol, die niet bereikbaar voor commentaar was, dat alle partijen diervriendelijker zijn geworden sinds 2006, klopt dus niet.

Subsidiejunkies toch niet zo verslaafd

Wednesday, December 7th, 2011
Door: Daniëlle Moeliker en Merel Bas
 
´Rijk maakte kunst verslaafd aan subsidie´, kopte NRC-Handelsblad op 1 september 2011. In dit artikel noemt kunsteconoom Pim van Klink een aantal podiuminstellingen ‘subsidieverslaafd’. Die instellingen zelf, of andere deskundigen, kwamen niet aan het woord. Een opvallende keuze volgens Nieuws-checkers, omdat Van Klink stevige beschuldigingen uit en zijn visie niet breed wordt gedragen in het Nederlandse cultuurlandschap. Wij benaderden alsnog de bronnen. Wat is hun verhaal?

Van Klink heeft samen met Arjan van den Born en Arjen van Witteloostuijn een vergelijkend onderzoek gedaan naar podiumkunsten in Europa. De resultaten zijn te lezen in het op 22 september verschenen boek Subsidiëring van podiumkunsten: beschaving of verslaving?

Beschaving of verslaving?
De onderzoekers keken naar het ‘ondernemerschap’ van de instellingen. Dit baseerden ze op de verhoudingen tussen stijgingen en dalingen van subsidies en eigen inkomsten in de periode van 1997 tot 2007. Springdance, Het Veem Theater en Noorderzon kregen het etiket ‘subsidieverslaafd’ omdat zij een meer dan gemiddelde stijging van subsidie en een minder dan gemiddelde stijging van eigen inkomsten zouden hebben.

‘Het Nederlandse stelsel kweekt aan subsidie verslaafde instellingen’, stelt Van Klink in het NRC. Hij vindt staatssecretaris Zijlstra’s norm voor eigen inkomsten van 21,5 procent voor podiuminstellingen ´ridicuul laag´. Hij is van mening dat Nederland moet overschakelen naar het Engelse subsidiesysteem: daar moeten kunstinstellingen de helft van hun budget zelf verdienen.

Subsidieverslaafd?
Zowel Noorderzon, het Veem Theater als Springdance zijn niet te spreken over het etiket ‘subsidieverslaafd’. Noorderzon publiceerde op de eigen site een weerwoord dat beweringen van Van Klink bestrijdt. Zo claimt Noorderzon dat de eigen inkomsten al jaren 60 tot 65 procent bedragen.  Sietske de Haan van het Veem Theater vindt de term ‘subsidieverslaafd’ onnodig kwetsend: “Het gaat volledig voorbij aan het soort instelling dat we zijn.” Kunst en cultuur hebben volgens haar ook een maatschappelijke waarde die je niet één op één kunt overnemen in euro’s. René Vlemmix van Springdance kan dit beamen: “Je moet bijvoorbeeld ook kijken naar hoe relevant onze activiteiten zijn voor het Nederlandse dansveld en hoe de vernieuwing die ze teweegbrengen wordt gewaardeerd.” De cijfers uit het onderzoek zijn bovendien vier jaar oud. Sinds die tijd is er alweer veel veranderd. “Oude gegevens van tot en met 2007 kun je niet gebruiken voor het jaar 2011, dat is niet terecht”, legt De Haan uit.

Kritiek op het onderzoek
Ook onderzoekster Philomeen Lelieveldt, verbonden aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in cultuurbeleid, vindt de ondertitel beschaving of verslaving ‘nodeloos chargerend’. Daarnaast concludeert ze dat de vergelijking met andere landen ook de nodige haken en ogen heeft: wat wordt er wel of niet meegeteld, valt dit wel te vergelijken? Volgens Van Klink is het Nederlandse stelsel ineffectief, maar volgens Lelieveldt zou je ook het omgekeerde kunnen beweren. Namelijk dat we dankzij investeringen van de Nederlandse overheid een optimaal functionerend kunstbestel hebben waarbij kunstenaars serieus worden genomen als professional.

Lelieveldt is teleurgesteld over de berichtgeving van het NRC rond het cultuurbeleid: “Het NRC is voortdurend een platform aan het creëren, maar doet geen pogingen deze informatie te analyseren en te duiden. Als lezer moet je zelf een weg banen door de discussies.”
Van Klink bekritiseert niet alleeen de podiuminstellingten, maar ook het beleid van minister van OC&W Halbe Zijlstra. Het ministerie laat Nieuwscheckers echter weten geen behoefte te hebben aan een reactie: “De opvattingen van de heer Van Klink zijn ons bekend. We kennen zijn ideeën over het genereren van meer eigen inkomsten. We hebben op dit moment niets toe te voegen aan wat het NRC schreef.”

Reactie NRC Handelsblad
NRC-redacteur Claudia Kammer interviewde Van Klink aan het begin van de zomer van 2011: “Een van de redenen om Van Klink te interviewen was om hem het wetenschappelijke onderzoek in de volle breedte te laten toelichten.” Het interview is bewust pas in september geplaatst omdat het politieke debat rond de cultuurbezuinigingen toen weer op gang kwam. Dat het onderzoek is gebaseerd op oude cijfers, ziet Kammer niet als een probleem: “Dat is bij wetenschappelijk onderzoek wel vaker het geval.”

In de kritiek van Lelieveldt kan ze zich niet vinden: “We publiceren veel over kunstbeleid en laten zowel voor- als tegenstanders aan het woord: wij willen een breed beeld bieden.” Het NRC belicht cultuur van verschillende kanten: “Dat betekent dat positieve geluiden aandacht krijgen. En ook geluiden die niet graag in de kunstsector worden gehoord, zoals die van Pim van Klink en de zijnen verdienen een plek in de krant.” Naar aanleiding van het interview heeft het NRC op 8 september een aantal reacties van lezers geplaatst, waaronder die van Noorderzon.

Conclusie
Dat het NRC ervoor koos om de mening van Van Klink zonder nuances van andere bronnen te publiceren valt bij de podiuminstellingen niet in goede aarde. Zij hadden graag ruimte gekregen voor wederhoor. Vlemmix (Springdance): “Het NRC heeft pas na publicatie geprobeerd contact op te nemen.”

Ook al staat het label ‘wetenschappelijk onderzoek’ niet garant voor betrouwbaarheid, er wordt veel vertrouwen gesteld in het gezag van de onderzoekers. Noorderzon, Het Veem Theater en Springdance vinden het niet terecht dat zij worden afgerekend op verouderde cijfers.
Nieuwscheckers vindt dat de visie van Van Klink beter had kunnen worden gepubliceerd in een vorm waarbij wederhoor mogelijk was geweest. Bijvoorbeeld in een achtergrondartikel waarin ook de beschuldigde podiuminstellingen, andere onderzoekers en misschien ook beleidsmakers aan het woord waren gekomen. Hierdoor was het mogelijk geweest om een meer uitgebalanceerde weergave van de ontwikkelingen in het culturele subsidielandschap te tonen.

Nieuws over verkoop Malieveld was meer geluk dan wijsheid

Thursday, December 9th, 2010

Door: Ruud Pijper en Josia Tanasale

Het kabinet wil het Malieveld in de verkoop doen. Maar, meldden de nieuwsmedia unaniem: dat kan helemaal niet, omdat een document van Willem van Oranje uit 1576, de Akte van Redemptie, de verkoop onmogelijk maakt. Maar is dat wel zo? Nieuwscheckers was de eerste die het vroeg. Verslag van een zoektocht van het kastje naar de muur.

Het pas aangetreden kabinet Rutte wil gaan bezuinigen. Ook Staatsbosbeheer moet eraan geloven. Liefst honderd miljoen euro zal bezuinigd moeten worden en omdat de gronden die in de Ecologische Hoofdstructuur liggen niet verkocht mogen worden, wordt gekeken naar losse stukken openbaar natuurbezit zoals het Malieveld. Maar de verkoop daarvan is onmogelijk, twitterde de Haagse VVD-wethouder Sander Dekker op 29 oktober. In de Akte van Redemptie, afkomstig uit 1576, staat immers dat de eigenaar het Malieveld “tot geenen tijden zal mogen vercoepen”. Was getekend:  Willem van Oranje.

Onder meer RTL Nieuws, de NOS, maar ook Trouw, De Volkskrant, De Telegraaf en het AD, verspreidden het bericht van Dekker. De tendens: Willem van Oranje dwarsboomt verkoop Malieveld. Maar klopt dit wel?

Geschiedenis

Voor de betekenis van de Akte van Redemptie moeten we terug naar 16 april 1576. Een jaar daarvoor, in 1575, besloten de Staten van Holland dat het hele Haagse Bos moest verdwijnen om de schulden van de oorlog te vereffenen. Het volk kwam echter in opstand en daarmee bleef het bos gespaard. Om ervoor te zorgen dat het bos altijd behouden zou blijven (en daarmee het Malieveld) ondertekende Willem van Oranje in 1576 de Akte van Redemptie. Bepaald werd dat niemand meer het bos mocht kappen of verkopen.

Met deze achtergrondinformatie begonnen we aan een zoektocht met de simpele vraag: is de Akte van Redemptie uit 1576 nog geldig? Volgens de Leidse staats- en bestuursrechtspecialist Gert Jan van der Heide is dat echter niet zo eenvoudig te zeggen. Hij geeft wel een duidelijke opdracht. “Vind de juridische grondslag van de Akte.”

Van het kastje naar de muur

Wat de jurische grondslag is, zal de gemeente Den Haag vast weten. Vreemd genoeg is de afdeling Communicatie niet bereikbaar, maar via het algemene nummer worden we doorverbonden met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO): “Dit valt niet onder onze verantwoordelijkheid. Je moet bij Staatsbosbeheer zijn.”

“Nee hoor,” aldus Staatsbosbeheer, “wij beheren het Malieveld alleen. Het is eigendom van de Staat. En de Akte is een Haagse aangelegenheid.” Dus bellen we nogmaals met het gemeentehuis. Dit keer worden we met Dienst Stadsbeheer (DSB) doorverbonden. Maar helaas. “Je moet bij de juristen van Staatsbosbeheer zijn.” Als we zeggen dat zij precies het tegenovergestelde vertellen, krijgen we een ambtenaar van DSB aan de lijn, die vermoedt dat het onder DSO valt. Zo komen we niet verder. “Probeer het kadaster eens”, adviseert hij nog.

Kadaster

Het Algemene Kadaster bestaat echter sinds 1832 en heeft geen gegevens van voor die tijd. Normaal gesproken zou de oude Akte na de oprichting van het kadaster overgezet moeten zijn. Het is mogelijk dit uit te laten zoeken, maar dit kost je dan wel 22 euro per kwartier en 14 euro per akte. Bovendien ligt de originele Akte opgeslagen in het Nationaal Archief. Maar ook zij hebben geen idee: “Wij slaan het alleen op.”

VVD: ‘Akte is gewoon geldig’

Aangezien wethouder Sander Dekker van de VVD het Twitterbericht de wereld instuurde, proberen we het via zijn partij. Uiteindelijk krijgen we zijn bestuursadviseur Ricardo Janssen aan de lijn. “Ik zal het even navragen.” Als hij vijf uur later nog niet heeft teruggebeld, nemen we weer contact met hem op. Janssen: “Het is een akte en die geldt nog steeds. Als je Googelt, kun je dat ook lezen.” Dat hadden we natuurlijk al gedaan. Via Google is niks te vinden over de juridische grondslag van de Akte.

Janssen ziet het probleem niet: “De bouw van het Vredespaleis op die plek is ook vanwege die Akte tegengehouden. Het is nog steeds geldig en juristen in dit gebouw weten dat.” “Kunnen we dan een van die juristen te spreken krijgen?”, luidt onze reactie. Hij zal het nog even proberen uit te zoeken en ons terugbellen. Helaas hebben we dat telefoontje nooit mogen ontvangen.

Willem van Oranje slechts een naam

In de berichtgeving rondom de Akte wordt benadrukt dat Willem van Oranje de Akte heeft ondertekend. Dat heeft echter niet met de rechtsgeldigheid te maken, aldus de juristen die we hebben gesproken. Emeritus-hoogleraar J.G. Smit, gespecialiseerd in de bestuurlijke bronnen uit de tijd van Willem van Oranje en de correspondentie van de prins: “De Akte hoeft helemaal niets met Willem van Oranje te maken te hebben. Hij was de hoogste machtshebber in Nederland en daarom tekende hij de Akte, net als de koningin dat nu zou doen. De Akte is uit naam van Willem van Oranje, maar misschien was hij zelf wel in Antwerpen, net als bij veel andere verdragen het geval was.”

Tijd voor een rechtszaak

Smit durft niet te zeggen of de Akte nog geldig is. “Er zijn wel meer verdragen opgemaakt die tot ‘de eeuwigheid’ zouden gelden.” Toch zijn veel van die aktes en verdragen in de loop van de tijd ongeldig geworden, onder meer na rechtzaken.

Het kabinet zou wel degelijk een rechtzaak kunnen aanspannen om de verkoop doorgang te laten krijgen, denkt Smit. “De vraag is dan of de rechter voldoende redenen ziet om van de Akte af te mogen wijken.. “De vraag is dan of de rechter voldoende redenen ziet om van de Akte af te mogen wijken. Bijvoorbeeld omdat de verkoop van het Malieveld ter bevordering is van de bezuinigingen en in het belang is van de financiële gezondheid van de Staat.”

Het is een ingewikkelde kwestie, vindt ook Van der Heide: “Het gaat om burgerlijk recht met een publiekrechtelijke invalshoek, maar ook om zakenrecht, omdat het om de verkoop van grond gaat.” De Leidse jurist vermoedt dat alleen een rechtzaak uitkomst zou kunnen bieden: “Als de Staat het Malieveld te koop aanbiedt, zal de gemeente Den Haag via een kort geding om een verbod van eigendomsoverdracht vragen.” Via een bodemprocedure zou dan uitgezocht moeten worden hoe de vork precies in de steel zit.

Een ‘leuk’ nieuwsitem

Wat waren de bronnen van de media eigenlijk? Voor het ANP was de Akte doornemen voldoende: “Onze binnenlandredacteur heeft een print van de Akte ontvangen per mail en heeft deze dus zelf kunnen lezen en verifiëren”, aldus Rennie Rijpma, chef binnenland.

Voor RTL Nieuws, dat een reportage wijdde aan de verkoop van het Malieveld, kwam de Akte echter als een verrassing: “Toen verslaggeefster Betty Glas de reportage aan het maken was, kwam wethouder Dekker ineens met de Akte van Redemptie, als een konijn uit de hoge hoed”, vertelt redacteur Ineke Deurwaarder. “Ik had vooraf al contact gehad met de gemeente, maar wist niets van die Akte. Wij vonden het vooral leuk om dat mee te nemen in de reportage en hoewel we het deels serieus namen is het vooral een mooi en leuk item geworden.”

Aan de juridische grondslag van de Akte heeft RTL verder geen aandacht besteed. “Met de verslaggeefster heb ik het er nog wel over gehad of zo’n document van 400 jaar geleden nog echt geldig is, maar we zijn er verder niet op in gegaan.” Waarom dan de kop “Willem van Oranje zit kabinet dwars” bij het item? “De internetredactie heeft zelf de kop erboven gezet, waardoor andere media dit waarschijnlijk hebben overgenomen,” aldus Deurwaarder.

Geluk of wijsheid?

Juridisch gezien moet er een antwoord zijn, maar het lijkt erop dat niemand het weet. Hoewel wethouder Dekker de Akte als bewijs aanlevert, is er niemand in het Haagse gemeentehuis die kan of wil vertellen wat de juridische status ervan is. Toch hebben alle media het nieuws zonder blikken of blozen gepubliceerd. Zo zeker als de wethouder het verbod op verkoop naar buiten bracht, is het niet. Maar de kans bestaat dat hij wél gelijk heeft.  In dat geval was de berichtgeving  een kwestie van meer geluk dan wijsheid.

Hoe overlast ‘straatterreur’ werd en Oosterwei weer in het nieuws kwam

Wednesday, December 8th, 2010

Door: Jan-Willem van der Mijde en Dewie Oediet Doebé
  

De laatste slag in de strijd tegen Marokkaanse straatterreur werd zaterdag 30 oktober gestreden in de beruchte Goudse buurt Oosterwei. Tenminste, als we de media moeten geloven. Het Algemeen Dagblad breekt vier november het nieuws over het zogenaamde ‘bloembollenincident’ en De Telegraaf zet vervolgens hard in met de kop “Straattuig heer en meester in Gouda”. Het nieuws wordt vervolgens opgepikt door andere dagbladen en op tv door het NOS, RTL nieuws, Hart van Nederland, DWDD en Pauw & Witteman. Alwéér hommeles in Oosterwei. Alhoewel, alweer? Bij nader inzien strookt de berichtgeving niet met de werkelijkheid en mist vooral De Telegraaf de nuance. 

Zaterdag 30 oktober: om Oosterwei op te leuken zouden er tijdens een schoonmaakactie bloembollen worden uitgedeeld terwijl clowns Knoef en Tomaat voor vertier zouden zorgen. Zestig huishoudens uit de buurt waren uitgenodigd, maar bij aanvang bleken alleen zo’n dertig kinderen aanwezig, zonder ouders. Een groep van tien kinderen tussen de acht en de veertien, die al enkele maanden overlast veroorzaakt, besmeurt de glijbaan met chocomel en gooit met de nog te planten tulpenbollen. Clown Knoef wordt op zijn hoofd geraakt en de actie wordt afgeblazen. 

Van brandbrief tot nieuwsbericht
Voor Jannie van Leeuwen, voorzitter van de bewonerscommissie, was het de spreekwoordelijke druppel: “Die jochies gooiden heel bewust stenen en bloembollen naar iemands slaap. Dat geeft voor mij aan dat het niet allemaal zo onschuldig was.” Een dag later mailt ze een brandbrief naar gemeente, politie en wijkinstanties. Met succes: Jan van den Heuvel van de Goudse afdeling van de PvdA formuleert raadsvragen en voegt de brief, met de vermeende instemming van Van Leeuwen, als bijlage toe. Van Leeuwen meent het echter niet meer scherp te hebben of zij daarmee had ingestemd. Binnen de raad is het een goede gewoonte om, aldus de oud-politiewoordvoerder, “gelijk een cc’tje naar de pers te sturen.” Daarop spreekt Van den Heuvel Ruud Witte van het AD Groene Hart en stelt hem voor contact op te nemen met Van Leeuwen. 

In de brief bij de raadsvragen heet Van Leeuwen ‘mevrouw Van L.’, maar het AD vermeldde haar volledige naam. Over de toedracht bestaat onduidelijkheid. Volgens Witte was de keuze aan haar, maar Van Leeuwen beweert: “Ik heb dat een beetje gelaten. Het werd een hele rare discussie. Het artikel moest snel af en ik mocht het niet zien. Als mijn naam er niet in stond, zou het een soft artikel worden. Toen dacht ik al ‘help’.” Op basis van het gesprek met Witte was Van Leeuwen in de veronderstelling dat haar brief enkel als basis zou fungeren voor een artikel over de raadsvragen van de PvdA en dat er niet uit zou worden geciteerd. Witte onkent onder tijdsdruk te hebben gestaan en meent dat er geen onduidelijkheid bestond over de aard van het artikel. Volgens de journalist is het bovendien ongebruikelijk om een artikel vóór pulicatie voor te leggen. Alhoewel Van Leeuwen zich achteraf “een beetje bekocht voelt” meent ze dat het resulterende artikel “Spoedoverleg Oosterwei” (niet online) een juiste voorstelling van de zaken geeft. Maar wat volgde had volgens haar weinig meer met de werkelijkheid te maken. 

Niet Oosterwei, maar Goverwelle

De Telegraaf zet de toon
Een dag na het AD bericht stelt De Telegraaf in “Straattuig heer en meester in Gouda” dat Oosterwei opnieuw wordt “geterroriseerd door Marokkaanse straatschoffies”. Telegraafjournalist Jenny van der Zijden verwijst daarbij naar het ‘busincident’ van twee jaar geleden, waarbij een chauffeur van Connexxion werd beroofd. “Het lijkt hetzelfde beeld als twee jaar geleden”,  aldus haar artikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu”. Stijn Hustinx en Caspar Naber van het AD (landelijke editie) verwijzen enkele dagen later in “Midden in Oosterwei zit een zweer” tevens naar het incident: “Wéér is het mis in de wijk Oosterwei in Gouda.” De journalisten vermelden daarbij niet dat het busincident niet in Oosterwei maar in de aangrenzende buurt Goverwelle plaatsvond en dat de overvaller tussen de 25 en 30 jaar zou zijn geweest. Zeker geen kind of hangjongere meer. Connexxion bevestigt dat ook in de laatste paar maanden geen ernstige incidenten hebben plaatsgevonden in de buurt. “Als er in Gouda wat gebeurt of er is een tendens zichtbaar, dan wordt dat gelijk besproken met politie en gemeente. Maar dat is de afgelopen maanden niet nodig gebleken,” aldus Herman Opmeer, woordvoerder van het vervoersbedrijf. 

De Telegraaf en het AD beweren meermalen dat het veiligheidsgevoel onder de inwoners van Oosterwei is afgenomen. Volgens de gemeente blijkt echter uit de Stadsmonitor 2010 dat er “positieve ontwikkelingen zijn te zien als het gaat om het veiligheidsgevoel en het gevoel of het ‘vooruit’ of ‘achteruit’ gaat in de buurt.” Deze data hebben echter betrekking op de gehele gemeente Gouda, dan wel Gouda-Oost (Oosterwei, Vreewijk en de Voorwillenseweg). Bovendien was er in de vier peilingsjaren om-en-om een daling en stijging in het veiligheidsgevoel waar te nemen. Een eenduidige uitspraak over de veiligheidservaring van 2010 is dan ook moeilijk te doen. 

Een verklaring voor de mogelijke vertekening van de cijfers wordt gegeven in de Veiligheidsmonitor op wijkniveau 2009, waarin staat dat in dat jaar de veiligheidsbeleving was afgenomen mede door “de incidenten en de overmatige mediabelangstelling die zich medio 2008 hebben voorgedaan in Oosterwei.” Opmerkelijk aan de berichtgeving vóór oktober 2010 is dat het AD Groene Hart op 29 mei meldde dat volgens diens eigen misdaadmeter de misdaadcijfers in Gouda daalden, alhoewel Gouda steeg in de nationale ranglijst. Op 20 juni meldde dezelfde krant dat de Molenbuurt in Goverwelle en de wijk Korte Akkeren ten noorden van de Emmastraat/Tollensstraat de onveiligste plekken waren in Gouda. Terwijl de buurt Oosterwei, “die landelijk het stempel van onveilig kreeg opgeplakt”, in geen van de lijstjes in de top drie voorkwam. 

Toch schetst raadslid Bas Driesen van Trots op Nederland in het Telegraafartikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu” een grimmig beeld van de wijk: “Kinderen dealen, ze randen vrouwen aan.” Driesen legt uit: “Dit is wel een hele kort-door-de-bocht quote, maar het klopt wel, al gaat het niet om een grote groep.” Op de vraag hoe Driesen dat weet: “Ik hoor dat van diverse bronnen uit de wijk, maar ik kan geen namen noemen.” We vragen de bewuste journalist van De Telegraaf of zij de beweringen van Driesen heeft gecheckt: “Wij hebben alles nagecheckt. Daar wil ik het graag bij laten.” 

‘Ik hou van mijn wijk’
Jannie van Leeuwen herkent haar buurt niet in de Telegraafartikelen: “Dat vind ik geen taal. Je scheert daarmee vooral de Marokkaanse bewoners over een kam, terwijl dat echt nooit mijn signaal is geweest.” Ook PvdA-raadslid Van den Heuvel vond de krant daarin te ver gaan. “Als onze stad volgend jaar economisch minder in trek is, dan moet De Telegraaf dat ook maar voor haar rekening nemen.” Volgens Van Leeuwen wordt het probleem door de media groter gemaakt dan het is:  “Ik hou van mijn wijk en wij wonen er echt met ontzettend veel plezier. Die jongens zijn best voor rede vatbaar als ze maar echt worden aangesproken op hun gedrag.” Toch wilde ze in het belang van de buurtbewoners en gemeente na de eerste berichtgeving niet in de publiciteit treden. “Ik had mijn twijfels of mijn goede woorden terecht zouden komen.” 

De clowns Knoef en Tomaat zochten ook bewust de media niet op. Volgens hun woordvoerder Arie Kraai varieerde de mediaberichtgeving “van een simpele feitenopsomming tot de wilde fantasie van Geenstijl.” Kraai vindt dat “Er zoveel scoringsdrang en frustratie bij journalisten is dat onze woorden zeker verkeerd gebruikt zouden zijn.” Ook de gemeente Gouda vindt de mediaberichtgeving over Oosterwei weinig genuanceerd. “Op lokaal niveau kun je makkelijker duiden dat Oosterwei maar uit een paar straten bestaat en dat de overlastgevende jongens een kleine groep zijn. Maar sommige landelijke media willen de overlast in Oosterwei ophangen aan de hele landelijke ‘Marokkanenproblematiek’,” aldus Ingrid Spuit, communicatiemedewerker van gemeente Gouda. 

De media-werkelijkheid
Uit de cijfers – die veelal ontbraken in de berichtgeving – blijkt dus dat de criminaliteit in Oosterwei de laatste jaren is afgenomen en dat de buurt door de jaren heen als minder onveilig wordt ervaren dan achterstandswijken in andere grote steden. In een reactie op de berichtgeving nuanceert de gemeente echter de cijfers, doordat “wijkbewoners die dagelijks last hebben van treitergedrag, er weinig aan [hebben] om te zien dat de cijfers een positieve ontwikkeling laten zien.” Desalniettemin draagt ook de aanhoudende negatieve berichtgeving, eveneens als in 2008 na ‘het busincident’, toe aan het gevoel van onveiligheid en overlast. 

Promovendus bestuurskunde Iris Korthagen schreef naar aanleiding van de Goudse mediahype in 2008 haar masterthesis over de relatie tussen nieuws en beleid. Het valt haar op dat de mediaberichtgeving over Gouda dit keer genuanceerder is dan toen: “De Telegraaf gebruikt nog steeds grote woorden als ‘straatterreur’, maar ik zie bij een krant als het NRC met het artikel “Opnieuw kijkt iedereen naar Gouda” een veel meer genuanceerde berichtgeving. Je zag vooral dat nu al veel sneller na het eerste nieuws een discussie in media – zoals het NRC – begon over de werkelijkheid zoals die door media als de Telegraaf en politici van de PVV werd verkondigd.” Korthagen vindt het een kwalijke zaak dat politici het gebrek aan nuance van bepaalde media overnemen. “Hierdoor ontstaat het gevaar dat politici beleid maken dat gebaseerd is op de media-werkelijkheid en niet op wat er werkelijk is gebeurd.” 

Minimediahype
Opvallend aan deze minimediahype was dat de directe betrokkenen van het bloembollenincident na de eerste berichten al snel uit het nieuws verdwenen. In het beeld van de buurt dat daarna ontstond, kwamen verschillende individuen en instanties aan het woord die ieder hun eigen belangen hadden. De recente berichtgeving over Oosterwei lijkt daardoor onterecht te zijn gekleurd doordat vluchtige indrukken van een buurt die al het stempel ‘fout’ draagt, als typerend worden aangevoerd, terwijl cijfers en beweringen die dat beeld nuanceren in twijfel worden getrokken. De Telegraaf was daarbij in toonzetting en bronnenselectie op zijn minst ongenuanceerd en bij vlagen sensatiezuchtig. Het AD was minder rechtlijnig maar rechtvaardigde met die nuance niet de overtrokken berichtgeving in de landelijke edities van een incident dat op zichzelf een zeer beperkte en vooral lokale nieuwswaarde heeft. Dat het incident in Oosterwei plaatsvond, maakt het niet meer nieuwswaardig; overlast van een kleine maar hardnekkige groep jongeren in een randstedelijke buurt is allerminst uniek.

De Pers schrijft ‘mal stukje’ over ‘flutonderzoekje’ innovatieplatform

Thursday, November 19th, 2009

Door Michael de Korte

ErlenmeyerEen ruime meerderheid van de Nederlandse kiezer is geïnteresseerd in wetenschap, zo meldt De Pers op 14 oktober 2009. Dat zou blijken uit een opiniepeiling door MarketResponse in opdracht van Innovatieplatform Nederland. Dit platform heeft als doel de wetenschappelijke kennis onder het volk in ons land te verbeteren. Het platform meldt in zijn persbericht dat uit de peiling blijkt dat Nederlanders meer willen investeren in wetenschappelijk onderzoek. Is het toeval dat uit een onderzoek in opdracht van het Innovatieplatform blijkt dat Nederlanders meer geld voor wetenschap willen?

Aan het onderzoek deden 1005 mensen mee. Ze werden telefonisch geselecteerd, waarna zij online een veertigtal vragen beantwoordden. Op de vraag of meer geld naar wetenschap moet, gaf 68% van de ondervraagden aan dat niet te willen. MarketResponse gaf enkele concrete voorbeelden van wetenschap en vroeg het nog een keer. Vervolgens bleek 55% wel voorstander van het vergroten van investeringen in wetenschap. Een voorbeeld is vraag 32: Of het onderzoek naar kunstmatige meegroeiende hartkleppen voor kinderen belangrijk is?

Je kunt je afvragen hoe betrouwbaar de resultaten zijn van een onderzoek dat op deze manier is opgezet. Will Tiemeijer deed onderzoek naar dit soort opiniepeilingen en schreef daar een boek over. Hij zegt over dit onderzoek: “De volgorde waarin de vragen worden gesteld, suggereert dat wetenschappelijk onderzoek behulpzaam is. Als deze burgerpeiling onderzoekt of de burger in wetenschap geïnteresseerd is, dan is het ver beneden peil.”

Imre van Rooijen, bij MarketResponse verantwoordelijk voor de enquête, laat weten zijn onderzoek niet zelf te kunnen of mogen toelichten. Hij verwijst naar Maria Henneman, voormalig presentatrice van het NOS journaal en tegenwoordig onder meer woordvoerder van het Innovatieplatform. Zij legt uit dat het Innovatieplatform graag wil weten wat het effect van framing is op de perceptie. Framing is de wijze waarop iets dat wordt waargenomen of gepresenteerd, in context wordt gezet. Henneman: “De eindconclusie is niet dat mensen meer steun voor wetenschap willen zien. De burgerpeiling leidde bij ons tot de conclusie dat betere en meer voorlichting over wetenschap voor meer draagvlak zou kunnen zorgen. De koppelingen die gemaakt wordt met voorbeelden en de volgorde van vragen zijn een bewuste keuze omdat we juist dit wilden testen.”

Daarentegen staat in het nieuwsbericht van De Pers: “Niet meer geld naar de wetenschap, was de eerste reactie van ondervraagden. Maar na het lezen van concrete voorbeelden gaf 55 procent aan wel meer te willen investeren”. Hoe zit dat? Marcel Hulspas, wetenschapsredacteur bij de krant: “Het spijt me, maar ik heb dat malle stukje op onze site niet geschreven. Dergelijke flutonderzoekjes gaan bij mij persoonlijk linea recta in de prullenbak. Maar blijkbaar vindt iemand in of om de internetredactie zoiets de moeite van het samenvatten waard.” De webredactie van De Pers was niet bereikbaar voor commentaar.

Henneman heeft het volgende te zeggen over het nieuwsbericht op DePers.nl: “Graag willen wij verwijzen naar het persbericht zoals dat op de site van het Innovatieplatform staat. Voor het persbericht en het onderzoek zijn wij als Innovatieplatform verantwoordelijk. Niet voor hetgeen de media er in eventueel nog een bewerkingsslag maken.“

Alleen stelt het persbericht waar Henneman naar verwijst hetzelfde als het nieuwsbericht: “ Een meerderheid van de ondervraagden vindt dat er als gevolg van de crisis niet meer geld naar wetenschap moet, maar na het lezen van concrete voorbeelden van (opbrengsten van) wetenschappelijk onderzoek is 55% wel voorstander van het vergroten van investeringen in wetenschap.” Ook het persbericht blijkt onduidelijk over de opzet van het onderzoek. Het doel was niet om steun voor wetenschap te peilen, maar om het effect van voorlichting op die steun te testen. Wel zegt het persbericht: “Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat je wetenschap beter voor het voetlicht brengt door middel van duidelijke taal en concreetheid.”

De vertaalslag van het onderzoek naar het persbericht en het nieuwsbericht lijkt gebrekkig. Zoals die nu is gemaakt, worden resultaten uit een onderzoek naar framing volledig uit context getrokken. Eigenlijk zou het moeten zeggen: Het effect van wetenschap in context plaatsen, zorgt dat welwillendheid om te investeren in wetenschappelijk onderzoek stijgt van 32 naar 55 procent. Al maakt dit nog steeds niet duidelijk welk percentage van Nederlanders daadwerkelijk wil investeren in wetenschap.

Creatief rekenwerk over proefdieren haalt het journaal

Tuesday, November 17th, 2009

zebravisjeDoor Francis Blokzijl

Wie maandag 26 oktober het Achtuurjournaal van de NOS keek, schrok wellicht toen Sacha de Boer vertelde dat “in Nederland vorig jaar minstens 450.000 proefdieren voor niks zijn gefokt en gedood.” Het zou niet alleen gaan om muizen, ratten en konijnen, maar ook om apen, honden en katten. Dit kost volgens de NOS minstens 2 miljoen euro per jaar. Een opmerkelijk bericht dat niet alleen gaat over geldverspilling, maar ook ethische vragen oproept. Alleen, is het ook waar?

Uit het rapport Zo doende 2008, jaaroverzicht over dierproeven en proefdieren van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), blijkt dat in 2008 in totaal 455.884 dieren zijn gedood of doodgegaan in voorraad. Dit is een stijging van 14% ten opzichte van 2007. Het gaat om dieren die zijn gestorven of geëuthanaseerd vóór het uitvoeren van de proef. Het rapport vermeldt echter niet om welke diersoorten het gaat, zo laat Annemieke Herberigs van het VWA weten. “Er zijn alleen gegevens bekend van de diersoorten waar wél dierproeven mee zijn gedaan.”

Creatieve berekening
Over de kosten die deze ‘verspilling’ met zich mee zou brengen, wordt in het rapport eveneens geen woord gerept. De late uitzending van het Journaal op 3 vermeldt gelukkig de bron van het bedrag van 2 miljoen euro: de Vereniging Proefdiervrij. Eén telefoontje met de vereniging verschaft direct duidelijkheid over de zeer creatieve wijze waarop dit bedrag is berekend: “We hebben het aantal verspilde proefdieren vermenigvuldigd met 4,40 euro, de prijs van het goedkoopste proefdier, namelijk de muis”, aldus Ilona van den Haspel van de Vereniging Proefdiervrij.

Maar is de muis wel het goedkoopste proefdier? Vissen vallen ook onder proefdieren, zoals het veelgebruikte en vele malen goedkopere zebravisje. Aangezien niet bekend is om welke diersoorten het gaat, lijkt de berekening van de Vereniging Proefdiervrij tamelijk arbitrair.

Foute feiten
Ondanks de bronvermelding van het Journaal op 3, blijkt ook dit bulletin het niet bij de feiten te kunnen houden. Daarin bericht de NOS zelfs dat “bijna 1 miljoen dieren ieder jaar gefokt worden om bijvoorbeeld medicijnen of cosmetica te testen”, terwijl het in Nederland sinds 1997 verboden is om proefdieren te gebruiken voor het testen van cosmetica. Uit het rapport van het VWA blijkt dan ook dat in 2008 geen dierproeven zijn gedaan voor dit doeleinde.

Hoe komt de NOS bij deze onjuistheden? Joop Kraan, coördinator binnenland, laat weten dat deze berichtgeving is gebaseerd op een persbericht van het ANP. “In principe controleren wij alle berichten van het ANP, maar kennelijk zijn niet alle feiten voldoende gecheckt”, vertelt Kraan. Het betreurt hem dat deze fouten er toch doorheen zijn gekomen, want ze “streven ernaar ongekleurd nieuws te brengen”.

Volgens Herberigs is het voor een deel onvermijdelijk dat er proefdieren in voorraad sterven. Maar zolang onbekend is om welke diersoorten het gaat en wat de reden voor de sterfte is, kan er weinig duiding gegeven worden aan het aantal van 450.000. Van den Haspel vindt het rapport van de VWA daarom slechts een kleine stap in de goede richting; “Wij strijden voor meer duidelijkheid”.

Get Microsoft Silverlight

Opiniepanel EenVandaag is niet de stem des volks

Wednesday, November 4th, 2009

Door Anne-Marie van Putten & Hannah de Zoete

Aan de vooravond van Prinsjesdag 2009 meldde EenVandaag op basis van eigen onderzoek dat het kabinet het vertrouwen niet vasthield. Dit bericht werd door diverse media, zoals het Algemeen Dagblad (AD) en het Dagblad van het Noorden (DvhN) versterkt overgenomen. In deze artikelen wordt verwezen naar een enquête, uitgevoerd door EenVandaag. Kun je op basis van die enquête concluderen dat de Nederlandse bevolking minder vertrouwen in het kabinet heeft? De uitkomsten blijken niet representatief voor de hele bevolking en zijn bovendien door EenVandaag ongunstiger uitgelegd dan nodig.

(more…)

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes