Posts Tagged ‘NRC Handelsblad’

300 duizend vluchtende Jezidi: hoe betrouwbaar waren de bronnen?

Friday, October 10th, 2014

door: Yoran Custers en Tess Roelofsen

300 duizend Jezidi op de vlucht, tienduizenden in het Sinjar-gebergte, honderden vrouwen en kinderen levend begraven en tientallen doden op straat. Een situatie die alles behalve overzichtelijk was en voor media nauwelijks controleerbaar, maar waarover gruwelijke berichten zijn verspreid. Wat is er waar van deze verhalen en waar zijn de bewijzen?

Op 10 augustus meldde Mohammed Shia Al-Sudani, de Iraakse minister van Mensenrechten, aan persbureau Reuters dat er in Irak 500 Jezidi-vrouwen en -kinderen zouden zijn vermoord door de Islamitische Staat (IS). Velen van hen zouden levend zijn begraven. Daarnaast zouden honderden vrouwen zijn ontvoerd om als slaaf te werken. De Iraakse minister zou beschikken over beeldmateriaal dat deze gruwelijkheden onomstotelijk bewijst.

Op de vraag of dit beeldmateriaal daadwerkelijk bestaat, ging Reuters niet in. Alternatieve stemmen werden niet aangedragen. Desalniettemin namen verschillende internationale media dit bericht over, zonder aandacht besteden aan het feit dat de uitlatingen van de minister in het persbericht niet of nauwelijks zijn geëvalueerd. Ook in Nederland dook het bericht overal op: van NU.nl tot NRC Handelsblad.

Wat er waar is van de uitspraken van Al-Sudani, is volgens oorlogsjournalist Jan Eikelboom (Nieuwsuur) niet geheel duidelijk: ‘Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is, maar harde, onafhankelijke bewijzen zijn er niet. Alleen een aantal oncontroleerbare ooggetuigenverklaringen.’ Wel heeft de Amerikaanse academicus Matthew Barber, schrijvend voor Syria Comment, vanuit Irak het slavenverhaal op Twitter bevestigd.

Op diezelfde 10 augustus sprak National Public Radio met de Iraakse plaatsvervangende minister van Mensenrechten, die het getal 500 nuanceerde: ook mensen die waren gestorven wegens gebrek aan eten en drinken waren hierin opgenomen. Ook vond hij het lastig te zeggen hoeveel vrouwen er waren ontvoerd om als slaaf te moeten werken.

Kamil Amin, woordvoerder van het Iraakse ministerie van Mensenrechten, beaamde dit tegenover CNN: ‘It’s difficult to be accurate about these numbers, but initially we have reported 500 Iraqi Yazidis have died from either ISIS direct killings or from starvation and dehydration.’ CNN vermeldde niet in staat te zijn om het genoemde dodental en de bewering dat Jezidi levend waren begraven te verifiëren.

Slachtoffers
Volgens Judit Neurink, correspondent in Noord-Irak voor onder andere Trouw, is het bovendien een tactiek van de IS om angst en verwarring te zaaien: ‘De verhalen over geweld waren voldoende om duizenden (…) op de vlucht te doen slaan, waarna hun dorpen en steden eenvoudig konden worden opgenomen,’ schreef ze begin oktober in Vrij Nederland over de vluchtende Jezidi in Sinjar. Uit de woorden van een Koerdische strijder maakte ze op dat IS gevangen Jezidi-vrouwen hun telefoons teruggeeft om ze zelf informatie te laten verspreiden, waardoor de boodschap een angstige lading krijgt.

Doordat de informatievoorziening voor een groot deel bestaat uit dergelijke boodschappen van slachtoffers, is de berichtgeving rondom de vluchtende Jezidi volgens Wladimir van Wilgenburg wat overdreven. Van Wilgenburg, woonachtig en werkend in Noord-Irak als freelancejournalist, wijst daarnaast op de ontoegankelijkheid van het gebied: ‘Er is geen enkele organisatie die precies weet hoeveel mensen zich bevonden in dat gebied. De IS heeft bovendien geen woordvoerder en staat geen journalist toe om het gebied te bezoeken. Daardoor is hoor en wederhoor onmogelijk.’

Als houvast in de schimmigheid wendden veel (Nederlandse) media zich tot de uitspraken van de Iraakse minister van Mensenrechten Al-Sudani. Zijn beweringen werden daarbij niet zozeer aangenomen als waarheidsgetrouw, maar men vergat deze te voorzien van de nodige nuance – die nota bene voornamelijk van het Iraakse ministerie van Mensenrechten kwam.

Verschillende cijfers
Hoewel niemand kon weten om hoeveel Jezidi het precies ging, deden verschillende cijfers de ronde. Zo ging er op 5 augustus een emotionele oproep de wereld over vanuit het Iraakse parlement. Parlementariër Vian Dakhil, zelf Jezidi, deed een smeekbede om de vluchtende Jezidi te helpen. In een interview met Nieuwsuur vertelde ze dat er 300 duizend Jezidi-vluchtingen waren opgejaagd door de IS. 100 duizend zouden er zelfs al mogelijk zijn vermoord.

Volgens Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom stroken deze aantallen niet met de waarheid: ‘Er zijn hoogstens enkele tienduizenden Jezidi gevlucht. Voor de genoemde dodentallen is nooit enig bewijs gevonden.’ Veel (Nederlandse) media lieten deze getallen inderdaad links liggen, of beschouwden ze slechts als ‘de uitspraak van’. Maar om hoeveel Jezidi het dan wel ging, was geen overeenstemming.

Zo meldde NRC Handelsblad dat er zo’n 170 duizend Jezidi op de vlucht waren geslagen. AD.nl meldde 300 duizend vluchtende Jezidi. Beiden verwijzen naar The Guardian. Opvallend is dat AD.nl niet de nuancering maakt die NRC Handelsblad en The Guardian wel maken: 300 duizend vluchtelingen, waarvan een groot gedeelte (zo’n 170 duizend) Jezidi zou zijn.

De Telegraaf meldde 140 duizend vluchtende Jezidi. De krant volgde hierin het ANP, dat ze op zijn beurt had overgenomen van de buitenlandse persbureaus Reuters en Bloomberg. Deze baseerden hun cijfers op een persbericht van Unicef. Volgens Marco van der Laan, chef van Telegraaf.nl, heeft De Telegraaf niet de gewoonte om berichtgeving van het ANP (of Reuters) te checken. ‘Daar ontbreekt gewoon de tijd voor en wij beschouwen het ANP (en Reuters) als een betrouwbare leverancier.

In perspectief

Gezien de complexe situatie en de ontoegankelijkheid van het gebied zijn de Jezidi lastig in kaart te brengen. Wanneer de tijd schaars is al helemaal; bij gebrek aan tijd gaan Nederlandse nieuwsmedia vooral uit van persbureaus, andere media en officiële instanties, die hun informatie grotendeels baseren op ooggetuigen en slachtoffers. Vergeten wordt vaak om iedere uitspraak in perspectief te zien, en om te benadrukken dat niet iedere bewering heilig is.

Subsidiejunkies toch niet zo verslaafd

Wednesday, December 7th, 2011
Door: Daniëlle Moeliker en Merel Bas
 
´Rijk maakte kunst verslaafd aan subsidie´, kopte NRC-Handelsblad op 1 september 2011. In dit artikel noemt kunsteconoom Pim van Klink een aantal podiuminstellingen ‘subsidieverslaafd’. Die instellingen zelf, of andere deskundigen, kwamen niet aan het woord. Een opvallende keuze volgens Nieuws-checkers, omdat Van Klink stevige beschuldigingen uit en zijn visie niet breed wordt gedragen in het Nederlandse cultuurlandschap. Wij benaderden alsnog de bronnen. Wat is hun verhaal?

Van Klink heeft samen met Arjan van den Born en Arjen van Witteloostuijn een vergelijkend onderzoek gedaan naar podiumkunsten in Europa. De resultaten zijn te lezen in het op 22 september verschenen boek Subsidiëring van podiumkunsten: beschaving of verslaving?

Beschaving of verslaving?
De onderzoekers keken naar het ‘ondernemerschap’ van de instellingen. Dit baseerden ze op de verhoudingen tussen stijgingen en dalingen van subsidies en eigen inkomsten in de periode van 1997 tot 2007. Springdance, Het Veem Theater en Noorderzon kregen het etiket ‘subsidieverslaafd’ omdat zij een meer dan gemiddelde stijging van subsidie en een minder dan gemiddelde stijging van eigen inkomsten zouden hebben.

‘Het Nederlandse stelsel kweekt aan subsidie verslaafde instellingen’, stelt Van Klink in het NRC. Hij vindt staatssecretaris Zijlstra’s norm voor eigen inkomsten van 21,5 procent voor podiuminstellingen ´ridicuul laag´. Hij is van mening dat Nederland moet overschakelen naar het Engelse subsidiesysteem: daar moeten kunstinstellingen de helft van hun budget zelf verdienen.

Subsidieverslaafd?
Zowel Noorderzon, het Veem Theater als Springdance zijn niet te spreken over het etiket ‘subsidieverslaafd’. Noorderzon publiceerde op de eigen site een weerwoord dat beweringen van Van Klink bestrijdt. Zo claimt Noorderzon dat de eigen inkomsten al jaren 60 tot 65 procent bedragen.  Sietske de Haan van het Veem Theater vindt de term ‘subsidieverslaafd’ onnodig kwetsend: “Het gaat volledig voorbij aan het soort instelling dat we zijn.” Kunst en cultuur hebben volgens haar ook een maatschappelijke waarde die je niet één op één kunt overnemen in euro’s. René Vlemmix van Springdance kan dit beamen: “Je moet bijvoorbeeld ook kijken naar hoe relevant onze activiteiten zijn voor het Nederlandse dansveld en hoe de vernieuwing die ze teweegbrengen wordt gewaardeerd.” De cijfers uit het onderzoek zijn bovendien vier jaar oud. Sinds die tijd is er alweer veel veranderd. “Oude gegevens van tot en met 2007 kun je niet gebruiken voor het jaar 2011, dat is niet terecht”, legt De Haan uit.

Kritiek op het onderzoek
Ook onderzoekster Philomeen Lelieveldt, verbonden aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in cultuurbeleid, vindt de ondertitel beschaving of verslaving ‘nodeloos chargerend’. Daarnaast concludeert ze dat de vergelijking met andere landen ook de nodige haken en ogen heeft: wat wordt er wel of niet meegeteld, valt dit wel te vergelijken? Volgens Van Klink is het Nederlandse stelsel ineffectief, maar volgens Lelieveldt zou je ook het omgekeerde kunnen beweren. Namelijk dat we dankzij investeringen van de Nederlandse overheid een optimaal functionerend kunstbestel hebben waarbij kunstenaars serieus worden genomen als professional.

Lelieveldt is teleurgesteld over de berichtgeving van het NRC rond het cultuurbeleid: “Het NRC is voortdurend een platform aan het creëren, maar doet geen pogingen deze informatie te analyseren en te duiden. Als lezer moet je zelf een weg banen door de discussies.”
Van Klink bekritiseert niet alleeen de podiuminstellingten, maar ook het beleid van minister van OC&W Halbe Zijlstra. Het ministerie laat Nieuwscheckers echter weten geen behoefte te hebben aan een reactie: “De opvattingen van de heer Van Klink zijn ons bekend. We kennen zijn ideeën over het genereren van meer eigen inkomsten. We hebben op dit moment niets toe te voegen aan wat het NRC schreef.”

Reactie NRC Handelsblad
NRC-redacteur Claudia Kammer interviewde Van Klink aan het begin van de zomer van 2011: “Een van de redenen om Van Klink te interviewen was om hem het wetenschappelijke onderzoek in de volle breedte te laten toelichten.” Het interview is bewust pas in september geplaatst omdat het politieke debat rond de cultuurbezuinigingen toen weer op gang kwam. Dat het onderzoek is gebaseerd op oude cijfers, ziet Kammer niet als een probleem: “Dat is bij wetenschappelijk onderzoek wel vaker het geval.”

In de kritiek van Lelieveldt kan ze zich niet vinden: “We publiceren veel over kunstbeleid en laten zowel voor- als tegenstanders aan het woord: wij willen een breed beeld bieden.” Het NRC belicht cultuur van verschillende kanten: “Dat betekent dat positieve geluiden aandacht krijgen. En ook geluiden die niet graag in de kunstsector worden gehoord, zoals die van Pim van Klink en de zijnen verdienen een plek in de krant.” Naar aanleiding van het interview heeft het NRC op 8 september een aantal reacties van lezers geplaatst, waaronder die van Noorderzon.

Conclusie
Dat het NRC ervoor koos om de mening van Van Klink zonder nuances van andere bronnen te publiceren valt bij de podiuminstellingen niet in goede aarde. Zij hadden graag ruimte gekregen voor wederhoor. Vlemmix (Springdance): “Het NRC heeft pas na publicatie geprobeerd contact op te nemen.”

Ook al staat het label ‘wetenschappelijk onderzoek’ niet garant voor betrouwbaarheid, er wordt veel vertrouwen gesteld in het gezag van de onderzoekers. Noorderzon, Het Veem Theater en Springdance vinden het niet terecht dat zij worden afgerekend op verouderde cijfers.
Nieuwscheckers vindt dat de visie van Van Klink beter had kunnen worden gepubliceerd in een vorm waarbij wederhoor mogelijk was geweest. Bijvoorbeeld in een achtergrondartikel waarin ook de beschuldigde podiuminstellingen, andere onderzoekers en misschien ook beleidsmakers aan het woord waren gekomen. Hierdoor was het mogelijk geweest om een meer uitgebalanceerde weergave van de ontwikkelingen in het culturele subsidielandschap te tonen.

Griep: van je vrienden moet je het hebben?

Friday, December 17th, 2010

Door: Vera van der Hoek en Majoy Juriaans

Ben jij populair? 347 vrienden op Facebook, een telefoon die constant afgaat, altijd gezelschap? Dat zou je wel eens je lichamelijke gezondheid kunnen kosten. Althans, volgens het NRC-artikel Griepepidemie: kijk naar mensen met vrienden. Amerikaanse onderzoekers claimen dat je griepepidemieën kunt voorspellen door bij te houden hoeveel populaire mensen al ziek zijn. Nieuwscheckers vraagt zich af waarom je naar populaire mensen zou kijken in plaats van naar buschauffeurs of kassameisjes: die ontmoeten pas veel mensen! En hoe zit het met Facebookvrienden, die niet tegen je aan kunnen hoesten? 

NRC-wetenschapsredacteur Wim Köhler beschrijft de resultaten van het onderzoek Social Network Sensors for Early Detection of Contagious Outbreaks van Harvard University en de University of California in San Diego. Om de verspreiding van het griepvirus onder studenten te voorspellen, maakten de onderzoekers Nicholas Christakis en James Fowler gebruik van de vriendschap-paradox: mensen die gevraagd worden om een of twee vrienden op te noemen, noemen doorgaans mensen die populairder zijn dan zijzelf. De studenten aan wie de onderzoekers deze vraag stelden, fungeerden als controlegroep, de mensen van wie de naam genoemd werd, vormden de uiteindelijke onderzoeksgroep. Uit het onderzoek bleek dat de griep onder de populaire groep studenten twee weken eerder piekte dan onder de controlegroep. Die methode zou sneller werken dan afgaan op de gebruikelijke indicatoren, zoals het aantal zieke patiënten in een praktijk.

De vriendschap-paradox en het digitale tijdperk

De vriendschap-paradox is in 1991 geformuleerd door de Amerikaanse socioloog Scott L. Feld. In eerste instantie lijkt de paradox een efficiënt hulpmiddel om erachter te komen welke mensen zich in het centrum van een netwerk bevinden. Maar werkt zo’n twintig jaar oude methode nog in de wereld van mobiele telefoons, Hyves en Facebook?

Het overgrote deel van de jongeren heeft contact met vrienden via een digitale weg. Samen skateboarden heeft plaatsgemaakt voor gamen achter de computer, bij vrienden langsgaan wordt vervangen door even snel te bellen en anders wordt een vriend even snel gekrabbeld op Hyves. Wie zegt dat de ondervraagde studenten uit de controlegroep niet díe mensen hebben genoemd waar ze veel mee omgaan via digitale communicatiemiddelen? Van veel lichamelijk contact is dan geen sprake, dus hoe wil iemand dan een griepvirus overbrengen? Volgens Köhler kan de vriendschap-paradox nog wel een tijdje mee: “Voorlopig lijkt deze methode bruikbaar, tot gedrag en gewoonte in onze maatschappij veranderen.” 

Maar zowel professor J.T. van Dissel, het hoofd van de afdeling Infectieziekten aan het Leidse LUMC, als dr. Gerhard van de Bunt, een netwerkanalysespecialist van de VU, plaatsen kanttekeningen.  Van de Bunt:  “De methode stamt al van voor het digitale tijdperk. De vriendschappen van nu zijn zo anders dan in 1991. De vriendschap-paradox is daarom nu misschien achterhaald en zou op zijn minst aangepast moeten worden.” Van Dissel: “Het opgeven van een vriend in het buitenland werkt evenmin.”

Selectie-effect

Niet alleen de houdbaarheid van de vriendschap-paradox valt te betwijfelen, ook de selectieprocedure van het onderzoek komt in het geding wanneer het gaat om de vraag die aan de controlegroep is gesteld. Studenten werden namelijk niet alleen verzocht twee personen op te noemen, hen werd ook als voorwaarde gesteld dat deze twee personen bereid waren mee te werken aan dit onderzoek. Van de Bunt vindt dit vreemd: “Normaal worden er door een onderzoeker geen randvoorwaarden gesteld. Het kunnen nu ook respondenten betreffen die aandacht willen en daarom graag deel uit willen maken van het onderzoek. Dit selectie-effect hebben de onderzoekers vast meegenomen in hun overwegingen, maar het moet wel duidelijker in het onderzoek naar voren komen.”

Treinconducteurs

En dan: wie is ‘populair’? Van Dissel:  “Voor generalisatie van de gegevens is de definitie van een ‘populair persoon’ belangrijk, het moet wel iemand zijn die veel handen schudt, of voldoende tijd en gelegenheid heeft om anderen te kunnen aanhoesten. Mogelijk geldt hetzelfde voor bijvoorbeeld buschauffeurs, treinconducteurs en kindercrèchemedewerkers. Dit staat los van het feit of ze al dan niet ‘populair’ zijn.”

Köhler: “Ik heb domweg de definitie van populair overgenomen die de onderzoekers hanteren en die voortkomt uit de vriendschap-paradox. In het nieuwsbericht beschrijf ik het als volgt: Als je iemand vraagt om de namen van één of twee vrienden te noemen, worden er gemiddeld altijd mensen genoemd die populairder zijn dan degene aan wie de vraag is gesteld. Wat de wetenschap daarover zegt, kan me niet zoveel schelen, als mijn lezers maar kunnen zien hoe het onderzoek is gedaan.”

De onderzoekers gaven aan geen tijd te hebben om zaken te verduidelijken en verwezen voor vragen naar hun publicatie. Ook Köhler heeft geen contact met hen gehad: “Voor een kort nieuwsbericht vinden we dat niet nodig.”

NRC vertaalt menselijke emoties naar honden

Tuesday, November 9th, 2010

Door: Marije Geilenkirchen

Vorig jaar waren het katten met gedragsproblemen, dit jaar zijn het sombere honden. Althans, als we de kranten mogen geloven. ‘Blije en sombere honden’ kopte NRC Handelsblad op 12 oktober. Een dag later verscheen het bericht ook in andere kranten, zoals de Volkskrant en De Telegraaf. Volgens gedragsbiologen zijn ‘pessimistische’ honden erg gestresst als ze alleen thuis worden gelaten. Maar kan een hond wel pessimistisch zijn? En hoe stel je dit vast?

Veel hondeneigenaren zal het bekend in de oren klinken: honden die ongewenst verdrag vertonen als ze alleen gelaten worden. Ze blaffen, janken, maken de meubels kapot of doen hun behoefte binnen. Gedragsbiologen aan de Universiteit van Bristol schatten dat zulk gedrag bij ongeveer 50% van de honden in Groot-Brittannië voorkomt. Zij deden onderzoek om vast te stellen of deze honden ook een negatieve stemming hebben als ze niet alleen zijn. In het onderzoek, gesubsidieerd door verschillende dierenwelzijnorganisaties, werden 12 reutjes en 12 teefjes onderworpen aan een zogenaamde ‘cognitieve bias test’.

Therapie
De honden werden getraind om van een startpositie naar een etensbak te lopen. Als de bak aan de ene kant van de kamer stond, was hij gevuld met een klein beetje eten. Aan de andere kant van de kamer was hij leeg. Als de honden dit geleerd hadden, werd de etensbak een beetje in het midden gezet. Sommige honden kwamen snel op de etensbak af, terwijl anderen er significant langer over deden. Wat bleek: de honden die langzaam op de laatste etensbak afkomen, laten meer ongewenst gedrag zien als ze alleen worden gelaten. Volgens de onderzoekers betekent dit dat deze honden ‘pessimistisch-achtig’ gedrag vertonen. Therapie zou dit soort honden kunnen helpen.

Wat vinden andere experts op het gebied van hondengedrag van dit onderzoek? Deborah Wells, psychologe en dierengedragsdeskundige aan de Queens University in Belfast, doet soortgelijk onderzoek naar het gedrag van honden. Zij plaatst wat kanttekeningen bij het onderzoek van de wetenschappers uit Bristol: “Honden kunnen, net als andere dieren, zeker negatieve en positieve emoties hebben. Maar of dit beschouwd kan worden als ‘pessimisme’ of ‘optimisme’ zoals mensen dit ervaren, is onbekend. Dit zal waarschijnlijk ook nooit bekend worden.”

Toch is Wells positief over het onderzoek. Volgens haar hebben de onderzoekers een betrouwbare cognitieve test gebruikt. “Natuurlijk is het altijd moeilijk om de resultaten te generaliseren. Maar in dit geval is een type gedrag onderzocht dat een hond in veel verschillende situaties kan vertonen.” Honden die ongewenst gedrag laten zien, kunnen volgens Wells inderdaad baat hebben bij een bezoek aan een gekwalificeerde gedragsdeskundige: “Die kan dan de oorzaak van het ‘probleem’ proberen te achterhalen en een behandelingsplan opstellen om het dierenwelzijn te verbeteren.”

Zonder twijfel
Honden die in therapie moeten, dat verwacht je niet zo snel bij NRC Handelsblad. Ellen de Bruin, wetenschapsredacteur bij de krant en auteur van het stuk, werd door een collega op het onderzoek gewezen: “Ik heb het wetenschappelijke artikel in het tijdschrift Current Biology gelezen en zag er wel een verhaal in.”

In haar verhaal vertaalt De Bruin het ‘pessimistisch-achtige’ gedrag van de honden naar somberheid. Op de vraag of een menselijke emotie zoals pessimisme wel aan honden kan worden toegekend, wordt niet ingegaan. Heeft De Bruin nog andere bronnen dan het artikel in Current Biology geraadpleegd? “Nee, ik heb verder geen extra bronnen gebruikt. Dat doe ik eigenlijk alleen als ik zelf nog inhoudelijke vragen heb over een onderzoek. Bij dit onderzoek had ik geen vragen en ook geen twijfels.”

Het bericht van het NRC over blije en sombere honden is dus grotendeels waar. Honden die een ‘pessimistisch-achtig’ gedrag vertonen, kunnen inderdaad moeilijker alleen zijn. Maar zowel de onderzoekers zelf als expert Deborah Wells geven aan dat het vertalen van menselijke emoties naar honden een stap te ver gaat. De vraag of honden net als mensen echt pessimistisch kunnen zijn, zal waarschijnlijk nooit beantwoord worden.

Rood haar, de mythe voorbij

Friday, November 13th, 2009

Door Frans Corthals

rood haarEen bezoek aan de tandarts zorgt bij menigeen voor knikkende knieën. Mensen met rood haar hebben hier sinds kort een goed excuus voor. Zij blijken namelijk erfelijk belast met meer pijn en angst bij de tandarts. Dat berichtte NRC Handelsblad in de wetenschapsbijlage van 17 oktober. Een opmerkelijk bericht, zeker gezien de lange historie van broodjeaapverhalen rondom het fenomeen rood haar. Opmerkelijk, maar daarom niet minder waar, zo blijkt.

(more…)

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes