Multicultureel

Voorkeur voor Zwarte Piet of Roet Piet is geld waard

Thursday, December 4th, 2014

door: Stan van Kesteren en Frank Zwarthoed

“Nederland wil dat Piet blijft zoals hij is”, kopte Metro op 18 september. Deze kop is gebaseerd op een onderzoek dat deelnemers twee keuzes gaf: Zwarte Piet of Roet Piet. Volgens het nieuwsbericht konden mensen nog stemmen op welkekleurpiet.nl, een website (inmiddels offline) die persoonsgegevens verzamelde in ruil voor cadeaubonnen.

Uit het nieuwsbericht blijkt dat liefst 96 procent van Nederland wil dat Zwarte Piet traditioneel geschminkt blijft. Hoe komt Metro bij deze cijfers? Het onderzoek is gedaan door het marktonderzoeksbureau Markteffect. Volgens het persbericht van Markteffect werd het onderzoek gedaan in opdracht van marketingbureau E-mail International.

De 96 procent steun voor Zwarte Piet uit het persbericht is gebaseerd op een online panelonderzoek uit september, onder 1.006 respondenten. Zij konden kiezen uit twee stellingen: ‘Zwarte Piet moet blijven en heeft in  mijn ogen niets met discriminatie te maken’ of ‘Roet Piet moet komen, want ik vind dat er dan geen discriminatie meer is.’ De overweldigende meerderheid koos voor Zwarte Piet; Roet Piet had iets meer succes bij allochtonen en bij respondenten onder de dertig, maar ook die groepen kozen in meerderheid voor Zwarte Piet.

Dit panelonderzoek staat los van de peiling via welklekleurpiet.nl, waar bijna 10.000 mensen hun stem uitbrachten op dezelfde stellingen. Zij ontvangen van Email International een cadeaubon in ruil voor enkele persoonsgegevens.

Commerciële uitingen

Bij het stemmen op de site welkekleurpiet.nl moet de respondent akkoord gaan met de algemene voorwaarden. Hierin stond eerst dat Markteffect de respondent per mail mocht benaderen met commerciële uitingen. Volgens Lex Olivier, ombudsman van de brancheorganisatie voor marktonderzoek (MOA), is dit in strijd met de richtlijnen voor opinieonderzoek: “Markteffect behoort geen toestemming te vragen om per mail commerciële uitingen te sturen aan deelnemers.” Na vragen hierover van Nieuwscheckers heeft Markteffect de voorwaarden aangepast: “Tevens mag Markteffect je benaderen voor niet commercieel en anoniem onderzoek.” Markteffect benadrukt dat het gaat om een onbewuste fout: het bureau heeft nooit mensen benaderd met commerciële aanbiedingen en zal dit ook niet doen.

Beperkte vraagstelling

De cijfers in het nieuwsbericht waren gebaseerd op een onderzoek dat de deelnemer de keuze gaf tussen Zwarte Piet of Roetpiet. Volgens prof.dr. Jelke Bethlehem, methodoloog aan de Universiteit Leiden, is deze vraagstelling te beperkt: “Je mag alleen maar kiezen uit Roetpiet en Zwarte Piet. Er zijn misschien nog wel andere soorten pieten denkbaar. Als je echt een onderzoek zou willen doen over Zwarte Piet, zou je nog wel wat meer vragen kunnen stellen.”

Een onderzoek naar Zwarte Piet was niet ons doel, verweert Markteffect-directeur Edgar de Beule zich: ‘Als onderzoeksbureau heb je te maken met de opdrachtgever. Die bepaalt, onder supervisie van onze methodologen, haar onderzoeksdoel. Het doel van de opdrachtgever was het verschil tussen Zwarte en Roet Piet inzichtelijk maken.’

Journalist: “Ik heb geen mening over dit onderzoek”

Waarom bracht Metro de resultaten van dit onderzoek als de mening van Nederland? Nieuwscheckers.nl vroeg het Rens Oving, de journalist die het stuk schreef: “Ik plaatste dit nieuwsbericht omdat er veel discussie is over Zwarte Piet en dit een actueel onderzoek is. Of het onderzoek representatief is, moet u aan de onderzoekers vragen. Ik heb geen mening over of het een goed of een slecht onderzoek is. Het was voor mij niet van belang hoeveel keuzes er waren in dit onderzoek.”

Radicaal de plank misslaan met moslimfundamentalisten

Tuesday, November 4th, 2014

door: Sebastiaan van Loosbroek en Sven Schaap


73 procent van de Nederlandse moslims zou jihadgangers als helden zien, zei Geert Wilders rondom de Algemene Politieke Beschouwingen van 2014. Hij vond het hierom noodzakelijk dat alle moslims in Nederland een anti-shariaverklaring ondertekenen. De Nederlandse media zaten er direct bovenop en binnen enkele dagen bleek dat Wilders’ uitspraken een onjuiste representatie van de werkelijkheid waren. Waar ging het mis? ‘De media zijn altijd dol op cijfers, maar het is belangrijk goed te definiëren wat er bedoeld wordt.’

Kort na Wilders’ bekendmaking, al op 16 september, berichtten ANP, Metro en De Telegraaf over het voorstel van de PVV. Onder het kopje “onacceptabel” werd toegelicht waar het plan vandaan kwam: uit onderzoek van Motivaction voor het NCRV-programma Altijd wat was gebleken dat “73% van de Nederlandse moslims jihadgangers helden noemt”.

Jihadgangers en Syriëgangers

Op 10 juli 2014 had Machiel de Graaf, Tweede Kamerlid voor de PVV, al een soortgelijke claim gemaakt over de ideeën die onder Nederlandse moslims leefden over jihadgangers. Destijds had nrc.next geconcludeerd dat hij onduidelijk was in zijn gebruik van de term jihad. Zo was uit het onderzoek niet gebleken dat de Syriëgangers tegen Assad optraden als onderdeel van de gewapende jihad. Jihad is bovendien een veel te algemene term, vond ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Daarnaast bleek toen al dat het onderzoek alleen was uitgevoerd onder Turkse en Marokkaanse moslims en dus niet representatief was voor de volledige Nederlandse moslimgemeenschap.

Twee dagen na de eerste berichtgeving over Wilders’ uitspraken rond de Algemene Beschouwingen, op 18 september, reageerde Motivaction verontwaardigd: Wilders misbruikte de cijfers van het onderzoek. Senior-onderzoeker Achmed Ait Moha legde uit dat het onderzoek in 2013 was gedaan om de steun voor de gewapende strijd tegen de Syrische president Bashar Al Assad te peilen. De jihadgangers van de Islamitische Staat waren op dat moment nog geen onderdeel van de berichtgeving over het conflict geweest.

In HP/De Tijd legde Moha aan de hand van een vlugge berekening nogmaals uit dat, met de in 2013 gehanteerde definities, uit het onderzoek blijkt dat niet meer dan 19 procent van de Nederlandse moslims de gewapende strijd in Syrië onder de jihad schaart en de deelnemers ook ziet als helden. Hij benadrukt nogmaals dat de meningen over Syrië en IS een jaar geleden waarschijnlijk anders waren dan tegenwoordig.

Sharia en de Koran

Ook hoogleraar Ruud Koopmans van de prestigieuze Berlijnse Humboldt Universiteit kreeg op 18 september de kans om op Wilders te reageren. Tijdens de Algemene Beschouwingen had Wilders zijn plan verder beargumenteerd door een onderzoek aan te halen waaruit volgens hem bleek dat 75 procent van de Nederlandse moslims liever de sharia dan de Nederlandse wet ziet. Koopmans legde in Trouw uit uit dat dit een overdrijving was van de “verontrustende cijfers” die uit zijn onderzoek waren gekomen. Het ging in zijn onderzoek enkel om de regels van de Koran en Wilders stelde die ten onrechte gelijk aan de sharia. De Telegraaf, joop.nl, nu.nl en HP/de Tijd namen dit bericht dezelfde dag over.

Op 19 september herhaalt nrc.next nogmaals een deel van de eerdere factcheck en concludeert wat de dag ervoor ook in veel andere kranten terug te vinden was: de cijfers van Wilders liggen in werkelijkheid genuanceerder en het onderzoek van Koopmans ging over religieus fundamentalisme. Het behandelde de regels van de koran en niet de regels van de sharia, de islamitische wet. Hoewel drie kwart van de moslims aangaf de religieuze regels van de koran belangrijker te vinden dan de Nederlandse wet, wordt de sharia niet genoemd.

‘Alarmerende’ resultaten?

Op maandag 22 september verscheen Ruud Koopmans in een uitzending van KRO Brandpunt om te vertellen over zijn onderzoek naar fundamentalisme. Hij concludeerde: Wilders zat fout, maar heeft gelijk. Nogmaals vertelde hij dat de cijfers die Wilders aanhaalde niet overeen kwamen met zijn onderzoek, maar dat dit wel degelijk de alarmerende boodschap van de PVV-leider ondersteunt. Zo bleek uit zijn onderzoek dat 70 procent tot 75 procent van de Nederlandse moslims een fundamentalistisch wereldbeeld heeft. 11 procent zou zelfs situaties zien “waarin het vanuit de religie mogelijk is dat er geweld wordt gebruikt”. Daarnaast verbindt Koopmans aan zijn gevonden grote groep fundamentalistische moslims vrij gemakkelijk een groep ‘radicalen’.

De Leidse hoogleraar Islam in the west Maurits Berger is niet gealarmeerd: “In zijn onderzoek behandelt Koopmans fundamentalisten, dat wil zeggen: moslims die leven naar de fundamenten van de Islam. Daar zijn er inderdaad veel van in Nederland. Maar het feit dat ze zo leven, zegt niets over wat ze daadwerkelijk doen. Natuurlijk zullen erbij zijn die graag volgens shariawetgeving handen afhakken, maar dat hoeft dus niet. Het feit dat ze de religieuze regels van de Islam belangrijker vinden, zegt ook zoveel als: van mijn gebedsmatje blijf je af. En daar is niets mis mee, dat is gewoon vrijheid van religie.”

Ook van Koopmans’ constateringen over radicalisme en geweld is Berger niet overtuigd: “Er zijn inderdaad ontzettend veel islamitische clubjes, gezelschapjes en studiegroepen. Allereerst zijn dat slechts netwerkjes, geen overkoepelend netwerk. Wel is een deel hiervan inderdaad fundamentalistisch en/of radicaal, maar dat wil niet zeggen dat ze ook direct paramilitair zijn. De media zijn altijd dol op cijfers, maar het is belangrijk goed te definiëren wat er bedoeld wordt. Wanneer dit soort onderzoek op deze manier wordt gepresenteerd, levert het enkel heel diffuse antwoorden op diffuse vragen op.”

Consumentenbond misbruikt stigmatiserend ‘broodje poep’

Friday, November 23rd, 2012

door: Vincent Frequin en Rosa Marijnen

Mensen met een verminderde weerstand kunnen maar beter geen broodjes döner kebab eten,waarschuwde de Consumentenbond op 26 oktober. Meer dan de helft van de onderzochte broodjes zit vol met bacteriën en op 5 van de 49 zat zelfs een ‘poepbacterie’. Maar zo bijzonder en gevaarlijk is die bacterie helemaal niet. Met het döneronderzoek wil de Consumentenbond ook de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onder druk zetten om inspectie-gegevens openbaar te maken. Maar het rapport van de bond zelf mag Nieuwscheckers niet zien. “Onze eigen testmethodes maken wij niet openbaar.”

Het onderzoek van de Consumentenbond bestrijkt 49 kebabzaken in vijf grote steden in Nederland. 27 van de 49 broodjes werden door de bond bestempeld als ‘te vol’ met bacteriën. Daarbij benadrukt de Consumentenbond dat op vijf broodjes de darmbacterie Escherichia coli (E. coli) werd aangetroffen.

Media smullen van poepbacterie

Vrijwel alle nationale media schrijven dezelfde dag nog over het onderzoek. Waar de Volkskrant nog redelijk trouw blijft aan het persbericht (‘Helft broodjes döner kebab volgens Consumentenbond vol bacteriën’), dikt Sp!ts het nieuws een beetje aan (‘Döner kebab stikt van de bacteriën’). De Telegraaf spant de kroon met de kop ‘Broodje kebab vaak broodje poep’. Zelfs het Jeugdjournaal besloot niet zo ver te gaan, zo meldt eindredacteur Joris Marseille op Twitter.

Robbert Ophorst, de internetredacteur van De Telegraaf die het bewuste artikel heeft geschreven, reageert: “Ik kon hem niet weerstaan. E. coli is natuurlijk niet letterlijk poep, maar ja: een kop wil je toch een beetje vettig en prikkelend aanzetten. Een kop over het aantal bacteriën zou wellicht feitelijker zijn geweest, maar in dit geval beleefde ik te veel plezier aan de poep-analogie.”

Ook de rest van de media volgt het persbericht en schrijft over de poepbacterie en de grote risico’s voor zwakkeren. Google indexeert maar liefst 571 resultaten (van traditionele nieuwsmedia tot blogs en tweets) die melding maken van deze vieze vondst in broodjes kebab.

Zwartmakerij van gehele sector

Kebabproducenten organiseerden op 5 november een bijeenkomst om de aantijgingen te bestrijden. Abdurrahman Akbulut (Helal Food) heeft niets tegen het onderzoek van de Consumentenbond, maar werd kwaad omdat de media te veel de nadruk legden op het negatieve. Faruk Halici (Jilpaq Holding): “Wij kebabproducenten zijn tegen de overdreven generalisatie die de Nederlandse pers maakt, wij verzetten ons tegen de zwartmakerij van de volledige kebabindustrie. Het is niet fair om een sector, waar jaarlijks vijftig miljoen euro in wordt omgezet, over dezelfde kam te scheren. Uit drie à vijf slechte voorbeelden de conclusie trekken dat alle gevallen zo zijn, is onlogisch en onbegrijpelijk.”

“Onderzoek is uit de context geplukt, met een enorme beschuldiging eronder”
Hoe gevaarlijk is die ‘poepbacterie’ nu eigenlijk? Escherichia coli is een goedaardige darmbacterie die bij alle mensen voorkomt. In bijzondere gevallen kan hij ziektes veroorzaken: volgens het RIVM is e. coli jaarlijks de oorzaak van 625 tot 1125 voedselinfecties. Maar deze nuancering maakt de Consumentenbond niet.

Ivan Wolffers, bijzonder hoogleraar Gezondheidszorg en Cultuur aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, vindt de ophef rondom de bacterie enorm overdreven. “Het klinkt onfris, maar in het echt valt het mee. Hier wordt niemand ziek van, die bacterie hebben we allemaal. Zwakkeren kunnen altijd wel iets oplopen omdat zij nu eenmaal minder weerstand hebben.” De hoogleraar stelt vooral dat het onderzoek aan context mist: “Dit onderzoek is gedaan op basis van een vooraf gegeven stelling dat deze bacteriën er niet in mogen zitten, terwijl ze zich ook op toetsenborden, deurklinken en bankbiljetten bevinden. De belangrijkste vraag is dan ook niet welke bacteriën er in een broodje kebab zitten, maar welke bacteriën er absoluut niet in zouden mogen zitten. Als er bijvoorbeeld salmonella was aangetroffen, was het een heel ander verhaal.”

Het is een algemeen waanbeeld dat er vreselijke ziektemakers op zo’n Turks broodje kunnen zitten, vindt Wolffers: “We hebben een rare fobie ten opzichte van dergelijk voedsel, dat maakt dat onze perceptie een graadje gespannener is om iets te ontdekken. Ik wil niet zeggen dat het een tendentieus onderzoek is, maar ik zou hierom graag een breder onderzoek gezien hebben.” Hij oppert dat er naast broodjes kebab ook broodjes gezond onderzocht hadden kunnen worden, iets dat men van nature wellicht meer vertrouwt, maar waar evengoed deze bacteriën op zitten. Ook laakt de hoogleraar het feit dat het aantal bacteriën niet gekwantificeerd wordt en dat er nu enkel geroepen wordt dat de broodjes ‘vol zitten met’.

Sensatie

Volgens Wolffers zijn zowel de bond als de media zelf schuldig aan de overdrijving rondom het onderzoek. Om media-aandacht te genereren leggen onderzoekers te vaak de nadruk op het sensationele aspect, maar journalisten moeten op hun beurt weer wat kritischer zijn. Het artikel van De Telegraaf vindt Wolffers dan ook getuigen van slechte smaak en hij is van mening dat dit soort berichtgeving niemand helpt.

De Telegraaf-journalist zelf, Robbert Ophorst, vindt dat het aan de lezer is om bij het lezen van een dergelijk nieuwsbericht de betrouwbaarheid van de Consumentenbond te wegen: “In het verleden hebben ze wel een paar pijnlijke missers gehad, waaronder hun onderzoek naar printercartridges, maar dit was een dusdanig opvallend bericht met de juiste mix van luchtigheid, herkenbaarheid en aansprekendheid dat alle media het onmiddellijk oppikken.” Omdat op de bewuste vrijdagochtend drie media het nieuws publiceerden (AD, ANP en de Consumentenbond) vond Ophorst het niet nodig om het bericht te checken bij de bond of bij een externe deskundige om meer context te bieden.

Lobby tegen NVWA

Het grote verhaal achter het kebabonderzoek, vertelt woordvoerder Babs van der Staak, is dat de Consumentenbond wil benadrukken dat de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) haar gegevens openbaar moet maken over onhygiënische horecagelegenheden.  De bond wil al jaren dat consumenten precies weten waar ze aan toe zijn als ze ergens eten. Zelf weigert de Consumentenbond echter haar eigen onderzoeksgegevens vrij te geven: “Onze eigen testmethodes maken wij niet openbaar.” De bond publiceert een persbericht waarin staat dat de helft van alle broodjes vol zit met bacteriën, maar Van der Staak reageert met de mededeling dat het niet de taak van de bond is om te melden om hoeveel en welke bacteriën het hier gaat. Dit zou de NVWA juist moeten doen.

Conclusie

Hoewel de Consumentenbond aangeeft vaker dergelijk onderzoek te doen, lijkt de uitkomst van de dönertest haar erg goed uit te komen. Om nogmaals te benadrukken dat de NVWA-gegevens openbaar moeten worden gemaakt, scoort de bond met nieuws over ‘poepbacteriën’ in een sector die toch al niet door iedereen vertrouwd wordt. Doordat context en nuancering ontbreken, worden consumenten onterecht bang gemaakt. Kebabzaken lijden onder de generalisatie door de bond en de media. Iedereen kan gerust een broodje kebab eten, de poepbacterie is namelijk ongevaarlijk. Het klinkt onfris, dat wel. Maar daar proef je niks van.

Allochtone specialisten niet per se beter voor kosten en kwaliteit

Tuesday, November 13th, 2012

door: Jelena Barisic en Willemijn Sneep

“Groot tekort aan allochtone medisch specialisten”, kopt de voorpagina van de Volkskrant op 5 oktober. Dat gebrek aan allochtone specialisten zou slecht zijn voor de kwaliteit en de kosten van de zorg. Trouw, De Telegraaf en Het Parool namen het bericht over. Nieuwscheckers ontdekte echter dat er in de rapporten waar de berichtgeving op gebaseerd is nergens gesproken wordt over een ‘tekort’ aan allochtone medische specialisten, noch van een duidelijke relatie met de kwaliteit of kosten van de zorg.

Waarom leidt het huidige ‘tekort’ aan allochtone specialisten tot negatieve gevolgen voor de kwaliteit en kosten van de zorg? Het nieuwsbericht in de Volkskrant gaat niet dieper op de bewering in maar het lange vervolgartikel op pagina acht van dezelfde krant biedt wel wat verheldering:

“Volgens een rapport van oud-minister Ab Klink kunnen er miljarden euro’s bespaard worden in de zorg door onder meer betere communicatie. Dat voorkomt onnodige behandelingen en kan snelle genezing bevorderen. De beleving van ziekten kan verschillen per cultuur, waardoor het kan helpen een arts te hebben die de taal en cultuur van de patiënt begrijpt. Maar voorlopig krijgt een patiënt met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond normaal gesproken te maken met een ‘Hollandse’ arts.”

Volkskrantredacteur Wilco Dekker werkt in het achtergrondartikel ‘Nog steeds vechten tegen de vooroordelen’ die communicatieproblemen niet uit, maar gaat vooral in op de discriminatie van allochtone artsen in opleiding. We pakken de rapporten erbij waar het artikel naar verwijst.

Rapport Klink

‘Kwaliteit als medicijn: aanpak voor betere zorg en lagere kosten’, het rapport van Ab Klink en vier andere auteurs, identificeert drie pijlers die zouden leiden tot betere zorg: het verminderen van overbehandeling en praktijkvariatie (bijvoorbeeld: verschillen in de mate waarin artsen overgaan tot een operatie); patiënten beter in staat stellen mee te beslissen bij medische keuzes; en de zorg beter organiseren.

De ‘betere communicatie’ waar het achtergrondartikel over spreekt, lijkt vooral te slaan op de tweede pijler. Een betere voorlichting aan patiënten zou leiden tot minder onnodige behandelingen. In het rapport gaat het echter over alle patiënten: er wordt nergens specifiek geadviseerd over communicatie met allochtone patiënten.

“De heer Dekker maakt impliciet de denkstap dat specialisten met een allochtone achtergrond beter communiceren met patiënten met een allochtone achtergrond en daarmee ook automatisch tot een betere afweging komen of zorg wel of niet moet plaatsvinden,” stelt Sander Visser, een van de auteurs van het rapport. “Ik vind dit op zichzelf wel een sympathiek pleidooi, maar op basis van ons rapport kun je niet de conclusie trekken dat er meer allochtone medisch specialisten moeten komen.”

De opvatting dat een toename van allochtone specialisten zal bijdragen aan de kwaliteit en de verlaging van de kosten in de zorg, is dus een ongefundeerde interpretatie van het onderzoek van Klink.

Andere oplossingen

Miscommunicatie tussen artsen en allochtone patiënten is een erkend probleem waar het afgelopen decennium veel wetenschappelijk onderzoek naar is gedaan. Wederzijds begrip kan door zowel taalbarrières als cultuurverschillen belemmerd worden. Deskundigen zijn behoorlijk eensgezind over de oplossingen. Wetenschappers stellen dat de culturele kennis van zowel artsen als patiënten vergroot moet worden om de communicatie te bevorderen. Zo zou er op medische opleidingen uitgebreide aandacht besteed moeten worden aan cultuurverschillen binnen de zorg. Deze optie is echter nergens terug te lezen in de Volkskrant-artikelen.

Neuroloog en specialistenopleider Hans Carpay is het dan ook niet eens met de opvattingen in het achtergrondartikel, zo blijkt uit zijn ingezonden brief in de Volkskrant van 8 oktober: “Het opmerkelijk naïeve idee is dat ‘allochtone’ dokters en patiënten beter met elkaar communiceren, en dat de zorg dan goedkoper wordt. Specialisten doen al zo weinig goed. Ze selecteren hun opvolgers dus ook al verkeerd.”

Tekort of discrepantie?

De term ‘tekort’ uit de Volkskrantkop suggereert dat er iets bestaat als een minimale hoeveelheid allochtone specialisten. In het onderzoek van hoogleraar Tineke Abma, waar de bewering deels gebaseerd op zou zijn, wordt die term echter niet gebruikt.

Abma zelf zegt tegen Nieuwscheckers dat zij de kop ‘Groot tekort aan allochtone medische specialisten’ niet gekozen zou hebben: “Deze legt sterk het accent op een kwantitatief tekort. De inhoud van het artikel gaat meer in op hetgeen dat wij onderzochten, namelijk de ervaringen en processen om in de specialistenopleiding te komen als allochtone basisarts, en de bevorderende en belemmerende factoren daarbij.” Abma stelt dat er sprake is van een ‘discrepantie’ tussen het aantal allochtone geneeskundestudenten en het aantal specialisten met deze achtergrond.

Dekker: wel een tekort

Volkskrantredacteur Wilco Dekker blijft van mening dat er wel gesproken kan worden van een tekort. “Dit is de conclusie die ik heb getrokken op basis van het onderzoek van Abma en het rapport van Klink. Het achtergrondartikel gaat verder vooral in op de discriminatie die onder andere plaatsvindt bij de selectie van medische specialisten. Het is geen wetenschappelijk artikel, daarom heb ik niet gekeken naar andere wetenschappelijke voorstellen om de communicatie tussen artsen en allochtone patiënten te verbeteren.”

Hij voegt eraan toe dat de kritiek van Abma opmerkelijk is: “Ze heeft het achtergrondverhaal, waar het woord ‘tekort’ ook meerdere malen in voorkomt, van tevoren gelezen en had er toen geen opmerkingen over. Ook is het artikel voorgelegd aan de Orde van Medisch Specialisten, die geen problemen hadden met het gebruik van het woord, of met andere formuleringen uit het stuk.”

Dekker wijst er bovendien op dat het VUmc naar aanleiding van de resultaten van Abma’s onderzoek maatregelen neemt om de hoeveelheid allochtone specialisten te verhogen. “Als er geen tekort is, dan zouden deze maatregelen niet genomen worden. Daar moet toch een reden voor zijn?”

Die is er: het onderzoek van Abma is gestart door de commissie interculturalisatie van het VUmc, naar aanleiding van de wens van het ziekenhuis om, wat diversiteit betreft, een afspiegeling van de samenleving te zijn. De kosten of kwaliteit van de zorg worden niet als aanleiding van het onderzoek genoemd.

Ongefundeerd

‘Nog steeds vechten tegen de vooroordelen’ is een achtergrondartikel dat ingaat op de discriminatie van allochtone geneeskundestudenten die graag medisch specialist willen worden. Journalist Wilco Dekker beroept zich terecht op de ervaringen van enkele specialisten (in opleiding) en op onderzoek dat naar deze discriminatie is gedaan. Het is echter zowel in het nieuwsbericht als in het achtergrondartikel ongefundeerd om van een ‘tekort’ aan allochtone specialisten te spreken. De uitspraak dat de relatief kleine hoeveelheid allochtone medische specialisten slecht is voor de kwaliteit en kosten van de zorg is een conclusie die niet uit Dekkers bronnen getrokken kan worden. Maar ook onderzoekster Abma en de Orde van Medisch Specialisten, die het artikel voor publicatie lazen, hadden hier alerter kunnen zijn.

Kinderen in Amersfoort niet mishandeld door Marokkanen

Monday, December 12th, 2011

door: Jolien van de Griendt en Romy Groeneveld

Speeltuin in de Kruiskamp.

Als we het Algemeen Dagblad mogen geloven, mishandelen jonge Marokkanen kinderen in de wijk Kruiskamp in Amersfoort. Volgens PVV-Kamerlid Joram van Klaveren gaat het zelfs om een ‘structureel probleem’. Maar hoe ernstig zijn deze voorvallen eigenlijk? Na onderzoek van Nieuwscheckers bleek dat de daders in elk geval niet van Marokkaanse afkomst zijn.

In het artikel (3 oktober) vertelt ooggetuige Sander hoe zijn zoontje door een Marokkaan in elkaar werd geslagen. De toon is ernstig: Amersfoortse kinderen lijken niet meer veilig op straat. Maar volgens Cornelie Hogeveen, woordvoerster van de politie Utrecht, komt de sfeer in het artikel niet overeen met de werkelijkheid: “Er is sprake van een aantal incidenten rondom een kleine groep jongens tussen de 8 en 12 jaar, niet van een trend wat betreft het mishandelen van kinderen in de buurt.” Hogeveen zou dit incident eerder scharen onder ‘pesten’. De term ‘mishandeling’ is volgens haar echt te zwaar.

Hoe erg is ‘overlast?’

Marco Willemse, journalist van het Algemeen Dagblad, is het hier niet mee eens. “Mijn collega (Istvan Kövi, red.) heeft het slachtoffer gezien: deze had een blauw oog en gescheurde lip. Ja, dan vind ik het geen gepest meer. Het ging hier ook om vier of vijf leeftijdgenoten die het slachtoffer te grazen namen.” Uit de beschrijving van Willemse kunnen we dus afleiden dat het voorval inderdaad meer is dan onschuldig gepest.

“De toon in berichtgevingen is de laatste tijd harder geworden”, vertelt Monique Koemans, die deze maand promoveerde op een studie naar straatoverlast. Dit AD- artikel vormt hierop geen uitzondering. “Voorheen was overlast een op zichzelf staand incident, maar tegenwoordig wordt het steeds meer gekoppeld aan criminaliteit”, aldus Koemans. Dit kan verklaren waarom een medium als het AD de overlast labelt als mishandeling, terwijl de politie spreekt van pesten.

Toch is er geen reden voor de inwoners van Kruiskamp om hun kinderen thuis te houden. Ruim een week na het bericht van het AD, bracht DeStadAmersfoort.nl een ander bericht naar buiten. Hierin staat dat de rust is weergekeerd in Kruiskamp. “Inmiddels hebben de vijf kinderen hun drie slachtoffertjes ontmoet in aanwezigheid van de wijkagent en de jongerenwerker. Er zijn handjes geschud en er zijn excuses aangeboden.” Omdat de ‘boel is gesust’, wilde wijkcoördinator Marianne Stolwijk niet inhoudelijk reageren op de media-aandacht. “Het is nu klaar. Ik wil niet dat deze wijk weer de aandacht krijgt die het niet verdient.”

‘Slordig van de journalisten’
In het AD-bericht worden Marokkanen als daders aangewezen. AD-verslaggever Willemse vond het belangrijk om de etniciteit te vermelden. “Het spanningsveld was in dit geval tussen autochtonen en allochtonen”, legt hij uit. “Omdat de politie geen uitspraak deed over de daders, moesten we op onze eigen bronnen afgaan. Zij zeiden allemaal dat het Marokkanen waren.” Dit blijkt echter niet te kloppen, zo weet politiewoerdvoerster Hogeveen ons te vertellen. “Het waren geen autochtone kinderen, maar het ging ook niet om Marokkanen. Het is slordig van de journalisten dat zij gewoon overgenomen hebben wat de ouders dachten zonder dat verder te controleren.” Het Algemeen Dagblad heeft dus een grove fout gemaakt in de kop van het artikel. Nu wordt de Marokkaanse jeugd in Kruiskamp onterecht als schuldig beschouwd. Dit roept weer een vlaag aan negatieve reacties op, waarin wordt afgegeven op ‘de Marokkaan’. Een voorbeeld hiervan is de volgende reactie van ‘Birdje’ op de AD-site:

“Intimidatie, afpersing,mishandeling en gebrek aan respect voor ouderen zijn van toepassing op de huidige generatie Marokkaanse jongeren. Wat ze in Marokko niet durven, durven ze hier wel. Het is een door en door agressief ras jegens de samenleving en ik ben geen Wilders fan, maar hij heeft wel gelijk. Keihard aanpakken deze groep. Opsluiten in een kamp.”

De onjuiste aanduiding van de daders kan dus gevolgen hebben voor de manier waarop sommige Nederlanders tegen Marokkanen aankijken. Willemse erkent zijn fout, maar zegt ter verdediging dat hij het op dat moment gerechtvaardigd vond om het artikel op deze manier te brengen, omdat het uit de mond van een bron komt. “We hebben daar natuurlijk wel ethische richtlijnen voor”,  zegt hij. “De bron moet betrouwbaar zijn en meerdere bronnen  hebben onafhankelijk van elkaar hetzelfde bericht.” Nieuwscheckers vindt dat Willemse expliciet had moeten aangeven dat de daderbeschrijving van de bron afkomstig is.

Structureel probleem
Wat betreft de situatie in de Amersfoortse wijk Kruiskamp is er volgens de politie geen sprake van een structureel probleem. “Van het geval dat in het Algemeen Dagblad omschreven wordt, is niet eens aangifte gedaan; niet van de mishandeling in ieder geval”, zegt Hogeveen. “De vader die geïnterviewd werd, heeft wel in paniek 112 gebeld, omdat hij zich bedreigd voelde door de groep jongens nadat hij hen vermanend had toegesproken.” Er is wel één andere melding gedaan van een incident met betrekking tot dezelfde groep jongens, door een moeder. De politie was al bezig met deze zaak vóór die de media haalde.

Kamervragen

Het Algemeen Dagblad meldde dat PVV-kamerlid Joram van Klaveren Kamervragen zou stellen over de situatie, maar deze kreeg niet de kans om ‘minister Donner op het matje te roepen’. Kamervoorzitter Verbeet koos er namelijk voor om zijn vraag niet te behandelen tijdens het vragenuurtje. “We hebben er verder geen werk van gemaakt, omdat de begroting eraan komt. Daarin vragen we speciale aandacht voor dit probleem”, vertelde Van Klaveren. Dat het in Kruiskamp volgens de politie niet om Marokkanen ging, was nieuw voor hem. Van Klaveren, die eerder nog wilde dat het kabinet erkende ‘dat er meer aan de hand was met Marokkanen’: “Maar dat doet er ook niet toe, want ook als het om autochtone daders was gegaan, hadden we hier extra aandacht voor willen vragen. Het gaat om een structureel probleem in de samenleving dat jonge kinderen op straat mishandeld worden.”  De Amersfoortsde fracties van VVD, Groenlinks en PvdA hebben bij het college van B&W vragen ingediend over de situatie in Kruiskamp, die inmiddels zijn beantwoord. Het bericht van het Algemeen Dagblad heeft dus veel ophef veroorzaakt. Verslaggever Willemse is daar zelf niet van geschrokken. “Ik vind persoonlijk dat dat ook wel mag. We lopen er in elk geval niet voor weg.”

Focus op slachtoffer
Volgens politiewoordvoerster Hogeveen hebben de journalisten van het Algemeen Dagblad wel contact gezocht met de politie Utrecht, maar deze niet de kans gegeven om de vragen te beantwoorden. “Mijn collega werd gebeld toen hij in de auto zat”, vertelt Hogeveen. “Hij vroeg de journalist in kwestie of hij zijn vragen even op mail kon zetten, zodat hij even rustig uit kon zoeken of er misschien sprake was van een trend.” Die e-mail is er volgens de politie nooit gekomen. Van dit voorval kan journalist Willemse zich niets herinneren. Volgens hem was de informatie van de politie ook niet het evident. “Onze focus lag op het verhaal van het slachtoffer”, reageert hij. “We hebben de politie gebeld met de vraag of er melding is gedaan en of ze hun beleid hierop aanpassen. We hebben ons daar vooral op gericht en niet op de zaak zelf.”

Het bericht staat nog steeds ongewijzigd op de site van het AD, onder de kop ‘Jonge Marokkanen mishandelen kinderen in “hun” wijk’. Gevolgd door 163 merendeels verontwaardigde reacties. In het AD zelf werd op 8 oktober wel uitvoeriger en genuanceerder over het voorval bericht. Zo werden er bijvoorbeeld cijfers gepubliceerd over het aantal niet-westerse allochtonen en werkzoekenden in de wijk. Ook werden de ontwikkelingen in Kruiskamp als Vogelaar-wijk belicht. De fout met betrekking tot de afkomst van de daders werd rechtgezet: “De politie weet inmiddels wie de daders zijn, zegt woordvoerder Hogeveen. ‘Het gaat om vijf jongens, van wie ik alleen kan zeggen dat ze níet van Marokkaanse afkomst zijn. Er zijn gesprekken gevoerd, handjes geschud en excuses aangeboden, maar het krijgt nog een vervolg’”, schreven Willemse en Kövi. Tot slot verscheen er in diezelfde dag ook een genuanceerder stuk waarin meer betrokkenen aan het woorden kwamen – helaas wel alléén in de papieren krant.

Hoe overlast ‘straatterreur’ werd en Oosterwei weer in het nieuws kwam

Wednesday, December 8th, 2010

Door: Jan-Willem van der Mijde en Dewie Oediet Doebé
  

De laatste slag in de strijd tegen Marokkaanse straatterreur werd zaterdag 30 oktober gestreden in de beruchte Goudse buurt Oosterwei. Tenminste, als we de media moeten geloven. Het Algemeen Dagblad breekt vier november het nieuws over het zogenaamde ‘bloembollenincident’ en De Telegraaf zet vervolgens hard in met de kop “Straattuig heer en meester in Gouda”. Het nieuws wordt vervolgens opgepikt door andere dagbladen en op tv door het NOS, RTL nieuws, Hart van Nederland, DWDD en Pauw & Witteman. Alwéér hommeles in Oosterwei. Alhoewel, alweer? Bij nader inzien strookt de berichtgeving niet met de werkelijkheid en mist vooral De Telegraaf de nuance. 

Zaterdag 30 oktober: om Oosterwei op te leuken zouden er tijdens een schoonmaakactie bloembollen worden uitgedeeld terwijl clowns Knoef en Tomaat voor vertier zouden zorgen. Zestig huishoudens uit de buurt waren uitgenodigd, maar bij aanvang bleken alleen zo’n dertig kinderen aanwezig, zonder ouders. Een groep van tien kinderen tussen de acht en de veertien, die al enkele maanden overlast veroorzaakt, besmeurt de glijbaan met chocomel en gooit met de nog te planten tulpenbollen. Clown Knoef wordt op zijn hoofd geraakt en de actie wordt afgeblazen. 

Van brandbrief tot nieuwsbericht
Voor Jannie van Leeuwen, voorzitter van de bewonerscommissie, was het de spreekwoordelijke druppel: “Die jochies gooiden heel bewust stenen en bloembollen naar iemands slaap. Dat geeft voor mij aan dat het niet allemaal zo onschuldig was.” Een dag later mailt ze een brandbrief naar gemeente, politie en wijkinstanties. Met succes: Jan van den Heuvel van de Goudse afdeling van de PvdA formuleert raadsvragen en voegt de brief, met de vermeende instemming van Van Leeuwen, als bijlage toe. Van Leeuwen meent het echter niet meer scherp te hebben of zij daarmee had ingestemd. Binnen de raad is het een goede gewoonte om, aldus de oud-politiewoordvoerder, “gelijk een cc’tje naar de pers te sturen.” Daarop spreekt Van den Heuvel Ruud Witte van het AD Groene Hart en stelt hem voor contact op te nemen met Van Leeuwen. 

In de brief bij de raadsvragen heet Van Leeuwen ‘mevrouw Van L.’, maar het AD vermeldde haar volledige naam. Over de toedracht bestaat onduidelijkheid. Volgens Witte was de keuze aan haar, maar Van Leeuwen beweert: “Ik heb dat een beetje gelaten. Het werd een hele rare discussie. Het artikel moest snel af en ik mocht het niet zien. Als mijn naam er niet in stond, zou het een soft artikel worden. Toen dacht ik al ‘help’.” Op basis van het gesprek met Witte was Van Leeuwen in de veronderstelling dat haar brief enkel als basis zou fungeren voor een artikel over de raadsvragen van de PvdA en dat er niet uit zou worden geciteerd. Witte onkent onder tijdsdruk te hebben gestaan en meent dat er geen onduidelijkheid bestond over de aard van het artikel. Volgens de journalist is het bovendien ongebruikelijk om een artikel vóór pulicatie voor te leggen. Alhoewel Van Leeuwen zich achteraf “een beetje bekocht voelt” meent ze dat het resulterende artikel “Spoedoverleg Oosterwei” (niet online) een juiste voorstelling van de zaken geeft. Maar wat volgde had volgens haar weinig meer met de werkelijkheid te maken. 

Niet Oosterwei, maar Goverwelle

De Telegraaf zet de toon
Een dag na het AD bericht stelt De Telegraaf in “Straattuig heer en meester in Gouda” dat Oosterwei opnieuw wordt “geterroriseerd door Marokkaanse straatschoffies”. Telegraafjournalist Jenny van der Zijden verwijst daarbij naar het ‘busincident’ van twee jaar geleden, waarbij een chauffeur van Connexxion werd beroofd. “Het lijkt hetzelfde beeld als twee jaar geleden”,  aldus haar artikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu”. Stijn Hustinx en Caspar Naber van het AD (landelijke editie) verwijzen enkele dagen later in “Midden in Oosterwei zit een zweer” tevens naar het incident: “Wéér is het mis in de wijk Oosterwei in Gouda.” De journalisten vermelden daarbij niet dat het busincident niet in Oosterwei maar in de aangrenzende buurt Goverwelle plaatsvond en dat de overvaller tussen de 25 en 30 jaar zou zijn geweest. Zeker geen kind of hangjongere meer. Connexxion bevestigt dat ook in de laatste paar maanden geen ernstige incidenten hebben plaatsgevonden in de buurt. “Als er in Gouda wat gebeurt of er is een tendens zichtbaar, dan wordt dat gelijk besproken met politie en gemeente. Maar dat is de afgelopen maanden niet nodig gebleken,” aldus Herman Opmeer, woordvoerder van het vervoersbedrijf. 

De Telegraaf en het AD beweren meermalen dat het veiligheidsgevoel onder de inwoners van Oosterwei is afgenomen. Volgens de gemeente blijkt echter uit de Stadsmonitor 2010 dat er “positieve ontwikkelingen zijn te zien als het gaat om het veiligheidsgevoel en het gevoel of het ‘vooruit’ of ‘achteruit’ gaat in de buurt.” Deze data hebben echter betrekking op de gehele gemeente Gouda, dan wel Gouda-Oost (Oosterwei, Vreewijk en de Voorwillenseweg). Bovendien was er in de vier peilingsjaren om-en-om een daling en stijging in het veiligheidsgevoel waar te nemen. Een eenduidige uitspraak over de veiligheidservaring van 2010 is dan ook moeilijk te doen. 

Een verklaring voor de mogelijke vertekening van de cijfers wordt gegeven in de Veiligheidsmonitor op wijkniveau 2009, waarin staat dat in dat jaar de veiligheidsbeleving was afgenomen mede door “de incidenten en de overmatige mediabelangstelling die zich medio 2008 hebben voorgedaan in Oosterwei.” Opmerkelijk aan de berichtgeving vóór oktober 2010 is dat het AD Groene Hart op 29 mei meldde dat volgens diens eigen misdaadmeter de misdaadcijfers in Gouda daalden, alhoewel Gouda steeg in de nationale ranglijst. Op 20 juni meldde dezelfde krant dat de Molenbuurt in Goverwelle en de wijk Korte Akkeren ten noorden van de Emmastraat/Tollensstraat de onveiligste plekken waren in Gouda. Terwijl de buurt Oosterwei, “die landelijk het stempel van onveilig kreeg opgeplakt”, in geen van de lijstjes in de top drie voorkwam. 

Toch schetst raadslid Bas Driesen van Trots op Nederland in het Telegraafartikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu” een grimmig beeld van de wijk: “Kinderen dealen, ze randen vrouwen aan.” Driesen legt uit: “Dit is wel een hele kort-door-de-bocht quote, maar het klopt wel, al gaat het niet om een grote groep.” Op de vraag hoe Driesen dat weet: “Ik hoor dat van diverse bronnen uit de wijk, maar ik kan geen namen noemen.” We vragen de bewuste journalist van De Telegraaf of zij de beweringen van Driesen heeft gecheckt: “Wij hebben alles nagecheckt. Daar wil ik het graag bij laten.” 

‘Ik hou van mijn wijk’
Jannie van Leeuwen herkent haar buurt niet in de Telegraafartikelen: “Dat vind ik geen taal. Je scheert daarmee vooral de Marokkaanse bewoners over een kam, terwijl dat echt nooit mijn signaal is geweest.” Ook PvdA-raadslid Van den Heuvel vond de krant daarin te ver gaan. “Als onze stad volgend jaar economisch minder in trek is, dan moet De Telegraaf dat ook maar voor haar rekening nemen.” Volgens Van Leeuwen wordt het probleem door de media groter gemaakt dan het is:  “Ik hou van mijn wijk en wij wonen er echt met ontzettend veel plezier. Die jongens zijn best voor rede vatbaar als ze maar echt worden aangesproken op hun gedrag.” Toch wilde ze in het belang van de buurtbewoners en gemeente na de eerste berichtgeving niet in de publiciteit treden. “Ik had mijn twijfels of mijn goede woorden terecht zouden komen.” 

De clowns Knoef en Tomaat zochten ook bewust de media niet op. Volgens hun woordvoerder Arie Kraai varieerde de mediaberichtgeving “van een simpele feitenopsomming tot de wilde fantasie van Geenstijl.” Kraai vindt dat “Er zoveel scoringsdrang en frustratie bij journalisten is dat onze woorden zeker verkeerd gebruikt zouden zijn.” Ook de gemeente Gouda vindt de mediaberichtgeving over Oosterwei weinig genuanceerd. “Op lokaal niveau kun je makkelijker duiden dat Oosterwei maar uit een paar straten bestaat en dat de overlastgevende jongens een kleine groep zijn. Maar sommige landelijke media willen de overlast in Oosterwei ophangen aan de hele landelijke ‘Marokkanenproblematiek’,” aldus Ingrid Spuit, communicatiemedewerker van gemeente Gouda. 

De media-werkelijkheid
Uit de cijfers – die veelal ontbraken in de berichtgeving – blijkt dus dat de criminaliteit in Oosterwei de laatste jaren is afgenomen en dat de buurt door de jaren heen als minder onveilig wordt ervaren dan achterstandswijken in andere grote steden. In een reactie op de berichtgeving nuanceert de gemeente echter de cijfers, doordat “wijkbewoners die dagelijks last hebben van treitergedrag, er weinig aan [hebben] om te zien dat de cijfers een positieve ontwikkeling laten zien.” Desalniettemin draagt ook de aanhoudende negatieve berichtgeving, eveneens als in 2008 na ‘het busincident’, toe aan het gevoel van onveiligheid en overlast. 

Promovendus bestuurskunde Iris Korthagen schreef naar aanleiding van de Goudse mediahype in 2008 haar masterthesis over de relatie tussen nieuws en beleid. Het valt haar op dat de mediaberichtgeving over Gouda dit keer genuanceerder is dan toen: “De Telegraaf gebruikt nog steeds grote woorden als ‘straatterreur’, maar ik zie bij een krant als het NRC met het artikel “Opnieuw kijkt iedereen naar Gouda” een veel meer genuanceerde berichtgeving. Je zag vooral dat nu al veel sneller na het eerste nieuws een discussie in media – zoals het NRC – begon over de werkelijkheid zoals die door media als de Telegraaf en politici van de PVV werd verkondigd.” Korthagen vindt het een kwalijke zaak dat politici het gebrek aan nuance van bepaalde media overnemen. “Hierdoor ontstaat het gevaar dat politici beleid maken dat gebaseerd is op de media-werkelijkheid en niet op wat er werkelijk is gebeurd.” 

Minimediahype
Opvallend aan deze minimediahype was dat de directe betrokkenen van het bloembollenincident na de eerste berichten al snel uit het nieuws verdwenen. In het beeld van de buurt dat daarna ontstond, kwamen verschillende individuen en instanties aan het woord die ieder hun eigen belangen hadden. De recente berichtgeving over Oosterwei lijkt daardoor onterecht te zijn gekleurd doordat vluchtige indrukken van een buurt die al het stempel ‘fout’ draagt, als typerend worden aangevoerd, terwijl cijfers en beweringen die dat beeld nuanceren in twijfel worden getrokken. De Telegraaf was daarbij in toonzetting en bronnenselectie op zijn minst ongenuanceerd en bij vlagen sensatiezuchtig. Het AD was minder rechtlijnig maar rechtvaardigde met die nuance niet de overtrokken berichtgeving in de landelijke edities van een incident dat op zichzelf een zeer beperkte en vooral lokale nieuwswaarde heeft. Dat het incident in Oosterwei plaatsvond, maakt het niet meer nieuwswaardig; overlast van een kleine maar hardnekkige groep jongeren in een randstedelijke buurt is allerminst uniek.

AD zoekt problemen rond Amersfoortse moskee

Thursday, November 12th, 2009

Door Renée van der Nat en Jerry Vermanen

P1020174

Op 18 september verschijnt in het AD regio Utrecht een artikel met de kop ‘Ik schiet die hond dood!’ In de Amersfoortse wijk Liendert lopen de spanningen tussen buurtbewoners en bezoekers van de El Fathmoskee volgens de journalisten hoog op. “De sfeer rond de El Fathmoskee in Liendert is verziekt nadat een hondenbezitter is gemolesteerd door moskeegangers”, aldus het AD. Het artikel doet geloven dat de situatie rondom de El Fathmoskee in Liendert onhoudbaar is. Maar de moskee of de bezoekers daarvan komen niet aan het woord. Klopt dit verhaal wel? De nieuwscheckers reisden naar Amersfoort om het te controleren.

Kapotte bril

Het ontbreken van de bron doet vermoeden dat hier geen officiële instantie bij betrokken is. Een telefoongesprek met de politie Amersfoort bevestigt dit. Na wat speurwerk blijkt dat de tipgever de achterbuurvrouw van het slachtoffer is. Zij was afgestapt op twee AD-redacteuren (niet de schrijvers van dit artikel) die achter de moskee bezig waren voor een artikel over een gemeentebesluit over het voetpad. Deze tip leidde tot het artikel dat nu onder de loep ligt.

Dat er iets achter de moskee heeft plaatsgevonden is duidelijk, maar wie het incident is begonnen blijft schimmig. Het artikel in het AD heeft de verklaring van de buurtbewoners als waarheid aangenomen. De tipgeefster heeft regelmatig contact met het slachtoffer, dus er is geen sprake van een bron zonder belangen. Op de site van het AD schrijft ene Achmed22 dat hij aanwezig was bij het incident, en dat juist het slachtoffer het conflict begon. Hierdoor wordt het ‘zijn verhaal tegen het andere’. Welk verhaal is nu het juiste? AD-redacteur Leo de Vries: “Wij hebben het slachtoffer gesproken en de kapotte bril gezien. Daarnaast hebben we ook ooggetuigenverslagen. Ik zoek het altijd zelf uit. Wij staan op zakelijke voet met de betrokken partijen.”

Fietsende moskeebezoekers

In het artikel wordt sterk de nadruk gelegd op de onreinheid van honden in de moslimcultuur. Islamspecialist Martijn de Koning bevestigt dat honden weinig aanzien hebben bij moslims.  “Honden worden inderdaad beschouwd als onrein. Dat betekent dat ze er afstand van nemen, ze liever niet aanraken en ze niet in huis nemen.” Hij maakt wel een belangrijke kanttekening:  ”Je hebt verschillende niveau’s van afkeer. Als je zo anti-hond bent dat je iemand zijn bril van zijn hoofd slaat, vermijd je dit soort paden. Als het zodanig escaleert, lijkt het me dat er iets meer aan de hand is. Mijn eerste reactie na het lezen van het artikel was dat de moslims wel erg tot ‘moslims’ gereduceerd werden.” Volgens De Koning is de moslimgemeenschap net zo gevarieerd als de Nederlandse cultuur. Het is te makkelijk om een verklaring in de islam te zoeken.

kaart omgeving copy

Opmerkelijk is dat het artikel slechts uitgaat van fietsoverlast op het hondenuitlaatpad van de moskeebezoekers. De juiste zoekterm in Google of een wandeling door de buurt onthult dat de moskee niet als enige de fout in gaat. Het voetpad wordt namelijk ingeklemd door twee scholen: het ROC en het Meridiaan College. Een groot deel van de overlast wordt veroorzaakt door jongeren – onder wie ook moslimjongeren. Een hondenbezitster op het paadje laat weten dat dit inderdaad klopt: “Het probleem ligt bij de fietsers, en dat zijn lang niet altijd de moskeebezoekers. De scholieren die op dit pad fietsen, zijn vaak nog erg asociaal ook.”

‘Vroeger was de  buurt een stuk slechter’

P1020175 Hoe zit het dan met de spanningen in de wijk? Het artikel zet de moskee en de buurt tegenover elkaar, maar niets is minder waar. De buurt bestaat voor een groot deel uit moskeebezoekers. Meerdere buurtbewoners hebben dit bevestigd. Volgens het CBS bestaat de bevolking van de wijk Liendertsedreef voor 38 procent uit niet-westerse allochtonen. Het beeld van een Nederlandse wijk die problemen heeft met een moskee is dus verkeerd geschetst. Een Turkse buurtbewoner: “Hier wonen Turken, Marokkanen, Nederlanders, van alles wat.”

Is er dan sprake van spanningen tussen de autochtone en buitenlandse bewoners? In de wijk zijn wisselende geluiden te horen, maar het merendeel is positief over de huidige sfeer in de wijk. “Ik woon hier al veertig jaar en zit hier goed. Ik wil hier niet meer weg. Er zijn geen spanningen. Je hoort links en rechts wel eens wat, maar het valt enorm mee”, aldus een 79-jarige bewoonster. De plaatselijke fietsenmaker is het hier mee eens. “Vroeger was de buurt een stuk slechter, maar dat is erg verbeterd. De sfeer is nu goed. Ik heb het idee dat de media dit soort incidenten erger maken dan het is.”

Heftig geciteerd

Ondanks die positieve verhalen is er volgens opbouwwerkster Marieke van Krugten toch iets aan de hand. Het is alleen lang niet zo erg als in het artikel wordt geschetst:  ”Er is natuurlijk wel iets gebeurd. Dit soort spanningen komt wel voor in de buurt, maar ik vond het bericht wel vrij eenzijdig. Naar mijn mening heeft een journalist een controlefunctie. Ik miste een reactie van de moskee. Je ziet niet hoeveel arbeid de journalist erin heeft gestoken om ze te spreken te krijgen. Maar er zijn ook genoeg buurtbewoners die het geen enkel probleem vinden dat de moskee er staat. Die zijn nu niet voldoende in beeld gebracht.” Volgens Van Krugten geven de reacties van de overige geciteerden ook niet het juiste beeld. “Ik heb het idee dat er vrij heftig geciteerd is. Ik ken de negatieve geluiden uit de buurt, dus het klopt dat er tegenstanders zijn. Maar nu krijg je het idee dat de hele wijk er tegen is, en dat klopt niet.”

Eenzijdig

Het AD laat ook positieve geluiden horen uit Liendert.  Buurtbewoners Tini Hilhorst en Kelvin Hagebeek vinden het allemaal wel meevallen. Het commentaar van de allochtone buurtbewoner blijft afwezig. Leo de Vries vindt dat ook helemaal niet relevant voor het artikel: “Het probleem speelt zich af rond de moskee. Andere allochtone buurtbewoners hebben hier niets mee te maken.”

Maar ook de moskeebezoekers komen niet aan het woord.  ”We hebben wel geprobeerd wederhoor toe te passen,” zegt Leo de Vries, “maar de moskee heeft niet gereageerd.”  De Vries en Tomassen zijn tijdens hun onderzoek als eerste bij de moskee langs geweest, maar een reactie bleef uit. Na herhaaldelijk contact te hebben gezocht via e-mail, telefoon en het aanspreken van bezoekers komt er geen officieel standpunt van de moskee naar voren. Ook de Nieuwscheckers hebben dit ondervonden: de moskee is slecht bereikbaar en geeft geen commentaar.

Maar houdt het werk van de journalist daar op? Zijn er echt geen andere Liendertse moslims die commentaar willen geven op de gebeurtenissen? De Vries en Tomasen hebben wel allochtone bewoners aangesproken, zeggen ze, maar die vinden dat er geen probleem is of geven geen commentaar. Maar is de reactie ‘er is geen probleem’ geen goed commentaar?

Conclusie

De Nieuwscheckers komen tot conclusie dat het AD hier de nuance mist. Het staat buiten kijf dat er iets is gebeurd achter de El Fathmoskee, maar de toon en inhoud van het artikel sluiten niet aan bij onze eigen bevindingen van de sfeer en toestand in de wijk. Het lijkt erop dat deze ‘verziekte’ sfeer slechts een kleine groep buurtbewoners betreft. Een groep die zich al jaren verzet tegen de El Fathmoskee en die daar ook tegen lobbyt bij de krant en bij lokale politieke partijen.

Uit het onderzoek van de Nieuwscheckers is gebleken dat er geen groot probleem is in de wijk. Dit staat in directe tegenspraak met de reactie van Leo de Vries. Hij heeft uit zijn eigen onderzoek de conclusie getrokken dat er echt iets aan de hand is. Het is opmerkelijk dat er in het hele artikel geen moskeebezoekers of buitenlandse buurtbewoners aan het woord komen, terwijl de wijk toch voor een groot deel uit verschillende nationaliteiten bestaat. Een genuanceerder beeld was op zijn plaats geweest.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes