Posts Tagged ‘onderzoek’

Eten alle Nederlanders te zout? Dat ligt iets genuanceerder

Thursday, November 10th, 2016

Door: Anouk de Bruijn en Jeroen Jonkers

‘Nederlander eet nog altijd te zout’, berichtte Telegraaf.nl op 5 oktober 2016. De bron was een onderzoek van het RIVM over de zoutinname van Nederlanders. Ook Nu.nl, Trouw.nl, rtlnieuws.nl en NOS.nl schreven hierover alsof het alle Nederlanders betrof. Maar  zowel het onderzoek als de berichtgeving erover rammelen. Het onderzoek is weinigzeggend: de steekproef is te klein, de deelnemersgroep niet divers en het verschil tussen mannen en vrouwen wordt genegeerd. Waarom dan wel zoveel aandacht? Het RIVM en de media lijken vooral een gezondheidsprobleem op de maatschappelijke agenda te willen zetten.

Het RIVM onderzoekt de zoutinname van Nederlanders om de gezondheid van de bevolking te peilen. Op basis van een steekproef onder 289 inwoners van Doetinchem, concludeerde het RIVM dat Nederlanders in 2015 net zoveel zout aten als in 2006 en dat deze inname nog steeds hoger is dan de geadviseerde hoeveelheid. Maar zegt deze steekproef iets over heel Nederland?

Volgens hoogleraar epidemiologie Marianne Geleijnse (Wageningen University) niet: ”De steekproef is te klein om iets te zeggen over heel Nederland.” Zij plaatst ook andere kanttekeningen bij de methode van het onderzoek: “Nederlandse steden zijn niet met elkaar te vergelijken. Je kunt uitspraken over Doetinchem niet vertalen naar steden als bijvoorbeeld Leeuwarden of Groningen.” Sterker nog: het onderzoek zegt zelf dat de steekproef niet eens representatief is voor Doetinchem.

Bewuste deelnemers

Naast de grootte van de steekproef, valt ook over de samenstelling wat te zeggen. Deelname was vrijwillig en dit brengt volgens Geleijnse een risico met zich mee: ”Vaak doen dan milieubewuste mensen mee die letten op hun eetgewoontes. Laagopgeleide bewoners doen juist niet mee, omdat zij zich bijvoorbeeld schamen of geen belang zien in deelname. De samenstelling van deelnemers is daardoor niet representatief.”

Epidemioloog en voedingsdeskundige prof. Daan Kromhout (RU Groningen) ziet nog een probleem. Door de uitspraak van het RIVM lijkt het alsof mannen en vrouwen even veel zout eten, maar dat is volgens Kromhout niet het geval. Bij mannen is niets veranderd; bij de vrouwen is sprake van een daling. Maar doordat de steekproef te klein is, is deze daling niet significant. Kromhout meent dat het onderzoek deze daling had kunnen aantonen, als de steekproef groter was geweest.

Overhaaste conclusies

Journalisten lijken niet stil te hebben gestaan bij mogelijke kanttekeningen. Een rondje langs de media die het bericht plaatsten, leert Nieuwscheckers dat ze de artikelen grotendeels hebben overgenomen van het ANP en dat geen van de journalisten het RIVM-onderzoek gelezen heeft. De redacties van Telegraaf, Trouw en NOS gaven hiervoor allemaal dezelfde reden: ze zien ANP en RIVM als betrouwbare bronnen en gaan er dus van uit dat de informatie ‘wel zal kloppen’.

De NOS pakte de berichtgeving iets voorzichtiger aan dan de andere media. De redactie had geen tijd om het onderzoek te lezen, maar klakkeloos overnemen was geen optie. Daarom werd minister Schippers geciteerd als toelichting op het onderzoek, een standaardprocedure van NOS.nl. “Om te voorkomen dat we een onderzoek verkeerd interpreteren, vragen we een deskundige, zoals een minister, om een reactie”, zo lichtte de journalist die het stuk schreef toe (hij wilde niet bij naam genoemd worden). Opvallend is wel dat dit wetenschappelijke onderwerp door de politieke redactie werd behandeld en dat minister Schippers niet de aangewezen persoon is om epidemiologisch onderzoek te beoordelen.

Politieke agenda

Hoewel het RIVM-onderzoek dus geen uitspraak over Nederland kan doen, schrijven de media dit wel. Marieke Hendriksen, hoofdauteur van het RIVM-onderzoek, vindt dit geen probleem. Zij verwacht namelijk dat de zoutinname in Doetinchem niet afwijkt van die in de rest van Nederland: ”Hoewel de steekproef te klein is, verwacht ik dat het in Doetinchem niet anders is dan ergens anders. De berichten in de media zijn niet helemaal correct, maar dat is niet erg. De zoutinname in Nederland is nog steeds te hoog.”

Het lijkt er op dat het onderzoek een hoger doel dient dan enkel berichten over de zoutinname van Nederlanders. Het RIVM en de media gebruiken de resultaten als kapstok voor een opvoedende boodschap: eet minder zout. Dat de resultaten van het onderzoek deze boodschap niet direct ondersteunen, lijkt van ondergeschikt belang.

Dr. Willem Koetsenruijter, docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek Cijfers in het nieuws, begrijpt de bedoelingen van het RIVM. ”De conclusies van het onderzoek kloppen eigenlijk niet, maar voor het doel van het RIVM zijn kloppende cijfers misschien minder belangrijk”, aldus Koetsenruijter.

Opvoedende boodschap belangrijker dan kloppende resultaten

Nieuwscheckers concludeert dat de interpretaties van de media niet overeenkomen met de resultaten van het RIVM-onderzoek. Hoewel deze resultaten het niet toelaten een uitspraak te doen over alle Nederlanders, doen de media dit wel. Het RIVM vindt dit niet erg, omdat het de zoutinname als probleem ziet en daarom wil dat het onder de aandacht komt. Als de media hadden gevraagd om een second opinion, had dat de berichtgeving accurater gemaakt.

Foto: René Gademann (Flickr, CC BY-NC-ND 2.0)

Helaas, nog geen wondervaccin tegen griep

Monday, November 7th, 2016

door: Merel Broere en Ida Dlugosz

Als we de berichten in de media moeten geloven, zijn we nu toch écht dichtbij een universele griepprik. “Universeel griepvaccin stapje dichterbij” kopte de Volkrant al in 2011. “Universeel griepvaccin op komst” berichtte NU.nl in 2013. En zo luidde dit jaar alweer een optimistische kop bij NU.nl: “Een universeel griep-vaccin kan beschermen tegen 88 procent van virussen”. Zijn we dan nu eindelijk verlost van de jaarlijkse griepprik?

Volgens NU.nl hebben onderzoekers van de Universiteit van Lancaster een vaccin ontwikkeld dat beschermt tegen 88 procent van virussen wereldwijd en tegen 95 procent van virussen in de VS. Allemaal met een eenmalige prik.  Al een aantal jaren wordt er geroepen dat er een universeel vaccin aan zit te komen, tot nu toe zonder succes. Wij vragen ons dan ook af of een universeel griepvaccin überhaupt mogelijk is. Ook bij de verschillen uit het onderzoek in de percentages tussen de VS en de rest van de wereld plaatsten wij onze vraagtekens.

NU.nl vergeet details

Allereerst keken we naar het persbericht van Lancaster University. En inderdaad, de universiteit bericht dat er een universeel griepvaccin is ontwikkeld door een internationaal team van wetenschappers. Echter, er zitten grote verschillen tussen het stukje van NU.nl en het persbericht. Zo vermeldt NU.nl dat er één soort vaccin is ontwikkeld, terwijl het persbericht duidelijk aangeeft dat er twee soorten zijn gemaakt: een voor de Amerikaanse markt en een voor mensen wereldwijd. Vervolgens wordt een zin uit zijn verband gehaald: “We weten dat deze methode veilig is en dat het het merendeel van de tijd werkt.” Volgens NU.nl slaat deze zin op het nieuwe vaccin, terwijl in het persbericht wordt gezegd dat de huidige manier van vaccineren – elk jaar een vaccin tegen de voorspelde virussoorten – veilig is. We kunnen dus niet met zekerheid zeggen of de ontdekking van dit zogenaamde nieuwe vaccin veilig is.

Niet onder de indruk

Bijzonder hoogleraar Virologie Guus Rimmelzwaan (Erasmus Universiteit) begrijpt niet waarom dit onderzoek de media heeft gehaald: “Met de resultaten beschreven in deze publicatie is een universeel influenzavaccin nauwelijks dichterbij gekomen.” Verder blijkt er helemaal geen vaccin te zijn gemaakt; het enige wat is onderzocht zijn de mogelijke plaatsen, in vaktaal epitopen genoemd, in het vaccin waar de antilichaampjes op zouden kunnen reageren, en bij hoeveel mensen deze respons mogelijk zou zijn. Ook is de effectiviteit van het toekomstige vaccin, gebaseerd op dit onderzoek, nog onzeker.

Is een universeel griepvaccin dan een fantasie van de wetenschappers? Toch niet, zegt Rimmelzwaan: “Er is in ieder geval een vaccin mogelijk tegen verschillende ‘intra-subtypische driftvarianten’ die jaarlijks de winteruitbraken van griep veroorzaken en wellicht ook tegen influenza A virussen van andere subtypes, die potentieel een pandemie zouden kunnen veroorzaken. In verschillende diermodellen is dit al aangetoond.” “Maar,” voegt hij eraan toe, “dat gaat zeker nog tien jaar duren.”

Universeel vaccin blijkt lastig

Ook hoogleraar Vaccinologie Huckriede (UMC Groningen) is sceptisch. Er moet goed in kaart worden gebracht wat de onderzoekers bedoelen met universeel: “Beschermt het vaccin tegen ziektes of beperkt het nieuwe symptomen? En beschermt het tegen een relatief groot aantal virussen? Je moet duidelijk vaststellen wat een universeel vaccin moet kunnen om het als universeel te definiëren.”

Volgens Huckriede zorgen de huidige griepvaccins ervoor dat cellen niet kunnen binnendringen: “Aan de buitenkant van de cellen in ons lichaam zitten eiwitten. Deze eiwitten veranderen steeds. Dat maakt het lastig om gerichte vaccins te ontwikkelen die tegen grote aantallen virussen beschermen.” Daarnaast hebben we in ons lichaam cellen die kunnen reageren op geïnfecteerde cellen. Deze cellen richten zich op alle eiwitten en niet alleen op de eiwitten aan de buitenkant. “Als onderzoekers zich op dit soort cellen richten met hun onderzoek, is het mogelijk dat er een universeel vaccin komt dat beschermt tegen 88 procent van de virussen wereldwijd. Echter, een nieuw vaccin kan nog niet in staat zijn om directe infecties te voorkomen, maar wel om ze te beperken.”

Is het dan toch mogelijk om een universeel griepvaccin te ontwikkelen? “Een compleet universeel vaccin gaat er de in komende twintig jaar niet komen. Een vaccin dat alleen beschermt tegen virussen kan wel binnen tien jaar gerealiseerd worden”, aldus Huckriede.

Andere kritiekpunten

Hoewel Huckriede genuanceerder is dan Rimmelzwaan, heeft zij ook kritiek op het onderzoek van de Universiteit Lancaster. “Het is onmogelijk dat er met slechts een enkele injectie beschermd kan worden tegen 88 procent van de virussen wereldwijd. Met twee of drie injecties zou dit wel kunnen. Twee injecties met bijvoorbeeld tussenpozen van twee à vier weken kunnen wel beschermen tegen wereldwijde virussen.” Daarnaast laat het onderzoek ons denken dat de injecties voor onbepaalde tijd werken. Ook dit klopt niet volgens Huckriede: “Het vaccin werkt voor minimaal vijf en maximaal tien jaar.”

Conclusie: slordig artikel NU.nl

Gezien de reacties van de deskundigen is NU.nl met dit artikel te voorbarig. Er bestaat een kans dat er een universeel griepvaccin kan worden gerealiseerd, maar niet binnen nu en tien jaar. NU.nl had beter naar de details van het onderzoek moeten kijken. Er blijkt geen sprake te zijn van een vaccin en het is bovendien onmogelijk om met slechts een enkele injectie te beschermen tegen 88 procent van de virussen wereldwijd. Hier zijn minimaal twee tot drie injecties voor nodig. NU.nl was na herhaaldelijke verzoeken niet bereid om commentaar te geven.
Vooralsnog lijkt het er dus op dat wij pas over tien jaar bij u terug kunnen komen met beter nieuws.

Foto: NHS Employers (Flickr, CC BY 2.0)

Wat is het beste tijdstip om seks te hebben?

Wednesday, October 28th, 2015

Door: Melanie Semil en Cristiana Terwilliger

Voor twintigers die klokslag 15:00 uur de liefde met elkaar bedrijven is er goed nieuws: als we de Telegraaf moeten geloven is dit het beste tijdstip om seks te hebben. Het artikel is gebaseerd op een onderzoek van Paul Kelley (universiteit van Oxford), die gespecialiseerd is in het effect van biologische ritmes op leerprocessen. De uitkomsten zijn het resultaat van jarenlange studie naar de biologische klok in verschillende leeftijdscategorieën. De Telegraaf stelt dat “een 20-jarige niet veel nodig heeft om zin te krijgen in seks, maar tijdens de energiepiek halverwege de middag blijk je pas echt goed in de mood te zijn.” Ook Daily Mail, Grazia en Beautify berichtten over het onderzoek. Maar zouden de tijdstippen voor de verschillende leeftijdsgroepen echt de beste seks opleveren? En bestaat er wel zoiets als een beste tijdstip?

Charlotte Snel, werkzaam op de gezondheidsredactie van de Telegraaf, vond het nieuws via de Telegraph en besloot het bericht over te nemen, omdat het nog niet in andere Nederlandse kranten gepubliceerd was. Ze checkte het nieuws niet, omdat het gebaseerd is op een grootschalig onderzoek. Daarnaast heeft de Telegraaf al eerder nieuwsberichten naar aanleiding van onderzoeken van Kelley gepubliceerd. Tevens ziet Snel de Telegraph als een betrouwbare bron: “Zeker in de categorie gezondheid halen ze vrijwel altijd goede onderzoeken aan, waardoor ik geen vraagtekens zette bij het artikel.” Ze heeft de inhoud vertaald en overgenomen, maar de kop zelf bedacht en zo pakkend mogelijk gemaakt.

Wat zegt het onderzoek?

De studie van Kelley en zijn collega’s – “Synchronizing education to adolescent biology: ‘let teens sleep, start school later’ – onderzoekt de negatieve gevolgen van vroeg opstaan. Daaruit blijkt dat de sociale tijd en de biologische klok in je adolescentiejaren met elkaar in conflict raken. Doordat school- en werktijden niet aan de biologische ritmes op verschillende leeftijden worden aangepast, kan dit leiden tot een systematisch, chronisch en onoverkomelijk slaaptekort. De studie vermeldt nergens op welk tijdstip je seks zou moeten hebben.

Even checken

Als je je tot Google zou richten om achter het beste sekstijdstip te komen, dan kom je aardig wat berichten tegen die elkaar tegenspreken. Zo meent hln.be dat dit om 05:48 zou zijn en het AD baseerde zich in 2012 op een onderzoek van Women’s Health (helaas niet meer op internet te vinden): zaterdagavond om 23:00 uur. Maar wat is nou het juiste antwoord en is dat er wel?

Volgens drs. Ellen de Groot, seksuoloog bij het LUMC en docent seksuologie aan de Universiteit Leiden, bestaat er geen beste tijd voor seks. “Dat is voor mensen heel afhankelijk van persoonlijke omstandigheden, wat zij onder seks verstaan en wat hun specifieke doel van de seks is.” Zij kon ons ook niet vertellen of er recentere onderzoeken waren.

Biologische klok

De Telegraaf-kop was wel stellig over het beste sekstijdstip, maar verschafte per leeftijdscategorie ook uitgebreide schema’s over dagindelingen. Hoe kijken deskundigen hier tegenaan?

“Een goed werkend dagritme heeft zeker te maken met de innerlijke klok. Daar is veel bewijs van in de literatuur; vooral bij dieren, maar ook bij mensen,” zegt Domien Beersma, hoogleraar Chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Beersma legt uit dat het leefpatroon zeker een belangrijke rol speelt in het biologische dagritme, omdat je biologische klok zich naar jouw ritme vormt. De dagindeling voor verschillende leeftijdsgroepen in het artikel in de Telegraaf berust volgens Beersma op speculaties: “In sommige aspecten zijn wel wetenschappelijke onderzoekingen terug te vinden, maar ik betwijfel of dit voor alle aspecten geldt.”

Ook Marijke Gordijn, onderzoeker Humane Chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft haar twijfels bij de schema’s die de Telegraaf beschrijft: “De schema’s gaan veel verder dan de inhoud van het wetenschappelijke onderzoek van Kelley.”

Wat vindt de onderzoeker zelf?

Paul Kelley is van mening dat de informatie over de biologische klok en de omschakelingen gedurende de dag in het artikel staan zoals het in de research staat uitgelegd. Maar over de uitspraken over seks is Kelley wel kritisch: “De schrijver van het artikel van The Daily Mail heeft mij benaderd, en toen heb ik heb expliciet gezegd dat seks wordt bepaald door sociale conventies. Seks is een privé-aangelegenheid en hangt ook erg af van iemands dagelijkse routine. Daarbij komt dat men als het om seks gaat vaak geen eerlijke antwoorden geeft. Dit hebben ze weggelaten.” Omdat de algemene boodschap – het feit dat onze biologische klok gedurende ons leven verschuift en het belang van natuurlijk wakker worden – wel in het artikel staat vermeld, vindt Kelley dat er een oprechte poging was om dit te communiceren.

Oordeel: twijfelachtig

Kelley vindt dat er een goede poging is gedaan om de algemene boodschap te communiceren, maar de Nederlandse deskundigen zetten allemaal hun vraagtekens bij de schema’s en de uitspraken van het artikel in de Telegraaf. Omdat zowel seksuologe De Groot als Kelley benadrukken dat seks erg afhankelijk is van je dagelijkse routine en het vrij persoonlijk is, kunnen we stellen dat er waarschijnlijk niet zoiets bestaat als één tijdstip waarop je als gehele leeftijdscategorie het beste seks kunt hebben. Doe het gewoon lekker wanneer het jou uitkomt.

Vergelijking kans op vals geld en winkans loterij nooit onderzocht

Tuesday, October 22nd, 2013

door: Iris Olsthoorn & Harriot Voncken

‘Kans nepbiljet gelijk aan grote loterijprijs’, schreef het ANP op 19 september 2013. Bron: de resultaten van een tweejaarlijks onderzoek van De Nederlandsche Bank. Onder andere Nu.nl, Telegraaf.nl en RTLniews.nl plaatsten het bericht. Uit het onderzoek van DNB zou blijken dat de kans om in Nederland een vals biljet in handen te krijgen 0,002 procent is. Dat is ongeveer net zo groot als de kans om een grote prijs in de staatsloterij te winnen, aldus het bericht. Alleen werd die kans in het desbetreffende onderzoek helemaal niet onderzocht.

Het gaat om het onderzoek Euro banknotes report 2013, uitgevoerd door TNS NIPO. Het werd eveneens op 19 september gepubliceerd op de website van DNB, in het DNBulletin, onder het kopje ‘Wat vindt Nederland van het eurobiljet?’ Het 90 pagina’s tellende rapport, geschreven door Julie Visser en Walter Dijkers, heeft als ondertitel: A study about awareness and recognition of the euro banknotes among the Dutch.

Dat is dan ook exact waar het onderzoek over gaat: de mening over eurobankbiljetten in Nederland. Er wordt door de onderzoekers slechts gerept over de kans op een vals biljet die Nederlanders dénken te lopen. Maar hoe werd die kans dan de kop van alle artikelen die over het Euro banknotes report 2013 gaan? En waarom beweert het ANP dat deze kans de conclusie van dit onderzoek was?

‘Ludieke bewoording’
Nieuwscheckers sprak Remko Vellenga van DNB. Hij benadrukt dat de kans van 0,002 procent, iets minder zelfs, klopt: “Er ligt alleen geen verdere nadruk op in het gepubliceerde onderzoek. Het heeft zoveel aandacht gekregen in de media omdat het in die ludieke bewoordingen in het persbericht stond.” De vergelijking met een prijs uit de staatsloterij is niet onderzocht. Vellenga: “Daar had eigenlijk een voetnoot bij moeten staan. Die vergelijking komt van internetbronnen, zonder enige wetenschappelijk onderbouwing.”

Volgens de woordvoerder van DNB heeft het ANP geen contact met de bank opgenomen om het nieuwsbericht te verifiëren.

Nuance
De NOS, de enige website die ANP niet als bron noemt, bracht deze nuancering wel aan: “De kans dat een Nederlander een vals eurobiljet in handen krijgt is 0,002 procent; ongeveer net zo veel als de kans op een grote prijs in de Staatsloterij. Dat zegt De Nederlandsche Bank bij de publicatie van een onderzoek naar de kennis bij het publiek over eurobiljetten.”

Hergebruikte cijfers
De kans op een vals biljet wordt  ieder halfjaar wel berekend door DNB in een ánder onderzoek. Dat werd in juli gepubliceerd en kreeg toen ook aandacht van het ANP. Dezelfde cijfers worden door het ANP nu dus opnieuw gebracht – alleen in andere bewoordingen – op basis van een onderzoek dat daar niet eens aan gerelateerd is.

Wij belden het ANP voor een reactie. Joep Polderman, de ANP-journalist verantwoordelijk voor het recente artikel over nepbiljetten, heeft naar eigen zeggen wél contact gehad met DNB over het rapport. De kracht van de “ludieke bewoording” in het persbericht was blijkbaar zo sterk, dat Polderman de keuze voor de invalshoek van zijn artikel hier van af liet hangen: “Je kiest toch altijd datgene wat het meest interessant is om over te schrijven. Je moet het publiek op de een of andere manier naar jouw artikel trekken.” Bovendien heeft hetgeen waar over geschreven wordt, volgens hem zelden precies dezelfde invalshoek als dat wat het bedrijf zelf naar buiten brengt.

NOS struikelt over cijfers in eigen onderzoek over bezuinigen

Tuesday, October 22nd, 2013

Door Martine Braam en Alieke Hoogenboom

De NOS concludeerde op Prinsjesdag op grond van een eigen enquête dat we met zijn allen nog meer de hand op de knip blijven houden: ‘Nederlanders blijven bezuinigen’. De ondervraagden zeiden inderdaad opnieuw te gaan bezuinigen, maar dat dit minder is dan vorig jaar vertelde de NOS daar niet bij. Het onderzoek is slordig en onnodig negatief geïnterpreteerd. Nieuws als dit kan werken als een self-fulfilling prophecy, waarschuwt een hoogleraar gedragswetenschappen.

De vragenlijsten zijn in opdracht van de NOS afgenomen door onderzoeksbureau Ipsos, dat het volledige onderzoek zonder toestemming van de NOS niet mag verstrekken. Een telefoontje naar de NOS volgt. De NOS is “hartstikke transparant”, wat jullie doen is “dubbel factchecken, “en “ik heb hier eigenlijk geen zin in,” krijgt Nieuwscheckers te horen. Na wat contact over en weer blijkt het onderzoek te zijn vrijgegeven en kan Nieuwscheckers aan de slag.


Blijven Nederlanders echt bezuinigen?

Bron p.8.

In de bovenstaande grafiek is te zien waarop Nederlanders voornamelijk bezuinigen. De kop ‘Nederlanders blijven bezuinigen’ suggereert dat we in het algemeen meer gaan bezuinigen. Ook beweert de NOS: ‘Ipsos meldt na een onderzoek in opdracht van de NOS dat mensen vooral bezuinigen op uit eten, kleding en vakanties.’ Dat Nederlanders nog steeds bezuinigen klopt, maar uit de grafiek blijkt dat ze juist minder gaan bezuinigen op uit eten gaan, kleding en vakanties.

Bron p. 13.

Bij de vraag ‘Als ik een financiële meevaller heb van €1000,- dan…’ krijgen de ondervraagden twaalf mogelijkheden. De NOS concludeert uit de resultaten dat ‘bijna de helft’ van de Nederlanders de duizend euro opzij zou zetten voor later. Als Nieuwscheckers de percentages bij elkaar optelt, komt het geheel uit op 169 procent. Dit is of onmogelijk, of er waren meerdere antwoordmogelijkheden. Nieuwscheckers maakt hieruit op dat niet iedere ondervraagde de volle duizend euro opzij zou zetten, maar een deel hiervan wellicht ook zou besteden aan bijvoorbeeld op vakantie gaan, iets kopen wat normaal te duur is of het huis opknappen. In het nieuwsbericht zegt de NOS dat de helft de meevaller apart zou zetten voor later, in het Ipsos-raport is dat 46 procent.

Ook merkt Nieuwscheckers op dat er aan de onderzoeksvragen en antwoordmogelijkheden het een en ander schort. De vraag ‘Merkt u iets van de crisis?’ kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Men kan de crisis merken door de eigen woon-, werk-, en leefsituatie, maar ook doordat er in de media over wordt gesproken of omdat de buurvrouw continu een kopje suiker komt lenen. In de ogen van Nieuwscheckers mist er in dit onderzoek nuance en is de vraagstelling af en toe subjectief.

‘Die negatieve spiraal moet doorbroken worden’

Voor een deskundige blik op dit onderzoek nemen we contact op met Fred van Raaij. Hij is hoogleraar Sociale Gedragswetenschappen aan de Universiteit Tilburg en heeft meerdere onderzoeken gedaan naar psychologie binnen de economie. “Problematisch in dit onderzoek is dat een term als ‘rondkomen’ voor iedereen iets anders betekent. Zo’n begrip zou je als onderzoeker moeten uitleggen, maar zelfs dan is het gevaar dat mensen het alsnog verschillend interpreteren. Daarnaast is dit nieuwsbericht een self fulfilling prophecy. Daarmee bedoel ik dat het een negatieve invloed heeft op consumenten. Als iemand dit leest, denkt hij: ‘Misschien moet ik ook maar op de rem gaan staan.’ De voornaamste reden dat mensen bezuinigen is omdat ze pessimistisch zijn over de toekomst. Ze hebben geen vertrouwen in de economie. Die negatieve spiraal moet doorbroken worden, maar daar helpt zo’n nieuwsbericht niet bij. Die versterkt het alleen maar. En juist omdat het onderzoek te simpel is uitgevoerd en niet veelzeggend genoeg is, wordt dat negatieve gevoel voor niets aangewakkerd. De NOS had ook een positieve draai aan het onderzoek kunnen geven.”

Conclusie

De NOS heeft te snel conclusies getrokken uit de Ipsos-peiling. Het nieuwsbericht krijgt hierdoor een onterecht negatieve insteek. De NOS had er ook voor kunnen kiezen het nieuwsbericht een positieve draai te geven. Nieuwscheckers is benieuwd naar de motivatie voor deze keuze en vraagt de NOS om opheldering. We krijgen veel mensen aan de telefoon, maar helaas kan of wil geen van hen een reactie geven.

Verkeersdoden door smartphone: honderd, tientallen of tien per jaar?

Wednesday, October 9th, 2013

door: Marloe van der Schrier en Yoshi Tuk

Als we de koppen moeten geloven, laten tientallen Nederlanders jaarlijks het leven doordat zij de smartphone gebruiken achter het stuur. Verscheidene media publiceerden over dit onderwerp op basis van een ANP-bericht. Door RTL Nieuws wordt het bericht zelfs samengevat als “Jaarlijks 100 doden in verkeer door smartphone”. Zijn er werkelijk zoveel doden te betreuren? De betrokken partijen nuanceren sterk. Door gebrekkige ongevallenregistratie in Nederland is er geen zicht op de omvang van het probleem. Een uit de lucht gegrepen aantal om een overheidscampagne te kunnen rechtvaardigen.

Aanleiding voor het nieuws is een persbericht over de start van een nieuwe overheidscampagne op 16 september jongstleden. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ziet een toenemend probleem in het gebruik van de slimme telefoon achter het stuur en liet onderzoeksbureau SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) een schatting maken van het aantal dodelijke ongelukken.

Harde cijfers ontbreken

De campagne stond al  in de steigers toen het onderzoek nog moest plaatsvinden. Het SWOV-rapport spreekt van een voorbedachte campagne met als waarschijnlijke strekking dat verkeersdeelname en sociale media niet samengaan. Schatten van het aantal dodelijke ongelukken omschrijft het onderzoeksbureau als lastig. Om toch een indicatie te geven baseren de wetenschappers zich met name op buitenlandse studies die ze zelf van matige kwaliteit vinden. De focus van deze studies lag op algemene afleiding in het verkeer. Daar vallen ook zaken onder als een navigatieapparaat instellen, praten met bijrijders of het plaatsen van een CD. Voorzichtig wordt geschat dat er jaarlijks tientallen tot ruim honderd doden vallen door afleiding: exacte cijfers over de rol van smartphones kunnen niet worden gegeven.

Hoewel het SWOV vooral buitenlandse studies aanhaalt, wordt er ook in Nederland onderzoek gedaan. Zo stelde Dick de Waard van de Rijksuniversiteit Groningen al in 2008 vast dat 3 tot 4 procent fietsend gebruikmaakt van de telefoon. Bij recente herhaling van het onderzoek bleek het percentage stabiel, maar het gebruik sterk veranderd. Waar fietsers eerder vooral telefoneerden, turen ze nu al typend naar het scherm. Toch heeft De Waard zo zijn bedenkingen bij het gebruik van internationale cijfers. Ze zijn niet zonder meer te generaliseren naar ons land. Zo is het in omringende landen bij wet verboden de telefoon te gebruiken op de fiets. Beleid dat wij niet kennen, maar dat de internationale gebruikscijfers wel beïnvloedt. De Waard: “De cijfers zullen denk ik geen volslagen onzin zijn maar bij de methode kun je wel je kanttekeningen plaatsen.”

‘Een kleine tiental doden per jaar’

Ook Veilig Verkeer Nederland, partner van de campagne, nuanceert. De organisatie laat bij monde van Rob Stomphorst weten dat het hooguit om een kleine tiental doden gaat en maximaal honderd gewonden. “En daar zijn andere vormen van afleiding nog eens bij inbegrepen.” Wel blijkt uit waarnemingen van de politie dat activiteiten als facebooken en whatsappen in het verkeer een vlucht hebben genomen. “Jongeren vinden het erger om niet direct Facebook te kunnen openen dan van de fiets te vallen.” Hoe groot deze vlucht is blijft voor Veilig Verkeer Nederland onbekend. “De registratie van oorzaken van ongelukken is in ons land rammelig.”

Is er dan sprake van een campagne zonder hard te maken probleem? Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu laat weten af te gaan op de betrouwbaarheid en conclusies van het SWOV waarin “wel degelijk een schatting wordt gemaakt van het aantal doden.” Verder is er volgens de woordvoerder voldoende bewijs dat de focus van deze campagne rechtvaardigt. Zo is er de algemene toename van het aantal smartphones in ons land en blijkt uit NIPO-onderzoek dat Nederlanders zich regelmatig schuldig maken aan bijvoorbeeld e-mailen achter het stuur. Berekeningen van TNO wijzen er dan weer op dat dit de rijprestaties aanzienlijk verslechtert. Aanleiding voor het ministerie aandacht te vragen voor dit probleem. Net als Stomphorst van Veilig Verkeer Nederland zien ze bij de overheid dat de ongevallenregistratie bij de politie “duidelijk voor verbetering vatbaar is.” De minister van Veiligheid en Justitie heeft toegezegd hier aan te zullen werken.

Patrick Rugebregt van het SWOV vindt zelf de berichtgeving over het aantal verkeersslachtoffers te kort door de bocht. “We hebben bewust gekozen voor een brede marge en de focus op algemene afleiding in het verkeer. Een harde uitsplitsing naar specifieke vormen van afleiding als de smartphone, social media of e-mail is gewoon niet mogelijk. Daar missen we te veel informatie voor.” Volgens de woordvoerder zullen we het met deze ruime schatting moeten doen. “Uiteindelijk draait het voor het ministerie om de onderliggende boodschap: Houd je focus op de weg.”

Reactie ANP

Hoofdredacteur Marcel van Lingen laat namens het ANP weten dat er een “flinke checkgeschiedenis” heeft plaatsgevonden. De betreffende verslaggever heeft verschillende factsheets van het SWOV doorgenomen voorafgaand aan de publicatie. Van Lingen geeft aan dat er weliswaar voor gemotoriseerde voertuigen onvoldoende Nederlandse cijfers zijn, maar dat volgens het SWOV veilig aangenomen kan worden dat het om 25 tot 100 slachtoffers per jaar gaat. Opvallend is dat Veilig Verkeer Nederland deze cijfers aan het ANP bevestigde, dit in tegenstelling tot wat ons werd verteld.

Conclusie

Tientallen tot honderden doden door smartphonegebruik is hoe dan ook een uit de lucht gegrepen aantal. Buitenlandse cijfers zijn niet te generaliseren naar ons land, schattingen kunnen niet als feiten worden gepresenteerd en de berichtgeving is ondanks de ‘flinke checkgeschiedenis’ van het ANP weinig genuanceerd. Sterker nog: De media houden de cijfers aan en hebben verzuimd gedegen te controleren. Of er sprake is van een probleem en hoe groot dit probleem zou kunnen zijn blijft dus onduidelijk. Het lijkt hierdoor vooral op een mislukte zoektocht naar een rechtvaardiging van een campagne.

Nieuwe Werken scheelt miljarden – maar wel tussen aanhalingstekens

Friday, December 16th, 2011

door: Britta Ruijters en Luke van Velthoven

Foto: Giorgio Montersino via FlickrHet Nieuwe Werken levert de samenleving 2 miljard euro op, berichtten verschillende nieuws-media begin november. Maar het onderzoek waarop deze voorspelling is gebaseerd, is gestoeld op ‘aannames’ en ‘interviews met experts’. Nieuwscheckers wil weten waarom media die nuances al snel weglaten. De opdrachtgever van het onderzoek, Natuur & Milieu, heeft naar eigen zeggen niet aangestuurd op deze positieve interpretatie van de feiten. “Wij waren er ook verbaasd over hoe makkelijk sommige media hierover schreven en aannames en resultaten door elkaar haalden.”

Het Nieuwe Werken is flex: de werknemer bepaalt zelf wanneer en waar hij werkt, dus ook vanuit huis. Als in 2015 20 procent van de beroepsbevolking dat één dag per week zou doen, levert dit de samenleving een winst op van twee miljard. Deze cijfers, uit een onderzoek door PricewaterhouseCoopers, werden door veel kranten en websites in de schijnwerpers gezet. Een effectieve mediastunt van opdrachtgever Natuur & Milieu? Nu.nl, BN DeStem, RTL Z, BNR en De Telegraaf namen in hun koppen allemaal het statement over dat Het Nieuwe Werken – vergeet de hoofdletters niet – miljarden oplevert. Sommige houden wat afstand met aanhalingstekens of het woord ‘kan’. Terecht: het onderzoek zelf is namelijk veel voorzichtiger in zijn voorspellingen.

‘Broddelwerk’
Toen het nieuws over de meevaller van 2 miljard verscheen, dook Tweakers.net-redacteur Joost Schellevis er direct bovenop. Tweakers.net zelf besloot er niet over te schrijven, maar Schellevis ging in zijn eigen tijd alsnog achter het onderzoek aan. Hierbij ontving hij een interessante reactie van Natuur & Milieu. Over de stijgende productiviteitscijfers die Het Nieuwe Werken belooft, zegt de opdrachtgever: “Het is een aanname op basis van literatuur en interviews.” Het ging om ‘toekomstscenario’s’, om ‘we zijn uitgegaan van’ en om ‘een aanname achter deze schatting’. Meer dan een verkennend rapport kun je het onderzoek dus niet noemen, al oordeelde Schellevis wat harder:  ‘Broddelwerk.’

Nieuwscheckers besloot daarom zelf onderzoek te doen naar dit ‘broddelwerk’. Onderzoeksbureau PricewaterhouseCoopers meent geen inhoudelijke toelichting te kunnen geven en verwijst door naar opdrachtgever Natuur & Milieu. Natuur & Milieus Willem Wiskerke stond ons vervolgens wel te woord: “Ik ben wat verbaasd dat PwC jullie vragen niet beantwoordt. Het is in principe hun onderzoek en hun rapport.”

Wiskerke beaamt daarnaast dat het onderzoek niet zo concreet is als media suggereren: “Onze boodschap was: Het Nieuwe Werken kán miljarden opleveren. ‘Verondersteld dat…’ De studie is bedoeld als verkenning, om een orde van grootte aan te geven.” Hij voegt toe: “Wij waren er ook verbaasd over hoe makkelijk sommige media hierover schreven en aannames en resultaten door elkaar halen.”

Niet meer doen
Nalatigheid van de media, is dus de conclusie van Natuur & Milieu. Wij besloten daarom polshoogte te nemen bij enkele nieuwsbronnen die met keiharde feiten kopten. De Telegraaf (‘Het Nieuwe Werken scheelt miljarden’) wil niet gecheckt worden: “Jullie hoeven ons niet meer te bellen. Oké? Want daar hebben we geen tijd voor. Dus niet meer doen.”

Wybo Algra (economieredactie Trouw) heeft minder moeite met het beantwoorden van onze vragen. ‘Vaker thuiswerken levert samenleving twee miljard op’, was de stevige titel van het artikel. Volgens Algra heeft de verantwoordelijke redacteur wel degelijk het rapport gelezen en was zij zich bewust van de grote hoeveelheid aannames. Maar, erkent hij: “Het was beter geweest de kop tussen enkele aanhalingstekentjes te zetten, om duidelijker te maken dat het hier geen harde wiskunde betreft maar slechts een verwachting.”

BN DeStem (‘Flexwerken scheelt 2 miljard’) staat ons ook te woord en stuurt ons door naar de centrale redactie van Wegener, alwaar we worden verwezen naar persbureau GPD. Hier blijkt Ap van den Berg de auteur te zijn en krijgen we inzicht in zijn oorspronkelijke artikel. Wat blijkt: hoewel zijn bericht inhoudelijk nauwelijks verschilt van wat uiteindelijk in BN DeStem belandde, is zijn titel wel degelijk genuanceerder: ‘Meer flexwerken scheelt twee miljard euro’. Méér flexwerken. Tussen aanhalingstekens. Na het GPD-artikel is het pas misgegaan.

“Ik kan het wel begrijpen”
Ook andere kranten die bij de GPD aangesloten zijn, blijken de woorden van Van den Berg zónder nuance te hebben overgenomen. Neem bijvoorbeeld De Stentor (‘Het nieuwe werken scheelt miljarden’), het Brabants Dagblad en het Noordhollands Dagblad (‘Flexwerken scheelt twee miljard euro’). Ook opvallend is de Provinciale Zeeuwse Courant met ‘RAPPORT: Verdubbeling aantal ‘Nieuwe Werkers’ levert zeker 2 miljard euro op – Flexwerken lucratief’.

GPD-redacteur van den Berg: “Ik heb het onderzoeksrapport inderdaad gelezen en daardoor voor de aanhalingstekens in de titel gekozen. Wat verdere redacties zoals die van De Stentor en BN DeStem er later mee doen, daar heb ik geen invloed op. Toch kan ik het vanuit hun positie wel begrijpen. Redacties hebben steeds minder mankracht en mogelijkheden om echt veel tijd in een stuk als dit te steken.”

Sneller sterven in Lelystad

Tuesday, December 21st, 2010

Door: Marieke Voorn en Marleen van Wesel

Als vrouw kun je maar beter niet in Lelystad wonen. Het sterftecijfer onder Lelystadse vrouwen ligt namelijk maar liefst 17 procent hoger dan in de rest van het land, zo meldde de NOS op 28 oktober 2010.  Roken, overgewicht en diabetes zijn de boosdoeners, volgens de NOS. Maar leven de vrouwen in Lelystad echt zo ongezond? En hoe zit het dan met de mannen?

Naast de NOS berichtten ook landelijke media als De Telegraaf, Nu.nl, De Pers en Hart van Nederland over het hoge sterftecijfe, evenals de Krant van Flevoland, Flevopost en Omroep Flevoland.

Volgens een analyse van de sterftecijfers en een bijbehorend adviesrapport, beide van de GGD Flevoland, lag het sterftecijfer van Lelystadse vrouwen vorig  jaar nog ‘slechts’ 13 procent  boven het landelijk gemiddelde. De stijging naar 17 procent zou dus pas afgelopen jaar gebeurd zijn. “Nee, dat klopt niet”, zegt Nienke Blokker van de GGD Flevoland. “Beide getallen zijn tot stand gekomen over een periode van drie jaar.” Is er een aanwijsbare oorzaak voor de vier procent stijging? Blokker: “We hebben hier geen verklaring voor.”

Lager sterftecijfer

Volgens tabellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt het relatieve sterftecijfer van Nederlandse vrouwen op 8,3 en van Nederlandse mannen op 8,0. In Lelystad ligt het cijfer bij vrouwen op 6,2 en bij mannen op 6,5. Dit cijfer geeft het aantal overledenen per duizend van de gemiddelde bevolking weer. Het sterftecijfer onder Lelystadse vrouwen zou volgens het CBS dus zelfs lager liggen dan onder vrouwen uit heel Nederland. Een medewerker van het CBS bevestigde dit: “Het sterftecijfer van Lelystad, zowel voor mannen als voor vrouwen, ligt al jaren onder het landelijk gemiddelde.”

Of toch hoger

De onderzoekers van de GGD Flevoland plukten de cijfers echter niet uit de lucht. Uit de eerder genoemde analyse blijkt dat zij geen gebruik maakten van sterftecijfers, zoals de media meldden, maar van de Standardized Mortality Ratio (SMR). “Deze is gebaseerd op de ruwe sterftecijfers die ook door het CBS worden gebruikt, welke weer zijn gebaseerd op de doodsoorzakenformulieren die door artsen worden ingevuld bij overlijden”, zegt de GGD Flevoland. “ De SMR betreft het toepassen van de leeftijd- en geslachtspecifieke sterftekansen van de standaardpopulatie, in ons geval Nederland, op de bevolking van de gemeente.”

Met dit cijfer als maat scoren Lelystadse vrouwen inderdaad opvallend hoger dan het landelijk gemiddelde.

Oorzaken

Een van de belangrijkste oorzaken van het grote verschil in SMR is roken. Volgens epidemioloog dr. Anton Kunst, verbonden aan het AMC, zijn maatregelen tegen roken altijd goed. “Roken is namelijk de belangrijkste vermijdbare oorzaak van voortijdige sterfte.” Maar of een antirookcampagine kan helpen het hoge sterftecijfer onder Lelystadse vrouwen terug te dringen betwijfelt hij. “Vooral oudere Lelystadse vrouwen roken meer dan hun leeftijdsgenoten uit de rest van Nederland. Wat hun betreft is het kwaad eigenlijk al geschied. Maatregelen zullen het sterftecijfer niet veel meer beïnvloeden.”

Maatregelen die jongere vrouwen aangaan, kunnen meer invloed hebben, maar volgens Kunst is het verschil tussen rokende jongere vrouwen in Lelystad en de rest van Nederland niet zo groot.

Verschil tussen mannen en vrouwen

Anton Kunst heeft wel een vermoeden waarom het verschil tussen Lelystadse mannen en mannen uit heel Nederland veel kleiner is: “Zeker vroeger was roken onder vrouwen een ander verschijnsel dan onder mannen. Bij vrouwen stond het voor emancipatie. Hoe dit precies in Lelystad zat, is eigenlijk voer voor historici. Dit kan echter het hoge aantal vrouwelijke rokers op leeftijd verklaren.” Voor de GGD heeft geen zin om verder onderzoek te doen naar de mannen. “Juist omdat ze niet afwijken van Nederland.”

“Voor rokers is longkanker natuurlijk een belangrijke doodsoorzaak. Bovendien komt longkanker onder niet-rokende vrouwen meer voor dan onder niet-rokende mannen. Mogelijk vergroot dat het verschil tussen Lelystadse mannen en vrouwen nog iets,” vult oncoloog Peter Kunst aan, tevens verbonden aan het AMC.

Maatregelen

In gezondheidsmaatregelen ziet Peter Kunst wel wat. Hij wijst daarbij vooral op Lelystadse vrouwen tussen 45 en 55 jaar. “In deze leeftijdscategorie bevinden zich relatief gezien minder rokers dan in de rest van Nederland, maar wél meer zware rokers. Wanneer deze zware rokers stoppen, levert dat nog een substantiële gezondheidswinst op. Niet alleen verkleint dat de kans op longkanker, maar ook op andere aandoeningen.”

De Gemeente Lelystad wil 50.000 euro investeren in maatregelen om oorzaken als roken, overgewicht en diabetes te verminderen en een gezondere levensstijl te bevorderen.  Een bedrag dat voor algemene voorlichting nuttig is om de 17 procent in de toekomst naar beneden te krijgen. Maar het komt te laat voor de meeste oudere Lelystadse vrouwen die aan longkanker zullen overlijden.

Zelfs bij een vakblad checken ze niet alles

Wednesday, December 9th, 2009

Door Dagmar Aarts

Spinters‘Lange tenen, snelle renners’ luidt de kop in de Bionieuws (nieuwsblad voor biologen) op 14 november. Het blad was niet het enige dat het nieuws bracht. Verschillende andere media vertelden ons dat sprinters gemiddeld langere tenen hebben dan niet-sprinters. Ook berichtten ze dat de hielbotten van de sprinters korter waren. Hierdoor is de afstand tussen de achillespees en de as van het enkelgewricht (momentarm) 25 % kleiner dan bij niet-sprinters. Zo trekt de kuitspier langzamer samen en is de afzetkracht groter. Dit klinkt als een leuk nieuwtje, maar is het wel waar?

Als we het wetenschappelijke artikel uit The Journal of Experimental Biology lezen, valt één ding gelijk op. Er zijn totaal maar 24 proefpersonen gebruikt, waarvan 12 sprinters en 12 niet-sprinters. De sprinters waren overigens niet van een heel hoog niveau. Met hun beste tijden zouden ze niet voldoen aan de limiet voor een internationaal kampioenschap. Valt er eigenlijk wel iets te concluderen als er maar zo weinig proefpersonen zijn gebruikt?

Volgens Tom de Jong, statistiekdocent aan de Universiteit Leiden, kunnen er met zo weinig proefpersonen wel conclusies getrokken worden. “De verschillen zijn zo groot dat je ze ook met een kleine sample aan kunt tonen. Ik heb echter ook kritiek op de methode, want de niet-sprinters zijn gemiddeld 6 jaar ouder dan de sprinters. Dit is een significant verschil. Het is dus goed mogelijk dat de verschillen aan de leeftijd liggen en niets met wel-niet sprinten te maken hebben.”

Er kunnen dus vraagtekens gezet worden bij de resultaten van het onderzoek. Waarom is het bericht dan toch verschenen in een blad bedoeld voor een wetenschappelijk publiek? Worden zelfs daar de wetenschappelijke artikelen niet goed gelezen? Jeroen Scharro van de Bionieuws vertelt dat de korte berichten altijd net voor de deadline worden gemaakt. “Het zijn de laatste stukjes die geschreven worden. Er is op dat moment geen tijd om het hele artikel door te lezen en er is zeker geen tijd om de hele statistiek na te gaan. Daarom wordt vaak het abstract gelezen en de rest van het artikel vluchtig.”

Al met al kan er niet met zekerheid gezegd worden dat sprinters langere tenen en een korter hielbot hebben. Zelfs een vakblad als Bionieuws checkt dus niet alles.

Hoe bloter hoe beter

Tuesday, December 1st, 2009

Door Pauline Snel

Woman_naked_breasts

Vrouwen die 40 procent van hun lichaam ontbloten hebben de grootste kans op aandacht van mannen in discotheken. Minder maar ook zeker meer bloot heeft averechtse effecten op het mannelijk schoon. Dat stond 17 november op de nieuwssite Nu.nl. Zou dit een eind maken aan de kleding dilemma’s van alle vrouwen?

Het artikel is gebaseerd op een Brits onderzoek. Psychologen van de Universiteit van Leeds onderzochten het gedag van Britse jongeren in nachtclubs. Door middel van observaties in een discotheek hebben de wetenschappers het gedrag van vrouwelijke en mannelijke bezoekers geanalyseerd.
Dertig uitgaansavonden observeerden de Britse onderzoekers vanaf het balkon de dansende jongeren. Er werd gelet op het dans- en kleedgedrag van de bezoekers en hoe vaak ze elkaar benaderden.

40 procent
Om het onderzoek zo objectief mogelijk te maken werd er niet gekeken naar schoonheid, maar uitsluitend naar dans- en kleedgedrag. Er werd bepaald hoeveel de vrouwen van hun lichaam onbedekt lieten en wat voor een soort dansgedrag ze vertoonde. Ze werden opgedeeld in 3 groepen: nul tot 20 procent bloot, 20 tot 40 procent bloot en 40 procent en bloter. De onderzoekers noteerden vervolgens hoeveel keer mannen de vrouwen benaderden en anders om.
De uitkomsten van het onderzoek waren niet echt verbazend. Vrouwen kregen meer aandacht naar mate ze minder kleren om het lijf hadden en daarbij ook nog seksueel dansden. Vooral het ontbloten van het bovenlichaam had veel effect.

Dat in tegenstelling tot het artikel van Nu.nl. Daarin staat dat vrouwen die 40% van hun lichaam onbedekt laten de meeste aandacht genieten. Vrouwen die meer laten zien van henzelf krijgen juist minder aandacht. En worden zelfs als onbetrouwbaar gezien. In het artikel verwijst Nu.nl naar een stuk uit The Daily Telegraph.
Maar het ideale blootgehalte ligt helemaal niet bij 40 procent, maar juist in de groep 40 procent en HOGER. Daarnaast wordt er in de media nergens een woord gerept over de invloed van het dansgedrag van vrouwen.

Geen navraag
De onderzoeker in kwestie, Colin Hendrie, vindt het jammer dat zijn onderzoek zo uit het verband is gerukt. Hij is heel blij met de kans om het weer recht te zetten.
In een email beschrijft hij hoe het nieuws tot stand is gekomen in Groot Brittannië. Hij heeft slechts tien minuten met één reporter van The Daily Mail gesproken, die vervolgens zijn verhaal heeft verdraaid. Daarna is het onderwerp uitgebreid behandeld door verschillende Britse media, maar journalisten hebben nooit meer navraag bij Hendrie gedaan of zijn wetenschappelijke artikel gelezen. In alle berichtgeving is de bijdrage van suggestief dansen genegeerd. Volgens Hendrie is dit juist een belangrijke component geweest van zijn onderzoek.

Ook op in het stuk op Nu.nl, geschreven door Dennis Rijnvis, komt het dansen niet meer aan bod. In zijn toelichting verteld hij dat Nu.nl nieuws graag snel wil brengen en dan vaak niet de tijd neemt om dingen na te lopen. “Je kan er vaak niet meer werk van maken door tijdsdruk, ook al wil je dat wel.” Het wetenschappelijke artikel heeft hij dan ook niet gelezen. “Het is niet mogelijk om op elke wetenschappelijk tijdschrift een abonnement te hebben. Daar hebben we het geld gewoon niet voor.” Maar ook hij heeft Colin Hendrie niet benaderd. Hij geeft toe te kort door de bocht te zijn gegaan met zijn stuk.

Al met al lag de bron van de fout dus bij de journalisten in Groot Brittanie, maar heeft Nu.nl wel de boot gemist door niet grondiger achter de feiten aan te gaan.
Blijkbaar is er nog een flinke taak voor de factcheckers aan de andere kant van het water weggelegd.

Uitgangspunten
RSS
TIP ONS!
  • arbeid (6)
  • archeologie (3)
  • beurshandel (1)
  • biologie (5)
  • cultuur (6)
  • dagelijks leven (25)
  • economie (15)
  • financiën (2)
  • gezondheid (15)
  • journalistiek (3)
  • mediahype (6)
  • medisch (63)
  • milieu (3)
  • misdaad (28)
  • Multicultureel (7)
  • natuur (8)
  • oorlog (2)
  • pedagogiek (9)
  • politiek (9)
  • psychologie (30)
  • Psychopathie (2)
  • religie (5)
  • seksualiteit (5)
  • Slaap (1)
  • Social media (3)
  • Sport (2)
  • Tandheelkunde (4)
  • Technologie (5)
  • uiterlijk en gezondheid (4)
  • Uncategorized (9)
  • verkeer (6)
  • voeding (8)
  • wetenschap (58)
  • Zorg (4)
  • De Nieuwe Reporter
  • Hans van Maanen
  • Journalistiek & Nieuwe Media
  • FHJ Factcheck
  • Regret the Error
  • Snopes