Posts Tagged ‘ANP’

Nederlanders zitten nog steeds veel voor de buis

Tuesday, September 29th, 2015

Door: Freek van Vliet en Marjon de Zeeuw

Nederlanders kijken minder ‘gewoon’ televisie, kopten verschillende media begin september. Een opmerkelijk bericht, vergeleken met eerdere nieuwsberichten over ons kijkgedrag. “Nederlander keek nog nooit zoveel televisie”, schreef de NOS over 2014, toen we bijna 3,5 uur per dag voor de buis zaten. Misschien nog opmerkelijker: het nieuwsbericht over de daling is gebaseerd op een onderzoeksrapport van 3000 euro dat nooit is ingezien door journalisten. Hoe zit dit? Kijken we een half jaar later echt opeens zoveel minder televisie?

De recente nieuwsberichten komen alle van een ANP-bericht. Dat is gebaseerd op een onderzoek van Telecompaper, een onafhankelijk onderzoeksbureau dat sinds 2014 twee keer per jaar een rapport uitbrengt over kijkgedrag. Op basis van hun rapport Video behaviour of Dutch consumers concludeerden onderzoekers Rianne Bosman en Sanne de Bruyckere dat Nederlanders relatief minder ‘lineair’ televisie zijn gaan kijken: gemiddeld nog zo’n twee uur per dag.

“Lineair televisie kijken”, legt De Bruyckere uit, “is een programma bekijken op het moment dat het wordt uitgezonden.” Dit traditionele kijken zou onder grote druk staan door vele andere mogelijkheden waarmee mensen programma’s kunnen zien, zoals Netflix en Uitzending Gemist.

Andere cijfers: Stichting Kijkonderzoek
Dat we in 2014 juist meer televisie keken dan ooit, komt voort uit gegevens van Stichting Kijkonderzoek (SKO). Deze stichting meet net als Telecompaper hoeveel uur mensen tv kijken, maar komt op heel andere getallen uit. Voor het tweede kwartaal van 2015 meldt SKO dat we gemiddeld 168 minuten per dag lineair tv keken, tegenover 120 minuten bij Telecompaper. Een enorm verschil.

De ongelijke resultaten zijn te verklaren door de uiteenlopende onderzoeksmethodes. Waar Telecompaper online enquêtes houdt om mensen te bevragen over hun kijkgedrag, baseert SKO haar gegevens op een ‘kijkmeter’ die is aangesloten bij een panel.

Onderzoeksmethodes
“SKO heeft die kastjes maar bij 1.200 huishoudens staan,” zegt De Bruyckere van Telecompaper. “Dat is niet heel erg veel. Wij ondervragen wat meer mensen: zo’n 6.600.” Toch wil ze niet stellen dat het onderzoek van Telecompaper betrouwbaarder is dan dat van SKO. “Het is gewoon anders. We meten op een andere manier.”

SKO-directeur Bas de Vos stelt echter dat je voor kijkonderzoek in de basis beter kunt registreren wat mensen doen, dan het alleen te vragen. “Ons kijkonderzoek registreert het kijkgedrag in een panel van 2.700 mensen. De kijkmeter meet 365 dagen per jaar, per seconde wat mensen kijken.” De Vos twijfelt verder aan de representativiteit van de steekproef van Telecompaper: “Een online enquête kan een bias hebben naar mensen die meer online zijn. Daarnaast ondervraag je niet dat stuk in de bevolking dat geen of weinig internet gebruikt”, aldus De Vos.

Willem Mekking, kijkcijferexpert bij de Nederlandse Publieke Omroep, verklaart het lagere aantal minuten lineaire tv bij Telecompaper doordat de deelnemers aan de enquête de neiging hebben hun hoeveelheid kijkgedrag te onderschatten. “Ze vergeten bijvoorbeeld dat ze soms overdag ook wel eens kijken, omdat ze bij de activiteit ‘televisie kijken’ veelal aan ’s avonds kijken denken. Daarnaast is het voor veel mensen ook sociaal wenselijk om te rapporteren dat ze weinig televisie kijken; heel veel televisie kijken wordt toch nog door veel mensen als iets negatiefs gezien.”

Seizoensverschillen
Telecompaper baseert de conclusie op een vergelijking van het vierde kwartaal van 2014 en het tweede kwartaal van 2015. Deze vergelijking is niet ideaal. In oktober, november en december zijn er veel nieuwe programma’s te zien; tegenover dat tv-hoogseizoen staat hier de periode van april tot en met juni, waarin er meer herhalingen op de buis zijn.

Mekking wijst op het gevaar van het vergelijken van deze verschillende seizoenen: “In de winter wordt doorgaans fors meer televisie gekeken dan in het voorjaar. Je kunt dus niet uitsluiten dat de gerapporteerde verschillen voor een aanzienlijk deel zijn terug te voeren op seizoensverschillen.” Zoals blijkt uit de kijkcijfers van SKO, vindt deze daling  tussen de verschillende kwartalen elk jaar plaats. “Om uitspraken te doen over kijktijd vind ik het verstandig om dat in principe te doen over perioden van hele jaren”, aldus Mekking.

De Bruyckere van Telecompaper beaamt dat het seizoen invloed kan hebben op de kijktijd. “Als er een wat sterkere programmering is in de winter, kijken mensen wat meer tv op de bank,” zegt ze. “We corrigeren daar niet voor in onze resultaten. Maar we maken er wel aantekeningen bij. Tegen de lezer zeggen we: het kan ook liggen aan de sterke of minder sterke programmering.”

Niet alleen seizoensverschillen verklaren de verschuiving in kijkgedrag, ook de uitzending van grote sportevenementen speelt een rol. Deze waren in 2014 medeverantwoordelijk voor de hoogst gemeten kijktijd ooit. De Vos: “In totaal is de kijktijd in het tweede kwartaal van 2015 wat gedaald ten opzichte van vorig jaar, maar dat is voor het grootste deel te verklaren uit het ontbreken van de Olympische Spelen en het WK Voetbal dit jaar.”

Relatieve percentages
Dus: kijken Nederlanders nu meer of minder lineair televisie? Telecompaper benadrukt dat de conclusie van het onderzoek doelt op het relatieve percentage: het aandeel van lineair kijken in de totale kijktijd neemt af, van 47 naar 39 procent. In absolute zin verandert er niet zoveel. “Het is niet zozeer dat mensen in minuten minder lineair tv kijken,” legt De Bruyckere uit. “Het is vooral dat mensen op al die andere manieren ‘extra’ kijken.”

Deze nuance ontbreekt in de kop van het ANP: “Nederlanders kijken minder ‘gewoon’ televisie”. Verderop in het artikel schrijft het persbureau wél dat het hier gaat om relatieve cijfers, maar deze nuancering wordt door NU.nl, Het Parool en Spitsnieuws volledig weggelaten.

Rapport van 3000 euro
De auteur van het ANP-artikel, Jorian van der Most, heeft geen rekening gehouden met de kanttekeningen of de SKO-gegevens. Het nieuwsbericht is slechts gebaseerd op het onderzoek van Telecompaper. Of beter gezegd: het persbericht van Telecompaper. “Het totale rapport is niet ingezien”, aldus Marijn Wellink, chef van de economie-redactie van het ANP.

“Journalisten zien onze onderzoeken eigenlijk nooit in,” geeft De Bruyckere toe. “Ze bellen nog wel eens om wat extra informatie, maar in principe baseren ze zich op het persbericht dat wij sturen.” Het rapport met de complete resultaten kost 3000 euro. Nieuwscheckers mocht het rapport ook niet lezen zonder de gewenste betaling.

Conclusie
Dat het aandeel lineair televisie kijken in de totale kijktijd is gezakt, is op basis van de vergelijking uit het rapport  – nou ja, het persbericht – van Telecompaper waar. Maar dit wordt wel heel gretig opgepikt in het nieuws, zonder nuancering en vergelijking met ander onderzoek. Voorlopig wordt er nog veel ‘gewoon’ televisie gekeken in de Nederlandse huishoudens, zeker als Nederland zich tóch nog kwalificeert voor het aankomend EK.

Foto © C.P.Storm Flickr.com

300 duizend vluchtende Jezidi: hoe betrouwbaar waren de bronnen?

Friday, October 10th, 2014

door: Yoran Custers en Tess Roelofsen

300 duizend Jezidi op de vlucht, tienduizenden in het Sinjar-gebergte, honderden vrouwen en kinderen levend begraven en tientallen doden op straat. Een situatie die alles behalve overzichtelijk was en voor media nauwelijks controleerbaar, maar waarover gruwelijke berichten zijn verspreid. Wat is er waar van deze verhalen en waar zijn de bewijzen?

Op 10 augustus meldde Mohammed Shia Al-Sudani, de Iraakse minister van Mensenrechten, aan persbureau Reuters dat er in Irak 500 Jezidi-vrouwen en -kinderen zouden zijn vermoord door de Islamitische Staat (IS). Velen van hen zouden levend zijn begraven. Daarnaast zouden honderden vrouwen zijn ontvoerd om als slaaf te werken. De Iraakse minister zou beschikken over beeldmateriaal dat deze gruwelijkheden onomstotelijk bewijst.

Op de vraag of dit beeldmateriaal daadwerkelijk bestaat, ging Reuters niet in. Alternatieve stemmen werden niet aangedragen. Desalniettemin namen verschillende internationale media dit bericht over, zonder aandacht besteden aan het feit dat de uitlatingen van de minister in het persbericht niet of nauwelijks zijn geëvalueerd. Ook in Nederland dook het bericht overal op: van NU.nl tot NRC Handelsblad.

Wat er waar is van de uitspraken van Al-Sudani, is volgens oorlogsjournalist Jan Eikelboom (Nieuwsuur) niet geheel duidelijk: ‘Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is, maar harde, onafhankelijke bewijzen zijn er niet. Alleen een aantal oncontroleerbare ooggetuigenverklaringen.’ Wel heeft de Amerikaanse academicus Matthew Barber, schrijvend voor Syria Comment, vanuit Irak het slavenverhaal op Twitter bevestigd.

Op diezelfde 10 augustus sprak National Public Radio met de Iraakse plaatsvervangende minister van Mensenrechten, die het getal 500 nuanceerde: ook mensen die waren gestorven wegens gebrek aan eten en drinken waren hierin opgenomen. Ook vond hij het lastig te zeggen hoeveel vrouwen er waren ontvoerd om als slaaf te moeten werken.

Kamil Amin, woordvoerder van het Iraakse ministerie van Mensenrechten, beaamde dit tegenover CNN: ‘It’s difficult to be accurate about these numbers, but initially we have reported 500 Iraqi Yazidis have died from either ISIS direct killings or from starvation and dehydration.’ CNN vermeldde niet in staat te zijn om het genoemde dodental en de bewering dat Jezidi levend waren begraven te verifiëren.

Slachtoffers
Volgens Judit Neurink, correspondent in Noord-Irak voor onder andere Trouw, is het bovendien een tactiek van de IS om angst en verwarring te zaaien: ‘De verhalen over geweld waren voldoende om duizenden (…) op de vlucht te doen slaan, waarna hun dorpen en steden eenvoudig konden worden opgenomen,’ schreef ze begin oktober in Vrij Nederland over de vluchtende Jezidi in Sinjar. Uit de woorden van een Koerdische strijder maakte ze op dat IS gevangen Jezidi-vrouwen hun telefoons teruggeeft om ze zelf informatie te laten verspreiden, waardoor de boodschap een angstige lading krijgt.

Doordat de informatievoorziening voor een groot deel bestaat uit dergelijke boodschappen van slachtoffers, is de berichtgeving rondom de vluchtende Jezidi volgens Wladimir van Wilgenburg wat overdreven. Van Wilgenburg, woonachtig en werkend in Noord-Irak als freelancejournalist, wijst daarnaast op de ontoegankelijkheid van het gebied: ‘Er is geen enkele organisatie die precies weet hoeveel mensen zich bevonden in dat gebied. De IS heeft bovendien geen woordvoerder en staat geen journalist toe om het gebied te bezoeken. Daardoor is hoor en wederhoor onmogelijk.’

Als houvast in de schimmigheid wendden veel (Nederlandse) media zich tot de uitspraken van de Iraakse minister van Mensenrechten Al-Sudani. Zijn beweringen werden daarbij niet zozeer aangenomen als waarheidsgetrouw, maar men vergat deze te voorzien van de nodige nuance – die nota bene voornamelijk van het Iraakse ministerie van Mensenrechten kwam.

Verschillende cijfers
Hoewel niemand kon weten om hoeveel Jezidi het precies ging, deden verschillende cijfers de ronde. Zo ging er op 5 augustus een emotionele oproep de wereld over vanuit het Iraakse parlement. Parlementariër Vian Dakhil, zelf Jezidi, deed een smeekbede om de vluchtende Jezidi te helpen. In een interview met Nieuwsuur vertelde ze dat er 300 duizend Jezidi-vluchtingen waren opgejaagd door de IS. 100 duizend zouden er zelfs al mogelijk zijn vermoord.

Volgens Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom stroken deze aantallen niet met de waarheid: ‘Er zijn hoogstens enkele tienduizenden Jezidi gevlucht. Voor de genoemde dodentallen is nooit enig bewijs gevonden.’ Veel (Nederlandse) media lieten deze getallen inderdaad links liggen, of beschouwden ze slechts als ‘de uitspraak van’. Maar om hoeveel Jezidi het dan wel ging, was geen overeenstemming.

Zo meldde NRC Handelsblad dat er zo’n 170 duizend Jezidi op de vlucht waren geslagen. AD.nl meldde 300 duizend vluchtende Jezidi. Beiden verwijzen naar The Guardian. Opvallend is dat AD.nl niet de nuancering maakt die NRC Handelsblad en The Guardian wel maken: 300 duizend vluchtelingen, waarvan een groot gedeelte (zo’n 170 duizend) Jezidi zou zijn.

De Telegraaf meldde 140 duizend vluchtende Jezidi. De krant volgde hierin het ANP, dat ze op zijn beurt had overgenomen van de buitenlandse persbureaus Reuters en Bloomberg. Deze baseerden hun cijfers op een persbericht van Unicef. Volgens Marco van der Laan, chef van Telegraaf.nl, heeft De Telegraaf niet de gewoonte om berichtgeving van het ANP (of Reuters) te checken. ‘Daar ontbreekt gewoon de tijd voor en wij beschouwen het ANP (en Reuters) als een betrouwbare leverancier.

In perspectief

Gezien de complexe situatie en de ontoegankelijkheid van het gebied zijn de Jezidi lastig in kaart te brengen. Wanneer de tijd schaars is al helemaal; bij gebrek aan tijd gaan Nederlandse nieuwsmedia vooral uit van persbureaus, andere media en officiële instanties, die hun informatie grotendeels baseren op ooggetuigen en slachtoffers. Vergeten wordt vaak om iedere uitspraak in perspectief te zien, en om te benadrukken dat niet iedere bewering heilig is.

Vergelijking kans op vals geld en winkans loterij nooit onderzocht

Tuesday, October 22nd, 2013

door: Iris Olsthoorn & Harriot Voncken

‘Kans nepbiljet gelijk aan grote loterijprijs’, schreef het ANP op 19 september 2013. Bron: de resultaten van een tweejaarlijks onderzoek van De Nederlandsche Bank. Onder andere Nu.nl, Telegraaf.nl en RTLniews.nl plaatsten het bericht. Uit het onderzoek van DNB zou blijken dat de kans om in Nederland een vals biljet in handen te krijgen 0,002 procent is. Dat is ongeveer net zo groot als de kans om een grote prijs in de staatsloterij te winnen, aldus het bericht. Alleen werd die kans in het desbetreffende onderzoek helemaal niet onderzocht.

Het gaat om het onderzoek Euro banknotes report 2013, uitgevoerd door TNS NIPO. Het werd eveneens op 19 september gepubliceerd op de website van DNB, in het DNBulletin, onder het kopje ‘Wat vindt Nederland van het eurobiljet?’ Het 90 pagina’s tellende rapport, geschreven door Julie Visser en Walter Dijkers, heeft als ondertitel: A study about awareness and recognition of the euro banknotes among the Dutch.

Dat is dan ook exact waar het onderzoek over gaat: de mening over eurobankbiljetten in Nederland. Er wordt door de onderzoekers slechts gerept over de kans op een vals biljet die Nederlanders dénken te lopen. Maar hoe werd die kans dan de kop van alle artikelen die over het Euro banknotes report 2013 gaan? En waarom beweert het ANP dat deze kans de conclusie van dit onderzoek was?

‘Ludieke bewoording’
Nieuwscheckers sprak Remko Vellenga van DNB. Hij benadrukt dat de kans van 0,002 procent, iets minder zelfs, klopt: “Er ligt alleen geen verdere nadruk op in het gepubliceerde onderzoek. Het heeft zoveel aandacht gekregen in de media omdat het in die ludieke bewoordingen in het persbericht stond.” De vergelijking met een prijs uit de staatsloterij is niet onderzocht. Vellenga: “Daar had eigenlijk een voetnoot bij moeten staan. Die vergelijking komt van internetbronnen, zonder enige wetenschappelijk onderbouwing.”

Volgens de woordvoerder van DNB heeft het ANP geen contact met de bank opgenomen om het nieuwsbericht te verifiëren.

Nuance
De NOS, de enige website die ANP niet als bron noemt, bracht deze nuancering wel aan: “De kans dat een Nederlander een vals eurobiljet in handen krijgt is 0,002 procent; ongeveer net zo veel als de kans op een grote prijs in de Staatsloterij. Dat zegt De Nederlandsche Bank bij de publicatie van een onderzoek naar de kennis bij het publiek over eurobiljetten.”

Hergebruikte cijfers
De kans op een vals biljet wordt  ieder halfjaar wel berekend door DNB in een ánder onderzoek. Dat werd in juli gepubliceerd en kreeg toen ook aandacht van het ANP. Dezelfde cijfers worden door het ANP nu dus opnieuw gebracht – alleen in andere bewoordingen – op basis van een onderzoek dat daar niet eens aan gerelateerd is.

Wij belden het ANP voor een reactie. Joep Polderman, de ANP-journalist verantwoordelijk voor het recente artikel over nepbiljetten, heeft naar eigen zeggen wél contact gehad met DNB over het rapport. De kracht van de “ludieke bewoording” in het persbericht was blijkbaar zo sterk, dat Polderman de keuze voor de invalshoek van zijn artikel hier van af liet hangen: “Je kiest toch altijd datgene wat het meest interessant is om over te schrijven. Je moet het publiek op de een of andere manier naar jouw artikel trekken.” Bovendien heeft hetgeen waar over geschreven wordt, volgens hem zelden precies dezelfde invalshoek als dat wat het bedrijf zelf naar buiten brengt.

Het onderzoek is onvindbaar, de onderzoeker ontslagen

Friday, October 11th, 2013

door: Myrthe Prins en Marjanne Slagter

Rode lippenstift geeft vrouwen meer zelfvertrouwen. Dat zou blijken uit een onderzoek van Manchester University waarover verschillende Nederlandse en buitenlandse media in september berichtten. Algauw blijken er nogal wat haken en ogen aan de berichtgeving te zitten: het onderzoek is drie jaar oud, een verslag is onvindbaar en de onderzoeker is inmiddels ontslagen bij de universiteit.

Van de Nederlandse media is de Gelderlander de eerste die over de onderzoeksresultaten bericht. De Daily Mail publiceerde al over hetzelfde onderwerp op 19 augustus 2013. Elk van de sites waar dit ‘nieuws’ vervolgens verschijnt, verwijst naar de universiteit van Manchester, maar namen van onderzoekers worden nergens genoemd. Een rapport van het onderzoek is niet te vinden op de site van Manchester University, noch op de rest van het internet. Toch wordt het bericht klakkeloos overgenomen door bijvoorbeeld AD.nl, Metronieuws.nl en het Leidsch Dagblad.

Geoff Beattie

Via zoekmachines zijn vrijwel identieke nieuwsberichten uit 2010 te vinden, waaronder wederom een artikel van de Daily Mail. Het bericht uit 2010 en dat uit 2013 bevatten dezelfde onderzoeksresultaten: vijftig onderzochte mannen staren gemiddeld 7.3 seconden naar rode lippen, 6.3 seconden naar roze lippen en 2.2 seconden naar lippen zonder lippenstift.

Anders dan in de recente berichten, wordt in 2010 wel de naam van een onderzoeker vermeld: Geoff Beattie. Beattie verschijnt regelmatig op de Engelse televisie als psycholoog en expert in non-verbale communicatie, onder meer in Big Brother. Ook is hij presentator bij diverse commerciële programma’s. Toen hij in 2010 het onderzoek naar lippenstift leidde, was hij inderdaad werkzaam bij Manchester University. Maar in 2012 werd hij ontslagen wegens ernstige misdragingen. Hierop besloot Beattie de universiteit aan te klagen. De hoorzitting zal in juni 2014 plaatsvinden.

Alison Barbuti is onderzoekster aan de Faculty of Medical and Human Sciences aan Manchester University en heeft samengewerkt met Geoff Beattie. Ze laat Nieuwscheckers weten dat het nieuwsbericht van de Daily Mail uit augustus van dit jaar inderdaad over hetzelfde onderzoek uit 2010 gaat. Barbuti meldt dat het onderzoek destijds voor een commercieel bedrijf is uitgevoerd. Dit is volgens haar de reden dat het nooit gepubliceerd is door Manchester University. Barbuti kan niet zeggen welk bedrijf het betreft. Vanwege herfsttrends zou het onderzoek opnieuw in de publiciteit gebracht zijn. Deze uitleg geeft de indruk dat het eerder om een reclame voor lippenstift gaat dan om een nieuwsbericht.

Foutieve interpretatie

Ook de weergave van de onderzoeksresultaten lijkt niet te kloppen: de nieuwsberichten leggen een verband tussen rode lippenstift en zelfvertrouwen, terwijl de inhoudelijke informatie over het onderzoek slechts duidt op een verband tussen lippenstift en aandacht van mannen.  Roos Vonk, hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit, publiceerde onder andere over eerste indrukken, flirten, zelfbeeld en zelfkennis. “In het kader van mijn studieboek Sociale psychologie heb ik een soortgelijk onderzoek naar lippenstift-effecten bekeken, en uiteindelijk besloten het niet op te nemen in het boek; de effecten leken me niet robuust. Dit waren effecten op de beeldvorming bij anderen. Het onderzoek van Manchester University gaat sowieso niet over het effect op zelfvertrouwen, dus het zou hoe dan ook een brug te ver zijn om daarover conclusies te trekken.”

BuzzE

De webredactie van de Gelderlander valt onder De Persdienst; evenals, onder andere, Brabants Dagblad, PZC en Leidsch Dagblad. Miriam van den Brand van De Persdienst legt uit hoe het artikel over lippenstift op de website van de Gelderlander terecht is gekomen. Het gaat om een ANP-bericht van de nieuwsfeed BuzzE dat zonder enige controle is doorgezet naar de website van de Gelderlander. Volgens Van den Brand is het normaal dat berichten van het ANP onveranderd op de sites van kranten worden geplaatst. Toch uit zij enige verbazing over het feit dat dit stuk zonder controle de site heeft bereikt.

Ook AD.nl en het Leidsch Dagblad noemen BuzzE als bron voor de artikels over rode lippenstift. BuzzE is in 2012 door het ANP gelanceerd en is sindsdien een veelgebruikte nieuwsdienst over entertainment. De nieuwsdrempel ligt hier lager dan bij ander nieuws van ANP. Als bron wordt gebruik gemaakt van andere binnen- en buitenlandse media. BuzzE benadrukt dat zij hoor- en wederhoor plegen, nieuwsfeiten checken en hun bronnen benoemen. Dat lijkt bij het artikel over rode lippenstift helaas niet het geval.

Verkeersdoden door smartphone: honderd, tientallen of tien per jaar?

Wednesday, October 9th, 2013

door: Marloe van der Schrier en Yoshi Tuk

Als we de koppen moeten geloven, laten tientallen Nederlanders jaarlijks het leven doordat zij de smartphone gebruiken achter het stuur. Verscheidene media publiceerden over dit onderwerp op basis van een ANP-bericht. Door RTL Nieuws wordt het bericht zelfs samengevat als “Jaarlijks 100 doden in verkeer door smartphone”. Zijn er werkelijk zoveel doden te betreuren? De betrokken partijen nuanceren sterk. Door gebrekkige ongevallenregistratie in Nederland is er geen zicht op de omvang van het probleem. Een uit de lucht gegrepen aantal om een overheidscampagne te kunnen rechtvaardigen.

Aanleiding voor het nieuws is een persbericht over de start van een nieuwe overheidscampagne op 16 september jongstleden. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet een toenemend probleem in het gebruik van de slimme telefoon achter het stuur en liet onderzoeksbureau SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) een schatting maken van het aantal dodelijke ongelukken.

Harde cijfers ontbreken

De campagne stond al  in de steigers toen het onderzoek nog moest plaatsvinden. Het SWOV-rapport spreekt van een voorbedachte campagne met als waarschijnlijke strekking dat verkeersdeelname en sociale media niet samengaan. Schatten van het aantal dodelijke ongelukken omschrijft het onderzoeksbureau als lastig. Om toch een indicatie te geven baseren de wetenschappers zich met name op buitenlandse studies die ze zelf van matige kwaliteit vinden. De focus van deze studies lag op algemene afleiding in het verkeer. Daar vallen ook zaken onder als een navigatieapparaat instellen, praten met bijrijders of het plaatsen van een CD. Voorzichtig wordt geschat dat er jaarlijks tientallen tot ruim honderd doden vallen door afleiding: exacte cijfers over de rol van smartphones kunnen niet worden gegeven.

Hoewel het SWOV vooral buitenlandse studies aanhaalt, wordt er ook in Nederland onderzoek gedaan. Zo stelde Dick de Waard van de Rijksuniversiteit Groningen al in 2008 vast dat 3 tot 4 procent fietsend gebruikmaakt van de telefoon. Bij recente herhaling van het onderzoek bleek het percentage stabiel, maar het gebruik sterk veranderd. Waar fietsers eerder vooral telefoneerden, turen ze nu al typend naar het scherm. Toch heeft De Waard zo zijn bedenkingen bij het gebruik van internationale cijfers. Ze zijn niet zonder meer te generaliseren naar ons land. Zo is het in omringende landen bij wet verboden de telefoon te gebruiken op de fiets. Beleid dat wij niet kennen, maar dat de internationale gebruikscijfers wel beïnvloedt. De Waard: “De cijfers zullen denk ik geen volslagen onzin zijn maar bij de methode kun je wel je kanttekeningen plaatsen.”

‘Een kleine tiental doden per jaar’

Ook Veilig Verkeer Nederland, partner van de campagne, nuanceert. De organisatie laat bij monde van Rob Stomphorst weten dat het hooguit om een kleine tiental doden gaat en maximaal honderd gewonden. “En daar zijn andere vormen van afleiding nog eens bij inbegrepen.” Wel blijkt uit waarnemingen van de politie dat activiteiten als facebooken en whatsappen in het verkeer een vlucht hebben genomen. “Jongeren vinden het erger om niet direct Facebook te kunnen openen dan van de fiets te vallen.” Hoe groot deze vlucht is blijft voor Veilig Verkeer Nederland onbekend. “De registratie van oorzaken van ongelukken is in ons land rammelig.”

Is er dan sprake van een campagne zonder hard te maken probleem? Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu laat weten af te gaan op de betrouwbaarheid en conclusies van het SWOV waarin “wel degelijk een schatting wordt gemaakt van het aantal doden.” Verder is er volgens de woordvoerder voldoende bewijs dat de focus van deze campagne rechtvaardigt. Zo is er de algemene toename van het aantal smartphones in ons land en blijkt uit NIPO-onderzoek dat Nederlanders zich regelmatig schuldig maken aan bijvoorbeeld e-mailen achter het stuur. Berekeningen van TNO wijzen er dan weer op dat dit de rijprestaties aanzienlijk verslechtert. Aanleiding voor het ministerie aandacht te vragen voor dit probleem. Net als Stomphorst van Veilig Verkeer Nederland zien ze bij de overheid dat de ongevallenregistratie bij de politie “duidelijk voor verbetering vatbaar is.” De minister van Veiligheid en Justitie heeft toegezegd hier aan te zullen werken.

Patrick Rugebregt van het SWOV vindt zelf de berichtgeving over het aantal verkeersslachtoffers te kort door de bocht. “We hebben bewust gekozen voor een brede marge en de focus op algemene afleiding in het verkeer. Een harde uitsplitsing naar specifieke vormen van afleiding als de smartphone, social media of e-mail is gewoon niet mogelijk. Daar missen we te veel informatie voor.” Volgens de woordvoerder zullen we het met deze ruime schatting moeten doen. “Uiteindelijk draait het voor het ministerie om de onderliggende boodschap: Houd je focus op de weg.”

Reactie ANP

Hoofdredacteur Marcel van Lingen laat namens het ANP weten dat er een “flinke checkgeschiedenis” heeft plaatsgevonden. De betreffende verslaggever heeft verschillende factsheets van het SWOV doorgenomen voorafgaand aan de publicatie. Van Lingen geeft aan dat er weliswaar voor gemotoriseerde voertuigen onvoldoende Nederlandse cijfers zijn, maar dat volgens het SWOV veilig aangenomen kan worden dat het om 25 tot 100 slachtoffers per jaar gaat. Opvallend is dat Veilig Verkeer Nederland deze cijfers aan het ANP bevestigde, dit in tegenstelling tot wat ons werd verteld.

Conclusie

Tientallen tot honderden doden door smartphonegebruik is hoe dan ook een uit de lucht gegrepen aantal. Buitenlandse cijfers zijn niet te generaliseren naar ons land, schattingen kunnen niet als feiten worden gepresenteerd en de berichtgeving is ondanks de ‘flinke checkgeschiedenis’ van het ANP weinig genuanceerd. Sterker nog: De media houden de cijfers aan en hebben verzuimd gedegen te controleren. Of er sprake is van een probleem en hoe groot dit probleem zou kunnen zijn blijft dus onduidelijk. Het lijkt hierdoor vooral op een mislukte zoektocht naar een rechtvaardiging van een campagne.

Onderzoek naar geestengeloof lastig

Friday, October 4th, 2013

door: Liza Sie en Gert-Jan Verstegen

Steeds meer Britten geloven in spoken. Tenminste, dat beweert ASSAP, een instelling die zegt wetenschappelijk onderzoek te doen naar paranormale verschijnselen. Een heerlijk onderwerp voor journalisten, omdat spiritualiteit het de laatste jaren goed doet bij het publiek. Toeristen smullen van zogenaamde ‘spokentochten’ door oude huizen. Ook televisieprogramma’s waarin contact met doden wordt gelegd scoren goed. Maar gaat dat echt samen met een toenemend geloof in geesten?

ASSAP deed een onderzoek naar het geloof in paranormale zaken, uitgevoerd door marktonderzoeker YouGov onder ruim 2000 Britten. Hoewel de organisatie zelf geen persbericht uitbracht, pikte de Engelse krant Daily Telegraph de uitkomsten wel op. Het geloof onder de Britse bevolking was namelijk toegenomen: van 40% in 2005 en 2009 tot 52% dit jaar. In Nederland nam het ANP het bericht over. Toch plaatste geen enkele krant of website het ANP-artikel. Gelukkig maar, want het onderzoek rammelt aan alle kanten.

Zo veel onderzoeken, zo veel uitkomsten

Om te beginnen heeft Nieuwscheckers gezocht naar de onderzoeken uit het 2005 en 2009. Deze bleken onvindbaar: niet op de website van ASSAP, noch in de media van toen. Op de vraag of ze deze onderzoeken konden opsturen kregen we geen gehoor. Andere, soortgelijke onderzoeken van de afgelopen tien jaar gaven wel inzicht in het geloof van Britten in geesten. Hier bleek echter geen duidelijke lijn in te zitten:

Dick Bierman, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar paranormale verschijnselen, begrijpt wel waarom de percentages zo verschillend zijn: “Methodologisch kloppen deze onderzoeken vaak niet. Alles kan invloed hebben op de uitkomsten: een verkeerde steekproef, foutmarges of gewoon een vragenlijst die niet in orde is.” En dat lijkt bij het laatste onderzoek van ASSAP het geval te zijn. Zo klopt de vraagstelling niet: de ondervraagde moet antwoord geven of hij of zij gelooft dat andere mensen wel eens een geest hebben ervaren. Dat is iets anders dan dat ze het zelf hebben meegemaakt. Bierman: “Mensen hebben gauw de neiging om te liegen bij een enquête. Dat is waarschijnlijk de reden dat deze dubbele vraagstelling is gebruikt. Het is wel een schande van de journalist om deze twee totaal verschillende vragen door elkaar te halen.” Bij de weergave van de antwoorden telden de journalisten drie antwoordcategorieën bij elkaar op (beetje mee eens, mee eens, volledig mee eens). Een traditionele fout bij het verwerken van de uitkomsten van een enquête.

Wit laken met gaten

Nieuwscheckers legde het onderzoek ook voor aan Paul Cowdell. Hij is als onderzoeker naar folklore en volksverhalen verbonden aan de Universiteit van Hertfordshire, ten noorden van Londen. Hij promoveerde op een onderzoek naar het Britse geloof in geesten. Cowdell: “ASSAP publiceert de onderzoeksuitkomsten omdat het graag serieus genomen wil worden. In het verleden hebben ze absoluut interessante artikelen uitgebracht, maar de manier waarop ze in dit geval onderzoek deden is een probleem. Als ze zoeken naar bewijs dat geesten bestaan, geloven ze er eigenlijk al in.” Ook Cowdell snapt de vraagstelling niet: “Ze doen onderzoek naar geloof in geloof. Een vrouw vertelde me ooit dat ze niet in geesten geloofde, maar wel open stond voor het idee. Ik vroeg toen of ze in dat geval eigenlijk niet gewoon al in geesten geloofde.” Die vraagstelling maakt het dus lastig voor een respondent om een goed antwoord in te vullen.

Ook het woord ghost kan sturend zijn, vindt Cowdell. Veel mensen verstaan er iets anders onder dan een paranormale verschijning. Cowdell: “Dat laatste kan een geluid of geur zijn. Het gevoel van aanwezigheid. Een spook roept meestal specifiek het beeld op van een wit laken met uitgeknipte gaten dat op rolschaatsen glijdt.”

Openlijk uitkomen voor het geloof in geesten

Cowdell ziet dat alles op het gebied van spoken en geesten steeds populairder wordt. “In de jaren ’50 waren veel kroegeigenaren in Essex het beu dat mensen op spokenjacht kwamen. Nu adverteren ze er juist mee. Dat toont aan dat er heel anders naar spokenjagers wordt gekeken.” Mensen durven door deze commercialisering eerder ervoor uit te komen dat ze in paranormale zaken geloven. Vroeger hielden ze dat liever voor zich. Maar dat betekent niet dat meer mensen erin zijn gaan geloven, zoals de ASSAP beweert.

De voorzitter van de ASSAP, Dave Wood, zegt in de Daily Telegraph dat de economische onzekerheid ervoor zorgt dat mensen hun toevlucht zoeken in het paranormale. Dit kan volgens Cowdell heel goed kloppen. In het verleden zorgde maatschappelijke druk dat er nieuwe religies en kerken ontstonden. Misschien kan dit vergeleken worden met het toenemende geloof in paranormale verschijnselen. Waar televisiemakers dan weer slim op inspelen.

Leuk en licht nieuws

Het ANP publiceerde het bericht via de dienst BuzzO. Die O staat voor opmerkelijk nieuws: ‘Licht, maar geen onzin. Opmerkelijk, maar niet rampzalig. Verrassend, maar niet keihard’, is te lezen op de website van BuzzO. En gekeken naar het spokenbericht lijkt de persdienst daar gelijk in te hebben. Peter Dingelhoff van ANP: “We maken onderscheid tussen ‘need to know’ en ‘nice to know’. Dit was een ‘nice to know’-bericht en dan wordt er niet altijd gekeken naar het originele onderzoek. Wij hebben dit gewoon overgenomen van de Daily Telegraph.” Ook de Engelse krant liet in een reactie weten het als licht onderwerp behandeld te hebben. Toch vond redacteur Jasper Copping het onderzoek van ASSAP niet slecht: “Jullie hebben het verhaal veel te veel geanalyseerd. Ik ben benieuwd waar jullie fascinatie voor mijn verhaal vandaan komt.”

Gevaar van ‘sexy barvrouw’ komt niet voor in onderzoek

Thursday, October 18th, 2012

door: Emma O’Hare en Ellemijn Willemse

‘Sexy barvrouw lokt geweld uit’, kopt AD.nl op 10 september 2012: hoe meer seksuele lading er in een kroeg of club hangt, des te groter de kans op agressie onder de bezoekers. Vooral flirterige barvrouwen zouden geweld oproepen. Aldus ‘een onderzoek waarover De Telegraaf schrijft’. Het Algemeen Dagblad heeft het nieuws overgenomen van De Telegraaf. De onderzoekers zagen echter slechts één sexy serveerster. En die lokte geen geweld uit.

Het onderzoek waar De Telegraaf over schrijft, is het 96 pagina’s tellende rapport (pdf) Ingenomen en uitgehaald. Alcohol en geweld in Amsterdamse uitgaansettings. Ilse de Groot en Marco van der Land van de Vrije Universiteit deden dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Amsterdam en politie Amsterdam-Amstelland. Het rapport is op 19 september gepresenteerd in een besloten expertmeeting in het Amsterdamse stadhuis, zonder dat de VU of de gemeente de resultaten samenvatten in een persbericht. Bij de aankondiging van de meeting ging het mis: De Telegraaf vernam volgens onderzoeker Van der Land dat Felix Rottenberg zou optreden als voorzitter, voor een vergoeding van ongeveer 2500 euro. De Telegraaf heeft het rapport vervolgens opgevraagd en er een nieuwsbericht over geschreven (‘Agressief door sexy barvrouw’). Dit heeft AD.nl overgenomen.

Boven het bericht vermeldt AD.nl het ANP als bron. Hoewel uit navraag bij het ANP blijkt dat het persbureau nooit over het onderzoek geschreven heeft, houdt een medewerker van AD.nl tegenover Nieuwscheckers vol dat dit wel de bron was. Duidelijk is in elk geval dat de AD-redactie het rapport zelf niet heeft ingezien.

Geen sexy barvrouw

De term ‘sexy barvrouw’ komt in het rapport niet voor, maar de kop komt niet helemaal uit de lucht vallen. Seksueel gedrag wordt in het hoofdstuk over eerdere, vooral buitenlandse studies genoemd als een van de acht mogelijke risicofactoren die door Graham en Homel in 2008 werden onderscheiden in een vergelijkbaar onderzoek: ‘In gelegenheden waar veel seksuele spanning heerst, bestaat een grotere kans op geweld en agressie. Barpersoneel kan hieraan bijdragen doordat schaars geklede meisjes drankjes verkopen.’ Het gaat dus helemaal niet om een conclusie uit het VU-onderzoek. Sterker nog: het is een deel van de theorie die gebruikt wordt voor het onderzoek dat pas veel later in het rapport gepresenteerd wordt.

Club Hot Fuss is de enige van de twaalf onderzochte clubs waar een sexy personeelslid wordt waargenomen: “Een sexy uitziend meisje verkoopt shotjes op de dansvloer waarbij zij vooral de jongens succesvol overhaalt om drank bij haar te kopen.” (p. 41)  Deze observatie wordt echter niet in verband gebracht met gewelddadig gedrag.

De Telegraaf (in de printeditie) en AD noemen ook ’kleine, jonge en vijandige portiers’ als veroorzakers van gewelddadig gedrag. Ook dit is onjuist: net als de schaars geklede barmeisjes worden zij wel genoemd in het literatuuroverzicht (p.21), maar in het Amsterdamse veldonderzoek bleken ze geen rol te spelen (p.74).

Drank, drukte, drang en dolheid

Wat concluderen de VU-onderzoekers dan wel? Het personeel van een uitgaansgelegenheid speelt een belangrijke rol in de hoeveelheid alcohol die wordt genuttigd. In veel van de bestudeerde clubs wordt gratis drank uitgedeeld, wordt er gestunt met drankprijzen en schenkt het personeel door aan duidelijk beschonken bezoekers. In sommige clubs zien we het barpersoneel het ‘goede’ voorbeeld geven door zelf alcoholhoudende dranken te drinken. Seksueel getint gedrag speelt een rol bij agressie in clubs, maar over sexy barpersoneel worden geen specifieke uitspraken gedaan.

Er spelen volgens Van der Land veel factoren mee in het ontstaan van geweld. Seksueel getint gedrag is daarbij niet de voornaamste. Het gaat bovendien altijd om een combinatie van factoren, alcohol speelt daarbij steevast een prominente rol. Veel drank in combinatie met drukte, drang en dolheid worden in de conclusie genoemd als de vier factoren die van invloed zijn op uitgaansgeweld. Bars en clubs waar het comfortgehalte laag is met luide muziek, weinig zitgelegenheid en waar een drukke, losbandige sfeer heerst, geven aanleiding tot agressie.

120 incidenten per dag

De auteur van het Telegraaf-bericht, Tjerk de Vries, schreef twee dagen later in de krant opnieuw over het rapport, samen met Nienke Oort: ’Avondje stappen risicovolle zaak’ (voor een deel overgenomen door AT5). Zoals de titel al doet vermoeden is dit artikel anders van inhoud. Niet alleen wordt de naam van het rapport dit keer wel genoemd, ook wordt de context van het onderzoek uitgebreid beschreven. De conclusie dat sexy barvrouwen voor agressief gedrag zorgen komt in dit bericht niet voor. Indrukwekkende cijfers wel.

Per dag zouden in Amsterdam 120 incidenten plaatsvinden met dronkaards en 25 geweldsslachtoffers vallen. Deze cijfers staan niet zo in het rapport, maar zijn door de Telegraaf-journalisten berekend op basis van het wel vermelde totaal: 243.578 incidenten in vijf en een half jaar. Dat sinds 2006 het aantal geweldsincidenten op uitgaanspleinen verdubbeld is, zoals De Telegraaf claimt, staat echter niet in het rapport. In tegendeel: op pagina 29 en 37 staat daar expliciet dat het aantal geweldsincidenten gelijk is gebleven. Woordvoerder Marjolein Koek van politie Amsterdam-Amstelland bevestigt dat dit de juiste cijfers zijn. Na verschillende pogingen een reactie van De Telegraaf te krijgen, is het enige wat Nienke Oort erover kwijt wil tegenover Nieuwscheckers: ‘Dat gegeven komt uit een ander rapport van de politie en die cijfers zijn geen nieuws. Dat is al lang bekend dat de geweldsincidenten zijn verdubbeld. Google maar.’

Conclusie

De artikelen van AD.nl en De Telegraaf over Amsterdams uitgaansgeweld bevatten onjuistheden. Het VU-onderzoek concludeert niet dat sexy barvrouwen in Amsterdamse kroegen en clubs geweld uitlokken. In het rapport wordt wel gesproken over seksueel getint gedrag als één van de vele factoren die aanleiding kunnen geven tot agressie. Alcohol speelt de grootste rol. Twee dagen na het artikel over de sexy barvrouw revancheert De Telegraaf zich door krasse cijfers die in het rapport verscholen zijn tot koop te promoveren: 120 incidenten met dronkaards en 25 gevallen van mishandeling per dag.  Dat het aantal incidenten op uitgaanspleinen sinds 2006 is verdubbeld, wordt echter door de VU-onderzoekers en politie tegengesproken. De comments staan open voor degene die ze van een bron voorziet.

Cijfers over bezoekersaantallen zijn te vaak ongecheckte schattingen

Friday, October 5th, 2012

Door Joachim Springer & Joost van Zoest

Het aantal bezoekers bepaalt het succes van een evenement, zo lijkt de gemiddelde journalist te denken. In Het Parool: Record voor grachtenfestival: 53.000 bezoekers, op NU.nl: Festival Incubate trekt twee keer zoveel bezoekers, en in Trouw: 24 Uur Cultuur trekt bijna 15.000 bezoekers naar Rotterdam. Maar de cijfers zijn lang niet altijd betrouwbaar. In veel gevallen wordt het bezoekersaantal bepaald door een grove schatting die de kranten klakkeloos overnemen. Zo kan een organisatie ongestraft naar boven afronden: “Je mag best wat breder schatten.”

Simpele vraag

Onze vraag aan organisatoren van evenementen was simpel: “Hoe berekenen jullie het aantal bezoekers?” De antwoorden die we kregen liepen behoorlijk uiteen. Aan de ene kant zijn er evenementen zoals de HISWA en De Parade. Deze vinden plaats op een besloten terrein en zijn alleen toegankelijk voor wie een kaartje heeft gekocht. Op deze manier is het bezoekersaantal vrij precies vast te stellen. Doorvragen leert dat vrijkaarten bij dat aantal inbegrepen zijn. Zo trok De Parade dit jaar 267.000 bezoekers, maar slechts tweederde van dat totaal was een betalende bezoeker. Ongeveer 89.000 mensen (kinderen, 65+ers en relaties) kregen dus gratis toegang.

Aan de andere kant zijn er vrij toegankelijke, (grotendeels) gratis evenementen, zoals 24 Uur Cultuur in Rotterdam, het Grachtenfestival in Amsterdam of VJ op de Dom in Utrecht. De organisatie van dit soort festivals komt tot het bezoekersaantal door te schatten.

Het Utrechtse VJ op de Dom trok zo’n 6.500 bezoekers. Namens het festival licht Annemarie de Jong toe: “Het is een ruwe schatting. We hebben elk uur vanuit een hoger gelegen pand op het Domplein uitgekeken en samen met de politie en beveiligers een inschatting gemaakt. Maar dat is lastig, zeker door de in- en uitloop.” Ook het Grachtenfestival werkt met schattingen, aldus organisator Wim van de Laak: “Ons bezoekersaantal van 53.000 bestaat voor 30 procent uit verkochte toegangsbewijzen en voor 70 procent uit schattingen van het publiek dat op de gratis, openbaar toegankelijke programmaonderdelen afkomt.”

Geen flauw idee

Persvoorlichter Derrick Smittenaar van 24 Uur Cultuur noemt het aantal van 15.000 bezoekers “een voorzichtige optelsom van schattingen”. Het festival bestaat uit ongeveer 160 betaalde en onbetaalde voorstellingen op 70 verschillende locaties in Rotterdam. De organisatie vroeg de grootste locaties om een schatting en telde die cijfers bij elkaar op. Dubbeltellingen zijn dus niet uitgesloten: omdat het festival programmaroutes voorstelt, trekken mensen langs meerdere locaties op een dag, en kunnen ze op elke plek opnieuw weer meegerekend worden. Opvallend is bovendien dat de persvoorlichter geen informatie heeft over het aantal verkochte kaarten voor besloten voorstellingen: “Ik heb echt geen flauw idee.”

Niemand checkt

Onze vraag aan de nieuwsmedia die berichten over bezoekersaantallen publiceerden was eveneens simpel: “Controleren jullie het vermelde bezoekersaantal?” Eensgezind wezen de media die wij benaderden (De Telegraaf, Trouw, Het Parool, NU.nl) naar het ANP. “Voor ons is het ANP een betrouwbare bron met kundige journalisten – zoals het dat is voor veel kranten en omroepen”, aldus adjunct-hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman van NU.nl.  “Als we verder geen aanleiding zien, laten wij het checken van cijfers en andere informatie dan ook over aan hen”, Het ANP controleert de bezoekersaantallen echter ook niet. Rob van Rooijen, chef Binnenland: “Nee, ik zou niet weten hoe we dat moeten controleren. Kijk, we verwijzen altijd: ‘dat maakt de organisatie bekend’, maar we gaan niet zelf dingen doen.” Het komt wel eens voor – vooral bij demonstraties – dat het ANP conflicterende cijfers van de organisatie afzet tegen cijfers van gemeente en politie. Dat zijn uitzonderingen: doorgaans neemt het ANP geen contact op met organisatie of gemeente en geeft het door het evenement gerapporteerde bezoekersaantal door. Deze situatie werd bevestigd in ons onderzoek: geen enkel evenement is benaderd door het ANP of een ander medium met een vraag over het bezoekersaantal.

Aura van betrouwbaarheid

We ontdekten een patroon in de vertaling die het ANP maakt van persbericht naar nieuwsbericht. Evenementen brachten persberichten uit met koppen als: “Geslaagde opening cultureel seizoen Rotterdam” (24 Uur Cultuur) en “Grachtenfestival verbindt Amsterdam met klassieke muziek”. In het nieuwsbericht dat het ANP ervan maakt wordt dat: “24 Uur Cultuur trekt bijna 15.000 bezoekers” en “Record voor Grachtenfestival: 53.000 bezoekers”. Derrick Smittenaar (24 Uur Cultuur) noemt de focus op cijfers “echt een ANP-ding”:  “Alsof dat het enige is wat belangrijk is.” Willem Koetsenruijter geeft in zijn boek Cijfers in het nieuws een verklaring. Volgens hem hebben cijfers een aura van betrouwbaarheid, maar onthouden tegelijkertijd maar weinig mensen iets van al die cijfers. Cijfers hebben daarmee een speciale functie in het nieuwsbericht: “ze onderstrepen de betrouwbaarheid van de bron”.

Het blijkt lastig om de bezoekersaantallen van organisatoren te vergelijken met cijfers van gemeente of politie. Sandra Geskes, persvoorlichter van politiekorps Rotterdam-Rijnmond meldt desgevraagd dat de politie géén cijfers bijhoudt op dit vlak. (De gemeente Rotterdam reageerde niet op vragen om toelichting.) Iris Reshef, bestuursvoorlichter bij de gemeente Amsterdam, deelt mee dat het meten van bezoekersaantallen voor veel gemeenten problematisch is. Alleen bij evenementen die de gemeente (mede-)organiseert wordt er van het bezoekersaantal een schatting gemaakt.

“Een riedeltje cijfers”

Het ANP en andere media controleren bezoekersaantallen niet en gemeente en politie hebben geen vergelijkbare cijfers. Tegelijkertijd weten evenementen dat cijfers het goed doen in het nieuws. “Als een persbericht in de smaak moet vallen, dan geven we ze een riedeltje cijfers. Dat vinden ze prettig, dat verteert blijkbaar makkelijk”, zegt Wim van de Laak (Grachtenfestival). In combinatie met de wetenschap dat publieksbereik steeds belangrijker is geworden bij subsidieverstrekkers en sponsoren, is er een prikkel om bezoekersaantallen te overdrijven of kunstmatig hoog te houden. Van de Laak erkent dat het in het huidige culturele klimaat heel belangrijk is dat er ‘een markt’ voor het evenement is, maar zegt dat zijn festival zo eerlijk mogelijk de bezoekersaantallen rapporteert. Annemarie de Jong van VJ op de Dom stelt echter: “Je mag wel wat breder schatten. Dat helpt bij de verantwoording naar de gemeente en fondsen.”

Conclusie

Onze rondvraag leverde twee inzichten op. Ten eerste controleren ANP en andere media de bezoekersaantallen die evenementen rapporteren niet of nauwelijks. Dat is vreemd, juist omdat ze dat cijfer vaak als het belangrijkste nieuws brengen. Met de mededeling: ‘dat maakt de organisatie bekend’ leggen media de verantwoordelijkheid bij de bron en onthouden ze zich van het geven van context bij het bezoekersaantal. Want is het cijfer gebaseerd op een ruwe schatting of op exacte kaartverkoop? En hoeveel betalende bezoekers waren er eigenlijk? We lezen het nergens terug.

Daaruit vloeit voort dat evenementen slecht gefundeerde ramingen kunnen rapporteren. Media controleren namelijk niet en er zijn geen vergelijkbare cijfers. Het noemen van hoge bezoekersaantallen levert twee voordelen op: het creëert nieuwswaarde en het voorziet het festival van mooie veren om mee te pronken bij geldverstrekkers. Hoewel er evenementen zijn die de manier waarop ze hun bezoekersaantal berekenen goed kunnen verantwoorden, maken andere evenementen gebruik van een tamelijk grove schatting. Daarbij was er in één geval (het Utrechtse VJ op de Dom) duidelijk sprake van overdrijving.

Minder auto’s gekraakt in Utrecht, maar niet alleen door inzet lokauto’s

Friday, December 23rd, 2011

door: Anja Supper en Ariënne de Vreugd

“Minder auto’s gekraakt door lokauto’s” is de kop van een artikel op de website van de Volkskrant op 8 november 2011. Ook de websites van de NOS, Powned en de Spits hebben het nieuwsbericht overgenomen, vaak met dezelfde bewoording. En ook de overheid zelf zegt het: het aantal autokraken in de provincie Utrecht is met maar liefst 40 procent afgenomen dankzij de lokauto’s. Nieuwscheckers vond dit een eigenaardig hoog percentage, vooral omdat er verder geen onderzoeksrapport of cijfers worden genoemd. De speurtocht naar de bron bleek er een met een flink aantal kastjes en muren.

In het bericht worden het Verzekeringsbureau bestrijding Voertuigcriminaliteit (VbV), de politie Utrecht en het ministerie van Veiligheid en Justitie genoemd. Zij hebben samengewerkt met andere instanties in een pilotproject tegen autokraken. Daarbij heeft de politie Utrecht een aantal geprepareerde auto’s ingezet om inbrekers te pakken (filmpje). Omdat het project zo’n succes bleek, heeft het VbV tien nieuwe lokauto’s aan het ministerie geschonken om landelijk in te zetten. De VbV-website bevat ook een nieuwsbericht over de lokauto’s, maar het bureau zelf beschikt niet over een onderzoeksrapport. “Dat hebben we ongetwijfeld ingezien toen we het bericht schreven, maar we hebben hier geen cijfers liggen,” aldus een woordvoerster, die ons doorverwees naar de politie Utrecht.

Nuance
“Deze cijfers waren inderdaad aanwezig”, volgens Thomas Ailing van de politie Utrecht. Ze staan in het jaarverslag uit 2010. “Het percentage van 40 procent komt uit de cijfers van 2010 ten opzichte van 2002. Er zit echter wel een zekere nuance in de daling, het komt zeker niet alleen door de lokauto’s dat het aantal autokraken zo gedaald is.” Het persbericht, waar deze nuance dus niet in is aangebracht, komt volgens Ailing overigens niet vanuit de Politie Utrecht. Ook Jaap Oosterveer, de perswoordvoerder van de andere bron uit het bericht, staatssecretaris Fred Teeven, zegt dat de cijfers kloppen: “Ik heb ze zelf gecheckt bij een persvoorlichter van de Veiligheidsregio Utrecht. De VRU heeft tevens de pilot waarin de lokauto’s werden ingezet uitgevoerd. Ook de verzekeraars hebben volgens hem deze cijfers genoemd.” Op de vraag wie de betreffende persvoorlichter was, bleef Oosterveer ons het antwoord schuldig. Dat is zijn taak niet: als journalisten moeten we dat zelf maar uitzoeken. Na te hebben gebeld met het VRU kwamen wij erachter dat zij niks te maken hebben met het project en dat we de persvoorlichter daar dus niet zouden vinden.

Oosterveer noemde tijdens het telefoongesprek echter ook nog een andere bron: Utrechtse Heuvelrug. Volgens Hans van Schaik, communicatiemedewerker van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, kloppen de cijfers over autokraken. Alleen zijn het andere dan van het Ministerie en van de politie Utrecht. Van Schaik:  “Het aantal autokraken in de regio Utrecht is in 2010 met 41 procent afgenomen ten opzichte van 2006. De bron hiervan is GIDS (het management-informatiesysteem van de politie). Het gaat hier overigens om aangiftecijfers en deze daling is zeker niet alleen een gevolg van het inzetten van deze auto’s.”

‘Eén op één overgenomen’
Waarom hebben nieuwsmedia deze cijfers overgenomen zonder ze te checken? Coen Brandhorst, internetjournalist bij de Volkskrant, zegt dat het nieuwsbericht één op één is overgenomen van het ANP: “Bij een bron als het ANP hebben wij nooit twijfels over de betrouwbaarheid van het bericht.” De schrijver van het ANP-bericht, John Hermse: “Deze cijfers hebben wij van de woordvoerder van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie, Jaap Oosterveer.” We bellen nogmaals met Oosterveer en vragen waarom er geen nuance is gemaakt en het daardoor nu lijkt dat het aantal autokraken alleen is gedaald dankzij de lokauto’s. “Die nuance is toen niet gemaakt, omdat de cijfers ook als dusdanig zijn doorgegeven aan ons voor de opmaak van het persbericht. Er is dus geen sprake van een bewuste keuze.”

Nieuwscheckers concludeert dat de lokauto’s een succesvol pr-middel zijn voor autoverzekeraars en misdaadbestrijders. Welke bijdrage ze precies leveren aan de daling van het aantal autokraken blijft de vraag.

Vrouwen roken minder, ook al roken ze meer

Wednesday, April 6th, 2011

Door: Charlotte Schaalje en Tanja Tielen

“Vrouwen paffen lekker door”, aldus Spits op 10 februari: uit cijfers van anti-rookorganisatie Stivoro blijkt dat vrouwen meer zijn gaan roken ten opzichte van 2008. Dat komt, denkt Stivoro, door reclamecampagnes voor vrouwen-sigaretten. Uit de cijfers van de afgelopen tien jaar blijkt echter dat steeds minder vrouwen roken, al daalt het aantal vrouwelijke rokers minder hard dan het aantal mannelijke rokers.  Gedragsonderzoekers betwijfelen bovendien de invloed van de vrouwensigaret.

Stivoro laat jaarlijks het rookgedrag in Nederland onderzoeken door TNS NIPO. Het jongste persbericht van Stivoro zet de uitkomsten op een rijtje. Het percentage rokers neemt sneller af bij mannen dan bij vrouwen. Respectievelijk gaat het om een daling van 5 procent bij de mannen tegenover 1 procent bij de vrouwen in de afgelopen tien jaar. Dit zou leiden tot meer ziekten bij vrouwen, zoals longkanker. Bovendien wijst Stivoro erop dat er tussen 2008 en 2010 meer vrouwwen zijn gaan roken: het percentage steeg van 24 naar 26. Stivoro meldt echter ook dat de trend al tien jaar een neerwartse lijjn is, ook voor vrouwen. Die kantttekening heeft het nieuws echter niet gehaald. 

Dalende trend
Kloppen de cijfers van Stivoro? We vergeleken de cijfers van de anti-rookorganisatie  met die van het CBS. Bij het CBS is, anders dan bij Stivoro, het percentage rokende vrouwen in 2009 niet toegenomen, maar juist afgenomen. Een mogelijk verklaring hiervoor is dat het CBS andere variabelen meet. De cijfers van 2010 zijn bij het CBS nog niet bekend. Belangrijker is de overeenkomst: ook de CBS-cijfers laten een dalende trend zien.

Vrouwensigaret
De oorzaak voor de recente stijging ligt volgens Stivoro mogelijk aan de komst van de zogenaamde ‘vrouwensigaret’. Deze sigaret, die vooral smaakvol en glamorous moet zijn, zou dankzij marketing van de tabaksfabrikanten een groot succes zijn. Zo was Marlboro Flavour Plus in 2009 het meest succesvol geïntroduceerde product op de tabaksmarkt. Hoe zinnig is deze verklaring? Gedragspsychologe Renske Spijkerman, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen: “Het zou ook kunnen dat vrouwen die al rookten, worden aangezet om te blijven roken of dat gelegenheidsrokers door deze merken meer zijn gaan roken.” Een andere mogelijke reden voor het succes van de Marlboro Flavour Plus, kan een zogenaamde ‘merkswitch’ zijn. In dat geval zijn rooksters overgestapt op de speciale variant voor dames. Dit zouden successen van de marketing kunnen zijn, maar de invloed die Stivoro veronderstelt is een slag in de lucht.

Gezondheidspsychologe Winnie Gebhardt (Universiteit Leiden) vult aan dat verschillende factoren een rol spelen in het rookgedrag. Hoewel agressieve marketing effect kan hebben, speelt ook de meer directe omgeving een grote rol. Een andere aanvullende verklaring, zoekt Gebhardt in het imago van roken voor jongens en meisjes:  zo zouden meisjes mogelijk het imago van roken ‘stoer’ en ‘sexy’ vinden, terwijl jongens het als iets minder positiefs ervaren.

Spijkerman beaamt dat de media vaak een positiever beeld geven van vrouwelijke rokers. Daarbij zou het kunnen zijn dat vrouwen nog met een inhaalslag bezig zijn, al is het aantonen hiervan lastig. Ook verschilt het rookgedrag onder verschillende groepen. Uit het onderzoek van Stivoro blijkt bijvoorbeeld dat in lagere welstandsgroepen meer gerookt wordt. Het blijft allemaal volgens Spijkerman ‘logisch speculeren’ zonder harde data.

Weerwoord ANP
Een groot aantal media nam het ANP-bericht over, inclusief de speculatie over vrouwensigaretten, maar minus de dalende trend die wel in het Stivoro-persbericht stond.  Waarom liet het persbureau de nuances weg? “Onze klanten vragen om korte, feitelijke berichten”, aldus chef Binnenland Rennie Rijpma. “Bij groot, complex nieuws, zoals de crisis bij de kerncentrales in Japan,  kiest het ANP ervoor nadere uitleg en duiding te geven. Bij klein nieuws – zoals hier – houden we het doorgaans bij een korte, feitelijke beschrijving. Daarom hebben we in dit geval geen deskundige aan het woord gelaten en minder achtergrond gegeven. ” Om die reden heeft het ANP ook het gegeven weggelaten dat er een dalende trend is in het aantal rokende vrouwen:  “Dit zou verwarrend zijn ten opzichte van de recente procentuele stijging.”

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes