Posts Tagged ‘De Telegraaf’

300 duizend vluchtende Jezidi: hoe betrouwbaar waren de bronnen?

Friday, October 10th, 2014

door: Yoran Custers en Tess Roelofsen

300 duizend Jezidi op de vlucht, tienduizenden in het Sinjar-gebergte, honderden vrouwen en kinderen levend begraven en tientallen doden op straat. Een situatie die alles behalve overzichtelijk was en voor media nauwelijks controleerbaar, maar waarover gruwelijke berichten zijn verspreid. Wat is er waar van deze verhalen en waar zijn de bewijzen?

Op 10 augustus meldde Mohammed Shia Al-Sudani, de Iraakse minister van Mensenrechten, aan persbureau Reuters dat er in Irak 500 Jezidi-vrouwen en -kinderen zouden zijn vermoord door de Islamitische Staat (IS). Velen van hen zouden levend zijn begraven. Daarnaast zouden honderden vrouwen zijn ontvoerd om als slaaf te werken. De Iraakse minister zou beschikken over beeldmateriaal dat deze gruwelijkheden onomstotelijk bewijst.

Op de vraag of dit beeldmateriaal daadwerkelijk bestaat, ging Reuters niet in. Alternatieve stemmen werden niet aangedragen. Desalniettemin namen verschillende internationale media dit bericht over, zonder aandacht besteden aan het feit dat de uitlatingen van de minister in het persbericht niet of nauwelijks zijn geëvalueerd. Ook in Nederland dook het bericht overal op: van NU.nl tot NRC Handelsblad.

Wat er waar is van de uitspraken van Al-Sudani, is volgens oorlogsjournalist Jan Eikelboom (Nieuwsuur) niet geheel duidelijk: ‘Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is, maar harde, onafhankelijke bewijzen zijn er niet. Alleen een aantal oncontroleerbare ooggetuigenverklaringen.’ Wel heeft de Amerikaanse academicus Matthew Barber, schrijvend voor Syria Comment, vanuit Irak het slavenverhaal op Twitter bevestigd.

Op diezelfde 10 augustus sprak National Public Radio met de Iraakse plaatsvervangende minister van Mensenrechten, die het getal 500 nuanceerde: ook mensen die waren gestorven wegens gebrek aan eten en drinken waren hierin opgenomen. Ook vond hij het lastig te zeggen hoeveel vrouwen er waren ontvoerd om als slaaf te moeten werken.

Kamil Amin, woordvoerder van het Iraakse ministerie van Mensenrechten, beaamde dit tegenover CNN: ‘It’s difficult to be accurate about these numbers, but initially we have reported 500 Iraqi Yazidis have died from either ISIS direct killings or from starvation and dehydration.’ CNN vermeldde niet in staat te zijn om het genoemde dodental en de bewering dat Jezidi levend waren begraven te verifiëren.

Slachtoffers
Volgens Judit Neurink, correspondent in Noord-Irak voor onder andere Trouw, is het bovendien een tactiek van de IS om angst en verwarring te zaaien: ‘De verhalen over geweld waren voldoende om duizenden (…) op de vlucht te doen slaan, waarna hun dorpen en steden eenvoudig konden worden opgenomen,’ schreef ze begin oktober in Vrij Nederland over de vluchtende Jezidi in Sinjar. Uit de woorden van een Koerdische strijder maakte ze op dat IS gevangen Jezidi-vrouwen hun telefoons teruggeeft om ze zelf informatie te laten verspreiden, waardoor de boodschap een angstige lading krijgt.

Doordat de informatievoorziening voor een groot deel bestaat uit dergelijke boodschappen van slachtoffers, is de berichtgeving rondom de vluchtende Jezidi volgens Wladimir van Wilgenburg wat overdreven. Van Wilgenburg, woonachtig en werkend in Noord-Irak als freelancejournalist, wijst daarnaast op de ontoegankelijkheid van het gebied: ‘Er is geen enkele organisatie die precies weet hoeveel mensen zich bevonden in dat gebied. De IS heeft bovendien geen woordvoerder en staat geen journalist toe om het gebied te bezoeken. Daardoor is hoor en wederhoor onmogelijk.’

Als houvast in de schimmigheid wendden veel (Nederlandse) media zich tot de uitspraken van de Iraakse minister van Mensenrechten Al-Sudani. Zijn beweringen werden daarbij niet zozeer aangenomen als waarheidsgetrouw, maar men vergat deze te voorzien van de nodige nuance – die nota bene voornamelijk van het Iraakse ministerie van Mensenrechten kwam.

Verschillende cijfers
Hoewel niemand kon weten om hoeveel Jezidi het precies ging, deden verschillende cijfers de ronde. Zo ging er op 5 augustus een emotionele oproep de wereld over vanuit het Iraakse parlement. Parlementariër Vian Dakhil, zelf Jezidi, deed een smeekbede om de vluchtende Jezidi te helpen. In een interview met Nieuwsuur vertelde ze dat er 300 duizend Jezidi-vluchtingen waren opgejaagd door de IS. 100 duizend zouden er zelfs al mogelijk zijn vermoord.

Volgens Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom stroken deze aantallen niet met de waarheid: ‘Er zijn hoogstens enkele tienduizenden Jezidi gevlucht. Voor de genoemde dodentallen is nooit enig bewijs gevonden.’ Veel (Nederlandse) media lieten deze getallen inderdaad links liggen, of beschouwden ze slechts als ‘de uitspraak van’. Maar om hoeveel Jezidi het dan wel ging, was geen overeenstemming.

Zo meldde NRC Handelsblad dat er zo’n 170 duizend Jezidi op de vlucht waren geslagen. AD.nl meldde 300 duizend vluchtende Jezidi. Beiden verwijzen naar The Guardian. Opvallend is dat AD.nl niet de nuancering maakt die NRC Handelsblad en The Guardian wel maken: 300 duizend vluchtelingen, waarvan een groot gedeelte (zo’n 170 duizend) Jezidi zou zijn.

De Telegraaf meldde 140 duizend vluchtende Jezidi. De krant volgde hierin het ANP, dat ze op zijn beurt had overgenomen van de buitenlandse persbureaus Reuters en Bloomberg. Deze baseerden hun cijfers op een persbericht van Unicef. Volgens Marco van der Laan, chef van Telegraaf.nl, heeft De Telegraaf niet de gewoonte om berichtgeving van het ANP (of Reuters) te checken. ‘Daar ontbreekt gewoon de tijd voor en wij beschouwen het ANP (en Reuters) als een betrouwbare leverancier.

In perspectief

Gezien de complexe situatie en de ontoegankelijkheid van het gebied zijn de Jezidi lastig in kaart te brengen. Wanneer de tijd schaars is al helemaal; bij gebrek aan tijd gaan Nederlandse nieuwsmedia vooral uit van persbureaus, andere media en officiële instanties, die hun informatie grotendeels baseren op ooggetuigen en slachtoffers. Vergeten wordt vaak om iedere uitspraak in perspectief te zien, en om te benadrukken dat niet iedere bewering heilig is.

Gevaar van ‘sexy barvrouw’ komt niet voor in onderzoek

Thursday, October 18th, 2012

door: Emma O’Hare en Ellemijn Willemse

‘Sexy barvrouw lokt geweld uit’, kopt AD.nl op 10 september 2012: hoe meer seksuele lading er in een kroeg of club hangt, des te groter de kans op agressie onder de bezoekers. Vooral flirterige barvrouwen zouden geweld oproepen. Aldus ‘een onderzoek waarover De Telegraaf schrijft’. Het Algemeen Dagblad heeft het nieuws overgenomen van De Telegraaf. De onderzoekers zagen echter slechts één sexy serveerster. En die lokte geen geweld uit.

Het onderzoek waar De Telegraaf over schrijft, is het 96 pagina’s tellende rapport (pdf) Ingenomen en uitgehaald. Alcohol en geweld in Amsterdamse uitgaansettings. Ilse de Groot en Marco van der Land van de Vrije Universiteit deden dit onderzoek in samenwerking met de gemeente Amsterdam en politie Amsterdam-Amstelland. Het rapport is op 19 september gepresenteerd in een besloten expertmeeting in het Amsterdamse stadhuis, zonder dat de VU of de gemeente de resultaten samenvatten in een persbericht. Bij de aankondiging van de meeting ging het mis: De Telegraaf vernam volgens onderzoeker Van der Land dat Felix Rottenberg zou optreden als voorzitter, voor een vergoeding van ongeveer 2500 euro. De Telegraaf heeft het rapport vervolgens opgevraagd en er een nieuwsbericht over geschreven (‘Agressief door sexy barvrouw’). Dit heeft AD.nl overgenomen.

Boven het bericht vermeldt AD.nl het ANP als bron. Hoewel uit navraag bij het ANP blijkt dat het persbureau nooit over het onderzoek geschreven heeft, houdt een medewerker van AD.nl tegenover Nieuwscheckers vol dat dit wel de bron was. Duidelijk is in elk geval dat de AD-redactie het rapport zelf niet heeft ingezien.

Geen sexy barvrouw

De term ‘sexy barvrouw’ komt in het rapport niet voor, maar de kop komt niet helemaal uit de lucht vallen. Seksueel gedrag wordt in het hoofdstuk over eerdere, vooral buitenlandse studies genoemd als een van de acht mogelijke risicofactoren die door Graham en Homel in 2008 werden onderscheiden in een vergelijkbaar onderzoek: ‘In gelegenheden waar veel seksuele spanning heerst, bestaat een grotere kans op geweld en agressie. Barpersoneel kan hieraan bijdragen doordat schaars geklede meisjes drankjes verkopen.’ Het gaat dus helemaal niet om een conclusie uit het VU-onderzoek. Sterker nog: het is een deel van de theorie die gebruikt wordt voor het onderzoek dat pas veel later in het rapport gepresenteerd wordt.

Club Hot Fuss is de enige van de twaalf onderzochte clubs waar een sexy personeelslid wordt waargenomen: “Een sexy uitziend meisje verkoopt shotjes op de dansvloer waarbij zij vooral de jongens succesvol overhaalt om drank bij haar te kopen.” (p. 41)  Deze observatie wordt echter niet in verband gebracht met gewelddadig gedrag.

De Telegraaf (in de printeditie) en AD noemen ook ’kleine, jonge en vijandige portiers’ als veroorzakers van gewelddadig gedrag. Ook dit is onjuist: net als de schaars geklede barmeisjes worden zij wel genoemd in het literatuuroverzicht (p.21), maar in het Amsterdamse veldonderzoek bleken ze geen rol te spelen (p.74).

Drank, drukte, drang en dolheid

Wat concluderen de VU-onderzoekers dan wel? Het personeel van een uitgaansgelegenheid speelt een belangrijke rol in de hoeveelheid alcohol die wordt genuttigd. In veel van de bestudeerde clubs wordt gratis drank uitgedeeld, wordt er gestunt met drankprijzen en schenkt het personeel door aan duidelijk beschonken bezoekers. In sommige clubs zien we het barpersoneel het ‘goede’ voorbeeld geven door zelf alcoholhoudende dranken te drinken. Seksueel getint gedrag speelt een rol bij agressie in clubs, maar over sexy barpersoneel worden geen specifieke uitspraken gedaan.

Er spelen volgens Van der Land veel factoren mee in het ontstaan van geweld. Seksueel getint gedrag is daarbij niet de voornaamste. Het gaat bovendien altijd om een combinatie van factoren, alcohol speelt daarbij steevast een prominente rol. Veel drank in combinatie met drukte, drang en dolheid worden in de conclusie genoemd als de vier factoren die van invloed zijn op uitgaansgeweld. Bars en clubs waar het comfortgehalte laag is met luide muziek, weinig zitgelegenheid en waar een drukke, losbandige sfeer heerst, geven aanleiding tot agressie.

120 incidenten per dag

De auteur van het Telegraaf-bericht, Tjerk de Vries, schreef twee dagen later in de krant opnieuw over het rapport, samen met Nienke Oort: ’Avondje stappen risicovolle zaak’ (voor een deel overgenomen door AT5). Zoals de titel al doet vermoeden is dit artikel anders van inhoud. Niet alleen wordt de naam van het rapport dit keer wel genoemd, ook wordt de context van het onderzoek uitgebreid beschreven. De conclusie dat sexy barvrouwen voor agressief gedrag zorgen komt in dit bericht niet voor. Indrukwekkende cijfers wel.

Per dag zouden in Amsterdam 120 incidenten plaatsvinden met dronkaards en 25 geweldsslachtoffers vallen. Deze cijfers staan niet zo in het rapport, maar zijn door de Telegraaf-journalisten berekend op basis van het wel vermelde totaal: 243.578 incidenten in vijf en een half jaar. Dat sinds 2006 het aantal geweldsincidenten op uitgaanspleinen verdubbeld is, zoals De Telegraaf claimt, staat echter niet in het rapport. In tegendeel: op pagina 29 en 37 staat daar expliciet dat het aantal geweldsincidenten gelijk is gebleven. Woordvoerder Marjolein Koek van politie Amsterdam-Amstelland bevestigt dat dit de juiste cijfers zijn. Na verschillende pogingen een reactie van De Telegraaf te krijgen, is het enige wat Nienke Oort erover kwijt wil tegenover Nieuwscheckers: ‘Dat gegeven komt uit een ander rapport van de politie en die cijfers zijn geen nieuws. Dat is al lang bekend dat de geweldsincidenten zijn verdubbeld. Google maar.’

Conclusie

De artikelen van AD.nl en De Telegraaf over Amsterdams uitgaansgeweld bevatten onjuistheden. Het VU-onderzoek concludeert niet dat sexy barvrouwen in Amsterdamse kroegen en clubs geweld uitlokken. In het rapport wordt wel gesproken over seksueel getint gedrag als één van de vele factoren die aanleiding kunnen geven tot agressie. Alcohol speelt de grootste rol. Twee dagen na het artikel over de sexy barvrouw revancheert De Telegraaf zich door krasse cijfers die in het rapport verscholen zijn tot koop te promoveren: 120 incidenten met dronkaards en 25 gevallen van mishandeling per dag.  Dat het aantal incidenten op uitgaanspleinen sinds 2006 is verdubbeld, wordt echter door de VU-onderzoekers en politie tegengesproken. De comments staan open voor degene die ze van een bron voorziet.

Angst voor de tandarts aangepraat

Thursday, October 13th, 2011

door: Jocelyn van Alphen en Simon Bruyning

Dentofobie: angst voor de tandarts. Een emotie die veel Nederlanders voelen opkomen als hun halfjaarlijkse gebits-controle weer voor de deur staat. Als we De Telegraaf van 3 oktober mogen geloven, zal deze angst vanaf 2012 ook nog eens een economische dimensie krijgen: ‘Verzekeraar bang voor nota tandarts’, kopte de grootste krant van Nederland. Reden: tandartsbezoek wordt duurder omdat de tarieven worden vrijgegeven. Nieuwscheckers laat zich niet bang maken: het gaat om een experiment, dat stopt als het te duur wordt.

Vanaf 1 januari 2012 gaat het ministerie van Volksgezondheid een experiment starten om vrije prijzen in de tandartsenbranche in te voeren. Dit betekent dat elke tandarts zelf mag bepalen hoe duur een behandeling wordt. VWS denkt dat dit de concurrentie zal vergroten, met een betere kwaliteit behandelingen voor lagere prijzen als gevolg. Uiterlijk 1 juli 2014 besluit de minister of het experiment wordt verlengd.

Volgens De Telegraaf twijfelen echter ‘maar weinigen’ in de branche eraan dat de prijzen gaan stijgen. Naast deze nogal vage formulering voert de auteur één zorgverzekeraar op, namelijk CZ. ‘’Wat denk je? Lager zullen ze [de prijzen] zeker niet worden”, briest een woordvoerster in het dagblad. De tendens in het artikel is dat het uiteindelijk de patiënt is die hogere rekeningen zal gaan betalen, afhankelijk van zijn polis. Van het feit dat het hier om een experiment gaat, wordt met geen woord gerept.

‘CZ maakt mensen bang’

De Nederlandse Maatschappij tot Bevordering der Tandheelkunde (NMT) trekt fel van leer tegen de berichtgeving in De Telegraaf. Woordvoerder Jeroen van Wijngaarden: ‘’Het NMT is buitengewoon ontstemd over de waarschuwing van CZ. De verzekeraar ventileert zonder enige vorm van onderzoek dat de tandartsrekeningen zullen stijgen. Niet alleen maakt de verzekeraar zich schuldig aan bangmakerij, ook etaleert CZ een totaal gebrek aan kennis van zaken. De vorm waarvoor gekozen is bij de vrije prijsvorming maakt het mogelijk om dit experiment, dat 3 tot 5 jaar gaat duren, nauwkeurig en kritisch te volgen. Verzekeraar CZ heeft op geen enkele manier contact gezocht met de beroepsorganisatie van tandartsen en tandarts-specialisten voorafgaand aan zijn onheilsprofetie. CZ maakt mensen bang voor de tandarts.’’

Verder haalt De Telegraaf nog tandartsenfora aan, om het naderende onheil van prijsstijgingen te bewijzen: ‘’Op tandartsenfora valt te lezen dat de beroepsgroep in de vrije prijzen een mooie kans ziet om de tarieven op te schroeven, nadat de Nederlandse Zorgautoriteit prijsstijgingen jarenlang fors onder de inflatie heeft gehouden.’’
Ongetwijfeld zien enkele tandartsen hun kans schoon nu de prijzen vrij zijn, maar een enkel voorbeeld van zo’n forumdiscussie was hier wel op zijn plaats geweest.

Monitoren

Iets anders waar het artikel aan voorbij gaat: naast het NMT zijn er meer waakhonden die de tandartsprijzen in de gaten houden. Ook de Nationale Zorgautoriteit (NZa) gaat het experiment monitoren. Zo liet minister van VWS Edith Schippers op 29 juni al in een brief aan de Tweede Kamer weten: “Onder ontoelaatbare effecten (van het experiment, red.) versta ik ontwikkelingen die de betaalbaarheid, toegankelijkheid of de kwaliteit van zorg in gevaar brengen. Dat kan inderdaad ook betrekking hebben op te hoge prijzen. De NZa zal hierop continu toezien.’’ Daarnaast meldt de minister in haar brief dat transparantie in dit experiment van groot belang is. Er is dan ook een consumentenwebsite opgezet om prijzen te kunnen vergelijken. Dit alles is overigens allang geen nieuws meer, maar al enkele maanden bekend.

Volgens de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) moet er nog wel een hoop aan de informatievoorziening gebeuren voor 1 januari: ,,Het probleem is dat het voor de consument op dit moment onduidelijk is waar de keuze voor een tandarts op gebaseerd moet zijn”, aldus woordvoerster Nathalie Koopman. ,,Er zijn nog geen goede kwaliteitsindicatoren. Daar wordt hard aan gewerkt, maar 1 januari komt te vroeg. We houden het angstvallig in de gaten. In eerste instantie zullen de prijsverhogingen wel meevallen. Het zou wel kunnen dat dat iets later gebeurt, bijna niemand weet het. Maar we willen niemand bang maken natuurlijk.”

‘We zijn niet bang’

Het is ook niet zo dat elke verzekeraar vreest voor de komende tarieven. Zo zegt Achmea tegen Nieuwscheckers: “Wij zijn niet bang, maar we denken niet dat de tarieven omlaag gaan. Of ze erg zullen stijgen, geen idee. De consument weet wel ongeveer wat een behandeling kost, maar zal zich met ingang van 2012 van te voren moeten informeren over de nieuwe tarieven.”

Verzekeraars en patiëntenorganisaties zijn er, hoewel een stuk genuanceerder dan in De Telegraaf viel te lezen, dus niet helemaal gerust op. Of ze zich terecht zorgen maken, moet de tijd gaan uitwijzen. Het plan dat Schippers voor ogen heeft, om het experiment ‘in nauwe samenwerking met patiënten- en consumentenorganisaties en verzekeraars’ te doen, om zo te ‘werken aan transparantie van kwaliteitsinformatie’ is blijkens bovenstaande reacties nog niet echt van de grond gekomen.

Dat De Telegraaf deze nuance niet aanbrengt, mag je de krant echter aanrekenen. De auteur van het artikel zei overigens niet te kunnen meewerken met nieuwscheckers.nl. Hij gaf hier geen reden voor. Feit blijft, dat nietsvermoedende consumenten die op 3 oktober de krant opensloegen,  niet volledig zijn geïnformeerd. Zo word je vanzelf bang voor de tandarts.

Nederlander leent vooral voor auto. Of vanwege gezinsuitbreiding?

Monday, March 28th, 2011
Door: Jacobien Nieuwenhuijsen en Danielle Moeliker
Wat is de belangrijkste reden om geld te lenen? De Telegraaf kopte in juli 2010 “Een lening is voor een auto”, terwijl het Financieel Magazine een maand later meldde dat de Nederlander zou lenen voor nieuwe meubels, bruin- of witgoed en voor vakantie. Op de voorpagina van  Spits op 8 februari blijkt echter weer dat de Nederlander vooral zou lenen voor gezinsuitbreiding. Het nieuws is telkens weer anders, maar het komt uit dezelfde bron: die van kredietverstrekker Freo.
 
Analyse van Freo 

De eerste stap was het binnenstebuiten keren van de analyse van Freo. Hierin kregen wij hulp van interim programmamanager B.J.Weerkamp, die ons inzicht bood in de meest recente analyse van Freo, waaruit bleek Nederlanders het vaakst zouden lenen voor het gezin (en dat van alle Nederlanders Brabanders het minst lenen en Randstedelingen het meest). Weerkamp legde ons uit dat de analyse van Freo berust op een een steekproef van 3.500 Freo-klanten tussen de 20 en 70 jaar. Die gegevens zijn gecombineerd met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Weerkamp: “Alle gegevens die wij nodig hadden van de klanten voor deze analyse waren al bekend. Wij weten namelijk vrij veel van onze klanten: hun echte leeftijd, adres, gezinsopbouw, lening en het leendoel.  We zijn wettelijk verplicht te registeren waarom iemand leent.” 

Gezinsuitbreiding 
Deze analyse van Freo geeft ons weliswaar een duidelijk beeld van de regionale verdeling van het leengedrag, toch geeft het ons geen volledig inzicht in de vraag waarom iemand leent. Het antwoord van Weerkamp hierop is duidelijk: “Je moet gezinsuitbreiding breed zien. Bij gezinsuitbreiding is er bijvoorbeeld een grote auto nodig, maar ook nieuwe meubels.” Maar hij benadrukt dat Freo in zijn analyse en persbericht niet het woord gezinsuitbreiding gebruikt. Dit is eigenaaardig, want  het woord gezinsuitbreiding komt wel voor in verschillende artikelen over deze analyse. 

Ons vermoeden is dat Freo op basis van eigen gegevens (huwelijkse staat, gezinsopbouw, leeftijd, grote van de lening etc) heeft geprobeerd om een oorzakelijk verband aan te tonen. Freo vraagt namelijk niet aan klanten of zij lenen voor kinderen. Freo zegt het volgende over het leengedrag van gezinnen: “Het hebben van kinderen is een belangrijke bepalende factor voor het afsluiten van een lening.” Bij navraag benadrukt Freo dat lenen voor het gezin niet het leendoel op zich is, maar slechts een achterliggende factor. Het is dus niet vreemd dat de betreffende kranten schrijven over gezinsuitbreiding. Freo refereert in het persbericht aan Milco Wijckmans, directeur Consumer Finance van de Lage Landen (het moederbedrijf van Freo), die het volgende zegt: “Zodra mensen kinderen krijgen schiet de uitgave omhoog. Voor een grotere woning stijgen de woninglasten. Kinderopvang is duur en zodra het kroos opgroeit, krijg je te maken met schoolgeld, hogere kosten voor vervoer en een rijbewijs. Zeker geen frivole zaken, maar het kost wel veel geld. Dat zie je terug in het leengedrag.”

Opvallend is dat  het Nibud-onderzoek ‘Lenen: lust of last’  het gezin niet vermeldt als leendoel. Volgens het Nibud lenen mensen voor producten (auto, tv, koelkast e.d), voor een reparatie, voor het aflossen van andere leningen, voor dagelijkse betalingen (zoals boodschappen), voor de studie en om andere redenen. Het Nibud merkt wel op dat gezinnen met kinderen vaker lenen dan gezinnen zonder kinderen, maar dat wil niet zeggen dat die gezinnen lenen omdat ze kinderen hebben. 

Spits 
Freo creëert publiciteit door regelmatig leuke leennieuwtjes te verspreiden: Nederlanders lenen voor een auto, Brabanders lenen het minst, oktober is de populairste leenmaand, en (een week voor de deadline van de belastingaangifte): duizenden Nederlanders  lenen voor de fiscus. Die berichten worden vooral opgepikt door Metro, Spits en sites met financieel nieuws. Als Nieuwscheckers belt, herinnert een Spitsredacteur zich dat het bericht van 8 februari is overgenomen van het ANP en dat het niet gecheckt is: “Als er geen naam van een journalist bij het artikel staat, is het nieuwsbericht direct afgeleid van een persbericht, meestal van het ANP.” Navraag bij het ANP leert ons echter dat het persbericht niet via het ANP is verstrekt. Spits heeft het persbericht naar alle waarschijnlijkheid via de mail ontvangen en aangepast gepubliceerd. Het ANP heeft namelijk de regel geen commercieel nieuws door te geven. 

Broodje aap: inbrekers lezen overlijdensadvertenties

Tuesday, December 14th, 2010

Door: Justine Versteegh en Merel Zeilstra


Als we de kranten moeten geloven is er een nieuwe trend gaande: ‘de uitvaart-inbreker’. Die struint de overlijdensadvertenties in kranten af en slaat rustig zijn slag als de nabestaanden hun dierbare begraven.  Maar het is een aangedikt verhaal, zo wijst onderzoek door Nieuws-checkers uit. “Als een krant kopij nodig heeft, dan ligt zo’n onderwerp nog ergens op de plank.”

De afgelopen zomer schreven De Telegraaf en De Stentor over de nieuwe inbraaktrend. Vorig jaar waarschuwden het Noord-Hollands Dagblad en de Leeuwarder Courant ervoor. En in 2008 kopte de Gelderlander: ‘Tweede confrontatie in anderhalf jaar met ‘kwaadwillenden.’’ Elk van deze artikelen beweert dat het fenomeen in toenemende mate voorkomt. Cijfers worden daar niet bij gegeven. Die zijn er namelijk niet.

Geen cijfers
Op zoek naar de cijfers belde Nieuwscheckers de aangehaalde bronnen uit de vijf artikelen na. Zonder resultaat. De politiekorpsen Amsterdam Amstelland, Utrecht en IJsselland houden geen gegevens bij over deze inbraken. Het systeem laat dat simpelweg niet toe of het kost te veel tijd. “Wij registreren bij een inbraak niet de specifieke oorzaak of omstandigheid”, aldus Danielle Friedeman van de politie Utrecht. “En ja, het komt wel voor dat er inbraken worden gepleegd als bewoners op vakantie zijn of naar een begrafenis. Maar in de stad Utrecht kun je niet spreken van een trend. Het is niet iets specifiek van de laatste tijd.”

De politie registreert de omstandigheden bij woninginbraken dus niet. En bij de grotere instanties als het Nationaal Politie Instituut, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn evenmin cijfers voorhanden.

Geen trend
Niet alleen kranten, ook RTV Utrecht berichtte in juni op haar website over de vermeende inbraaknoviteit. Er zou rond die tijd in Breukelen meerdere malen zijn ingebroken in huizen waarvan de bewoners naar een begrafenis waren. Ellen de Heer van de politie Breukelen: “Die trend werd toen gesignaleerd, terwijl er maar één zo’n geval had plaatsgevonden! Wij waren niet erg blij met het bericht. We hebben daar commentaar op geleverd.”

Ook woordvoerder Ebe van der Land van de politie Amsterdam-Amstelland, die in De Telegraaf vertelde hij over de mogelijkheden om een huis gedurende een uitvaart te bewaken, ziet geen trend: “Wij geven altijd tips die inbraak kunnen voorkomen, net zoals in het Telegraaf-artikel. Maar wij zouden nooit zeggen dat er sprake van een trend is, dat werkt het onveiligheidsgevoel in de hand. En in onze beleving is daar ook absoluut geen sprake van. Of het nou om een avondje uit gaat, een vakantie of een begrafenis, dieven grijpen alles aan. Dat is al jaren zo.”

Broodje aap
Dieven maken zelden plannen, bevestigt Wim Bernasco van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR): “Je moet je realiseren dat maar 10 procent van de dieven echt met een plan op stap gaat. Het grootste deel, 70 procent, is gelegenheidsdief.” Bernasco, die gespecialiseerd is in de omstandigheden rondom diefstallen, noemt het fenomeen ‘onzin’. “Ik geloof best dat het wel eens gebeurt, maar niet dat het een trend is. Het lijkt mij een duidelijk geval van broodje aap. Zeker omdat veel vormen van criminaliteit de laatste jaren juist afnemen.” Cijfers van het CBS bevestigen die afname duidelijk. In 2005 waren er 757.000 gevallen van diefstal/verduistering en inbraak. In 2008 stond de teller aanzienlijk lager, op 679.000.

Ook wat betreft de identiteit van inbrekers, is Bernasco wantrouwend tegenover de berichtgeving: “Het is een misverstand dat de inbraak altijd door een vreemde wordt gepleegd, in dit geval degene die de krant zou naspeuren. Vaak gaat het juist om een vage bekende, een buurtgenoot of familielid.”

Uitvaartindustrie
De belangrijkste bron in de artikelen over begrafenisinbrekers zijn uitvaartvertzekeraars: Monuta wordt in twee artikelen geraadpleegd, concurrent Yarden komt drie keer aan het woord. Beide bedrijven vertellen over de beveiligingsservice dan wel de beveiligingsboxen die zij aanbieden aan mensen die zich zorgen maken over een inbraak tijdens de uitvaart. Susan Versteeg van Monuta in De Telegraaf: “Wij signaleren al langer een groei in het aantal inbraken bij nabestaanden thuis.”  Je zou bijna denken dat ze belang hebben bij deze misdaadtrend.

Tegen Nieuwscheckers zegt Versteeg  echter dat zij verkeerd is geciteerd: “Ik heb dat nooit op deze manier gezegd. Inbraken tijdens de uitvaart zijn namelijk geen nieuw fenomeen. Het bestaat al zo lang er kranten zijn. Ik denk dat de trend te gemakkelijk geconstateerd is terwijl er geen echte bewijzen beschikbaar zijn.” Daar is landelijke beveiliger Trigion, aan wie Monuta zijn beveiligingsaanvragen uitbesteedt, het mee eens. Wel signaleert Trigion een stijging in het aantal beveiligingsaanvragen.

Gijs Pelser van uitvaartverzekeraar Yarden merkt niet zo veel van een dergelijke stijging. Pelser: “Mensen voelen zich kennelijk niet echt onveilig, want van die beveiligingsboxen verkopen we er landelijk maar 10 a 20 per jaar.”

Uithangbord
De Telegraaf vermeldde namen en tarieven van de uitvaartbeveiligers (“Bij Iris Security kost beveiliging €37,50 per uur met een minimale afname van vier uur”). Toch zegt Telegraafjournaliste Titia Voûte niet de indruk te hebben dat de zorgverzekeraars de krant als uithangbord hebben gebruikt voor hun diensten. En mocht dat wel zo zijn, dan gelooft Voûte  niet dat ze er veel van zullen profiteren. “De krant ligt een uur later tenslotte in de kattenbak en dan is het weer vergeten. Ik denk niet dat het direct storm loopt bij de verzekeraars na zo’n artikel. En daarbij, het is niet zo dat de verzekeraar er zelf een persbericht uitstuurt en dat wij er mee aan de slag gaan.  Zo’n berichtje duikt ergens op in een krant of op een website. En als een dagblad dan kopij nodig heeft, ligt dat onderwerp nog ergens op de plank.”

Hoewel haar artikel begint met de zin ‘Het is te schandalig voor woorden’, benadrukt de journaliste dat we de berichtgeving rondom de uitvaartinbreker ‘niet al te serieus moeten nemen.’ De rustige zomerdagen op nieuwsredacties, de zogenaamde komkommertijd, moet volgens haar in het oog worden gehouden. “Het onderwerp is elk jaar in de media wel een item.”

Op de bewering ‘Het gebeurt steeds vaker’, komt Voûte bij Nieuwscheckers terug: “Er is volgens mij helemaal geen trend gaande. De verzekeraars zeggen dat ook iet zo. Wat wel nieuw is, is dat de beveiligingsbedrijven inspelen op de behoeften van klanten en steeds meer beveiliging aanbieden. Dat gebeurde een jaar of vijf geleden niet. Dat er meer aanvragen zijn past misschien ook wel bij deze tijd.”

Kortom
Inbraken tijdens uitvaarten komen sporadisch voor – een druppel in de oceaan van de honderdduizenden woninginbraken die in Nederland jaarlijks worden gepleegd. Voor een trend ontbreekt ieder bewijs. Een goed verhaal is het wel. Maar dat geldt voor alle broodjes aap.

Hoe overlast ‘straatterreur’ werd en Oosterwei weer in het nieuws kwam

Wednesday, December 8th, 2010

Door: Jan-Willem van der Mijde en Dewie Oediet Doebé
  

De laatste slag in de strijd tegen Marokkaanse straatterreur werd zaterdag 30 oktober gestreden in de beruchte Goudse buurt Oosterwei. Tenminste, als we de media moeten geloven. Het Algemeen Dagblad breekt vier november het nieuws over het zogenaamde ‘bloembollenincident’ en De Telegraaf zet vervolgens hard in met de kop “Straattuig heer en meester in Gouda”. Het nieuws wordt vervolgens opgepikt door andere dagbladen en op tv door het NOS, RTL nieuws, Hart van Nederland, DWDD en Pauw & Witteman. Alwéér hommeles in Oosterwei. Alhoewel, alweer? Bij nader inzien strookt de berichtgeving niet met de werkelijkheid en mist vooral De Telegraaf de nuance. 

Zaterdag 30 oktober: om Oosterwei op te leuken zouden er tijdens een schoonmaakactie bloembollen worden uitgedeeld terwijl clowns Knoef en Tomaat voor vertier zouden zorgen. Zestig huishoudens uit de buurt waren uitgenodigd, maar bij aanvang bleken alleen zo’n dertig kinderen aanwezig, zonder ouders. Een groep van tien kinderen tussen de acht en de veertien, die al enkele maanden overlast veroorzaakt, besmeurt de glijbaan met chocomel en gooit met de nog te planten tulpenbollen. Clown Knoef wordt op zijn hoofd geraakt en de actie wordt afgeblazen. 

Van brandbrief tot nieuwsbericht
Voor Jannie van Leeuwen, voorzitter van de bewonerscommissie, was het de spreekwoordelijke druppel: “Die jochies gooiden heel bewust stenen en bloembollen naar iemands slaap. Dat geeft voor mij aan dat het niet allemaal zo onschuldig was.” Een dag later mailt ze een brandbrief naar gemeente, politie en wijkinstanties. Met succes: Jan van den Heuvel van de Goudse afdeling van de PvdA formuleert raadsvragen en voegt de brief, met de vermeende instemming van Van Leeuwen, als bijlage toe. Van Leeuwen meent het echter niet meer scherp te hebben of zij daarmee had ingestemd. Binnen de raad is het een goede gewoonte om, aldus de oud-politiewoordvoerder, “gelijk een cc’tje naar de pers te sturen.” Daarop spreekt Van den Heuvel Ruud Witte van het AD Groene Hart en stelt hem voor contact op te nemen met Van Leeuwen. 

In de brief bij de raadsvragen heet Van Leeuwen ‘mevrouw Van L.’, maar het AD vermeldde haar volledige naam. Over de toedracht bestaat onduidelijkheid. Volgens Witte was de keuze aan haar, maar Van Leeuwen beweert: “Ik heb dat een beetje gelaten. Het werd een hele rare discussie. Het artikel moest snel af en ik mocht het niet zien. Als mijn naam er niet in stond, zou het een soft artikel worden. Toen dacht ik al ‘help’.” Op basis van het gesprek met Witte was Van Leeuwen in de veronderstelling dat haar brief enkel als basis zou fungeren voor een artikel over de raadsvragen van de PvdA en dat er niet uit zou worden geciteerd. Witte onkent onder tijdsdruk te hebben gestaan en meent dat er geen onduidelijkheid bestond over de aard van het artikel. Volgens de journalist is het bovendien ongebruikelijk om een artikel vóór pulicatie voor te leggen. Alhoewel Van Leeuwen zich achteraf “een beetje bekocht voelt” meent ze dat het resulterende artikel “Spoedoverleg Oosterwei” (niet online) een juiste voorstelling van de zaken geeft. Maar wat volgde had volgens haar weinig meer met de werkelijkheid te maken. 

Niet Oosterwei, maar Goverwelle

De Telegraaf zet de toon
Een dag na het AD bericht stelt De Telegraaf in “Straattuig heer en meester in Gouda” dat Oosterwei opnieuw wordt “geterroriseerd door Marokkaanse straatschoffies”. Telegraafjournalist Jenny van der Zijden verwijst daarbij naar het ‘busincident’ van twee jaar geleden, waarbij een chauffeur van Connexxion werd beroofd. “Het lijkt hetzelfde beeld als twee jaar geleden”,  aldus haar artikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu”. Stijn Hustinx en Caspar Naber van het AD (landelijke editie) verwijzen enkele dagen later in “Midden in Oosterwei zit een zweer” tevens naar het incident: “Wéér is het mis in de wijk Oosterwei in Gouda.” De journalisten vermelden daarbij niet dat het busincident niet in Oosterwei maar in de aangrenzende buurt Goverwelle plaatsvond en dat de overvaller tussen de 25 en 30 jaar zou zijn geweest. Zeker geen kind of hangjongere meer. Connexxion bevestigt dat ook in de laatste paar maanden geen ernstige incidenten hebben plaatsgevonden in de buurt. “Als er in Gouda wat gebeurt of er is een tendens zichtbaar, dan wordt dat gelijk besproken met politie en gemeente. Maar dat is de afgelopen maanden niet nodig gebleken,” aldus Herman Opmeer, woordvoerder van het vervoersbedrijf. 

De Telegraaf en het AD beweren meermalen dat het veiligheidsgevoel onder de inwoners van Oosterwei is afgenomen. Volgens de gemeente blijkt echter uit de Stadsmonitor 2010 dat er “positieve ontwikkelingen zijn te zien als het gaat om het veiligheidsgevoel en het gevoel of het ‘vooruit’ of ‘achteruit’ gaat in de buurt.” Deze data hebben echter betrekking op de gehele gemeente Gouda, dan wel Gouda-Oost (Oosterwei, Vreewijk en de Voorwillenseweg). Bovendien was er in de vier peilingsjaren om-en-om een daling en stijging in het veiligheidsgevoel waar te nemen. Een eenduidige uitspraak over de veiligheidservaring van 2010 is dan ook moeilijk te doen. 

Een verklaring voor de mogelijke vertekening van de cijfers wordt gegeven in de Veiligheidsmonitor op wijkniveau 2009, waarin staat dat in dat jaar de veiligheidsbeleving was afgenomen mede door “de incidenten en de overmatige mediabelangstelling die zich medio 2008 hebben voorgedaan in Oosterwei.” Opmerkelijk aan de berichtgeving vóór oktober 2010 is dat het AD Groene Hart op 29 mei meldde dat volgens diens eigen misdaadmeter de misdaadcijfers in Gouda daalden, alhoewel Gouda steeg in de nationale ranglijst. Op 20 juni meldde dezelfde krant dat de Molenbuurt in Goverwelle en de wijk Korte Akkeren ten noorden van de Emmastraat/Tollensstraat de onveiligste plekken waren in Gouda. Terwijl de buurt Oosterwei, “die landelijk het stempel van onveilig kreeg opgeplakt”, in geen van de lijstjes in de top drie voorkwam. 

Toch schetst raadslid Bas Driesen van Trots op Nederland in het Telegraafartikel “Geplaagd Gouda is burgemeester beu” een grimmig beeld van de wijk: “Kinderen dealen, ze randen vrouwen aan.” Driesen legt uit: “Dit is wel een hele kort-door-de-bocht quote, maar het klopt wel, al gaat het niet om een grote groep.” Op de vraag hoe Driesen dat weet: “Ik hoor dat van diverse bronnen uit de wijk, maar ik kan geen namen noemen.” We vragen de bewuste journalist van De Telegraaf of zij de beweringen van Driesen heeft gecheckt: “Wij hebben alles nagecheckt. Daar wil ik het graag bij laten.” 

‘Ik hou van mijn wijk’
Jannie van Leeuwen herkent haar buurt niet in de Telegraafartikelen: “Dat vind ik geen taal. Je scheert daarmee vooral de Marokkaanse bewoners over een kam, terwijl dat echt nooit mijn signaal is geweest.” Ook PvdA-raadslid Van den Heuvel vond de krant daarin te ver gaan. “Als onze stad volgend jaar economisch minder in trek is, dan moet De Telegraaf dat ook maar voor haar rekening nemen.” Volgens Van Leeuwen wordt het probleem door de media groter gemaakt dan het is:  “Ik hou van mijn wijk en wij wonen er echt met ontzettend veel plezier. Die jongens zijn best voor rede vatbaar als ze maar echt worden aangesproken op hun gedrag.” Toch wilde ze in het belang van de buurtbewoners en gemeente na de eerste berichtgeving niet in de publiciteit treden. “Ik had mijn twijfels of mijn goede woorden terecht zouden komen.” 

De clowns Knoef en Tomaat zochten ook bewust de media niet op. Volgens hun woordvoerder Arie Kraai varieerde de mediaberichtgeving “van een simpele feitenopsomming tot de wilde fantasie van Geenstijl.” Kraai vindt dat “Er zoveel scoringsdrang en frustratie bij journalisten is dat onze woorden zeker verkeerd gebruikt zouden zijn.” Ook de gemeente Gouda vindt de mediaberichtgeving over Oosterwei weinig genuanceerd. “Op lokaal niveau kun je makkelijker duiden dat Oosterwei maar uit een paar straten bestaat en dat de overlastgevende jongens een kleine groep zijn. Maar sommige landelijke media willen de overlast in Oosterwei ophangen aan de hele landelijke ‘Marokkanenproblematiek’,” aldus Ingrid Spuit, communicatiemedewerker van gemeente Gouda. 

De media-werkelijkheid
Uit de cijfers – die veelal ontbraken in de berichtgeving – blijkt dus dat de criminaliteit in Oosterwei de laatste jaren is afgenomen en dat de buurt door de jaren heen als minder onveilig wordt ervaren dan achterstandswijken in andere grote steden. In een reactie op de berichtgeving nuanceert de gemeente echter de cijfers, doordat “wijkbewoners die dagelijks last hebben van treitergedrag, er weinig aan [hebben] om te zien dat de cijfers een positieve ontwikkeling laten zien.” Desalniettemin draagt ook de aanhoudende negatieve berichtgeving, eveneens als in 2008 na ‘het busincident’, toe aan het gevoel van onveiligheid en overlast. 

Promovendus bestuurskunde Iris Korthagen schreef naar aanleiding van de Goudse mediahype in 2008 haar masterthesis over de relatie tussen nieuws en beleid. Het valt haar op dat de mediaberichtgeving over Gouda dit keer genuanceerder is dan toen: “De Telegraaf gebruikt nog steeds grote woorden als ‘straatterreur’, maar ik zie bij een krant als het NRC met het artikel “Opnieuw kijkt iedereen naar Gouda” een veel meer genuanceerde berichtgeving. Je zag vooral dat nu al veel sneller na het eerste nieuws een discussie in media – zoals het NRC – begon over de werkelijkheid zoals die door media als de Telegraaf en politici van de PVV werd verkondigd.” Korthagen vindt het een kwalijke zaak dat politici het gebrek aan nuance van bepaalde media overnemen. “Hierdoor ontstaat het gevaar dat politici beleid maken dat gebaseerd is op de media-werkelijkheid en niet op wat er werkelijk is gebeurd.” 

Minimediahype
Opvallend aan deze minimediahype was dat de directe betrokkenen van het bloembollenincident na de eerste berichten al snel uit het nieuws verdwenen. In het beeld van de buurt dat daarna ontstond, kwamen verschillende individuen en instanties aan het woord die ieder hun eigen belangen hadden. De recente berichtgeving over Oosterwei lijkt daardoor onterecht te zijn gekleurd doordat vluchtige indrukken van een buurt die al het stempel ‘fout’ draagt, als typerend worden aangevoerd, terwijl cijfers en beweringen die dat beeld nuanceren in twijfel worden getrokken. De Telegraaf was daarbij in toonzetting en bronnenselectie op zijn minst ongenuanceerd en bij vlagen sensatiezuchtig. Het AD was minder rechtlijnig maar rechtvaardigde met die nuance niet de overtrokken berichtgeving in de landelijke edities van een incident dat op zichzelf een zeer beperkte en vooral lokale nieuwswaarde heeft. Dat het incident in Oosterwei plaatsvond, maakt het niet meer nieuwswaardig; overlast van een kleine maar hardnekkige groep jongeren in een randstedelijke buurt is allerminst uniek.

Paddenstoelennieuws opgeblazen

Thursday, November 11th, 2010

Door: Aafke Hofman en Bianca Massaro

‘Paddestoelexplosie in Nederland’: de herfst was nog niet eens begonnen toen de media goed nieuws brachten over de paddenstoelenstand in ons land. De afgelopen veertien jaar zouden er maar liefst zeven soorten per maand zijn bijgekomen.  Nieuwscheckers ontdekte dat de paddenstoel toch iets anders in de steel steekt: om van een explosie te spreken, moeten we de cijfers van de afgelopen jaren kunnen vergelijken met oudere gegevens. En die zijn er niet.

De Telegraaf meldde al op 26 augustus een explosie van paddenstoelen. De NOS volgde op 8  september. Waar de NOS het heeft over een totaal van 4.000 soorten, zijn het er in De Telegraaf zelfs 5.000.  Het AD kopte op 9 september: ‘Explosie van paddenstoelen in nat en warm Nederland’ (niet online) en telde 4.000 soorten. Trouw heeft het op 11 oktober ook over een paddenstoelenexplosie, turft ‘ruim 4800′  soorten,  en verwijst naar Marijke van Dam van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Veldbiologie.  NOS en Telegraaf beroepen zich op een andere bron: de paddenstoelenkenners van de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV).  Al bij ons eerste telefoontje blijkt dat er van een echte vereniging niet echt te spreken valt. Volgens Jacques Gelderblom van het secretariaat heeft de NMV geen kantoor en is het meer een groep individuen.  Misschien ligt daar een oorzaak van de verschillende cijfers: De Telegraaf sprak NMV-bestuurslid Menno Boomsluiter, de NOS laat de identiteit van de zegsman in het midden.

“In Nederland zijn we de grens van de 5.000 soorten al gepasseerd”, vertelt Boomsluiter ons. Hij verwijst naar de Verspreidingsatlas waar dit expliciet staat vermeld: “Van de ruim 5000 soorten in Nederland komt een flink aantal het hele jaar voor, bijv. op bomen en op dood hout.” Maar Boomsluiter benadrukt:  “Het is ontzettend lastig om precies vast te stellen hoeveel paddenstoelen er zijn. Dit is namelijk afhankelijk van wat je allemaal onder een paddenstoel verstaat. Daarnaast zijn de meeste soorten paddenstoelen ontzettend klein en onopvallend.” Het Grootsporig Vriendenschijfje bijvoorbeeld, een soort die voor Nederland nieuw is, groeit aan de onderkant van rottend hout en heeft een doorsnede van nog geen  millimeter.

Geen explosie
De zeven nieuwe soorten paddenstoelen die er de afgelopen veertien jaar per maand bij zijn gekomen, berusten op een berekening van Boomsluiter zelf. Oud nieuws overigens, want Boomsluiter zette het al in februari op zijn blog. Het ANP maakte er een bericht van, dat onder meer door de Volkskrant werd overgenomen. Maar Boomsluiter wil zelf niet van een soortenexplosie spreken: “We hebben alleen gegevens van de afgelopen veertien jaar, van de jaren daarvoor is niets bekend. De laatste jaren wordt er gewoon veel meer onderzoek gedaan, waardoor er ook meer soorten worden ontdekt. Wellicht is er wel sprake van een daling, dat weten we dus niet.”

Wat wel uitbundig groeide in 2010, was het aantal afzonderlijke paddenstoelen. Paddenstoelen gedijen uitstekend door de combinatie van hevige regenval en hoge temperaturen: er waren die jaar dus veel paddenstoelen te zien, maar niet veel paddenstoelensoorten. 

De Rode Lijst
Niet alleen met het aantal paddenstoelensoorten, ook met het aantal bedreigde soorten is iets mis. De NOS: “Toch zijn mycologen niet tevreden, want nog steeds staan zo’n tweederde van de paddenstoelen op de rode lijst met bedreigde soorten.” Boomsluiter vertelt ons echter dat hij tevredener is over de ontwikkelingen dan het NOS-bericht meent. Er staan namelijk in verhouding minder bedreigde paddenstoelen op de Rode Lijst dan vier jaar terug. De misvatting kan zijn ontstaan doordat de NOS verwijst naar ’de laatste lijst’, de Rode Lijst 2004, een opsomming van alle bedreigde soorten paddenstoelen. Maar na een vluchtige blik op de website van de NVM blijkt een recentere versie, de Rode Lijst 2008, eenvoudig te downloaden. Hierin staat: “De Rode Lijst is gebaseerd op een analyse van ruim 1,8 miljoen verspreidingsgegevens in het databestand van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Alle 4732 in Nederland waargenomen soorten zijn daarbij beoordeeld. Van deze soorten zijn 2624 soorten voldoende bekend om voor de Rode Lijst in beschouwing te worden genomen. De overige 2108 soorten zijn niet ‘inheems’ volgens de LNV criteria of er zijn onvoldoende betrouwbare gegevens voorhanden om tot een beoordeling van de Rode-Lijststatus te komen (bijvoorbeeld wegens hun kleine formaat, onopvallende groeiwijze of omdat ze recent zijn onderscheiden zodat oudere gegevens ontbreken).”

Van de 2.624 soorten die onder de loep zijn genomen, zijn uiteindelijke 1.619 soorten als bedreigd op de Rode Lijst 2008 terecht gekomen. Dit betekent dat 62% van de inheemse, betrouwbaar waargenomen soorten bedreigd is. “Maar in vergelijking met de Rode Lijst 2004 gaat het beter met de paddenstoelen”, aldus Boomsluiter.

Waar zit nu de fout?
Waarschijnlijk zijn de fouten ontstaan door verwarring van het aantal soorten en het aantal exemplaren. De paddenstoelenkenners van de NMV hebben niet beweerd dat er dit jaar een explosie in soorten is, maar in het aantal exemplaren. Het verschil in aantal soorten, 4.732 op de Rode Lijst en ruim 5.000 volgens Boomsluiter, kan schuilen in het feit dat de Rode Lijst uit 2008 dateert: intussen zijn er al weer meer soorten gespot.

Afzender onbekend
Geen explosie van nieuwe soorten paddenstoelen, geen 4.000 maar minimaal 4.732 soorten in totaal, en de verkeerde Rode Lijst: tijd om de schrijver van het NOS-bericht om een reactie te vragen. Volgens online eindredacteur Lambert Teuwissen van de NOS is het stuk geschreven door correspondent en verslaggever Rienk Kamer. Kamer vertelt ons dat hij wel de foto’s bij het bericht geleverd heeft en een radio-item over paddenstoelen heeft gemaakt, maar het schrijven van het artikel door tijdsgebrek aan een andere redacteur in Hilversum heeft overgelaten. Hij verwijst ons terug naar de NOS, maar die kunnen ons helaas niet verder helpen.

Aantal jeugdbendes in regio Den Haag is niet te tellen

Monday, October 25th, 2010

Door: Sandra Hauwert en Maura Laarman

Het aantal criminele jeugdbendes in de Haagse regio is verdubbeld, meldde De Telegraaf eind sep-tember. Dat zou blijken uit de Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen, gemaakt in opdracht van de politie Haag-landen. Nieuwscheckers bekijkt het onderzoeksrapport en ziet iets opmerkelijks: al enkele jaren is het aantal groepen stabiel. Tevens zijn de jeugdbendes waar de krant over spreekt nergens te bekennen in de regio, criminele jeugdgroepen daarentegen wel. En dat is iets anders. Tenminste, voor de politie.

Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen
De politie Haaglanden brengt jaarlijks de problematiek rond jeugdgroepen in de regio in kaart. Buurtagenten turven daarvoor de hinderlijke, overlastgevende en criminele groepen jongeren.

Afgelopen jaar telden de agenten tien criminele jeugdgroepen. Dat is volgens De Telegraaf een verdubbeling  ten opzichte van 2005, toen er vijf werden geteld. Jeugdbendespecialist Frank Weerman, senior onderzoeker bij het Nederlands Studie Centrum Criminaliteit en Rechtshandhaving, heeft hier zijn bedenkingen bij. Hij acht de kans groot dat 2005 ‘toevallig’ een jaar was met relatief weinig criminele jeugdgroepen. Zijn voorgevoel blijkt te kloppen. In de afgelopen paar jaar is het aantal criminele jeugdgroepen heel stabiel geteld op acht.

En wanneer we teruggaan tot 2000 lijkt het aantal criminele jeugdgroepen de laatste jaren zelfs afgenomen. De Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen van dat jaar stelde het aantal criminele jeugdgroepen vast op twintig. Als je de cijfers op deze manier bekijkt, is er sprake van een halvering, in plaats van een stijging.

Subjectief
Het grootste nadeel van de Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen is het subjectieve karakter. Weerman legt uit: “Via buurtagenten wordt geïnventariseerd welke jeugdgroepen er zichtbaar en bekend zijn bij de politie. Dat gebeurt op zich op een systematische en integere wijze, maar er zijn uiteraard wel tekortkomingen. Er is het gevaar voor dubbeltelling enerzijds en anderzijds mis je ook groepen. Denk daarbij aan groepen die minder zichtbaar zijn, maar bijvoorbeeld ook aan groepen met meisjes. Bovendien weet je ook niet of het beeld van deze groepen iets zegt over hoe de politie ze interpreteert of hoe ze werkelijk zijn.”

Aan de cijfers mag niet te veel waarde gehecht worden, vindt ook Paul Harland, onderzoeksleider van de Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen: “Een vergelijking tussen jaren is wel mogelijk, maar wordt afgeraden. Puur op basis van het aantal criminele jeugdgroepen kun je niet zoveel waardevols concluderen. Je kunt zeggen dat er globaal gezien wat meer groepen zijn, maar het geeft niet aan hoe ernstig de problematiek is of in hoeverre de aanpak van criminele jeugdgroepen door gemeente of politie succesvol is. Dergelijke informatie vergt diepgaande analyses per groep.”

Bloods en Crips
Niet alleen de cijfers zijn problematisch, ook de term ‘jeugdbendes’ is minder helder dan hij op het eerste gezicht lijkt. Het woord roept associaties op met extreem gewelddadige Amerikaanse gangs, zoals de Bloods en Crips, compleet met vingersignalen en met bandana’s in de bendekleur. Daar is in Nederland echter absoluut geen sprake van.

De politie Haaglanden spreekt zelf in de Inventarisatie Problematische Jeugdgroepen niet over jeugdbendes maar over jeugdgroepen. In politiejargon staat de term ‘jeugdbendes’ namelijk voor een plusvariant van ‘criminele jeugdgroepen’, een groep die je in Nederland zelden tegenkomt. De Telegraaf hecht aan dit verschil geen waarde. “Jeugdbendes of criminele jeugdgroepen, dat is het zelfde”, reageert Lieke Jongbloed, de schrijfster van het artikel. “In de volksmond worden beide woorden gebruikt.” Dat jeugdbendes ook een stuk sensationeler klinkt, heeft daar niks mee te maken. Frank Weerman is het daar niet me eens: “Het gebruik van het woord ‘bendes’ en ook ‘jeugdbendes’ geeft een extra alarmerende toon aan het artikel. Ik weet dat in dit type onderzoek extra voorwaarden nodig zijn voordat er gesproken mag worden van bendes.”

Kortom
De berichtgeving van De Telegraaf is feitelijk niet onjuist. De keuze voor de vergelijking met de cijfers van 2005 zet het verhaal echter wel in een beperkte context en de keuze voor het woord jeugdbendes laat de kwestie ernstiger klinken dan deze volgens politie en criminologen is. Bendeproblematiek zoals in Amerika is  in de Haagse regio nog lang niet te vinden.

Politie: Holendrecht minder onveilig. Maar waar zijn de cijfers?

Wednesday, October 20th, 2010

Door: Kirsten Bliekendaal en Melissa Hogenboom


De Telegraaf bracht op 17 september goed nieuws: ‘Cameratoezicht helpt’. Door een reeks veiligheidsmaatregelen zou het aantal geweldsincidenten, jeugdoverlast en overvallen in Holendrecht zijn verminderd. Het artikel is diezelfde dag ook overgenomen in de Spits. Het nieuws is afkomstig van de politie Amsterdam/Amstelland. Maar die weigert als Nieuwscheckers ernaar vraagt de cijfers te laten zien. Het is zelfs de vraag of de cijfers bestaan.

Er is van alles gedaan om de situatie rond winkelcentrum Holendrecht veiliger te maken, aldus De Telegraaf: cameratoezicht, een verhoogde frequentie van surveillance, het weghalen van de overkapping van het winkelcentrum en meer gemeentelijke en particuliere beveiliging. En met succes: het aantal geweldsincidenten, overvallen en gevallen van  jeugdoverlast is verminderd. 

Op dezelfde Telegraafpagina staat echter een reportage van Tjerk de Vries die veel somberder klinkt:  ’”Veel beloofd, weinig gedaan”. Wie verlost “Hellendrecht” van crimineel  imago?’ (niet online). Fietsenhandelaar en voorzitter van de ondernemersvereniging Jan Ronselaar hoopt op een positief verhaal in de krant en laat weten dat camera’s en politiesurveillance het winkelcentrum veiliger hebben gemaakt. De Telegraaf: ‘We willen de fietsenhandelaar natuurlijk niet teleurstellen en gaan op zoek naar rooskleurige anekdotes over het winkelcentrum. Die zijn er niet.’ Bij andere winkeliers en voorbijgangers is het zwartgalligheid troef:  de kleermaker houdt ‘s ochtends de deur op slot uit angst voor overvallers, en Ria en Corry (al 32 en 34 jaar in de wijk) mopperen dat zij nu ook in de regen lopen omdat de overkaping is weggehaald om hangjongeren te verjagen.

Toch is politiewoordvoerder Ebe van der Land positief over de toestand rond het Holendrechtplein: ‘Onder meer door extra toezicht in samenwerking met het stadsdeel, cameratoezicht en preventieve fouilleeracties zijn de gevallen van overlast afgenomen en is het criminaliteitscijfer gedaald.’ Daar wil Nieuwscheckers het fijne van weten. Met hoeveel procent zijn de incidenten afgenomen? En om welke periode gaat dit? 

Cameratoezicht

De problemen rond het Holendrechtplein zijn niet van gisteren. Na een reeks van incidenten, zoals schiet- en steekpartijen, berovingen en winkelovervallen, meldt Het Parool op 25 januari dit jaar dat er vanaf februari cameratoezicht komt in winkelcentrum Holendrecht. Burgemeester Job Cohen verwacht dat dit de veiligheid in en rond winkelcentrum Holendrecht zal verbeteren. Tevens meldt het artikel dat er een alcoholverbod geldt rond het winkelcentrum, er extra agenten en toezichthouders actief zijn en dat graffiti wordt verwijderd.

Cijfers

Helpen die maatregelen? Op een veilig Amsterdam, een website van gemeente, politie en justitie, worden politiecijfers van diefstal en inbraak gepubliceerd. Uit deze cijfers blijkt dat het aantal aangiften van geweld in de periode januari tot en met juni 2010 in Holendrecht/Reigersbos juist is toegenomen ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Het aantal gevallen van overlast  is in de periode januari tot en met juni 2010 afgenomen ten opzichte van dezelfde periode in 2009. Echter, dit gaat niet specifiek over de jeugd.

Op dezelfde website is een veiligheidsindex te vinden. Deze geeft per stadsdeel een cijferoverzicht van de veiligheid op de volgende punten: inbraak, diefstal, geweld, vandalisme, overlast, verkeer en drugs. Het is een overzicht van de periode 2003 tot en met 2009. Over het jaar 2010 worden nog geen volledige uitspraken gedaan. Uit deze cijfers kunnen wij dus niet opmaken of het aantal geweldsincidenten, jeugdoverlast en overvallen is toe- of afgenomen.

Politie Amsterdam / Amstelland

Nieuwscheckers nam contact op met politie Amsterdam / Amstelland om de cijfers op te vragen. Persvoorlichter Ebe van der Land vertelt aanvankelijk dat dit tijd kost. “Deze cijfers zijn bekend bij de wijkteamchefs. Het kan even duren voordat we deze cijfers hebben verzameld.” Dat is vreemd, want een paar weken voor Nieuwscheckers belde, heeft Van der Land tegen De Telegraaf wél uitspraken gedaan over die cijfers. Als wij Van der Land hiermee confronteren, laat hij weten dat er geen ‘absolute cijfers’ zijn. “Ik heb die uitspraak gedaan op basis van de informatie die het wijkteam mij heeft gegeven. Dat heeft aan mij doorgegeven dat de genoemde delicten iets waren afgenomen.” Van der Land geeft ook aan dat het wijkteam geen verdere informatie over cijfers wil geven. “Zij willen het onderwerp Holendrecht laten rusten. Later komen de cijfers in de politiek als jaarverslag, en daar zullen jullie het mee moeten doen.”

Stadsdeel Zuidoost

Waar heeft de schrijver van het artikel, Nienke Oort, de informatie in haar artikel dan op gebaseerd? Telegraafjournaliste Oort zegt dat ze zich baseerde op een rapport dat zij toegestuurd kreeg van stadsdeel Zuid-Oost. “Ik krijg wekelijks rapporten opgestuurd van stadsdeel Zuid-Oost. Ik weet nu alleen niet meer hoe dat rapport heet.”

Saskia Jonker, communicatieadviseur van stadsdeel Zuidoost, meldt dat er in de week van 14 september vanuit de gemeente zeker geen persbericht of rapport over de veiligheid in Holendrecht naar buiten is gebracht. “Het is voor ons onduidelijk waar deze informatie vandaan komt. De gegevens benoemd in het artikel zijn alleen bij de politie bekend, alleen zij kunnen hier iets over zeggen.”

Nogmaals vragen wij Oort om een reactie. Ze herinnert zich dat het niet om een rapport ging, maar dat ze deze informatie van een collega heeft gekregen. Deze collega had met de politiewoordvoerder gesproken. “Wij vertrouwen op informatie die wij krijgen van de politievoorlichters.”

Onbeantwoord

De informatie in het artikel van De Telegraaf op 17 september komt dus bij de politievoorlichting vandaan. Van der Land kan zijn bewering tegenover Nieuwscheckers echter niet hard maken. Of er zijn geen cijfers over de criminaliteit rond winkelcentrum Holendrecht of hij weigert ze te geven. Of de informatie in de Telegraaf-artikelen klopt, blijft dus een onbeantwoorde vraag.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes